Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2017

Licht

*

op bladzijde 47:

*

 

 

 

Mijn licht

Vertaling: Channa Kistemaker

Ik heb het licht echt niet op straat gevonden.
Bij de erfenis van mijn vader zat het ook al niet.
Echt, uit eigen rots, uit eigen steen,
heb ik het geslagen, gehouwen
uit mijn eigen hart.

Eén vonk gaat schuil in de rots
van mijn hart – één heel klein vonkje,
maar wel helemaal van mij.
Ik heb haar van niemand gebietst of gestolen.
Echt, uit mij komt zij en ze blijft in mij.

Onder de mokerslagen van mijn verdriet
spat mijn hart uit elkaar, die sterke rots.
Op springt de vonk, recht in mijn oog
en van mijn oog – naar mijn vers.

Vandaar glipt zij jullie harten binnen,
en in het ontsteken van jullie vuur verdwijnt zij.
Ik, met mijn merg, mijn bloed,
betaal haar gloed.

Advertenties

Read Full Post »

Axis mundi (mei)

 

De aarde draait om haar as. Er zijn geleerden die beweren dat die as niet voor de volle honderd procent stabiel is. Maar de noordpool zal zich nooit op een soort salontafel in een kamertje vlak naast het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam vestigen. Toch is er een axis, waarom het leven – misschien beter: mijn leven – draait, en dat merk ik doordat ik telkens weer terugkom bij bepaalde thema’s, bij bepalende momenten. Ook als ik dat niet wil, omdat het pijn doet.

Kom, laat ik het eens hebben over een van de pijnlijkste momenten in mijn leven. Daarin zitten vier mensen om die salontafel. Recht tegenover mij zit mijn jongere broer, die na een mislukte zelfmoordpoging is opgenomen in een psychiatrische inrichting. Rechts van mij, links van hem,  zit mijn moeder, zijn moeder. Aan mijn linkerhand een psychiater, die tot taak heeft ons te begeleiden in een eerste (tevens laatste) poging tot familietherapie. Wat lijkt die man, 35 jaar na dato, wonderlijk onaangedaan door de wurgende spanning, die ons drieën met elkaar verbindt!

De volgende dag al was het hele gesprek uit mijn geheugen verdwenen, behalve drie heel korte zinnen, die met gemak de hele ruimte van deze herinnering konden vullen.

Mijn broer zei, zich richtend tot mijn moeder, die hem niet kon zien, zij was immers blind: “Ik haat je.”

Mijn moeder, ik zag hoe haar onderlip trilde (van woede, van verdriet?): “Dat is niet waar. Dat kan ik niet geloven.”

De man zei: “Maar hij zegt het wel.”

Er kwam geen oplossing. Toen niet en nooit niet.

Nooit van mijn leven heb ik mij zozeer een nutteloze toeschouwer gevoeld, zonder te willen weten dat ik dat ook werkelijk was. Waarom in ’s hemelsnaam dacht – of voelde –  ik, dat ik een verantwoordelijkheid had in dit minuscule drama, dat tegelijk zo’n kosmische omvang leek te hebben? Misschien omdat ik van hen allebei hield. En omdat ik hen allebei gehaat heb. Waarschijnlijk zijn er geen twee andere personen op deze wereld geweest, met wier innerlijk leven ik zo ongecontroleerd heb meebewogen als met dat van mijn moeder en deze broer. Het is bijna alsof het me nooit helemaal gelukt is om die twee en mijzelf als van elkaar te onderscheiden personen te beleven. Alsof ik niet met hen verbonden, maar met hen vergroeid was.

Turn, turn, turn.

Er is een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten.

Er is een tijd om te scheuren en een tijd om te herstellen.

Het leven – misschien beter: mijn leven – draait om een as. Dus vooruit maar weer, laten we scheuren, en herstellen. Weer scheuren, en opnieuw herstellen. Zelden is dat moeilijker dan in dit geval, al is het alleen maar omdat ik de enige nog levende speler in het spel ben.

It is a human thing, love,
a holy thing, to love
what death has touched.

Jehuda ha-Levi

Read Full Post »

Ommekeer

 

Wat kan ik erover vertellen? Daar lag ik opeens, met koorts in bed en staarde op doktersbevel naar het plafond en dronk oneindig veel thee met gember en honing. “Het gaat wel weer over voordat je een jongetje wordt,” zouden de oude dames die ik normaal gesproken help met hun verzorging zeggen. Wat kon ik doen? Me realiseren dat machteloosheid niet mijn favoriete pose is? Mijn zonden overdenken?

Vooruit, dat dan maar. Daar was ik in mijn vakantie toch al aan begonnen. De onvrede over mijn werk was eindelijk zo groot geworden, dat ik er verandering in moest gaan brengen. Gelukkig waren de eerste stappen al gezet, dus ik lag daar niet geheel zonder richtinggevoel. Bovendien leefden we in de “ontzagwekkende dagen”, waarin het onze plicht is ons leven eens goed tegen het licht van Het Goede Leven te houden. Ik had al besloten dat ik me dit jaar niet nog eens extra zou bestraffen met schuldbewuste zieleroerselen, maar me op dat licht en de belofte van een goed leven zou richten.

De avonddienst van Rosj HaSjana (het joodse Nieuwjaar) had ik nog meegemaakt en daaruit had ik een welkome waarschuwing van onze rabbijn meegenomen. Zij was zich bewust van het averechtse effect dat al die teksten over “zonde” en “ommekeer” konden hebben op mensen die toevallig vanuit hun jeugd een negatief zelfbeeld met zich mee droegen. “Hen is het idee ingeprent dat ze ‘schuldig’ zijn aan van alles en nog wat, al was het maar omdat ze verantwoordelijk werden gemaakt voor van alles en nog wat en in die verantwoordelijkheid tekort schoten. Hoe kon het ook anders, als kind.” Tat tvam asi.

Een poos lang hield ik een boek omhoog, tussen mijzelf en het plafond. Daarin las ik het levensverhaal van Rabbi Israel Salanter, de grondlegger van de Mussar Beweging, een negentiende-eeuws joods ethisch réveil. Oog in oog met ’s mans eigenzinnige heiligheid en strenge discipline, maar vooral met zijn nadruk op zelfkritiek en het tenietdoen van eigenliefde, voelde ik weer even precies wat mijn rabbijn bedoelde met dat averechtse, verlammende effect. Zou het ook mogelijk zijn om de lat gewoon minder hoog te leggen? Of beter nog, me 180° om te draaien en ‘m heel ergens anders te hangen?

Zat van boek en plafond en van mijn eigen gedachtencirkels, besloot ik het beetje energie dat ik had eens te spenderen aan een kleine zoektocht naar muziek in mijn leven. Er was me namelijk, tijdens diezelfde avonddienst, iets intrigerends opgevallen. Terwijl onze chazzanit het Oenetanè Tokef  (Laat ons spreken over het Ontzagwekkende) voorzong, hoorde ik opeens Leonard Cohen meezingen.

 

 

 

Ja, wie roept hier eigenlijk? Overbekend, en toch altijd weer ontzagwekkend: dat besef van je eigen eindigheid. Door water? Door vuur? Door het zwaard? Door je eigen hand? Wat heb ik weer lopen dromen, lopen dwalen, het afgelopen jaar! Dat moet toch anders kunnen, en – zelfs al weet ik nog niet precies hoe – die gedachte montert me enorm op. Putte mijn rabbijn moed voor het nieuwe jaar uit het engelengeduld van glaskunstenaars Leopold en Rudolph Blaschka, ik haal de benodigde levenslust uit het overal opduiken van het woord “licht” in mijn innerlijk leven.

Zelfs in het negatief doet het zijn werk. YouTube schuift me vakkundig een volgend lied van Leonard Cohen toe: You want it darker. Vlak voor zijn dood uitgekomen, lijkt het haast alsof hijzelf het mij van gene zijde aanreikt.

 

 

Wat is dit eigenlijk? “You want it darker, we kill the flame.” Binnenste buiten gekeerd mystiek verlangen? Zelfhaat? Rebellie? Overgave? Uitdaging? Als een dobbelsteen laat ik alle mogelijkheden voor me uit rollen. Dan weet ik het: ik laat dat licht, dat overal opduikt, door dit negatief schijnen op een blanco jaar. Er verschijnt een soort vrijkaartje voor een goed leven, waarop staat dat ik mij het komende jaar maar eens moet gaan oefenen in gezonde eigenliefde. Leve het vlammetje.

*

 

Kumi ori! – Sta op en schitter!

Hineni! – Tot Uw dienst!

 

Read Full Post »