Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘filosofie’ Category

Geregelde vrijheid

05112016

“Ah, da is das tahlenwunder wehr!” roept de mevrouw vanuit haar fauteuil bij de televisie, wanneer ik binnenkom. Meteen zet zij het geluid zachter, dan kunnen wij tenminste praten. Terwijl ik haar “nachtklaar maak”, praten we beiden snel en druk over van alles en nog wat, Duits en Nederlands door elkaar. Zij is historica en geïnteresseerd in politiek en literatuur, ik breng mijn passie voor taal en poëzie in. We vinden elkaar het gemakkelijkst in een gedeelde liefde voor citaten. Haar favoriet: “Das Gesetz nur kann uns Freiheit geben.” Van Goethe.

Een vriendin van mij, die van dezelfde generatie is als mijn mevrouw, gruwt van een dergelijke uitspraak. Zij is erg op haar autonomie en haar onafhankelijkheid gesteld. Met haar zat ik onlangs in mijn soeka en zo nu en dan probeerde ik haar iets uit te leggen over de regels en rituelen, het ritme van feesten en vaste liturgische handelingen, die zo kenmerkend zijn voor het Jodendom. Telkens weer verbaasde zij zich erover dat ik die dingen niet als opgelegd bleek te ervaren. Het zou niets voor haar zijn.

Afgelopen week zat ik aan tafel met mijn rabbijn. We hadden het over seks voor het huwelijk. Metaforische seks: ik ben weliswaar verloofd, maar nog niet getrouwd met het Jodendom. In die zin is er veel dat pleit voor seks voor het huwelijk, maar evenveel dat je kan doen besluiten met sommige handelingen nog even te wachten. De minhagiem (gewoonten) helpen daarbij: het is goed dat ook de meest progressieve joodse gemeente haar best doet inclusief te zijn, zonder de exclusiviteit van het Jodendom te laten varen. Juist het feit dat we een volk zijn, met wetten en regels, geeft ons vrijheid in ons hoofd. Die ben je kwijt zodra een geloof de verbindende kracht wordt.

Mijn vriendin zoekt gemeenschap in geestverwantschap, ik vind haar in het zingen van dezelfde gebeden en het koesteren van dezelfde verhalen. Wat zich daarbij afspeelt in de hoofden van de mensen met wie ik dat doe, doet er niet toe. Je kunt als jood agnost of zelfs atheïst zijn en toch naar sjoel gaan. Ik ben heel blij met die enorme vrijheid en daarom ook met al die irrationele regels, die deze vrijheid waarborgen. Heerlijke paradox!

In mijn persoonlijke situatie op het werk (waarvan al iets in mijn berichten doorschemerde) lijkt dit principe zich ook voor te doen. Wij zijn in transitie, heet het, wij zijn bezig een zelfregulerend team te worden. Dingen die vijf jaar geleden nog goed geregeld waren, worden overboord gekieperd. De toekomstige kaders en richtlijnen zijn de financiële targets en onze verantwoordelijkheid daarvoor, verder moeten we alles zelf zien te regelen. Geeft dat ons vrijheid? Met het wegvallen van rust, reinheid en regelmaat neemt vooral de onderlinge onrust toe. Laat anderen voor zich spreken, maar ik merk bij mijzelf het volgende: hoe groter die onrust buiten mij, hoe onveiliger en hoe minder beweeglijk ik mij van binnen voel. Ik heb mijn vrijheid liever goed geregeld.

 

Read Full Post »

10092016

 

Depersonalisatie

Het schijnt verleden week te Amersfoort.
Een middag voor een ander; van opzij.
De zakenlui. Gewinkel zonder mij.
Het zet zich binnen stadsgezichten voort.

Een bakkersjongen in de Koppelpoort.
Iets aan de hand, is hij van de partij
en brengt een tweede bakkersjongen voort,
het fietsje echter in de kiem gesmoord.
Zo zal het zijn als ik hier niet meer rij.
Belichtingstijd. De klik wordt nooit gehoord.

Woorden buiten het mondeling op ruiten.
Mijn naam en ik gescheiden van elkaar.
Er zit al speling tussen hier en nu.

Agenten wenken dat ik moet besluiten.
Vrachtwagens met inboedel ronken zwaar.
Ik stuur u nog vanavond het reçu.

Gerrit Achterberg

 

Ergens in de afgelopen week diepte mijn rare associatieve brein dit gedicht weer eens op uit de kelders van mijn geheugen. Meestal ben ik daar niet zo blij mee. De vage, voorzichtige, voor anderen onzichtbare angst die het ademt, zijn me zo vaak en zo lang zó vertrouwd geweest, dat ik het bijna niet kan lezen zonder zelf weer op zo’n kruispunt te staan. Maar ja, dan zou ik niets meer kunnen lezen, want zodra ik lees, ontstaat er in mijn altijd bezige gedachten intertekstualiteit. Geen ontkomen aan, of ik moet mezelf kwijt zien te raken.

Wat las ik deze week? Een tekst over privacy in een zich steeds verder digitaliserende wereld. Daarbinnen stuitte ik op het begrip social physics, een piepjonge wetenschap die – meer nog dan de psychologie en de sociologie al jaren doen – de menselijke interactie benadert zoals de natuurkunde de fysieke werkelijkheid. Dankzij de recente ontwikkelingen op het gebied van data-analyse ligt deze overtreffende trap van mensenkennis binnen ons bereik, zo lijkt het. Ons gedrag is net zo wetmatig als de wet van Buys Ballot en zodra we over iemand voldoende data hebben verzameld, is hij net zo voorspelbaar als het weer.

Daar hebben we nog eens wat aan! De wikipedia pagina over Alex Pentland roept heel enthousiast, dat het “helps people better understand the ‘physics’ of their social environment, and helps individuals, companies and communities to reinvent themselves to be safer, more productive, and more creative.” Ja ja, zo verkoop je een pastoor een tweepersoons bed. En dan zul je zien: het ligt nog lekker ook, want – zo werd mij duidelijk uit wat ik las – zodra je die kennis gaat toepassen, werkt het als een selffulfilling prophecy. Het menselijk aanpassingsvermogen is groot, dus hoe klein is de kans dat we ons gaandeweg laten reduceren tot de laag van bestaan waarin wij inderdaad sociale natuurkunde zijn?

The best minds of my generation are thinking about how to make people click ads. That sucks.

Jeffrey Hammerbacher

Terwijl mijn brein me naar de boekenkast hier achter mij wil hebben om Allen Ginsberg te herlezen, blijf ik braaf zitten schrijven. “Die jongen heeft een punt,” denk ik. Dit is allemaal treurig en gevaarlijk bovendien. Sleepten die knappe koppen zich nog maar “through the negro streets at dawn looking for an angry fix, (…)” Maar dat is niet veilig, niet productief en in de meeste gevallen ook niet bijster creatief. Kunnen ze niet iets anders gaan doen? There must be more to life. In ieder geval behelst het menselijk leven meer dan de natuurkunde van onze omgang met elkaar en de werkelijkheid.

Nu zit dat “meer” hem volgens mij precies in wat het lyrisch ik van bovenstaand gedicht ontbeert: zijn persoon. Zonder die spelen wij in de wereld geen enkele rol van betekenis. Dat mag dan misschien veilig en productief zijn, maar creatief? We zijn vaak geneigd te denken dat een “persoon” een soort kern is, die vast ligt en die we dan ook door middel van sociale natuurkunde in kaart zouden kunnen brengen. Dat komt doordat we de oorspronkelijke betekenis van het woord aan het vergeten zijn. Het Latijnse woord persona gaat terug op het Etruskische phersu, dat masker betekent. Een masker was ooit van groot belang in het toneel, want daardoor kon je met een paar acteurs vele rollen spelen. Aan een geestelijk gezond mens is de persoon het meest creatieve, minst wetmatige dat er is.

Dat neem je een mens niet af. Of toch? We geven het en masse uit handen. Aan de achterkant van ons online leven, die zich aan onze waarneming onttrekt, hebben wij geen enkele agency. Daar staan we ieder voor zich en met ons allen op kruispunten waar we niets meer van snappen. Als ik dromerig ben, voorspel ik dat die hele data-hype een bubble zal blijken en dat we op zeker moment vanzelf minder zullen gaan clicken. Weer praten, spelen, zingen, zwemmen, dansen, lachen, bidden, fluisteren, luisteren. En nooit meer het vermogen verliezen om iemand te zijn. Als ik optimistisch ben, hoop ik dat de “best minds of my generation” (liever nog die van mijn kinderen) een manier vinden om weer zelf zeggenschap te krijgen over wie we zijn in ons online leven.

Read Full Post »

Deus sive Natura

17072016

In Folia van de afgelopen week waren Chinese studenten aan het woord over de vooroordelen die hier in het Westen over hen bestaan. Daardoor herinnerde ik me dat ik nog ergens een krantenknipsel had liggen, waar ik ooit iets mee dacht te doen. Eigenlijk zou ik willen dat mijn lezers het ook lazen, want het is een mooi klein muziekje met diepe ondertonen en vrolijke boventonen. Als het goed is kan dat nog gratis ook, hier.

Samengevat: een paar Chinese wetenschappers hadden in een artikel over “het goede design van de Schepper” gerept en toen waren de evolutiebiologen woedend over hen heen gevallen en moesten tijdschrift en onderzoekers door het stof om de gemoederen weer tot bedaren te brengen. Men gooide het op de taalbarrière, maar ik weet wel beter: niets minder dan een cultuurkloof speelt ons hier parten. Ze hadden eenvoudig ‘in’s Fettnapfchen getappt‘.

“Engels is niet onze moedertaal. (…) Nu hebben we ons gerealiseerd dat we het woord Schepper verkeerd hebben begrepen.”
Ming-Jin wil er alles aan doen om het te herstellen: „We zullen „de Schepper” veranderen in de natuur in het herziene manuscript”, belooft hij.

Find and change, press enter to save. Maar hoe leg je aan een Chinese bio-wetenschapper uit dat je niet zomaar God en de Natuur kunt verwisselen? Moet ik beginnen bij de ban van Spinoza? Weten ze al (of nog) wie Galileo Galileï was? En heeft de boze Ierse evolutiebioloog James McInerney de Gorgias van Plato nog enigszins paraat? Mijn God, hoe vertel ik wat ik hierover zou willen vertellen in ongeveer tweehonderd woorden?

Dank nog maar eens, Omert Schrier, dat je met ons die hele Gorgias hebt uitgespeld. Ik zal nooit meer vergeten dat het ging over ‘dikè*’ en over ‘nomos*’ en ‘phusis*’, en over dat ‘pleonektein*’ volgens de ‘nomos‘ wellicht ‘adikein*’ was, maar dat het volgens de ‘phusis‘ beter was te ‘adikein‘ dan te ‘adikeisthai*’. Kijk, hier wordt voor het eerst gepoogd een begrip van wat rechtvaardig is aan ‘de Natuur‘ te ontlenen. Al snel wordt duidelijk welk rechtsbeginsel in de natuur heerst: als de natuur de één grotere klauwen geeft dan de ander, dan is het dus terecht dat diegene ook meer naar zich toe graait. God kan ons nog meer vertellen.

Misschien is het vergezocht als ik zou suggereren dat dit de reden is die ten grondslag ligt aan de opwinding van de evolutiebiologen. Het sociaal-darwinisme is immers zo dood als een pier? In het populairwetenschappelijk domein kijkt men nog wel graag naar de apenrots, als om bepaald onaangenaam gedrag van ‘alpha-mannetjes‘ onder de mensen te verklaren en misschien zelfs te legitimeren, maar we hebben tegenwoordig toch biologen als Frans de Waal, die ons erop attendeert dat een jonge aap zijn oudtante, die niet meer zo goed de boom in kan komen, even een kontje geeft? We zijn van nature sociale wezens, zeker zo humaan als de andere primaten. Daar hebben we geen God en gebod voor nodig.

Tja, en toch, wij in het Westen hadden ooit een traditie, waarin wij onszelf voorhielden dat wij mensen hoger konden rijken. Sterker, we beriepen ons daarbij op een soort handboek met regels voor het goede leven. En dat was toen nog niet het Zwitserleven, of dat zweven in een auto (met een tank vol Esso) over ongerepte wegen: “Niets mag jouw avontuur in de weg staan.” Dat was een andere droom van het goede leven, waarin het rechtvaardig was om te zorgen dat de zwakkeren niet achterop raakten, gezien als een opdracht van God. Toegegeven, we brachten er misschien niet veel van terecht, maar rechtvaardigheid ontstaat nu eenmaal niet vanzelf, zoals al het andere in de natuur. Ze verdwijnt wel vanzelf, als we de natuur op z’n beloop laten, vrees ik.

De Griekse woorden (ongeveer):

* dikè = recht

* nomos = wet, gewoonten, cultuur

* phusis = wat vanzelf groeit, natuur

* pleonektein = jezelf meer toeëigenen dan een ander

* adikein = je onrechtvaardig gedragen

* adikeisthai = onrecht lijden

Read Full Post »

Wezenlijk

31082015a

 

Filosofisch gezien is er weinig wezenlijks aan deze wereld. Daarvoor moeten we bij het Zijn zijn. Maar daar aangeland houdt mijn belangstelling voor filosofie op. Alles wat ik met een hoofdletter zou willen schrijven, behoort voor mij tot het domein van het hart en daar kan mijn hoofd niet bij. Filosofisch gezien zit ik liever bij Aristoteles in de klas dan bij Plato. Zijn wijsheid heeft iets praktisch over zich. De wereld proberen te begrijpen, zonder de pretentie daarbij de Waarheid op het spoor te komen. Maar met oog voor wat wezenlijk is met een kleine letter.

Via de school van mijn kinderen is me op poëtische wijze iets van het wereldbeeld van Aristoteles in het hart geprent. Zonder te pretenderen dat dit Het nu Is, weet ik heel zeker dat het hier iets wezenlijks betreft. Met kleine letter. Wezenlijk, omdat het zich niet – zoals nogal wat filosofietjes – van het Leven (toch maar een hoofdletter . . .) heeft los gezongen, maar erin geworteld blijft. Kom, laat ik even copy-pasten uit een eerder blog, waar je het hele gedicht kunt lezen:

Ik zie rond in de wereld,
waarin de zon haar licht zendt,
waarin de sterren fonkelen,
waarin de stenen rusten,
de planten levend groeien,
de dieren voelend leven,
waarin de mens bezield
de geest een woning geeft;

Met deze blik op de wereld zie ik in het rond, lees ik de krant, luister ik naar wat mensen me graag willen vertellen, en verwonder ik mij over hoe ver heel veel mensen van dit levensgevoel vervreemd lijken te zijn. Heel sterk was dat in de tijd dat ik me onder academische feministen bevond, die heel postmodern alles wat los en vast zat deconstrueerden. Niet altijd aan mij besteed. Ook te midden van de queers merkte ik wel dat al dat ‘entgrenzen‘ tot in ‘fluïde identiteiten‘, nou ja, ‘niet zo mijn ding‘ was.

Maar het sterkst voel ik wat vervreemding is, wanneer ik rond kijk in de wereld van de slimme technologie, van ‘artificial intelligence‘ en ‘transhumanism‘. Bijna verbijsterend, dat dit zich allemaal voltrekt in die rustige, bezielde wereld van mij. Het vervagen of zelfs teniet doen van grenzen die ik als heel wezenlijk ervaar, gebeurt daar met de grootst mogelijke vanzelfsprekendheid. Zoals Maxim Februari in een stuk in De Standaard met een zekere luchtigheid constateert:

Nu tegelijk met de mensen ook de dingen massaal online zijn, komt onze hele omgeving tot leven als was het een sprookje van Andersen. De stoplichten, de medicijnen, de robots, de boodschappenbriefjes: de dingen leven onder ons, lezen, beïnvloeden en veranderen ons. De omgeving raakt bezield, de mens wordt ding onder de dingen. We vloeien samen met de handelende omgeving.

Ja ja, “de omgeving raakt bezield”. Ik vermoed dat dit niet al te letterlijk, laat staan ‘wezenlijk‘ bedoeld is, maar bij mensen als Matthijs Pontier en zijn Moral Coppélia ben ik daar een stuk minder zeker van. Hoe kunnen intelligente mensen zich zo van de wijs laten brengen, vraag ik mij dan vol verbazing af? Hoe kan iemand serieus denken dat er van een moreel gevoel of zelfs bezieling sprake kan zijn, zonder dat het subject in kwestie is opgebouwd uit de lagen die het bovenstaande gedichtje impliceert?

Ach, ik weet wel hoe het kan! Het menselijk waarnemingsapparaat is niet goed toegerust voor het uit elkaar houden van schijn en wezen. Kijk nog maar eens naar het plaatje hierboven en ga bij jezelf na wat je ziet en wat het met je doet. Ons denken komt er ook al niet uit als het gaat om Schijn en Wezen. Als we ons tenslotte door die beiden stelselmatig van ons gevoel laten vervreemden, dan blijft er misschien inderdaad weinig wezenlijks over om onszelf van onze dingen te onderscheiden. Klaar om verliefd te worden op een ‘operating system‘, maar dan in het Echt, niet in een film.

Hm, ik kijk wel even verder. En vooral in het rond.

 

31082015b

Read Full Post »

Japie Krekel

23082015

Als er binnenkort een werelderfgoedlijst van de literatuur wordt opgesteld – en is dat niet hoog tijd? – dan heb ik alvast twee boeken om voor te dragen: Schuld en Boete van Dostojevski en De avonturen van Pinokkio van Carlo Collodi. Waarom? Nou, omdat ik vrees dat over niet al te lange tijd het Ministerie van Veiligheid en Justitie alleen nog maar Ministerie van Veiligheid zal heten. En dat het in zijn geheel ge-outsourced gaat worden naar een in China gevestigde multi-national, die is ontstaan uit een fusie van Google, Facebook, Apple en Microsoft. Justice in the cloud. Vooroordeel en laatste oordeel vallen volledig met elkaar samen.

Hoe kom ik op dat bizarre idee? Daar heb je vrienden voor, zou ik kunnen zeggen, of: wie met pek omgaat, wordt ermee besmet. Eén heeft mijn belangstelling gewekt voor rechtsfilosofie, robotica en kunstmatige intelligentie, een ander vertelde me onlangs over een documentaire die zij gezien had over het implanteren van ‘microchips‘ in de hersenen van (potentiële) criminelen. “Maar daarmee ontneem je een mens het recht om een proces door te maken,” was haar onmiddellijke bezwaar. Kom, jongens, schiet op! Misschien kan het nog net in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens worden opgenomen (als die niet al is afgeschaft): het recht om een proces door te maken.

Maar waarvoor zou je dat doen, als je crimineel gedrag ook gewoon kunt voorkomen? Dat hele rechtssysteem is toch hopeloos ouderwets en inefficiënt? Ah, daar draait het leven om. Om efficiency! Vooruit, dan sleep ik nog een boek aan voor de lijst: de Bijbel. Om niet te vergeten dat het menselijk leven ook nog wel eens ergens anders over kan gaan dan over veiligheid, doelmatigheid en winstmaximalisatie. Je kunt niet God dienen en de Mammon, het staat in Lucas 16, vers 13.

Ach, en als het niet een gigantisch complot van gewetenloze ‘corporate identities‘ is, die ons in de hel der zondelozen zal brengen, dan komen we er wel met goede bedoelingen.

“I am programmed to understand humans” is how android C-3PO reassures us in Star Wars Episode II: Attack of the Clones. And that is a very honorable cause for a programmer because currently, we are under attack of computer systems that run our lives autonomously – in pursuit of profit maximization, rationally, ruthlessly. From our understanding of humans, we contributed to the field of Machine Ethics by creating a moral robot that can take perspectives, switching on or off affective, personality, and rational aspects of moral decision making.

Zo prijst Matthijs Pontier zijn Moral Coppélia aan en ik waag het niet te twijfelen aan zijn goede bedoelingen. Of het hout snijdt wat hij beweert en of het allemaal mogelijk en wenselijk is, ook daar durf ik geen oordeel over te vellen. Daar wil ik mijn vriend en vriendin nog wel eens over horen, die redeneren helderder en denken speelser dan ik. Ik moet het van mijn intuïtie en mijn associaties hebben. Die zijn er niet gerust op dat we hiermee op de goede weg zijn. Natuurlijk willen wij liever voorkomen dan genezen, maar als we daar al te consequent in worden, dan kunnen we het menselijk leven misschien maar beter overslaan. Dan zijn we pas echt veilig.

Pontier wil zijn affectief-morele software graag inzetten voor Caredroïds en Sexbots, maar hij denkt ook aan hulpjes voor potentiële criminelen:

As a partner in crime, moral robots may keep potential perpetrators from offence, because they are not only morally just; they are likeable; because they are your friend.

Ha, daar hebben we ‘m: Japie Krekel! Nou, dat een krekel leven in een stuk hout kan brengen, dat wil ik wel geloven. Maar wat een plakje silicium met een scheutje zwakstroom en een handvol algoritmen met het menselijk geweten gaat doen . . . . Nee, geef mij dan toch maar Schuld en Boete.

  • De citaten zijn ontleend aan de publicatie over Moral Coppélia.

 

Read Full Post »

04082015a

Van mijn vader gaat het verhaal dat hij af zou zien van zijn plaats in de hemel, als daar de lofzangen der zaligen door een orgel begeleid zouden worden. Zelf zie ik er om een heel andere reden tegenop. Stel je voor: bij het Laatste Oordeel slaat de weegschaal waarop mijn ziel gewogen wordt door naar de ‘goede’ kant. Met één klein streepje maar, dat lijkt me niet eens onmogelijk. Dan zou ik met mijn dubieuze karakter op een plek belanden waar alles en iedereen Goed is. Ik moet er niet aan denken. Als ooit Alles Eén zal worden, laat het dan alsjeblieft jenseits von Gut und Böse zijn.

Maar eerlijk gezegd denk ik dat God, als puntje bij paaltje komt, het Laatste Oordeel overslaat. De schapen van de bokken scheiden, dat valt al niet mee, want waar laat je de kwenen, maar de Goeden van de Bozen, daar is geen beginnen aan. Bovendien lijkt God mij niet een mens van nullen en énen. Moet hij er dan misschien een algoritme op loslaten? Ach welnee, dat zou allzumenschlich zijn. De oplossing ligt hierin: “When the Lord closes the door, he opens a little window.”

Denk nu niet dat ik gering over God denk, het tegendeel is waar. Ik denk alleen zo nu en dan over ethische kwesties en dan heb je het al gauw over goed en kwaad. Voor mijn gedachten is het daarom slechts een heel klein sprongetje van God’s apocalyps naar een toekomstscenario dat me de afgelopen week uit de krant tegemoet glansde. Een indrukwekkende schare prominente wetenschappers riep de mensheid op om een verbod op ‘killer robots’. Ha fijn, denk ik dan, maar minder wereldvreemde mensen dan ik wijzen er meteen op dat een dergelijk appèl eigenlijk al te laat is. Er wordt aan gewerkt en ze zullen worden gebruikt, zo gaat dat in de wereld.

Maar nu komt het, en daarbij klapperen mijn oren luidkeels: vanuit de menigte klinkt de roep om deze moordmachines dan ook maar in onze moraliteit te betrekken. Er zijn werkelijk mensen – en niet de geringste – die serieus overwegen om “een ethische gids in de software te programmeren”. De idioten! Weten zij dan niet dat ethiek zich verhoudt tot moreel handelen zoals een worst zich verhoudt tot een varken?! En dat worstmachines maar één kant op werken? Elk varken kan worst worden, maar er is nog nooit een worst geweest die het tot varken bracht.

Laat ik het wat netter zeggen: moreel handelen is een levende werking van de menselijke geest en ethische stelsels zijn het product van een reflectie daarop en een poging daar regels uit af te leiden, die zich doorgaans met weinig succes op het werkelijke leven laten toepassen. Net zo is onze taal een organisch, levend fenomeen. Grammatica is een poging om achteraf regels op te stellen volgens welke die taal zich voltrekt, maar niet – een enkele pennenlikker daargelaten – een receptuur voor het produceren van taal. Wie de weinig bemoedigende resultaten van Google Translate kent, houdt zijn hart vast als dezelfde nerds zich aan het inbouwen van moraliteit in robots gaan wagen. “In theory, theory and practice are the same. In practice, they are not.” (quoth Einstein, zegt men.)

Dat een computer kan leren schaken, betekent niet dat hij ook taalvaardig kan worden, laat staan moreel kan handelen. Het schaakspel heeft een gesloten einde: schaakmat. Game over. Het menselijk leven en samenleven heeft – althans dat mag ik hopen – altijd een open einde. Daarom is er geen ethische gids denkbaar, die bij voldoende denkkracht tot juiste morele keuzes leidt. Elke moreel verantwoorde daad heeft een opening naar de toekomst. Het stellen van ethische vragen rondom ons handelen heeft niet als doel tot een juiste beslissing te komen, maar tot een beslissing waarvan we bereid zijn de consequenties te dragen, waar we mee verder kunnen leven. Een laatste oordeel hierover is niet aan ons.

In mijn ogen is het een gevaarlijke illusie dat we levenloze dingen, hoe intelligent ook, als ‘onzer één‘ kunnen zien. Maar kunnen wij de mensen die deze dingen ontwerpen, fabriceren en voor zich laten werken nog verantwoordelijk houden? Is het daarvoor al te laat of staat er ergens nog een raampje open?

04082015b

Read Full Post »

Meer niet

30052015

 

Och, arme Bas, dacht ik, toen ik dit las:

Waar is mijn ziel gebleven? Wie ben ik? Of liever gezegd, wie ben ik nog? Volgens de Duitse filosoof Thomas Metzinger, vanavond te zien in De Volmaakte Mens, is ons idee van onszelf gebaseerd op een illusie. Waar ons bewustzijn ons een ik voorschotelt, een idee van een persoonlijke kern, een ziel kortom, daar zijn slechts neurologische processen aan het werk. Ik mag dan denken dat ik in de kern dezelfde ben als de driejarige Bas, maar dat is een trucje van de hersenen, meer niet. Een harde waarheid, vind ik.

Een harde waarheid? Ach nee, Bas, een heel zachte klont ‘nothingbuttery‘ – dat ik juist jou daar zo in moet zien uitglijden. Je had er met gemak overheen kunnen stappen, desnoods met een zwierig boogje omheen kunnen lopen. Je bewustzijn houdt je niet voor de gek: al hangt het nog zozeer samen met “neurologische processen”, al kan het er met geen mogelijkheid buiten, dan nog is er geen enkele noodzaak om het daartoe te reduceren. Waarom zou je jezelf tekort doen? Bij erotiek komt ongetwijfeld een heleboel biochemie kijken, maar dat is voer voor moleculair-biologen, meer niet. De liefde ligt een stukje verderop.

Voor mij is het vooral een kwestie van verbazing, te moeten zien hoe zoveel mensen met een goed stel hersens zich vrijwillig laten opsluiten in een materialistisch wereldbeeld. Terwijl het voor mij heel vanzelfsprekend quatsch is, humbug, bijziendheid. Je hoeft niet eens een clairvoyant als Rudolf Steiner te zijn om dat te zien. Die heeft ook maar gezien wat Aristoteles al zag: er is wel materie zonder leven, maar niet andersom. Er is wel leven zonder ‘gevoel’, maar niet andersom. En tenslotte is er geen bewustzijn los van die andere andere drie, maar er komt wel meer bij kijken. Meer, ook al zien we het – liever – niet.

We hebben veel gemeen met de materie: als we van de trap af vallen, zijn we net zo gauw beneden als onze koffer. We hebben veel gemeen met de planten: zonder water gaan we dood. Ook op de dieren lijken we, in onze angst en begeerte schreeuwen we het uit, om het hardst. Maar wij kunnen meer: dichten, denken, dromen. Zeker, we kunnen – door de omstandigheden of door onszelf te verzaken – beperkt raken tot deze ‘onderlagen’ van het menselijk bestaan. Maar dan heeft dat toch altijd iets verdrietigs in zich. Net als dat zich blind staren op processen die zich in ons lichaam afspelen op het moment dat wij leven, voelen, denken. Iets verdrietigs, meer niet.

Read Full Post »

Older Posts »