Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2019

 

Kom, laat ik me eens buiten mijn bubble begeven en naar de Dam gaan voor een “vredesmanifestatie”. Een van onze rabbijnen had daartoe opgeroepen. Manifestatie bleek een groot woord voor die paar honderd mensen die uiting wilden geven aan gevoelens van solidariteit met de getroffenen van de terreurdaad in Christchurch, Nieuw-Zeeland. Solidariteit, het blijkt altijd weer een raar goedje te zijn. Op podium en plein hadden zich uiteraard vooral weldenkende mensen verzameld, die “elkaar vasthielden” tegenover de dreiging van “extreem rechts”. Maar daar tussenin stond een heel ander clubje mensen, die ook solidair waren, getuige de wapperende Palestijnse vlaggen.

Op het moment dat opperrabbijn Binyomin Jacobs het woord nam, draaide het groepje activisten hem demonstratief de rug toe en hielden sommigen van hen in het Arabisch gestelde plakkaten omhoog, die waarschijnlijk “kritiek op de staat Israël” behelsden. Hun actie had geen zichtbaar effect op de menigte en de woorden van de sprekers leken hen niet te raken. “Wij laten ons niet tegen elkaar uitspelen,” zei onze burgemeester, Femke Halsema. Mij raakte het wel, om zo’n duidelijke blijk van jodenhaat van zo dichtbij mee te maken.

Wat bezielt deze mensen? Zijn de Palestijnen hier werkelijk bij gebaat? Ik moest onwillekeurig denken aan iets wat een mede-redactielid ooit zei over radicale activisten: “Meestal gaat het vooral om pus. Etter van een of ander oud zeer, dat eruit moet.” Politiek als therapie. Hoe heilzaam is dat?

Wat klinken op zo’n moment de idealen van het Humanistisch Verbond, verwoord door Boris van der Ham, paradijselijk:

 

Vrede begint met het fundamenteel respecteren van de mens.

En niet ‘de mens’ als een soort abstracte soortnaam;

Niet de mens als onderdeel van een groep of stroming;

Nee, gewoon de ene mens, een voor een, iedereen afzonderlijk.

De mens die tegenover je staat. Naast je zit. Om de hoek bij je woont. In je eigen huis, je man, je vrouw, je dochter of zoon.

Vrede komt door ieder het recht toe te kennen als uniek te worden gezien.

Hier staan verschillende vertegenwoordigers van godsdienstige stromingen, en ik als vertegenwoordiger van een niet-godsdienstige levensbeschouwing, het humanisme.

Wij zijn al heel verschillend.

Maar binnen onze verschillende stromingen is het zo mogelijk nog diverser.

Ieder mens heeft een eigen mengelmoes aan kenmerken, ideeën, opvattingen.

Ieder mens heeft standpunten of gedragingen waarin we bewust of onbewust een ander pad kiezen dan onze omgeving, onze ouders, de samenleving, de stroming of de abstracte groep waar je ‘zogenaamd’ toe behoort.

Een mens is geen abstractie, maar is levend, verandert, breekt, bouwt, groeit, valt, is uniek.

Dat is vrijheid, dat is menselijk, dat is vrede.

De enige echte gelijkenis die wij als mensen hebben, is dat we allemaal, stuk voor stuk, ongelijk zijn.

Dat maakt ons mens.

Maar wat is de brug tussen dat ideaal en de werkelijkheid lang en wiebelig.

 

Read Full Post »

 

Bijna dagelijks verwonder ik mij over de laatste cliënt die ik ’s avonds bezoek. Hij woont alleen op een bovenverdieping van een groot, bijna leegstaand huis. Hij ziet niets en kan nauwelijks lopen. Medische kunstgrepen houden zijn lichaam aan de praat en onze zorg houdt de praktische kant van zijn leven op de rails. Onlangs is zijn vrouw hem –  in een dubbele salto mortale: eerst in de geest, door Alzheimer, daarna lichamelijk, door een longontsteking – ontvallen. Toch straalt die man, als ik met hem praat, en vertoont hij een verbazingwekkende levendigheid van geest. Hoe krijgt hij dat voor elkaar? Wat is zijn geheim?

Elke dag weer daagt hij zichzelf uit om, in het pikkedonker, een berg van lichamelijke beperkingen te beklimmen, en daar op een eenzame hoogte te gaan ‘lernen‘, zoals hij het graag noemt. Hij wil nog zo graag “iets achterlaten”, misschien voor zijn kinderen (al boeit zijn queeste hen niet werkelijk), of anders voor die paar vrienden die nog niet dood zijn. En voor mij, want in mij ziet hij een verwante ziel. In den blinde zoekt hij zijn weg door taaie teksten in het Hebreeuws, hem toegesproken door een ijzige vrouwenstem, die de software voor hem genereert. “Ténach,” zegt ze. Hij volgt het spoor van aartsvader Abraham, tot diens moment van sterven, waarbij dezelfde woorden terugkomen die ook geschreven staan bij onze verdrijving uit het paradijs.

Ah, het Paradijs! Oorsprong en bestemming. Middelpunt van al onze omzwervingen. Als het niet bestaat, hoe bestaan wij dan nog? We verlangen ernaar met heel onze ziel en vluchten er uit allemacht van weg.

Zo ook mijn bejaarde bijbelvorser. Het document, dat hij na wil laten, omdat het zal getuigen van het geluk dat hij heeft geput uit zijn inzicht in het “Woord ons gegeven”, dat document zal wel nooit af komen. Zijn zoektocht, hoe rationeel en academisch ook, heeft onmiskenbaar mystieke trekken. Hoe dichter hij bij de kern komt, hoe wijder het vergezicht zich opent. De horizon lokt, of duwt hij haar zelf steeds verder weg?

Als het op ‘lernen‘ aankomt, volg ik zelf liever de omgekeerde richting: ik keer die kern de rug toe en verdiep me naar hartelust in al die aangroeisels en aankoeksels van de rabbijnen en in de lotgevallen van Abrahams zaad, talrijk als het zand der zee. Middelpuntvliedend.

Toch hebben wij iets gemeen. Allebei duwen we met onze leergierigheid het niet-Zijn voor ons uit. Zolang wij nog iets te leren hebben, zal de Dood in de wachtkamer moeten blijven zitten. Maar er is nog iets anders: laatst liet hij zich ontvallen dat het voor hem niet meer zou hoeven, wanneer hij niet meer zou kunnen werken aan zijn bescheiden magnum opus, of het nou af is of niet. In een luie stoel zitten en van een luisterboek genieten? Dat is niet genoeg om voor te leven. Begrijpelijk, met al die ongemakken, maar voor mij, gezond en wel, gaat het ook op.

Op dit moment kijk ik in dezelfde spiegel als die, welke mij tijdens de vakantie van vorige herfst een paar keer werd voorgehouden. Ik kan niet niets-doen. Sorry. Hoe aantrekkelijk de haast mystieke visie van mijn rabbijn op de Sjabbat (“laat alles los, je hoeft niets meer, dit is een dag bestemd voor louter Zijn”) me ook voorkomt, ik stel het meestal graag nog even uit. Het helpt (of niet) dat die praktijk breed gedragen wordt, in liberale kringen in ieder geval. De smartphone, die barometer van ons bestaan, blijft bij nagenoeg iedereen die ik ken branden, of in elk geval op de waakvlam staan. En ik vind altijd wel een excuus om toch een paar uur achter mijn grote beeldscherm door te brengen, al is het maar om te ‘lernen‘. Alleen maar Zijn, het lijkt bijna zo eng als niet-Zijn.

Read Full Post »