Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2016

In memoriam Twiggy

twiggy1

Het was een regenachtige zondag in het voorjaar van 2007, ik weet het nog goed. In een wat samenzweerderige stemming kwamen de kinderen de huiskamer binnen en haalden het ouderlijk duo achter koffie en krant vandaan voor een bijzonder familieberaad. “Wij willen een poes, die nog jonkies kan krijgen,” luidde hun eis en aangezien ze samen al bijna een absolute meerderheid hadden, was elke vorm van twijfel aan onze kant onmiddellijk in het voordeel van Het Plan. Dat onze huiskater Lano geen stem in het overleg had, verbaasde ons destijds – vreemd genoeg – niet.

Tegen lunchtijd hadden de zegeningen van het internet er al voor gezorgd dat zij een e-mail konden overleggen van een mevrouw in Gouda, die gratis en voor niks een poes aanbood, die niet alleen nog jonkies kon krijgen, maar juist op dat moment een hele buik vol jonkies had. Dat was ook de reden dat die dame van haar af wilde. Een uur later reden we door de stromende regen terug naar Amsterdam en werd het tengere lapjeskatje in de mand op hun schoot Twiggy gedoopt. Roos was die jaren helemaal into fashion.

Een week of wat later hoorden we op een ochtend wat gerommel tussen de dozen onder ons bed en wisten we meteen dat Twiggy daar haar kraamkamer had ingericht. Een paar uur later (wat gaat alles toch snel in dit verhaal!) lagen er vijf jonge poesjes op een rij aan haar tepels. Zog trappen konden ze van meet af aan.

 

twiggy2

 

Zindelijk worden was een ander verhaal. Toen ze eenmaal groot genoeg waren om de trap op en af te rennen en elkaar de gordijnen in te jagen, heb ik een paar weken lang weinig anders om handen gehad dan overal schattige kleine poepjes en plasjes op te ruimen. Gelukkig kwam het vanzelf goed, dus Dolce, Gabbana, Gucci, Pucci en Chanel konden na negen weken met een gerust hart worden uitgezonden naar andere gezinnen met poesbeluste kinderen.

Twiggy – of de Natuur – had er nog geen genoeg van en toen het voorjaar van 2008 zich aandiende, glipte ze op een morgen met Lano mee naar buiten. Na enig zoeken had ze een ongeholpen kater gevonden, die bereid was aan haar romantische gevoelens tegemoet te komen. Lang heeft de liefde niet geduurd: na een paar dagen had Twiggy haar buik vol van die zwarte met zijn dikke kop en kwam ze weer netjes drie hoog wonen. Een dag voordat wij met vakantie gingen, lag het tweede nestje er al, weer tussen de dozen onder ons bed. Van hun namen kan ik me alleen Rosso en Prugno herinneren, maar Roos weet vast en zeker nog hoe de anderen heetten.

 

twiggy3

 

Na deze beide worpen hebben we Twiggy met vervroegd pensioen gestuurd. De kinderen werden groot en mopperden vooral op de katten, als die weer eens ongegeneerd verharend op hun little black dress hadden gelegen. Lano had overdag zijn bezigheden buitenshuis en Twiggy sleet haar dagen als een reïncarnatie van Emily Dickinson, alleen met haar gedachten (gedichten?). Heel bescheiden, bijna onzichtbaar, op telkens een ander plekje in huis.

Pas toen het gezin uiteen viel in 2012, bleek zij de nieuw ontstane stilte net iets te stil te vinden en toonde zij zo nu en dan behoefte aan affectie. Meestal ging zij dan nogal demonstratief op de houten vloer liggen, rolde een paar keer om en maakte daarbij een koerend geluidje, precies als dat waarmee zij Zwarte Dikkop had verleid. Ik ben dan wel geen kater, maar tegen de universele roep om liefde heb ik weinig verweer, dus vleide ik mij naast haar en kroelde haar waar zij maar wilde, tot ze haar nagels in mijn hand zette en opeens besloot, dat ik het vast wel fijn vond eens lekker gebeten te worden.

Slechts een heel enkele keer kwam zij op schoot, waar ik dan zo van genoot, dat ik me zo lang mogelijk doodstil hield. Zij had de reputatie dat ze nogal eenzelvig was, en misschien was ze dat ook wel. Maar door de jaren heen is ze mijn nabijheid toch gaan waarderen. Dat merkte ik vooral als ik bezig was met mijn pogingen de wereld om mij heen te begrijpen en daarover te schrijven. Dan lag ze graag tussen mijn beeldscherm en het toetsenbord, waarop ik vandaag deze woorden te harer nagedachtenis typ. Ze was een echte schrijverskat.

 

twiggy4

Read Full Post »

Geregelde vrijheid

05112016

“Ah, da is das tahlenwunder wehr!” roept de mevrouw vanuit haar fauteuil bij de televisie, wanneer ik binnenkom. Meteen zet zij het geluid zachter, dan kunnen wij tenminste praten. Terwijl ik haar “nachtklaar maak”, praten we beiden snel en druk over van alles en nog wat, Duits en Nederlands door elkaar. Zij is historica en geïnteresseerd in politiek en literatuur, ik breng mijn passie voor taal en poëzie in. We vinden elkaar het gemakkelijkst in een gedeelde liefde voor citaten. Haar favoriet: “Das Gesetz nur kann uns Freiheit geben.” Van Goethe.

Een vriendin van mij, die van dezelfde generatie is als mijn mevrouw, gruwt van een dergelijke uitspraak. Zij is erg op haar autonomie en haar onafhankelijkheid gesteld. Met haar zat ik onlangs in mijn soeka en zo nu en dan probeerde ik haar iets uit te leggen over de regels en rituelen, het ritme van feesten en vaste liturgische handelingen, die zo kenmerkend zijn voor het Jodendom. Telkens weer verbaasde zij zich erover dat ik die dingen niet als opgelegd bleek te ervaren. Het zou niets voor haar zijn.

Afgelopen week zat ik aan tafel met mijn rabbijn. We hadden het over seks voor het huwelijk. Metaforische seks: ik ben weliswaar verloofd, maar nog niet getrouwd met het Jodendom. In die zin is er veel dat pleit voor seks voor het huwelijk, maar evenveel dat je kan doen besluiten met sommige handelingen nog even te wachten. De minhagiem (gewoonten) helpen daarbij: het is goed dat ook de meest progressieve joodse gemeente haar best doet inclusief te zijn, zonder de exclusiviteit van het Jodendom te laten varen. Juist het feit dat we een volk zijn, met wetten en regels, geeft ons vrijheid in ons hoofd. Die ben je kwijt zodra een geloof de verbindende kracht wordt.

Mijn vriendin zoekt gemeenschap in geestverwantschap, ik vind haar in het zingen van dezelfde gebeden en het koesteren van dezelfde verhalen. Wat zich daarbij afspeelt in de hoofden van de mensen met wie ik dat doe, doet er niet toe. Je kunt als jood agnost of zelfs atheïst zijn en toch naar sjoel gaan. Ik ben heel blij met die enorme vrijheid en daarom ook met al die irrationele regels, die deze vrijheid waarborgen. Heerlijke paradox!

In mijn persoonlijke situatie op het werk (waarvan al iets in mijn berichten doorschemerde) lijkt dit principe zich ook voor te doen. Wij zijn in transitie, heet het, wij zijn bezig een zelfregulerend team te worden. Dingen die vijf jaar geleden nog goed geregeld waren, worden overboord gekieperd. De toekomstige kaders en richtlijnen zijn de financiële targets en onze verantwoordelijkheid daarvoor, verder moeten we alles zelf zien te regelen. Geeft dat ons vrijheid? Met het wegvallen van rust, reinheid en regelmaat neemt vooral de onderlinge onrust toe. Laat anderen voor zich spreken, maar ik merk bij mijzelf het volgende: hoe groter die onrust buiten mij, hoe onveiliger en hoe minder beweeglijk ik mij van binnen voel. Ik heb mijn vrijheid liever goed geregeld.

 

Read Full Post »

Zorglandschap

02112016a

Eigenlijk zou ik morgen op mijn vrije middag naar een bijeenkomst moeten, waar mijn directeur ons gaat onderhouden over de ontwikkelingen in het zorglandschap. Maar we zitten de laatste tijd – door zijn toedoen – een beetje krap in de bezetting, dus ik ga de wijk maar in, om steunkousen aan te trekken, ogen te druppelen, baxterzakjes leeg te schudden, pyjama’s aan te helpen trekken, etcetera. Wat had ik graag gezien hoe dat landschap van hem eruit ziet! Nu moet ik het doen met mijn eigen nederige kijk erop.

Als ik de praatjes hoor die op hoog niveau over ons werk worden gehouden, krijg ik vaak het idee dat wij in twee totaal verschillende werelden leven, van elkaar gescheiden door een wolkendek. Wij eronder, zij erboven. Dan moet dat zorglandschap er ongeveer uitzien als de foto hierboven, gemaakt vanuit een vliegtuigraampje. De allegorie is bijna volmaakt: ook in de werkelijkheid worden wij elkaar vrijwel uitsluitend door de wolken heen gewaar. Door de cloud, waarin zich een derde wereld vormt, door het samenklonteren van e-mails, overdrachtportalen en digitale dossiers.

Ik snap dan ook niet goed hoe men daarboven tot de veelgehoorde en nog vaker nagezegde conclusie is gekomen dat “de zorg steeds complexer wordt”. Hier beneden hebben oude mensen nog steeds twee billen, twee voeten met dikke enkels, ongeveer evenveel krakende gewrichten, wrakke hartkleppen en sleetse longen. En zijn daardoor simpelweg nog altijd even hulpbehoevend. De complexiteit, of de toename ervan, begint ergens in die wolken, vrees ik. Wat wij geacht worden over ons werk te registreren neemt al enige jaren gestaag toe. Daarbij is niet of nauwelijks sprake van een roep naar boven, wel van een steeds dwingender vraag naar onderen. In die zin wordt het ook voor ons allemaal zoetjes aan ingewikkelder.

Nu lijkt het er in mijn misschien wat simpele ogen op, dat men daarboven een heel eigen landschap bouwt, met brokjes informatie die wij op verzoek aanleveren. Om de metafoor nog even vol te houden: als wij willen dat het uit die wolken blijft regenen, moeten we ons braaf aanpassen aan wat die bovenwezens nodig hebben. Toegegeven, ik zie er niets van, maar ik begin te vermoeden dat het zorglandschap er even zonnig en glooiend uit ziet als de bovenkant van de wolken, maar groen en pas gemaaid. Als een golfterrein, waar de heren directeuren van zorgaanbieders en zorgverzekeraars (gewaardeerde partners!) een gedistingeerd spel spelen om lump sums.

Vooruit jongens, neem het ervan! Zolang wij de kruimels maar krijgen.

 

02112016b

Read Full Post »