Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2017

Perenhout

26022017

*

Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.

 

Sjemot/Exodus 20:4

 

Er was eens een Jood, die in een klooster ondergedoken zat. Toen de oorlog voorbij was, was hij de kloosterlingen zeer dankbaar. “Hoe kan ik jullie danken? Is er iets dat ik voor jullie kan doen?” vroeg hij.

De monniken wisten dat hij houtsnijder van beroep was, dus ze vroegen hem: “Zou je voor ons een beeld willen maken uit die oude perenboom daar? Die moet toch omgehakt worden.”

Met al zijn liefde maakte de beeldhouwer een manshoog Christusbeeld, zo mooi als nog nooit iemand gezien had. Het kreeg een prominente plaats in de kloosterkerk en iedereen die oog in oog met het beeld kwam te staan, werd door devotie gegrepen. Sommigen vielen plat op de grond, anderen knielden langdurig, niemand bleef onverschillig.

Alleen de maker zelf leek niet gevoelig voor de bijzondere werking die van het beeld uitging. “Hoe kan het dat jij er zo aan voorbij loopt?” vroegen de monniken hem.

 

“Ach,” zei de man, “ik heb Hem nog als perenboom gekend.”

 

(deze witz hoorde ik vandaag van een cliënt)

Het beeld op de afbeelding is van Mark van Eygen.

Read Full Post »

Niks

17022017

*

Dit is het 500-ste bericht op mijn weblog en het gaat over … nou ja, … over niks.

*

Het dorp waar ik ben geboren was een zogeheten lintdorp: tien kilometer lang en op z’n meest één kilometer breed strekte het zich uit langs een dijk. Behalve op een lint – of een vis – leek het ook een beetje op een breikous. Een kous, gebreid van restjes wol in allerlei kleuren. Van west naar oost had je eerst een stukje waar katholieken woonden, die kerkten in het naburige dorp. Dan kwam een buurt die overwegend rood was en die zonder al te scherpe scheiding overliep in een Nederlands Hervormd dorpsdeel. Het middenstuk, dat heel groot was, werd gedomineerd door de dertig meter hoge toren van de Gereformeerde Kerk en door haar leden, die minstens de helft van het inwonertal uitmaakten. Aan de oostkant woonden nog wat Hervormden en een heel klein groepje zondagszwarte tuinders, dat tot de Gereformeerde Gemeente behoorde.

In verkiezingstijd zag je deze verkleuring terug in de raambiljetten van de bijbehorende politieke partijen: KVP, PvdA/CPN, CHU, ARP, weer CHU en SGP. Toen ik nog kind was, had elke groepering zijn eigen slager, zijn eigen bakker en zijn eigen kruidenier. Pas met de komst van de 4=6, op een plek waar voordien koeien graasden en kikkers sprongen, verwaterde dat allemaal. In die tijd groeide er een soort gezwel aan de buik van de vis, Plan Zuid, dat zich bevolkte met import (=Amsterdammers), van wie het niet altijd even duidelijk was, bij welke gezindte zij hoorden. Het was toen dat ik op de vraag “Wat ben jij?” voor het eerst het antwoord “ik ben niks” hoorde.

Tegen de tijd dat ik zelf Amsterdammer werd, was ik niet langer gereformeerd, maar, al hoorde ik destijds nergens thuis, dat “ik ben niks” kon ik niet uit mijn keel krijgen. Dat was ook niet nodig, want de vraag naar wat ik was, was inmiddels ook al verstomd. Nu ik na een lange, lange sluimertoestand wakker geworden ben en mij tot het Jodendom beken, ben ik dus opnieuw iets. Gek genoeg wordt daardoor mijn gevoel iemand te zijn ook sterker. Nu denk ik af en toe dat die veel geprezen – en verguisde – individualisering een mens niet tot individu maakt, maar tot . . . , nou ja, . . . tot niks dus.

Je zou het ook om kunnen keren en zeggen dat mijn secularisatie blijkbaar mislukt is. Mijn benen waren niet sterk genoeg om de weelde van vrijheid en individualiteit te dragen. Ik val terug. Soit, denk ik dan. Mijn vleugels zijn niet sterk genoeg om zo hoog te vliegen dat ik kan overzien of het echt zo is, maar voorzichtig fladderend zie ik eerlijk gezegd grenzen aan de slagingskansen van secularisatie überhaupt. Of ligt dat alleen maar aan wat we hier in het Westen tot nu toe gemaakt hebben van een ideaal, dat een eind moest maken aan de verwoestende werking van godsdienst?

Tijdens mijn LOVER-dagen hoorde ik Ceylan Pektas-Weber zeggen dat het mislukken van de multiculturele samenleving terug te voeren is op onze eigen onafgemaakte en onbegrepen secularisatie in de zestiger jaren. Toen in de decennia daarna de immigranten kwamen met hun eigen keukens en hun eigen kerken, keken we daar eerst vol vertedering naar. Pas een jaar of dertig later werden we wakker om te ontdekken dat wij die dingen zelf niet meer hadden. We wilden dat die anderen zouden inburgeren, maar wisten eerlijk gezegd niet goed waarin dan wel. Ja, we lieten ons luidruchtig voorstaan op de gelijkheid van vrouwen en homo’s in onze samenleving, maar als het er op aankwam waren we daarin zelf niet eens echt thuisgekomen. We waren zelf nog maar net vrij van, maar waartoe waren we eigenlijk vrij? Tot . . . , nou ja, . . . tot niks dus.

Het gaat misschien te ver om te wijzen op de Syrië-gangers en dan meteen te concluderen dat die jonge mensen blijkbaar voor de verwoestende werking van godsdienst kiezen, omdat onze westerse waarden hen niets te bieden hebben. En als dat al waar is, dan is het volgens mij teveel gevraagd van een seculiere staat om een waardegemeenschap te zijn. Een rechtsstaat moet mooi genoeg zijn. Daarom: is het ook teveel gevraagd, wanneer ik van de politiek verlang dat zij een tegenwicht vormt tegen de verwoestende werking van de markt? En dan graag vanuit een gelijkheidsstreven dat verder gaat dan “Doe normaal” en “Wij wensen elkaar hier Prettige Kerstdagen”?

 

Read Full Post »

09022017

 

De loopjongen is terug in het straatbeeld. Sinds kort prijkt het dienstmeisje op de Amsterdamse billboards. Snorders racen onzichtbaar door onze straten en op de zolders boven ons rookt en ronkt het van de nette (of onnette) heren b.b.h.h.. Mijn hippe jonge buurvrouw heeft een webwinkeltje in handgemaakte schrijfwaren en mijn eigen dochter een heuse praktijk in ayurvedische yoga-massage. Nog even en God is terug in Jorwerd.

Waarom denk ik vandaag, behalve aan God, aan Jorwerd? Dat is om een zin als deze, uit dat prachtige melancholieke boek van Geert Mak:

“Ach wat waren de mensen arm toen ik een jongen was,” zei de notaris. “er was geen steun en je zag iedereen met handeltjes beginnen. Een koemelker met zes koeien begon daarnaast iets met koffie en thee. (…)”

 

We hebben het dan over de jaren vijftig, toen geluk nog heel gewoon was en ik als een geitje met een lang eind touw stond vastgebonden aan een kwarrig appelboompje in het bleekveld aan de dijk. Aan het begin van mijn volwassen leven was al dat sappelen verleden tijd. In Frankrijk zong Marie-Paule Belle er een weemoedig liedje over en ikzelf ben de nostalgie naar die armoe nooit helemaal te boven gekomen. Ah, de romantiek ervan!

Ik heb het allemaal teloor zien gaan in mijn eigen kleine leventje. De sanering van het Nederlandse land- en tuinbouwbedrijf had mijn vader vanonder zijn zwerk vol leeuweriken weggeplukt en aan een lopende band vol theebeschuitjes gezet. Een neef, die kruidenier was, legde het af tegen de nieuwe supermarkt in het centrum van ons dorp. En alles waar vroeger een reparateur voor bestond verdween op een zeker moment in de vuilnisbak, omdat je goedkoper een nieuwe kon kopen. Tenslotte kopen wij nu elk jaar al onze apparaten nieuw, niet omdat ze stuk of versleten zijn, maar omdat ze “niet langer ondersteund worden”. Keep the aspidistra flying!

Mijn eer-eer-eervorige manager zei eens, toen onze organisatie Amsterdam Thuiszorg net was opgeslokt door Cordaan, en wij begonnen aan de eeuwigdurende reorganisatie via wijkteams naar zelfzorgorganiserende teams naar God-weet-wat: “Het is een golfbeweging: centraliseren en decentraliseren en dan weer centraliseren.” Ik weet niet of zij helemaal gelijk had. Misschien gebeurt het wel allemaal tegelijk. De grote bedrijven, die eerst alle kleintjes hebben opgeslokt, maken nu van hun werknemers langzaam maar zeker kleine zelfstandigen. Of sappelaars, want wat blijft er van hun rechtspositie over?

De jonge mensen van nu vinden het waarschijnlijk heel romantisch allemaal en waarom ook niet? Wat een vrijheid geniet je tenslotte! Volop in beweging, in een heerlijk vacuüm van anonimiteit en je werkgever is een app, net zo verleidelijk als je facebook-account. Google maar eens naar afbeeldingen van Foodora en Deliveroo en zie dat het altijd mooi weer is. Of probeer een Helpling te vinden die niet blij kijkt. Op mijn 60-ste en op mijn fietsje door deze prachtige stad karrend, van oud bestje naar niet meer zo krasse knar, voel ik me zomaar opeens weer heel jong. Hosselen is de toekomst!

“Een hosselaar is niet afhankelijk van één inkomstenbron. Hij scharrelt zijn kostje bij elkaar met verschillende activiteiten die samen genoeg opleveren, genoeg voor een leuk leven.

Een hosselaar is streetwise: een ondernemend multi-talent dat kansen grijpt en risico’s spreidt. Geld verdienen wordt weer een levenskunst die je al doende ontwikkelt.

Wat is jouw sociale en emotionele kapitaal? Welke kansen bieden grote maatschappelijke trends? En hoe maak je van zo’n kans een geldkraantje? Je leest het allemaal in dit boek boordevol goede ideeën en slimme voorbeelden!”

Read Full Post »