Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘identiteit’

arjuna.jpg

Voor degenen die hier meelezen en niet ‘van ‘t houtje’ zijn: OSM is de afkorting van ‘ons soort mensen’. Dat is een term, waarmee mensen in GLBTIQQA*-kringen een vrij algemeen verondersteld, maar niet altijd van harte omhelsd familiegevoel aanduiden. Die andere afkorting, DSM, staat gewoonlijk voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, en wordt schertsenderwijs wel vertaald in ‘dat soort mensen’. Vrijwel iedereen die wel eens aan de andere kant van de balie heeft gezeten bij de geestelijke gezondheidszorg, kan de wrange humor van die duiding appreciëren, denk ik.

Mijn eerste kennismaking met ons en dat soort mensen vond plaats toen ik een jaar of negen was. In die tijd had ik een speelkameraadje, dat weliswaar in dezelfde straat woonde als ik, maar niet naar dezelfde school ging en ook niet in de kerk kwam. Een ‘hoiden’, in gereformeerd ‘Andoiks’. Daarmee was meteen gegeven, dat de discrepantie die er tussen onze levensstijlen bestond, zich mettertijd zou verwijden tot een kloof met eeuwigheidswaarde: die tussen hemel en hel. Ik herinner me nog goed, dat ik als kind zwaar leed onder dat besef.

Een vorm van dat lijden vergezelt me tot op de dag van vandaag, want dit was wel de eerste, maar niet de enige keer, dat ik een afgrond gewaar werd tussen mijzelf en iemand van wie ik hield. In mijn leven ben ik met enige regelmaat onder een draad (prikkeldraad!) doorgekropen, over een haag of sloot gesprongen of zelfs door een muur heen gerend, om in een andere religie, sociale klasse, subcultuur of sekse terecht te komen. En ik ben niet iemand die dat kan doen met achterlating van de gevoelens van loyaliteit jegens mensen die mij dierbaar zijn en die niet meeverhuizen. Dat levert mij regelmatig een besef van vervreemding op, als ik iemand op wie ik gesteld ben hoor schimpen op iemand anders van wie ik houd, en dat niet om een persoonlijk conflict, maar louter en alleen omdat elk tot een andere groep behoort.

Die brug bovenaan dit blog staat er toevallig, maar wat is toeval?

* GLBTIQQA staat voor: gays, lesbians, bisexuals, transgenders, intersex, queers, questioning en allies.

Read Full Post »

Gewoon homo

homonota.jpg

Toen mij een poos geleden de homo-emancipatienota van minister Plasterk onder ogen kwam, viel mij direct de eerste voetnoot op:

“Met de term ‘homo’ of ‘homoseksuelen’ wordt in deze nota bedoeld: lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele mannen en vrouwen en transgender personen, tenzij dit anders in de tekst is aangegeven.”

Huh? Homo als ‘stoffer-en-blik-term’ voor al wat queer is? Moet de nota zo leesbaarder worden, misschien? Zijn de kosten van drukinkt en papier in overweging genomen? Goed, het gemak dient de mens, of in dit geval de homo, want die hoeft niet in elke anderhalve zin de vertaalslag te maken naar zijn eigen identiteit. En in het voorbijgaan even te checken of hij inderdaad ook ‘bedoeld’ is. Ver over de helft van het pakket kwam transgender als identiteit voor het eerst ter sprake en bleek, dat het treurig gesteld is met de kennis die daarover op het ministerie voorhanden is.

Gisteren is die nota besproken in de Tweede Kamer. Ik was er niet bij, maar las een verslag in de on-line versie van de GayKrant. Daarin struikelde ik over de volgende ‘kwinkslag’:

“Er zijn homo’s die het al tijdens de geboorte ontdekken, ze kijken over hun schouder en denken: daarin wil ik nooit meer terug.”

Afgezien van de verbijsterende smakeloosheid van deze uitspraak, werd mij ook uit de contekst één ding overduidelijk: als minister Plasterk het over homo-emancipatie heeft, strekt zijn voorstellingsvermogen zich niet uit tot vrouwen en transgenders. Hij voelde zich kennelijk erg op zijn gemak en met mannen onder elkaar. Hoewel ik me niet kan voorstellen, dat iedere homo er blij mee is zijn kijk op seksualiteit gereduceerd te zien tot een ding, waar je al of niet “in terug” wilt. Laat ik zeggen dat ik me slecht op mijn plek voelde, daar achterop zijn janplezier, waar ik voor het gemak ook ‘gewoon homo’ ben en me zwijgend de seksistische grappen en grollen van die man op de bok moet laten welgevallen.

Niet zwijgend, dus.

Er moet heel wat gebeuren, voordat ik mijn emancipatie toevertrouw aan een minister, die mij stelselmatig over het hoofd ziet.

Read Full Post »

In mijn voorlaatste blogje noemde ik de evolutie-theorie. Net als iedereen heb ook ik die op school geleerd, met een zelfde vanzelfsprekendheid als het strikken van mijn veters. Ook later werd zij telkens weer bevestigd, omdat elke natuurfilm gemaakt lijkt om te laten zien dat de dierenwereld inderdaad zo in elkaar steekt. Niet alleen de dierenwereld: ook het sociale leven van ons mensen kan ermee verhelderd worden. (“Als het mannetje een rokje voorbij ziet gaan, begint de testosteron door zijn lijf te pompen (!) en krijgt hij zin om zijn eigen unieke genen door te geven.”)

Een waarheid als een koe, dus. Wel één waar een begin aan zit: The Origin of the Species van Charles Darwin. De sliert die achter haar staart loopt lijkt wel onafzienbaar, maar is niet oneindig. Er marcheren andere slierten achter andere waarheden over het bestaan van zoveel verschillende soorten.

Ik loop niet mee, maar sta erbij en kijk ernaar. Ongeveer zo: het Creationisme is aan mij niet besteed, al was het maar omdat ik het met de Schepper die daar meestal bij geleverd wordt niet zo goed kan vinden. Intelligent Design kan ook niet op mijn bijval rekenen: daarvoor kleunt de natuur te vaak en te pijnlijk mis. De Evolutie-theorie en vooral het daaraan opgehangen sociaal-darwinisme heeft zoveel aanhang en kan steunen op zoveel bewijzen, dat die toch eigenlijk wel waar móét zijn.

Toch durf ik te beweren dat het onzin is. En pas op: ik heb gelijk….

Dat de best aangepaste de grootste overlevingskansen heeft, lijkt voor de hand liggend. Bovendien wordt het bevestigd door de neiging van de mensheid om het afwijkende een verminderd bestaansrecht toe te kennen. Maar om nu te concluderen dat juist dát mechanisme tot het ontstaan van die grote diversiteit aan levensvormen heeft geleid – nee, dat snijdt volgens mij geen hout. Daar is namelijk een heel andere impuls voor nodig: speelsheid, en de moed om mis te kleunen, bijvoorbeeld.

Dus:

Read Full Post »

Homo sum

poster homo sum

Het schijnt dat er over deze poster nogal wat te doen is geweest in Italië. Mij zette hij wel even aan het denken. Klopt het, wat daar beweerd wordt? Lang niet voor iedereen, lijkt me. Waarom zou je anderen ervan willen overtuigen dat je homoseksualiteit geen keuze is? Zeg je daarmee niet impliciet dat er iets mis mee is, dat je ervoor bedankt zou hebben als je voor de keus was gesteld? Zal iemand die wél vindt dat het niet deugt dat oordeel opschorten, als blijkt dat je zo geboren bent? Staat de katholieke kerk in Italië zelf niet al op het standpunt dat je er niks aan kunt doen? En matigt zij zich niet evengoed het oordeel aan dat je er vervolgens vooral niks mee mag doen? Stel dat wordt ontdekt dat er een ‘homo-gen’ is, in hoeverre loop je dan de kans het lot te delen van andere minder populaire genetische varianten van de menselijke soort?

Vragen, vragen! En wie ben ik? Ik mag van sommige mensen ook niet en heb al helemaal niets te kiezen: wat ik als transgender ook doe met wie dan ook van welk geslacht dan ook is per definitie tegelijkertijd homo- en heteroseksueel. En om mijn bestaan ook maar bij benadering te kunnen verklaren heb ik aan nature noch nurture veel houvast. Dus hoezo aangeboren?

Het enige waar ik in dit alles betrekkelijk zeker van ben is het volgende:

“Homo sum, nil humanum mihi alienum puto.”
(Een mens ben ik, niets menselijks acht ik mij vreemd.)

Die kan wat mij betreft zo nóg tweeduizend jaar mee.

Read Full Post »