Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2019

 

Een van de moeders met wie ik twee decennia geleden vaak een bankje deelde, terwijl we wachtten tot onze kinderen de school uit kwamen, was rechter. Toen ik haar eens vroeg wat haar boeide aan haar werk, zei ze: „Rechtspleging is heel erg een ‘talig’ iets. Daardoor zit  er speling tussen de formulering van een wet en de toepassing ervan. In die ruimte heb ik de gelegenheid om iets goeds te doen.”

[Ik spoel snel een heel eind verder terug.] Op de middelbare school hadden we een docent maatschappijleer, die ooit een theologiestudie was begonnen, maar die niet had afgemaakt. Toen ik hem vroeg naar zijn beweegredenen bij die keuze, zei hij: „Ik kwam er al snel achter dat je aan De Bijbel als morele code niet veel hebt. Het leek wel een stuk elastiek. Iedereen trok eraan, je kon het oneindig oprekken.” Hij was marxist geworden.

[Nu weer fast forward naar de Nashville-drukte van een paar weken geleden.] Daar gaat het immers ook om de interpretatie van een wet? De Wet van de Eeuwige nog wel. In het oververhitte begin lijkt het alleen maar te gaan over een ja of een nee tegen die wet. Fijn, dan hebben we twee kampen. Na een paar weken komt Ewoud Sanders met de hoopgevende constatering dat de Nederlandse ondertekenaars tenminste de moeite hebben genomen hun versie van de verklaring te staven met bijbelteksten. Hij laat meteen zien hoe de elasticiteit van de Wet in Nashville werkt: wees selectief.

Zelf laat hij God, met behulp van wat logica, incest via het scheppingsverhaal goedkeuren. Vond hij de dochters van Lot misschien te schunnig om erbij te halen? Hun verhaal wordt toch zonder enig oordeel verteld. Sterker: via Ruth, de Moabitische overgrootmoeder van Koning David, die zelf ook haar erotisch kapitaal wist in te zetten om de familie van haar schoonmoeder niet te laten uitsterven, komt uiteindelijk Jezus ter wereld. Verder laat hij overtuigend zien hoe “die 46 referenties, zeker als je ze in hun context leest, een ruw beeld geven van seks in bijbelse tijden.” Per saldo blijft er een handjevol “inconsistente bepalingen” over, die “geen waarachtig goddelijk fundament” onder regelgeving voor ons seksleven kunnen leggen.

Afgelopen week kwam ik een aanstekelijke tekst tegen over hoe wij Joden de Wet interpreteren. Om te beginnen is het daarbij van belang te beseffen dat je de tekst van de Tora niet kunt gebruiken los van de ‘mondelinge Tora’, die vervat is in de tradities van het rabbijnse Jodendom, en die vandaag de dag voortleeft, overal waar Joden de Tora interpreteren. Langs die weg blijkt dat de doodstraf, die in de Tora herhaaldelijk door God wordt geëist, weliswaar nooit is afgeschaft, maar binnen het Jodendom ook nooit meer wordt uitgevoerd. Verder kun je de voorschriften (in het Hebreeuws halacha) nooit los zien van de verhalen (hagada en midrasj). Een voorbeeld: God geeft de Israëlieten op de berg Sinaï allerlei regels omtrent de slavernij. Houdt dat in dat God slavernij als instituut goedkeurt? Nee, want uit het verhaal waarin die wetgeving is ingebed, weten we dat God (uiteindelijk) onze vrijheid beoogt.

Een voorbeeld van hoe levend de oude verhalen uit de Tora kunnen zijn, hoorde ik in een korte preek, die een van onze leden onlangs gaf. Hij vertelde het verhaal van Jozef en de vrouw van Potifar na, met nadruk op de zinsnede: “Hoe zou ik dan zo’n grote wandaad kunnen begaan en zo kunnen zondigen tegen God?” Oppervlakkig gezien gaat dit natuurlijk om het verbod op overspel, of om loyaliteit jegens een goede werkgever. Maar voor wie weet dat Jozef in de episode van de “veelvervige rok” in het Hebreeuws een na’ara (=meisje) wordt genoemd, in plaats van een na’ar (=knaap), steekt hier iets heel anders achter. Jozef was homoseksueel, of wellicht transgender, in ieder geval queer genoeg om uit de toon te vallen onder zijn broers. Het siert de kopiïsten van de Tora, dat zij die ‘schrijffout’ 3000 jaar lang hebben gehandhaafd; ook de Masoreten plaatsen slechts een voetnoot: lees na’ar. Als Jozef dus zegt dat hij niet tegen God wil zondigen, dan is dat bijna synoniem aan “tegen zijn geaardheid”. Dat doe je hooguit vanwege het nageslacht, maar niet voor de lol, of iemand anders’ lol.

Ik vraag me af wat de mannenbroeders van zo’n interpretatie zouden vinden. Te elastiekerig? Ik ben bang van wel. De afstand is waarschijnlijk te groot. Maar misschien is er moed te putten uit de constatering van COC-voorzitter Astrid Oostenburg, ook in NRC, dat de relatie tussen kerken en COC door de commotie rond het Reformatorische pamflet is verbeterd. Er is nog veel goed te doen.

 

Advertenties

Read Full Post »

Worstelingen

 

“Daarom kan je je ook maar het best verre houden van die hele bliksemse boel,” zei de hoogleraar in ruste, terwijl hij opstond, nadat ik hem de ogen gedruppeld had. Heel even meende ik, dat ik een felle flits over zijn doorgaans zeer vriendelijke gelaat zag schieten. We hadden het over godsdienstigheid en atheïsme en over de onvrijheid die deze beiden vaak met zich mee brengen. In zijn achterhoofd speelde nog mee dat we ons gesprek waren begonnen bij de commotie, die de afgelopen week in de kolommen van alle kranten had gewoed, naar aanleiding van de ondertekening van de zogeheten Nasville-verklaring door een aantal Reformatorische predikanten en een enkele politicus. Met name onder de columnisten was er niemand die het er niet over had gehad.

Hoewel ik als godsdienstige lhbt-er langs twee kanten belanghebbende ben in deze kwestie, heb ik liever gewacht tot de storm wat ging liggen, voordat ik hier op mijn bescheiden plekje een bescheiden duit in het zakje ga doen. Wat niet betekent dat ik niet met wijdopen ogen heb gevolgd wat er allemaal geschreven werd. Daarbij viel me op dat de mensen die niet godsdienstig en niet seksueel anders geaard waren vaak juist het hoogste woord hadden. Youp, de man die ooit probeerde het woord “reetridder” salonfähig te maken, liet luide winden als “middeleeuwse Van der Staaijtjes” en “plukje fossielen” en “haatbaardjurken”, en dacht dat hij amicaal kon doen door met termen als “vette pot” en “tochtige vriendinnen” te smijten. Student Tristan Ober verlegde het probleem naar de stilte die op dit belangrijke moment in het anti-islam kamp leek te heersen. De anonieme commentator van NRC kopte: “Gereformeerden passen [sic] terughoudendheid en respect voor lhbtiq+”.

Net als bij de discussie over het verbieden van de rituele slacht, waar het al gauw niet meer om de dieren ging, ging dit gekrakeel grotendeels over de hoofden van de lhbt-ers heen. De Verlichting heeft geen eind aan de godsdiensttwisten gemaakt, maar is zelf een godsdienst geworden. Waar moet een mens naartoe, als hij zich verre wil  houden van “die hele bliksemse boel”? Gelukkig kwam ik één iemand tegen onder de columnisten, die door een samengaan van betrokkenheid en de juiste mate van distantie tot wijze, of in ieder geval voor mij troostrijke woorden kwam:

Hoe je het ook wendt  of keert: seks is een moeilijk onderwerp. Sekse is dat ook. Dat zal wel altijd zo blijven, en gelukkig maar. Alleen is rondom deze twee thema’s tegenwoordig zoveel in beweging dat open gesprek erover geen kwaad kan. Het zou mooi zijn als de verschillende partijen zich daarbij zouden uitspreken over hun eigen worstelingen en ongemak. En laten ze ophouden lhbti-mensen als speelbal te gebruiken om hun eigen morele superioriteit te bewijzen.

Maxim Februari in NRC, 8 januari 2019

Worstelingen kwam ik weliswaar ook tegen in mijn krant, maar helaas alleen die van een reformatorische homo-man en van enkele gereformeerden die wat genuanceerder dachten dan de ondertekenaars van de Nasville-verklaring en hun secularistische evenbeelden. Vooruit, laat ik eens wat over mijn eigen worstelingen vertellen.

In het dorp waar ik ben opgegroeid en dat onder Synodaal Gereformeerden gekscherend “Urk II” werd genoemd, woonden twee homo’s en dat waren twee van mijn broers. Ach, misschien was die morsige oude man, bij wie de keuken vol hing met centerfolds van jonge popmusici het ook wel, maar wist ik veel? Ik had een vaag gevoel dat er ook bij mij iets niet klopte, maar had niet het idee dat “open gesprek erover” mij wat dat betreft verder zou brengen. Toen ik na een half leven van verknochtheid en aanpassing aan een ideaalbeeld van mezelf en hoe ik me het leven voorstelde, het roer eindelijk omgooide, waren mijn twee broers al lang dood. Het dorp was ver weg, maar een zorgvuldig gekoesterde wrok jegens de christelijke theologie waarin ik was gedrenkt, droeg ik nog als een steen op mijn hart. Ook de herinnering aan de pijnlijke ongemakkelijkheid en het gebrek aan “open gesprek” bleef.

Ik vond een herberg in wat de lhbt-gemeenschap wordt genoemd, maar ik moet u bekennen dat ik me ook daar wel eens onbegrepen heb gevoeld: godsdienstigheid en “worstelingen” zijn niet echt bon ton binnen een emancipatiebeweging. Soms zelfs onveilig: de sfeer waarin langs academische weg een lans werd gebroken voor het verlenen van “sexual citizenship” voor pedofielen riep bij mij te pijnlijke herinneringen wakker. Daarom: het onderwerp zal wel moeilijk blijven en dat “open gesprek” ook. Zeker niet alleen binnen orthodox-religieuze bolwerken. Het ergste is altijd en overal de peer pressure onder jongeren, die zich geen raad weten met wat natuur en hormonen voor hen in petto blijken te hebben. Die zijn niet geholpen met stoere theologie, maar ook niet met een al te triomfantelijk libertinisme. Wel met verhalen over “eigen worstelingen”. It gets better, zeggen ze in Amerika, en ze delen verhalen met elkaar.

 

 

 

Read Full Post »