Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2017

Eigenliefde

 

“De laatste tijd val ik overal buiten,” constateerde een vriendin op leeftijd, still going strong, maar duidelijk wat terzijde van de vaart der volkeren. “Post krijg ik haast niet meer. Telefoontjes ook steeds minder. De mensen e-mailen zelfs niet meer, lijkt het wel. Iedereen zit tegenwoordig op Facebook en WhatsApp en daar begin ik op mijn leeftijd niet meer aan.” Terwijl zij voortvarend verder vertelde over buren en andere contacten – het gesprek leek op een trein, waarin ik bemoedigend knikkend zat te wachten op de volgende halte, die mij de gelegenheid zou geven ook iets te berde te brengen of de koers een tikje te wijzigen – gingen mijn gedachten naar mijn eigen ervaringen met de sociale media.

Hoe lang is het nu geleden, dat ik me van mijn Facebook account ontdeed? Ik weet nog wel hoe moeizaam dat ging: alsof je een rat probeert dood te meppen met een pantoffel. “Het enige sociale medium waar ik nog aan wil zitten is de eettafel,” grapte ik, een beetje balorig, en middels telefoon en e-mail nodigde ik op gezette tijden de mensen uit, die ik tot mijn vrienden rekende en omgekeerd. Maar sinds wanneer ben ik toch maar gaan SMS-en en hoe komt het dat ik mijn sociale afspraken en wat daarbij of voor in de plaats komt nu toch meestal via WhatsApp maak? Om van de digitalisering op mijn werk nog maar te zwijgen.

“Is de menselijke natuur opgewassen tegen de nieuwe technische mogelijkheden?” vraagt Marja Pruis zich recentelijk af in NRC en zij filosofeert in de voetsporen van La Rochefoucauld verder over de menselijk eigenliefde. Ik moet meteen denken aan de beroemde spreuk van Hillel: “Als ik er niet voor mezelf ben, wie dan wel?” Wat moet je zonder eigenliefde, maar vervolgens: wat moet je ermee zodra je haar hebt? “Als ik op mezelf gericht ben, wat ben ik dan?” Duidelijk: wederkerigheid is al even onmisbaar als een gezonde amour propre. “De rest is commentaar. Ga heen en leer!” zei dezelfde wijze, zij het in een heel andere context.

Al lerend ervaar ik de menselijke communicatie als een ingewikkeld avontuur, ook of misschien juist als je van elkaar houdt. We geven en nemen, ruimte en aandacht. Mensen doen dat, met dezelfde goede wil, op heel verschillende manieren. Soms zit je samen aan één tafel, maar is het net alsof je weer klein bent en in de speeltuin op de wip-wap zit met een speelmaatje die een kilo of wat zwaarder weegt dan jij.

Nu is het natuurlijk zeer de vraag of wat wij op sociale media doen wel te vergelijken is met een tafel, een bankje of een wandelpad. Of zelfs een brief, een telefoontje. Stel dat mijn vriendin dan toch maar accounts aanmaakt bij Facebook en WhatsApp en misschien zelfs aan het twitteren slaat. Krijgt zij dan terug wat zij nu zegt te missen? Zijn de anderen nu alleen maar ergens anders, of zijn zij door hun verhuizing naar een ander continent zo veranderd dat hernieuwd contact in die nieuwe omgeving het gevoel van buitengesloten zijn niet meer zal wegnemen?

Er wordt – op het internet zelf – veel geschreven over wat de nieuwe communicatiemiddelen met ons doen. Ons overvoeren met informatie, bijvoorbeeld. Ons vermogen tot empathie eroderen, doordat we elkaars non-verbale communicatie niet meer waarnemen. Maar bovenal gaat het telkens over onze eigenliefdes. En al is het ook aan tafel of op de bank soms een hele klus om die een beetje op elkaar afgestemd te krijgen, de sociale media maken dat nog ingewikkelder. Er is dan namelijk een derde partij in het spel, die onze aandacht stuurt. Uit een zeer welbegrepen eigenbelang ($€£!) prikkelt die vooral onze behoefte aan bevestiging en zou die het liefst tot een zucht aanwakkeren, om ons aan zijn tafel, op zijn bank te houden.

Als ik de berichten mag geloven, dreigen we te ontaarden tot contactgestoorde verslaafden, met de smartphone naast het bord. Therapeuten storten zich al met de gebruikelijke urgentie in het nieuwe gat in de markt. Eerlijk gezegd denk ik dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar of de sociale media onze onderlinge samenhang echt bevorderen, daar heb ik zo mijn twijfels over. Sinds ik mij tot mijn werkgever en collega’s via een “medewerkerportaal” moet zien te verhouden, mis ik die tafel en dat koffiezetapparaat toch wel heel erg.

Advertenties

Read Full Post »

 

We leven in gemakkelijke tijden. Je hoeft maar te zeggen: “Ja, ik ben een beetje autistisch . . .” en je bent onmiddellijk geëxcuseerd voor al je sociale onhandigheden. En wanneer je geregeld steken laat vallen in de sfeer van afspraken of werk, dan roep je: “Ach ja, m’n ADHD!” en dan weet iedereen meteen waar ie aan toe is. Zelfs hooggevoeligheid kan men zo van een beperkend ongemak tot een comfortabele omhulling omtoveren. Maar daar gaat het mij vandaag niet om, terwijl ik op het punt sta te beweren dat een beetje autisme zo gek niet is.

We leven namelijk in krankzinnige tijden. Innovatie, flexibilisering en zelfregulatie hebben overduidelijk de wind in de rug. Een woord als ‘structuurbehoefte’ kom je alleen nog maar tegen in teksten uit het management over Het Nieuwe Werken, meestal geschreven in 2012 of 2013. Daar kan men dus met goed fatsoen niet meer mee aan komen. Zo ging ik mij vis à vis de planning op mijn werk eerlijk gezegd twee beetjes autistisch voelen, maar besefte ik tevens dat het me niet zou helpen om daarmee te gaan koketteren. Is het misschien tijd voor iets nieuws? Iets autismevriendelijks (ongeveer 29.000 resultaten (0,42 seconden))?

Dromend over een mogelijke rol voor mij in een academisch onderzoek naar het gebruik van gebedenboeken in de joodse eredienst en thuis, begon ik mijn vakantie het afgelopen weekeinde in een verre uithoek van Twente. In de stijve bankjes van een authentiek ‘mediene-sjoeltje’ in Haaksbergen nam ik deel aan de sjabbat ochtenddienst en viel me iets op dat ik wil onthouden, voor mijn werk en voor mijn dromen. Een inzicht, misschien alleen voor mij, maar mogelijk voor iedereen die een beetje autistisch door de wereld van vandaag reist.

De dienst liep als een trein op een onzichtbaar spoor (kedeng kedeng . . . ), volgens een orde van dienst die zich al enige eeuwen onveranderd overeind heeft weten te houden, geleid door een stel vlotte voorzangers en gedragen door een handvol zanglustigen, die duidelijk precies wisten wat van hen verwacht werd. Heel anders dan in het Huis van Vernieuwing, waar ik gewoonlijk mijn religieuze plichten vervul. Paradoxaal anders, althans in mijn beleving: waar alles telkens anders gaat, raak ik het vermogen om iets nieuws mee te maken ongemerkt kwijt. Te druk met het zoeken naar het juiste ritme om op te dansen, wordt ik houteriger in mijn innerlijk bewegen. Ben ik echt een beetje autistisch?

Omdat we inmiddels het moment van het joodse jaar naderen waarop alles opnieuw begint, ben ik geneigd lering te trekken uit mijn ervaringen op het werk en in de synagogen. Dat koketteren met autisme en de onderliggende gêne over mijn natuur is straks zóó 5777. Opgewekt beweeg ik mij naar een beter optimum van vrijheid in gebondenheid.

*

Kedeng kedeng, kedeng kedeng. Kedeng kedeng, kedeng kedeng. Oe oe!

 

Read Full Post »