Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘politiek’ Category

15102016

 

Een paar dagen geleden stond ik met een boekje in mijn handen, dat ik had opgediept uit een kuubskist met daarin de bibliotheek van een onbekende overledene. Met de bedoeling het te kopen (voor 1 euro) liep ik de hele uitdragerij door met dat boekje in mijn hand, maar aan het eind van mijn rondgang legde ik het terug. Immers, “van vele boeken te maken is geen einde en veel lezen is vermoeiing des vlezes.” Achteraf heb ik er spijt van. Het droeg de intrigerende titel Het recht om pessimist te zijn en was geschreven door M.S.Arnoni. “De veertig jaar die verstreken zijn sedert mijn bevrijding uit een Nazi-concentratiekamp, hebben mij van een verstokt optimist tot een overtuigd pessimist gemaakt,” las ik nog net.

Na mijn eigen sombere bespiegelingen in het vorige bericht had ik wellicht behoefte de andere kant op te kijken. Recht in de open hemelpoort op Jom Kipoer, bijvoorbeeld. Maar, al is dat nog zo’n bijzondere ervaring, alles is altijd overal, ook de gelegenheid om pessimistisch te zijn. Misschien zelfs met recht. Mijn kans kwam met het bericht over de plannen van het kabinet om de euthanasiewetgeving te verruimen ten behoeve van mensen met een zogenaamd “voltooid leven”. Ik zag het op het journaal, terwijl ik mijn ronde deed langs mensen van wie ik regelmatig hoor dat ze er eigenlijk schoon genoeg van hebben, van het leven.

Langs het mismoedige hoofd van een vrouw van zevenennegentig heen keek ik in het vreugdeloze gezicht van een man, midden in de tachtig, die de voorgestelde wetswijziging aanprees als precies datgene waar hij al jaren op zat te wachten. Het klonk als een reclametekst, die hij zorgvuldig uit het hoofd had geleerd. Daarna verscheen er een jonge vrouw in beeld, die was gepromoveerd op deze kwestie. “Veel oudere mensen verliezen de verbinding met de anderen en met de maatschappij,” vertelde zij en vervolgens pleitte zij voor een ander antwoord hierop dan een pil-van-Drion. Welk antwoord, dat noemde zij niet, maar ze vond de plannen voor een bredere wettelijke basis voor euthanasie vanuit die optiek “een beetje schraal”.

Nu zie ik niet veel heil in allerlei door de overheid aangestuurde plannen om de gevoelens van eenzaamheid onder ouderen te bestrijden, maar het plan om voor hen een zachte dood als uitweg te faciliteren en daardoor aan te moedigen maakt van mij een overtuigd pessimist. Dat plan legt iets bloot, een afgrond, een gapende leegte, die we met al ons wanhopig produceren en consumeren nooit dicht zullen krijgen. Trouwens, ook niet door onszelf er dan maar in te gooien, oudjes eerst. Het maakt nog iets anders zichtbaar: hoezeer wij het leven zijn gaan zien als iets waarover wij kunnen beschikken. Wacht, er schiet me een dichtregel te binnen, (jarenlang bij me gehouden, als een pil):

hoe in dit uur ons aller hart genas
van hoogmoed om ’t vermeend bezit van ’t leven.

Dit komt uit het gedicht Begrafenis aan de Hardangerfjord van Bert Bakker.

Genezend lezen. Dat zou ook buiten de kerk moeten kunnen, lijkt me. Daadwerkelijk met onze ouderen leven helpt wellicht ook. Daar word je af en toe even mismoedig van als zijzelf, maar even vaak wonderbaarlijk optimistisch. Zo was ik laatst bij een bewust demente dame van in de negentig. Hoogopgeleid, dus een goed gesprek was nog mogelijk, maar haar geheugen was vrijwel geheel verdwenen. Omdat ik zag dat zij er op de een of andere manier mee wist te leven, durfde ik haar – met de nodige omzichtigheid – de volgende vraag te stellen: “Je hoort mensen wel eens zeggen dat zij liever dood zijn dan dat ze de kans lopen dement te worden. Wat vind u daarvan?” Ze lachte: “Onzin! De andere mensen vinden het een beetje raar als je dement bent, maar zolang je je daar niks van aantrekt, gaat alles goed.” De volgende dag hielp ik haar onder de douche. Dolle pret, voor ons allebei. “Wat hebben we heerlijk gespeeld, hè?” zei ze, toen ik haar hielp met aankleden.

Dit was natuurlijk heel brutaal van mij. Aan de andere kant: mijn ouderen confronteren mij ook regelmatig en tamelijk ongegeneerd met hun negatieve gevoelens over het laatste stukje leven. Wat mij opvalt, als ik rustig luister en hen de ruimte laat zich te uiten, is dat er altijd een moment komt, waarop zij mij verzekeren, dat er geen haar op hun hoofd is die erover denkt naar de Levenseindekliniek te stappen. Daarvan verwachten zij geen genezing.

 

Advertenties

Read Full Post »

Niet doen

06102016

*

Doen verlangt sterkere argumenten dan laten.

Dr.F.J.Meijman

Dit motto was een van de stellingen bij het proefschrift van mijn vroegere huisarts Frans Meijman. Ik denk dat hij het meende, want toen ik op een avond kwam met de boodschap dat wij onze kinderen liever niet het hele destijds gangbare aanbod aan inentingen wilden laten ondergaan, nam hij rustig de tijd en probeerde hij mij te helpen bij het maken van een verantwoorde en goed beargumenteerde keuze. Op het consultatiebureau ging dat anders. Daar lag de bewijslast als vanzelfsprekend bij degene die niet mee wilde doen aan elk door de overheid gesubsidieerd vaccinatieprogramma: “Heeft u daar grondige redenen voor?”

Dat was twintig jaar geleden of meer. Sindsdien loopt in het domein van de zorg de druk om mee te doen zachtjes maar onverbiddelijk op. Dat bleek de afgelopen weken, toen de Tweede Kamer een wetsvoorstel aannam, waarin geregeld wordt dat het afstaan van je organen na overlijden een vanzelfsprekendheid is en dat degene die zulks niet wil doen verplicht wordt dat zelf te gaan regelen. Uit het geroezemoes in de kranten achteraf kon men goed aflezen hoe daarmee de bewijslast verschuift. Voor je het weet heb je de dood van een ander op je geweten, of in ieder geval zelf geen recht meer op zorg.

Wat te denken van zorgverzekeraars, die gratis algehele check-ups aanbieden? Of van mijn werkgever, die alle vrouwelijke medewerkers tussen de 40 en 60 jaar – we nemen de overgang ruim – een brief stuurde met het aanbod gratis deel te nemen aan een vitality challenge? Kon je gemakkelijk thuis doen en je hoefde alleen maar een pc, laptop, tablet of smartphone te hebben. En een Facebook-account. Ik huiver, wanneer ik denk aan wat die beide instanties kunnen gaan doen met de data die ik hen daarbij ongemerkt toeschuif. Dat ga ik dus mooi niet doen! Mijn privéleven is van mij en van mij alleen.

Maar wacht even: hoe onschuldig ben ik nog als ik dit soort aanbiedingen negeer? In de digitale wereld staat hoe dan ook een hele reeks vragen met twee hokjes achter mijn naam. Als ik het hokje ja niet aanvink, vinkt het systeem automatisch nee aan. Ik huiver alweer, maar nu voor de consequenties van mijn pogingen baas-overheid-woningcorporatie-zorgverzekeraar-energieleverancier etc. uit mijn privésfeer te weren. In mijn dromen zie ik mezelf al uit een hemelhoge beslisboom tuimelen. (Boem boem boem baf!) Hoelang zal het duren voor ik op het matje geroepen word? En heb ik dan voldoende sterke argumenten voor mijn laten? Al huiverend blijf ik dat niettemin doen, want:

Ik wil niet dat mijn werkgever en mijn zorgverzekeraar mijn gedrag in mijn privédomein gaan surveilleren.

Ik wil niet met een black box, waarvan ik niet weet wat hij allemaal over mij en mijn cliënten registreert de wijk ingaan.

Ik wil de intieme observaties over mijn cliënten niet klakkeloos in digitale databanken dumpen.

Ik wil de tijd van mijn cliënten en mijn eigen tijd niet opofferen aan de registratiewoede, die als een zwam op het domein van de zorg woekert.

Er is nog zoveel wat ik niet wil doen.

Read Full Post »

Moral bypassing

24092016a

Boerkini – barekini – bikini – monokini – nokini. Wat moest ik in hemelsnaam aan, deze vakantie? Gelukkig hoefde ik mijn vakantie niet aan de Côte d’Azur door te brengen en waar ik ga zwemmen maken de meerkoeten en de reigers zich niet druk om badmode. Toch zette die heisa over het boerkiniverbod me wel aan het denken. Een van de gedachten die ik dacht zag in dit verschijnsel een analogie met een ander fenomeen, dat ongeveer tegelijkertijd mijn aandacht trok: spiritual bypassing.

Mijn dochter die aan yoga doet kwam met die term, maar toen ik begreep wat het inhield, bedacht ik me dat ik hierover al eerder gehoord had van een rabbijn, die mij wijzer heeft gemaakt over joodse spiritualiteit. Op het internet wordt het in verband gebracht met consumentisme. Van daaruit zou een verlangen naar onmiddellijke bevrediging haar weg gevonden hebben naar de spirituele praktijken van de moderne, westerse mens. Nu denk ik dat dat niet klopt: waarschuwingen tegen de neiging om de gewone dingen des levens over te slaan en jezelf – liefst eens en voor altijd – te verliezen in het beleven van extase vind je al bij mystici als Johannes van Ruusbroec en Meister Eckhart.

De betrouwbaarheid van een geestelijk leidsman of -vrouw kun je aflezen aan zijn of haar aandacht voor het gewone leven. “Zonder meel geen Thora, zonder Thora geen meel.” Als je spiritualiteit nastreeft zonder eerst voor je lijf, je ziel en je samenleving te zorgen, beland je vroeg of laat in een spiritueel luchtkasteel. Keer het om en je ligt in een valkuil. Die kuil graven we ongemerkt in ons enthousiasme voor het Hogere. Geestelijke competitiviteit en een verlangen “er te zijn” doen daar nog een schepje bovenop, of diepen daar nog een schepje onderuit.

Met deze bril op keek ik tijdens mijn vakantie naar het boerkiniverbod en begon ik mij af te vragen of dat misschien meer was dan een stupide politieke manoeuvre. Of er misschien iets aan ten grondslag ligt, dat je moral bypassing zou kunnen noemen. Zodra we de normen en waarden waaraan wij westerlingen ons optrekken zien als de hoogste vorm van moraliteit, opent zich voor onze voeten een valkuil. Begrijp me niet verkeerd, ik wil hier geen lans breken voor een oeverloos cultuurrelativisme. Het is in mijn ogen een goede zaak om er heilige dingen op na te houden, alleen is heilig niet hetzelfde als absoluut. Vrijheid is een hoog goed, misschien wel het hoogste, maar hoe laag kan het vallen als je meent het af te moeten dwingen?

Misschien helpt het, zeker als we menen dat onze waarden op een hoger plan staan dan die van de “vreemdeling die in onze steden woont”, om te beseffen dat wij er niet mee uit de lucht zijn komen vallen. Dat wij wellicht wel een beetje zweven, omdat wij ons niet meer verbonden voelen met de tradities waaruit wijzelf voortkomen. Die waren namelijk helemaal niet zoveel anders dan die van de dames in boerkini en dat is bovendien helemaal niet zo lang geleden. Er moet toch wel een andere manier zijn om ons daartoe te verhouden dan anderen als achterlijk te zien?

 

24092016b

Read Full Post »

10092016

 

Depersonalisatie

Het schijnt verleden week te Amersfoort.
Een middag voor een ander; van opzij.
De zakenlui. Gewinkel zonder mij.
Het zet zich binnen stadsgezichten voort.

Een bakkersjongen in de Koppelpoort.
Iets aan de hand, is hij van de partij
en brengt een tweede bakkersjongen voort,
het fietsje echter in de kiem gesmoord.
Zo zal het zijn als ik hier niet meer rij.
Belichtingstijd. De klik wordt nooit gehoord.

Woorden buiten het mondeling op ruiten.
Mijn naam en ik gescheiden van elkaar.
Er zit al speling tussen hier en nu.

Agenten wenken dat ik moet besluiten.
Vrachtwagens met inboedel ronken zwaar.
Ik stuur u nog vanavond het reçu.

Gerrit Achterberg

 

Ergens in de afgelopen week diepte mijn rare associatieve brein dit gedicht weer eens op uit de kelders van mijn geheugen. Meestal ben ik daar niet zo blij mee. De vage, voorzichtige, voor anderen onzichtbare angst die het ademt, zijn me zo vaak en zo lang zó vertrouwd geweest, dat ik het bijna niet kan lezen zonder zelf weer op zo’n kruispunt te staan. Maar ja, dan zou ik niets meer kunnen lezen, want zodra ik lees, ontstaat er in mijn altijd bezige gedachten intertekstualiteit. Geen ontkomen aan, of ik moet mezelf kwijt zien te raken.

Wat las ik deze week? Een tekst over privacy in een zich steeds verder digitaliserende wereld. Daarbinnen stuitte ik op het begrip social physics, een piepjonge wetenschap die – meer nog dan de psychologie en de sociologie al jaren doen – de menselijke interactie benadert zoals de natuurkunde de fysieke werkelijkheid. Dankzij de recente ontwikkelingen op het gebied van data-analyse ligt deze overtreffende trap van mensenkennis binnen ons bereik, zo lijkt het. Ons gedrag is net zo wetmatig als de wet van Buys Ballot en zodra we over iemand voldoende data hebben verzameld, is hij net zo voorspelbaar als het weer.

Daar hebben we nog eens wat aan! De wikipedia pagina over Alex Pentland roept heel enthousiast, dat het “helps people better understand the ‘physics’ of their social environment, and helps individuals, companies and communities to reinvent themselves to be safer, more productive, and more creative.” Ja ja, zo verkoop je een pastoor een tweepersoons bed. En dan zul je zien: het ligt nog lekker ook, want – zo werd mij duidelijk uit wat ik las – zodra je die kennis gaat toepassen, werkt het als een selffulfilling prophecy. Het menselijk aanpassingsvermogen is groot, dus hoe klein is de kans dat we ons gaandeweg laten reduceren tot de laag van bestaan waarin wij inderdaad sociale natuurkunde zijn?

The best minds of my generation are thinking about how to make people click ads. That sucks.

Jeffrey Hammerbacher

Terwijl mijn brein me naar de boekenkast hier achter mij wil hebben om Allen Ginsberg te herlezen, blijf ik braaf zitten schrijven. “Die jongen heeft een punt,” denk ik. Dit is allemaal treurig en gevaarlijk bovendien. Sleepten die knappe koppen zich nog maar “through the negro streets at dawn looking for an angry fix, (…)” Maar dat is niet veilig, niet productief en in de meeste gevallen ook niet bijster creatief. Kunnen ze niet iets anders gaan doen? There must be more to life. In ieder geval behelst het menselijk leven meer dan de natuurkunde van onze omgang met elkaar en de werkelijkheid.

Nu zit dat “meer” hem volgens mij precies in wat het lyrisch ik van bovenstaand gedicht ontbeert: zijn persoon. Zonder die spelen wij in de wereld geen enkele rol van betekenis. Dat mag dan misschien veilig en productief zijn, maar creatief? We zijn vaak geneigd te denken dat een “persoon” een soort kern is, die vast ligt en die we dan ook door middel van sociale natuurkunde in kaart zouden kunnen brengen. Dat komt doordat we de oorspronkelijke betekenis van het woord aan het vergeten zijn. Het Latijnse woord persona gaat terug op het Etruskische phersu, dat masker betekent. Een masker was ooit van groot belang in het toneel, want daardoor kon je met een paar acteurs vele rollen spelen. Aan een geestelijk gezond mens is de persoon het meest creatieve, minst wetmatige dat er is.

Dat neem je een mens niet af. Of toch? We geven het en masse uit handen. Aan de achterkant van ons online leven, die zich aan onze waarneming onttrekt, hebben wij geen enkele agency. Daar staan we ieder voor zich en met ons allen op kruispunten waar we niets meer van snappen. Als ik dromerig ben, voorspel ik dat die hele data-hype een bubble zal blijken en dat we op zeker moment vanzelf minder zullen gaan clicken. Weer praten, spelen, zingen, zwemmen, dansen, lachen, bidden, fluisteren, luisteren. En nooit meer het vermogen verliezen om iemand te zijn. Als ik optimistisch ben, hoop ik dat de “best minds of my generation” (liever nog die van mijn kinderen) een manier vinden om weer zelf zeggenschap te krijgen over wie we zijn in ons online leven.

Read Full Post »

Zelf kersen plukken

28082016

 

Mijn eer-eer-eer-eervorige leidinggevende zei me, ongeveer vijf jaar geleden, al: “Ach, ik werk nu zo lang in de zorg, dat ik het al wel drie keer voorbij heb zien komen: fuseren, centraliseren en dan de-centraliseren.” Opgewarmde soep, dus. Nu maar hopen dat we ‘m deze keer niet al te heet hoeven te eten. De damp slaat er nog aardig van af, als ik de mails van onze kersverse directeur lees. Onze huidige manager zegt, heel geruststellend: “Tja, zelf weet ik ook niet of ik straks deze functie nog heb.” De zorg wordt complexer, heet het, dus onze teams moeten kleiner en wij moeten ieder voor zich meer verantwoordelijkheid nemen. Ter bevordering van deze cultuuromslag zijn de teamondersteuners en de centrale bereikbaarheidsdienst alvast afgeschaft.

Net als de politiek lijkt ook onze bedrijfstop te denken dat in de zorg alles beter zal gaan als je het de mensen zelf laat doen. Ongelukkigerwijs hebben die beiden een lichtend voorbeeld, waarmee nogal eens gezwaaid wordt: de buurtzorg. Kleine teams, die middenin de wijk dicht bij de cliënt staan, organiseren helemaal zelfstandig de zorg, zonder al die dure kantoren en directeuren. Wat heeft dat fenomeen een goeie pers gehad, de laatste jaren! Daarbij is één ding stelselmatig onderbelicht gebleven: men deed al die tijd aan cherry-picking. Care zonder cure werd aan de andere zorgaanbieders overgelaten. Inmiddels wordt de hele voormalige AWBZ-zorg op die leest geschoeid.

Ouderdom is geen ziekte en dus hebben de zorgverzekeraars eigenlijk geen boodschap aan de broze oude dame die drie keer per week “bevend en vaak hakend in de mat” onder de douche geholpen moet worden. Ook de politiek lijkt te denken dat dat meer iets is voor de mantelzorg, of anders voor de gemeenten. Liefst moet ze het zelf blijven doen, totdat ze struikelt en een heup breekt. Dan past ze wel weer in het andere verdienmodel.

Zelf, bij het woord alleen al kruipen mijn nekharen overeind. Vanaf nu zijn wij als zelf zorg organiserend team “steeds meer” zelf verantwoordelijk. Voor het maken van de roosters, voor het opvullen van gaten in de personeelsbezetting, voor een gezonde bedrijfsvoering, voor de besteding van ons budget. Alleen ligt bij dat laatste wel één ding vast: het voortwoekeren van de digitalisering gaat onverminderd door. Koste wat het kost, want elders wordt er goed verdiend aan de angst straks niet mee te kunnen in de vaart der volkeren. Het is allemaal heel erg nodig, dat wel, want zorg nieuwe stijl vereist veel communicatie, via de mail en via andere databanken.

Word ik hier kregelig van? Ja, dat heeft u goed gezien! En dat niet alleen vanwege de privacy van onze cliënten, die ik vaak onvoldoende gewaarborgd zie binnen al die digitale overdracht. Het is ook de vanzelfsprekendheid waarmee voor al dat communiceren nooit expliciet tijd/budget beschikbaar wordt gesteld, zodat ik zie gebeuren dat mijn collega’s – en, godbetert, ikzelf! – in onze vrije tijd de modderstroom van onze werkmail gaan bijhouden. Maar misschien nog het meest dat onbegrijpelijke overboord gooien van een overzichtelijke, stabiele arbeidsverdeling. Daardoor worden wij – in mijn beleving althans – straks allemaal kleine bedrijfjes, waar drie mensen werken: Iemand, Iedereen en Niemand. Kent u ‘m nog? “Iedereen dacht dat Iemand het wel op zou knappen, maar toen bleek dat Niemand het had gedaan.”

Misschien kan ik maar beter zelf kersen leren plukken.

Read Full Post »

Vinkjes

09072016

Het was een woelige week in de zorg, zowel in de media als op mijn eigen werkplek. Hoewel ik zelf niet in een verpleeghuis werk, kon ik me moeiteloos invoelen in de verontwaardiging onder verzorgenden na de publicatie van een ‘zwarte lijst’ met verpleeghuizen door minister van Rijn. Graag zou ik op dit mijn schrijfplekje een zegje gezegd hebben naar aanleiding van de commotie die hierdoor is veroorzaakt. Maar ach, was binnen twee dagen niet reeds alles gezegd, en beter dan ik dat had gekund? Een paar uitspraken die me troffen:

. . . eerst wordt de hele ouderenzorg kapot bezuinigd en vervolgens krijgen wij zorgverleners er de schuld van en zouden wij ons werk niet goed doen… hoe frustrerend is het om elke dag te proberen om de zorg goed te laten verlopen, je bewoners een goed gevoel te willen geven, maar continu in de knoop komt te zetten met werkdruk, extra taken, extra papierwerk en ga zo maar door.

(een verzorgende aan het woord op de site van het vakblad Nursing)

Is de zorg hier slecht? Nee, we zetten niet genoeg vinkjes

(kop in NRC van donderdag 7 juni 2016)

Woorden als ‘registratiedrift‘ en ‘registratiedruk‘ zijn al jaren een vast bestanddeel in de noodkreten van zorgverleners over het beleid van overheid, verzekeraars en werkgevers in de zorg. De roep om voldoende mensen op de werkvloer en een beetje vertrouwen in plaats van nog meer regels en controle op de naleving daarvan klinkt steeds luider. Is men doof, daarboven bij de topsalarissen? Nog maar eens een citaat (meer dan twee jaar oud en eerder door mij geciteerd:

Deze registratiewoede is niet ontstaan omdat we inzagen dat patiënten ernstig tekort kwamen op het gebied van medicijnen en ingrepen. Inspecteurs, politici, zorgverzekeraars, bestuurders, managers, beleidsmakers, consultants, routeplanners, wethouders, raadsleden en computerfreaks hebben over de afgelopen twintig jaar een web rond ons werk gespannen dat almaar dichter wordt en waardoor we ons steeds moeizamer kunnen bewegen. Het gaat om mensen die nog geen gezondheidsprobleem in de gaten zouden hebben al zou het in de vorm van een nijlpaard op hun gezicht plaatsnemen.

(Bert Keijzer in Trouw)

Ondertussen had ik mijn handen vol aan mijn eigen werk en meer nog aan de emotionele impact die dat op mij had. Dat ik een overleden cliënt te begraven had reken ik er niet eens bij, dat is vrijetijdsbesteding. Nee, ik heb het over een voor mij persoonlijk – en voor heel ons team – buitengewoon belastende situatie, die bijna twee weken heeft geduurd. Het begon allemaal toen ik op een zondag een bejaarde dame hielp bij het douchen en aankleden. Alles verliep volgens plan, tot mevrouw op blote voeten (“droog m’n tenen maar even na als ik in de kamer zit”) voor mij uit de gang in liep, waar het zeil een beetje nat was geworden. Zij gleed uit en kwam op haar rug terecht. Een familielid en ik hielpen haar meteen overeind en in haar stoel. Op een enkel ‘haematoom‘ en een lichte ‘skin tear‘ op de linker arm na leek zij geen letsel te hebben en zij reageerde ook verder betrekkelijk laconiek op het gebeurde. Toch leek het me raadzaam om een van onze wijkverpleegkundigen te vragen in de middag nog even langs te gaan en te zien hoe de arm zich hield. Ook mijn collega zag niets verontrustends.

Toch bleek mevrouw de volgende dag een gebroken pols te hebben en twee dagen later kwam zij naar ons kantoor om zich over ons – en met name over mij – te beklagen. Het verhaal waarmee zij kwam was dermate onwaarschijnlijk, dat mijn collega de huisarts inschakelde en verder onderzoek instelde, zowel naar de mentale gezondheid van mevrouw als naar het ongeluk dat aan het begin van deze conflictsituatie had gestaan. Lopende dat onderzoek ging mevrouw door met beschuldigingen aan mijn adres, nu tegenover elke collega verzorgende die haar kwam helpen. Machteloos toezien was mijn enige optie. De verhalen werden met de dag grotesker, en al wist ik nog zo zeker dat mij werkelijk niets te verwijten was, toch ervoer ik de hele situatie als beschadigend. Ook op niets gebaseerde aantijgingen richten schade aan.

Uiteindelijk heb ik er bij mijn collega en onze manager op aangedrongen dat zij mij in bescherming zouden nemen tegen deze corrosieve stroom van negatieve uitlatingen over mij binnen ons team. Terwijl men juist alles in het werk stelde om mevrouw bij een andere zorgaanbieder onder te brengen, escaleerde haar toestand binnen één middag zozeer dat opname vereist was. Rust in de tent. Ruimte voor reflectie, of eerst maar verbijstering, want geen van ons heeft eerder zoiets meegemaakt. En dan maar weer gewoon verder met ons werk.

“Och, jee,” schrik ik bij mezelf, “in al die commotie heb ik nog niet eens een MIC-formulier ingevuld!”

Read Full Post »

Het Systeem

07062016

Terwijl ik op mijn beeldscherm toekijk hoe het in een paar hoeken van de krant rommelt over de gebrekkige communicatie tussen digitale systemen van artsen, ziekenhuizen en apothekers, probeer ik iemand van mijn ziekenhuis aan de lijn te krijgen. Ik heb een herhaalreceptje nodig, dat is alles, maar het lukte me niet om dat online voor elkaar te krijgen. Telkens dezelfde automatisch gegenereerde e-mail in mijn digitale postbus en niks in de echte. Nadat mij ongeveer tien (door mijzelf bekostigde) belminuten lang hkeer op keer volautomatisch is verteld dat ik voor informatie over bereikbaarheid en parkeermogelijkheden terecht kan op weeweeweepunt-nógeenmondvol-puntennèl, krijg ik een vriendelijke dame met alleen een voornaam aan de lijn.

 

“(. . . .) waarmee kan ik u helpen?”

 

“Ha,” roep ik opgelucht, “ik hoop dat u mij aan een herhaalrecept voor XXX kunt helpen, want via de mail is me dat niet gelukt.”

 

“Ja, dat zou kunnen. We hebben de laatste tijd namelijk moeilijkheden met Het Systeem gehad. En straks wordt het weer allemaal anders. . . .”

 

“Aha.”

 

“Ik zal even in Het Systeem kijken, waar uw mail gebleven is.”

 

“Nou, dat hoeft niet, hoor!” gooi ik er gauw tussendoor.  “Ik wil alleen maar een herhaalreceptje.”

 

“Ja, maar daarvoor moet ik toch in Het Systeem.”

 

“Hmm.”

 

“Ah, hier heb ik ‘m al. Verzonden op 25 mei, verzoek om een herhaalrecept XXX, 1 maal daags 2 milligram. Tja, op de een of ander manier is die mail wel in Ons Systeem terechtgekomen, maar niet automatisch naar de dokter doorgestuurd.”

 

“Tjonge, ik ben maar blij dat er toch nog ergens een mens zit om mij te helpen. Stel je voor dat er alleen nog maar systemen waren.”

 

“Ja, het is soms lastig, maar we kunnen nu eenmaal niet zonder.”

 

“Ach, ik weet niet of het in de zorg zoveel slechter ging, toen die systemen er nog niet waren.”

 

“Hmmmm, het was in ieder geval anders . . . .” sust de jonge stem aan de andere kant van de lijn.

 

Terwijl ik haar toetsenbord hoor ratelen en haar muis hoor klikken, bedenk ik me dat het niet zoveel zin heeft om de nieuwe generatie eraan te herinneren dat we ooit heel goed zonder Systemen hebben gekund en misschien nog wel zouden kunnen. We kunnen er niet meer omheen, bedoelde zij misschien. We komen er niet meer van af, vrees ik vooral.

 

Read Full Post »

« Newer Posts - Older Posts »