Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘religie’ Category

Terwijl ik mijn nachtmerrie over de zorg langzaam maar (wat God verhoede!) zeker waarheid zie worden, schrok ik alsnog van het verhaal over iGod in NRC van 11 maart jongstleden. Natuurlijk heb ook ik niets te verbergen en ben ik misschien wel het braafste meisje van de klas. Toch ga ik me ongemakkelijk voelen van dat Alziende Oog overal om mij heen. Steeds angstvalliger houd ik mijn eigen activiteit op het internet in de gaten. Hoe houd ik mijn gezicht in de plooi, oog in oog met Iets dat mijn gedachten leest, nog voordat ikzelf er inzage in heb gehad?

Steeds vaker bekruipt mij de volgende angst: wat zijn op den duur de gevolgen, als het mij lukt om Big Data voor mijn persoontje zo klein mogelijk te houden? Waar ben ik nog, als op een zeker moment ook alles wat ik niet doe mij zal worden aangerekend? Dat is immers de uiterste consequentie van een concept als de social citizen score, waarmee in China al druk geëxperimenteerd wordt? Ik word er alvast een beetje claustrofobisch van.

Wat ik niettemin fascinerend vind, is hoe God in dit verhaal terecht is gekomen. Misschien heeft zij (Nog een interessante vraag: is uit politiek correcte overwegingen voor dit gender gekozen?) zich losgemaakt van de wand van een katholieke kinderkamer. Of heeft zij de Almachtige Schepper des hemels en der aarde uit de christelijke geloofsbelijdenis als rolmodel gekozen? Maar kom, ik ga u en mijzelf niet vermoeien met gespit en gegraaf in dikke lagen theologisch stof. De Eeuwig Levende groeit daar vanzelf bovenuit, net als de krokussen op de rotonde bij mij om de hoek.

Vandaag kwam ik Hem tegen in een midrasj over de schepping van de wereld, te vinden in Beresjiet Rabba 12:15:

Er is een verhaal over een koning, die bekers had laten maken van zeer fijn glas. De koning zei: „Als ik er heet water in doe, dan zetten ze uit en barsten ze. Doe ik er koud water in, dan krimpen ze en breken ze ook.” Wat deed hij toen? De koning mengde heet en koud water, goot dat in de glazen bekers en ze bleven heel.

Evenzo, toen Hij het plan opvatte om de wereld te scheppen, zei de Heilige-gezegend-zij-Hij: „Als ik de wereld maak met rachamiem (=barmhartigheid) alleen, dan wordt het kwaad te groot; als ik haar maak met alleen maar din (=rechtvaardigheid), hoe lang houdt die wereld het dan uit? Daarom zal ik de wereld maken met din én met rachamiem, zodat zij lang zal blijven bestaan.

Kijk, als iGod er ook zo uit zag, dan kreeg ik het nu niet zo benauwd. Van Psalm 139: „u doorziet van verre mijn gedachten” krijg ik die kriebels namelijk niet. Maar ja, wij zijn bezig in de handen van mensen te vallen. Wanneer wij in ons streven naar veiligheid, doelmatigheid en eerlijkheid Big Brother Data in de arm nemen, dan lijkt dat misschien rechtvaardig (al is ook daar op af te dingen), maar erg barmhartig is het niet. Of houdt iGod er ook een Jom Kipoer op na? Eens per jaar worden al onze data gewist en beginnen we met een frisse social citizen score, misschien zelfs met frisse criteria. O ja, en laat hij er dan meteen maar een iTora bij doen, zodat je weet waar je aan toe bent.

Read Full Post »

Perenhout

26022017

*

Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.

 

Sjemot/Exodus 20:4

 

Er was eens een Jood, die in een klooster ondergedoken zat. Toen de oorlog voorbij was, was hij de kloosterlingen zeer dankbaar. “Hoe kan ik jullie danken? Is er iets dat ik voor jullie kan doen?” vroeg hij.

De monniken wisten dat hij houtsnijder van beroep was, dus ze vroegen hem: “Zou je voor ons een beeld willen maken uit die oude perenboom daar? Die moet toch omgehakt worden.”

Met al zijn liefde maakte de beeldhouwer een manshoog Christusbeeld, zo mooi als nog nooit iemand gezien had. Het kreeg een prominente plaats in de kloosterkerk en iedereen die oog in oog met het beeld kwam te staan, werd door devotie gegrepen. Sommigen vielen plat op de grond, anderen knielden langdurig, niemand bleef onverschillig.

Alleen de maker zelf leek niet gevoelig voor de bijzondere werking die van het beeld uitging. “Hoe kan het dat jij er zo aan voorbij loopt?” vroegen de monniken hem.

 

“Ach,” zei de man, “ik heb Hem nog als perenboom gekend.”

 

(deze witz hoorde ik vandaag van een cliënt)

Het beeld op de afbeelding is van Mark van Eygen.

Read Full Post »

Niks

17022017

*

Dit is het 500-ste bericht op mijn weblog en het gaat over … nou ja, … over niks.

*

Het dorp waar ik ben geboren was een zogeheten lintdorp: tien kilometer lang en op z’n meest één kilometer breed strekte het zich uit langs een dijk. Behalve op een lint – of een vis – leek het ook een beetje op een breikous. Een kous, gebreid van restjes wol in allerlei kleuren. Van west naar oost had je eerst een stukje waar katholieken woonden, die kerkten in het naburige dorp. Dan kwam een buurt die overwegend rood was en die zonder al te scherpe scheiding overliep in een Nederlands Hervormd dorpsdeel. Het middenstuk, dat heel groot was, werd gedomineerd door de dertig meter hoge toren van de Gereformeerde Kerk en door haar leden, die minstens de helft van het inwonertal uitmaakten. Aan de oostkant woonden nog wat Hervormden en een heel klein groepje zondagszwarte tuinders, dat tot de Gereformeerde Gemeente behoorde.

In verkiezingstijd zag je deze verkleuring terug in de raambiljetten van de bijbehorende politieke partijen: KVP, PvdA/CPN, CHU, ARP, weer CHU en SGP. Toen ik nog kind was, had elke groepering zijn eigen slager, zijn eigen bakker en zijn eigen kruidenier. Pas met de komst van de 4=6, op een plek waar voordien koeien graasden en kikkers sprongen, verwaterde dat allemaal. In die tijd groeide er een soort gezwel aan de buik van de vis, Plan Zuid, dat zich bevolkte met import (=Amsterdammers), van wie het niet altijd even duidelijk was, bij welke gezindte zij hoorden. Het was toen dat ik op de vraag “Wat ben jij?” voor het eerst het antwoord “ik ben niks” hoorde.

Tegen de tijd dat ik zelf Amsterdammer werd, was ik niet langer gereformeerd, maar, al hoorde ik destijds nergens thuis, dat “ik ben niks” kon ik niet uit mijn keel krijgen. Dat was ook niet nodig, want de vraag naar wat ik was, was inmiddels ook al verstomd. Nu ik na een lange, lange sluimertoestand wakker geworden ben en mij tot het Jodendom beken, ben ik dus opnieuw iets. Gek genoeg wordt daardoor mijn gevoel iemand te zijn ook sterker. Nu denk ik af en toe dat die veel geprezen – en verguisde – individualisering een mens niet tot individu maakt, maar tot . . . , nou ja, . . . tot niks dus.

Je zou het ook om kunnen keren en zeggen dat mijn secularisatie blijkbaar mislukt is. Mijn benen waren niet sterk genoeg om de weelde van vrijheid en individualiteit te dragen. Ik val terug. Soit, denk ik dan. Mijn vleugels zijn niet sterk genoeg om zo hoog te vliegen dat ik kan overzien of het echt zo is, maar voorzichtig fladderend zie ik eerlijk gezegd grenzen aan de slagingskansen van secularisatie überhaupt. Of ligt dat alleen maar aan wat we hier in het Westen tot nu toe gemaakt hebben van een ideaal, dat een eind moest maken aan de verwoestende werking van godsdienst?

Tijdens mijn LOVER-dagen hoorde ik Ceylan Pektas-Weber zeggen dat het mislukken van de multiculturele samenleving terug te voeren is op onze eigen onafgemaakte en onbegrepen secularisatie in de zestiger jaren. Toen in de decennia daarna de immigranten kwamen met hun eigen keukens en hun eigen kerken, keken we daar eerst vol vertedering naar. Pas een jaar of dertig later werden we wakker om te ontdekken dat wij die dingen zelf niet meer hadden. We wilden dat die anderen zouden inburgeren, maar wisten eerlijk gezegd niet goed waarin dan wel. Ja, we lieten ons luidruchtig voorstaan op de gelijkheid van vrouwen en homo’s in onze samenleving, maar als het er op aankwam waren we daarin zelf niet eens echt thuisgekomen. We waren zelf nog maar net vrij van, maar waartoe waren we eigenlijk vrij? Tot . . . , nou ja, . . . tot niks dus.

Het gaat misschien te ver om te wijzen op de Syrië-gangers en dan meteen te concluderen dat die jonge mensen blijkbaar voor de verwoestende werking van godsdienst kiezen, omdat onze westerse waarden hen niets te bieden hebben. En als dat al waar is, dan is het volgens mij teveel gevraagd van een seculiere staat om een waardegemeenschap te zijn. Een rechtsstaat moet mooi genoeg zijn. Daarom: is het ook teveel gevraagd, wanneer ik van de politiek verlang dat zij een tegenwicht vormt tegen de verwoestende werking van de markt? En dan graag vanuit een gelijkheidsstreven dat verder gaat dan “Doe normaal” en “Wij wensen elkaar hier Prettige Kerstdagen”?

 

Read Full Post »

Sjalom

30012017

 

Sommige gedachten zijn even troostrijk als beklemmend. Neem de gedachte dat de dood het einde niet zou zijn:

o! de tocht naar het eeuwige land
door een duisternis somber en groot
in de nooit aflatende angst
dat de dood het einde niet is.

H.Marsman

Toen mijn broertje zich – op de kop af 32 jaar geleden – het leven benam, sprak iemand hem over de dood heen bemoedigend toe, wenste hem sterkte met al het onafgemaakte dat hij achter zich had willen laten. De voorstelling van zaken die achter deze wens schuil ging, kwam mij destijds als buitengewoon wreed voor. Had ik niet op zijn rouwkaart laten drukken: “Wij hopen dat hij de verlossing vond, die hij zocht”? En anders hoopte ik wel dat ik zelf ooit verlost zou zijn van al het onafgemaakte dat er tussen ons was blijven liggen.

In werkelijkheid heeft het meer dan tien jaar geduurd eer ik enigszins in het reine was met de pijn, die overbleef nadat er met geweld een eind was gemaakt aan onze relatie, die bij zijn leven gedrenkt was in gevoelens van ontoereikendheid en onvermogen. Al die tijd droeg ik – of ik dat nu wilde of niet – ons gedeelde verleden in mij mee. Dat verleden leek langzaam te verstenen, en een deel van mij versteende als het ware mee, terwijl de veranderingen in mijn eigen leven telkens slechts kleine verschuivingen teweegbrachten in mijn verhouding tot het gebeurde. Zelfs toen ik dertig jaar later zijn dagboeken las, bleek dat nog een hele klus.

Zijn – en mijn – moeder heeft hem zeven en een half jaar overleefd, maar die tijd is niet voldoende geweest om de gevoelsmatige verwijdering teniet te doen, die het drama voorafgaand aan zijn dood tussen haar en mij had veroorzaakt. Toen zij stierf, bleef ik achter met een bezwaard gemoed vanwege het besef dat het tussen ons nooit meer helemaal goed was gekomen. De tijd hielp hier niet veel, zeker niet toen ik mij op zeker moment begon te realiseren dat onze relatie ook zonder de dood van mijn broer pijnlijk ingewikkeld was geweest. En nog altijd was, ook al voelde ik mij daar heel alleen mee.

In het afgelopen jaar is daar weer beweging in gekomen, een helende beweging. Die heb ik te danken aan de kracht van de joodse liturgie en het bezig zijn met de woorden van de Tora. Laat ik een voorbeeld noemen. Vorig jaar augustus, tijdens de Pink Shabbat in onze sjoel, stonden wij voor het moment waarop kaddiesj gezegd wordt door de hele gemeente. Het is daarbij de gewoonte om de namen te noemen van degenen die in de elf maanden daarvoor zijn gestorven én van degenen wier sterfdag rond die tijd viel. Ik had mij voorgenomen de naam van mijn moeder te noemen, en voelde daarbij van binnen een zwaarte die raar afstak bij de vrolijke regenboogkleuren om mij heen.

Toen klonk de stem van onze rabbijn: “We are about to say kaddiesj for all the ones we loved, . . .” – en hier aarzelde zij even – “or did not love.” Ik schoot ogenblikkelijk in de lach, en gelukkig was ik niet de enige. De rabbijn bekende me later dat het er bij haar ook zomaar, onbedoeld, uit was gefloept. Maar het had zijn werk gedaan. De zwaarte was van mij af gevallen en ik kon de naam van mijn moeder, met alle gemengde gevoelens jegens haar die daaraan kleefden, hardop uitspreken, om vervolgens met meer dan honderd stemmen tegelijk de Eeuwige én het leven in alle denkbare termen te prijzen. Met aan het einde:

Hij die vrede maakt in Zijn sferen, moge Hij vrede maken voor ons, voor heel Jisraël en voor de hele mensheid. Zegt daarop: Amén.

Dit is slechts één van de vele momenten, waarop de verhouding tot mijn moeder een plek kreeg in mijn godsdienstige leven. Telkens weer maakte dat sterke emoties bij mij los. Alleen de laatste weken gebeurt er iets anders, iets waar ik me vooraf geen voorstelling van gemaakt had. Op volstrekt willekeurige momenten merk ik dat ik niet over of aan mijn moeder denk, maar dat ik met haar lijk te praten, en sterker: zij praat terug. Over de dood heen. Niet dat ik de woorden zou kunnen vangen, maar de klank is er wel. En een warmte, die heel lang weg is geweest.

Read Full Post »

Veestelijkheden

25122016

Er was eens een Overijsselse boer, die boerde aan de voet van de Pyreneëen. Zeventig zwartbonte koeien graasden daar, onder het toeziend oog van een valse stier, over de glooiende heuvels van een oud landgoed. Eén van die koeien droeg de naam Veest. Dat zat zo: in Vrankrijk kregen alle koeien van een bepaald jaar een naam die begon met een voorgeschreven letter van het alfabet. Het was het jaar van de “V” en de boer had al een Vera, een Vrouke en een Viola, dus hij kon niet zo gauw op iets anders komen. “Dus noemde ik het kalfje Feest, maar dan met een “V”, zei de boer.

De boer was weliswaar een gesjeesde neerlandicus, maar hij kende zijn moedertaal of in ieder geval zijn Komrij niet goed:

De Veest eens Vents klinkt steeds Viriel,

(de mysogyne rest van dit vers googlet u er zelf maar bij)

Op deze winderige Eerste Kerstdag gaan mijn gedachten naar hem en naar de nieuwste politieke rel in ons land. Een opgeblazen premier Rutte toonde zich moreel verontwaardigd over de trend (gezet of gevolgd door de publieke omroep, om “politiek correcte redenen”) om elkaar “fijne feestdagen” te wensen. “In Nederland vieren we Kerst!” zei onze leidsman. “Dat hoort bij onze cultuur. Ik wens de mensen Fijne Kerstdagen en een Gelukkig en Gezond Nieuwjaar.”

Tja, wat moet ik daar mee? Ik vier vandaag Chanoeka in plaats van Kerst. En ondertussen doe ik gewoon mijn werk in de wijk. Wacht, laat ik eens een enquête houden onder de ouderen die ik bezoek. Wat moet het volgens u zijn:

  • Gezegend Kerstfeest
  • Zalig Kerstfeest
  • Prettige Kerstdagen of
  • Fijne Feestdagen?

En zie: de Protestanten kiezen de eerste optie, de Katholieken de tweede, de Seculieren de derde en zo blijft de vierde over voor de jongere generaties.

Dus, meneer Rutte, wat heeft dit in hemelsnaam met “de Nederlandse identiteit” te maken? Bent u misschien van na de zuilenmaatschappij? Of van vóór de multiculturele? Moet de politiek zich echt op zo’n manier over “onze cultuur” ontfermen? Weet u eigenlijk nog wel wat het verschil is tussen cultuur en folklore? Kunt u dit hele gedoe niet beter aan Albert Heijn en de Jumbo uitbesteden? Of gaat u zich voortaan ook met hun “feeststol” bemoeien? En met de “verstopeieren” in de schappen van de Hema?

Kortom: heeft de graaf geen andere zorgen?

Gelukkig hebben wij Chanoeka. Lichtjes en latkes, en veel vrolijkheid, maar voor ernstige types als ik is er ook wat bij: ik mag acht dagen heerlijk nadenken over “assimilatie” versus “traditie” en “particularisme” versus “universalisme”, want daar gaat het feest ook over. Ik heb mezelf daartoe een Chanoeklaaskadootje gegeven, The Dignity of Difference – How to Avoid the Clash of Civilisations van Jonathan Sacks.

Wat u ook doet tijdens deze donkere dagen, ik wens u er veel plezier mee.

Read Full Post »

The morning after

19122016

 

Look, this goes to the heart of, to the difference between the Jewish messianic temperament and the Christian messianic temperament. Think of it this way: the problem for Jews is that we wait and wait and wait and wait, and he doesn’t come. The problem for the Christians is that he came and the world did not change. The Jews will always so arrange matters, that they will never wake up on the morning after the messiah arrives. Because the risk is much too great, because the world will still be the world.

Dit zegt Leon Wieseltier tegen Simon Schama in het tweede deel van de tevee-serie The Story of the Jews (vanaf de 47ste minuut), naar aanleiding van de zogeheten disputatie van Barcelona in 1263. Maar hoe doen de Joden dat dan? Ik stel me voor dat het bij Wieseltier, net als bij mij, via de route van het intellectualiseren gaat: je klapwiekt wat met de vleugels van je intellect en voor je het weet zweef je veilig boven de menigte die uitzinnig van vreugde achter de messias aan danst. En wanneer iedereen met een kater wakker wordt, schrijf jij er een boek over. Of je leest zo’n boek.

Recentelijk verdiep ik me in de geschiedenis van het sabbatianisme en lees daartoe het nog altijd magistrale werk van Gershom Sholem. In het kort: het sabbatianisme ontstond tijdens de Chanoeka van het jaar 5426 (december 1665 CE), toen Sabbatai Tsvi, door de profeet Nathan van Gaza als messias herkend, zichzelf in het openbaar als zodanig begon te manifesteren. Binnen enkele maanden had hij een grote aanhang onder de Joden in heel Europa. Ook onder de sefardim in Amsterdam. Een tegenstander, Jacob Sasportas, beschrijft in zijn boek Tzitzat Nobel Tzvi de impact van het nieuws over de komst van de messias als volgt:

En er was grote opschudding in Amsterdam, alsof er een hevige siddering door de stad ging. De vreugde was uitzinnig, met tamboerijnen en gedans, in alle straten. De wetsrollen werden uit de Ark, met zijn prachtige versieringen, gehaald, zonder dat men zich bekommerde om het gevaar dat zulks de jaloezie en haat van de niet-joden zou kunnen opwekken. Integendeel, ze predikten openlijk en brachten de niet-joden op de hoogte van alle berichten.

Overal bereidde men zich voor om en masse naar het toenmalige Palestina te verhuizen. Ondertussen deed men alom boette om de manifestatie van God in deze wereld kracht bij te zetten. Tegen het einde van datzelfde jaar leek alles voorbij. Sabbatai Tsvi werd in Istanbul gevangen genomen door de Turkse autoriteiten en bekeerde zich korte tijd later tot de islam. Het hele gebeuren klapte als een zeepbel uit elkaar.

Maar niet heus. Veel van zijn volgelingen bleven in hem geloven en duizenden werden moslim, net als hun messias. De Turken noemden hen döhnme, overlopers. Nog in de twintiger jaren van de vorige eeuw leefde er een döhnme-gemeenschap in Tessaloniki en bedenkers van complot-theoriëen geloven graag dat Atatürk uit hun midden afkomstig was. Veel boeiender vind ikzelf de veerkracht van de Joden die na deze koortsdroom het Jodendom trouw bleven. Daar valt voor mij nog wat van te leren.

Een andere gedachte die mijn lectuur me bracht is deze: met de Verlichting en de dood van God achter de rug zal het ons niet zo snel meer gebeuren dat we achter een Redder aan lopen. Hooguit maken we ons zorgen over Henk en Ingrid of over al die onzichtbare Trump-stemmers. Maar hoe zeker zijn wij er eigenlijk van dat wij met onze Rede niet ook in een Droom verzeild raken? Ook dat is eerder gebeurd. We kijken daarbij graag achterom of naar een ander deel van de wereld en denken graag dat het gevaar in onderbuiken huist. Toch zou het zomaar kunnen dat we juist met onze oplossingsgerichtheid, met onze ijver het leven en de wereld optimaal te rationaliseren, het einde van de geschiedenis dichterbij brengen. (Verlossing, oplossing, Endlösung.) Hoe zal dán de morning after zijn?

Read Full Post »

Geregelde vrijheid

05112016

“Ah, da is das tahlenwunder wehr!” roept de mevrouw vanuit haar fauteuil bij de televisie, wanneer ik binnenkom. Meteen zet zij het geluid zachter, dan kunnen wij tenminste praten. Terwijl ik haar “nachtklaar maak”, praten we beiden snel en druk over van alles en nog wat, Duits en Nederlands door elkaar. Zij is historica en geïnteresseerd in politiek en literatuur, ik breng mijn passie voor taal en poëzie in. We vinden elkaar het gemakkelijkst in een gedeelde liefde voor citaten. Haar favoriet: “Das Gesetz nur kann uns Freiheit geben.” Van Goethe.

Een vriendin van mij, die van dezelfde generatie is als mijn mevrouw, gruwt van een dergelijke uitspraak. Zij is erg op haar autonomie en haar onafhankelijkheid gesteld. Met haar zat ik onlangs in mijn soeka en zo nu en dan probeerde ik haar iets uit te leggen over de regels en rituelen, het ritme van feesten en vaste liturgische handelingen, die zo kenmerkend zijn voor het Jodendom. Telkens weer verbaasde zij zich erover dat ik die dingen niet als opgelegd bleek te ervaren. Het zou niets voor haar zijn.

Afgelopen week zat ik aan tafel met mijn rabbijn. We hadden het over seks voor het huwelijk. Metaforische seks: ik ben weliswaar verloofd, maar nog niet getrouwd met het Jodendom. In die zin is er veel dat pleit voor seks voor het huwelijk, maar evenveel dat je kan doen besluiten met sommige handelingen nog even te wachten. De minhagiem (gewoonten) helpen daarbij: het is goed dat ook de meest progressieve joodse gemeente haar best doet inclusief te zijn, zonder de exclusiviteit van het Jodendom te laten varen. Juist het feit dat we een volk zijn, met wetten en regels, geeft ons vrijheid in ons hoofd. Die ben je kwijt zodra een geloof de verbindende kracht wordt.

Mijn vriendin zoekt gemeenschap in geestverwantschap, ik vind haar in het zingen van dezelfde gebeden en het koesteren van dezelfde verhalen. Wat zich daarbij afspeelt in de hoofden van de mensen met wie ik dat doe, doet er niet toe. Je kunt als jood agnost of zelfs atheïst zijn en toch naar sjoel gaan. Ik ben heel blij met die enorme vrijheid en daarom ook met al die irrationele regels, die deze vrijheid waarborgen. Heerlijke paradox!

In mijn persoonlijke situatie op het werk (waarvan al iets in mijn berichten doorschemerde) lijkt dit principe zich ook voor te doen. Wij zijn in transitie, heet het, wij zijn bezig een zelfregulerend team te worden. Dingen die vijf jaar geleden nog goed geregeld waren, worden overboord gekieperd. De toekomstige kaders en richtlijnen zijn de financiële targets en onze verantwoordelijkheid daarvoor, verder moeten we alles zelf zien te regelen. Geeft dat ons vrijheid? Met het wegvallen van rust, reinheid en regelmaat neemt vooral de onderlinge onrust toe. Laat anderen voor zich spreken, maar ik merk bij mijzelf het volgende: hoe groter die onrust buiten mij, hoe onveiliger en hoe minder beweeglijk ik mij van binnen voel. Ik heb mijn vrijheid liever goed geregeld.

 

Read Full Post »

Older Posts »