Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘labyrint’

Het was een bijzonder woelige tijd in mijn leven. Mijn wereld begon te kapseizen en zou weldra op zijn kop staan en hoe ik mij ook zou wenden of keren, ik zelf zou naar alle waarschijnlijkheid ergens ondersteboven of binnenstebuiten terecht komen. Hoe kon ik zorgen dat ik voor zo’n toekomstperspectief toegerust zou zijn? Het gelukkige toeval wilde dat ik juist in die tijd contact had met de hoofdredacteur van het blad Vruchtbare Aarde *,die zich juist in die tijd bezig hield met labyrinten. Hij vertelde mij vol enthousiasme dat juist in die tijd een zekere Henk Coppens een labyrint had geschilderd op de klinkers van de Amsterdamse Noordermarkt.

Op een stille, maar winderige zondagmorgen fietste ik – nog voor het kerkvolk op de been was – naar de aangewezen plek en vond daar het labyrint. Het was klein, althans in mijn beleving, en nodigde daardoor uit om met een behoedzame stap te betreden. Zo goed en zo kwaad als het ging – gelukkig keek er niemand mee – trok ik mijn gedachten uit en kleedde mij in eerbied (of onbevangenheid). In mijn handen droeg ik, voor mij uit, mijn vraag, die bonsde als een hart: “Hoe nu? Hoe nu? Hoe nu?” Boven mijn hoofd ruiste de wind door de takken van de iepen. En toen, boven die geluiden uit, klonken ergens in mij of om mij heen de woorden van een lied, dat ik zeker twintig jaar niet meer gehoord had.

Ruwe stormen mogen woeden,
alles om mij heen zij nacht,
God, mijn God zal mij behoeden,
God houdt voor mijn heil de wacht.

Enige tijd later vertelde ik deze ervaring aan iemand die belangstelling leek te hebben voor mijn welbevinden. Toen ik uitgesproken was, nam hij vlug een halve hap lucht en zei: “Maar dat was natuurlijk je eigen innerlijke kern, die daar sprak.” Ik was een beetje verbouwereerd door deze onverwachte “verklaring”. Zelf had ik daar niet naar gezocht, er was niets in mij wat daar om vroeg. Moest ik er iets mee? Voegde zo’n duiding misschien iets toe? Nee, ik had eerder het gevoel dat de man naast mij op het schoolplein probeerde iets van mij af te nemen. Of zichzelf van iets te bevrijden, of zich gerust te stellen.

Naast allerlei andere nuttige toepassingen hebben cognitieve constructies soms ook een bezwerende functie. Stel je voor, dat op een lege plek waar iets onbenoembaar en onverklaard is gebleven opeens zomaar het ondoorgrondelijke gezicht van God zou verschijnen. Tremendum et fascinans. Niet ondenkbaar, want de Rede is nog lang niet rond met alles te verklaren. Kennis mag dan wel macht zijn, zij is doorgaans veel te klein om de menselijke ervaring te omvatten. Bovendien lijken beleving en rationaliteit uit verschillende werelden afkomstig en spreken zij elkaars taal slechts gebrekkig. Menselijke angst laat zich niet wegredeneren (Denk aan de tragiek in Goethe’s Erlkönig!), slechts door in het domein van het gevoel iets betekenisvols te ervaren kan zij plaats maken voor vertrouwen.

Dat ik – juist in die tijd – iets deed wat ik nooit zelf bedacht zou hebben, – want veel te bang voor het ondoorgrondelijke gezicht van God – werd voor mij een vertrouwenwekkende ervaring, die mij bovendien iets heeft teruggegeven wat ik, verdwaald in de doolhoven van gelovige en ongelovige cognitieve constructies, was kwijtgeraakt.

Moet ik lang zijn hulp verbeiden,
zijne liefde blijft mij leiden:
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,
voert Hij mij in ’t eeuwig licht.

* Grappig: de website van Vruchtbare Aarde bevat na bijna tien jaar nog altijd elementen die ik destijds gemaakt heb. Deze villa en het bos waar zij in staat liggen in werkelijkheid ± 1000 kilometer uit elkaar. Op het bospad liep mijn  broer Marinus, die ik  heb weg gegumd, een grand randonné.

Advertenties

Read Full Post »