Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2016

Moral bypassing

24092016a

Boerkini – barekini – bikini – monokini – nokini. Wat moest ik in hemelsnaam aan, deze vakantie? Gelukkig hoefde ik mijn vakantie niet aan de Côte d’Azur door te brengen en waar ik ga zwemmen maken de meerkoeten en de reigers zich niet druk om badmode. Toch zette die heisa over het boerkiniverbod me wel aan het denken. Een van de gedachten die ik dacht zag in dit verschijnsel een analogie met een ander fenomeen, dat ongeveer tegelijkertijd mijn aandacht trok: spiritual bypassing.

Mijn dochter die aan yoga doet kwam met die term, maar toen ik begreep wat het inhield, bedacht ik me dat ik hierover al eerder gehoord had van een rabbijn, die mij wijzer heeft gemaakt over joodse spiritualiteit. Op het internet wordt het in verband gebracht met consumentisme. Van daaruit zou een verlangen naar onmiddellijke bevrediging haar weg gevonden hebben naar de spirituele praktijken van de moderne, westerse mens. Nu denk ik dat dat niet klopt: waarschuwingen tegen de neiging om de gewone dingen des levens over te slaan en jezelf – liefst eens en voor altijd – te verliezen in het beleven van extase vind je al bij mystici als Johannes van Ruusbroec en Meister Eckhart.

De betrouwbaarheid van een geestelijk leidsman of -vrouw kun je aflezen aan zijn of haar aandacht voor het gewone leven. “Zonder meel geen Thora, zonder Thora geen meel.” Als je spiritualiteit nastreeft zonder eerst voor je lijf, je ziel en je samenleving te zorgen, beland je vroeg of laat in een spiritueel luchtkasteel. Keer het om en je ligt in een valkuil. Die kuil graven we ongemerkt in ons enthousiasme voor het Hogere. Geestelijke competitiviteit en een verlangen “er te zijn” doen daar nog een schepje bovenop, of diepen daar nog een schepje onderuit.

Met deze bril op keek ik tijdens mijn vakantie naar het boerkiniverbod en begon ik mij af te vragen of dat misschien meer was dan een stupide politieke manoeuvre. Of er misschien iets aan ten grondslag ligt, dat je moral bypassing zou kunnen noemen. Zodra we de normen en waarden waaraan wij westerlingen ons optrekken zien als de hoogste vorm van moraliteit, opent zich voor onze voeten een valkuil. Begrijp me niet verkeerd, ik wil hier geen lans breken voor een oeverloos cultuurrelativisme. Het is in mijn ogen een goede zaak om er heilige dingen op na te houden, alleen is heilig niet hetzelfde als absoluut. Vrijheid is een hoog goed, misschien wel het hoogste, maar hoe laag kan het vallen als je meent het af te moeten dwingen?

Misschien helpt het, zeker als we menen dat onze waarden op een hoger plan staan dan die van de “vreemdeling die in onze steden woont”, om te beseffen dat wij er niet mee uit de lucht zijn komen vallen. Dat wij wellicht wel een beetje zweven, omdat wij ons niet meer verbonden voelen met de tradities waaruit wijzelf voortkomen. Die waren namelijk helemaal niet zoveel anders dan die van de dames in boerkini en dat is bovendien helemaal niet zo lang geleden. Er moet toch wel een andere manier zijn om ons daartoe te verhouden dan anderen als achterlijk te zien?

 

24092016b

Read Full Post »

De dood beleven

Ik weet nog precies het moment waarop ik voor het eerst merkte dat er een wezenlijk verschil bestond tussen de wereld van mijn verbeelding en de “werkelijkheid”. Tot die tijd kon ik waarschijnlijk net als ieder kind totaal opgaan in mijn spel. Als ik speelde dat ik een koe was, dan was ik die koe. Op een avond viel dat gelukkige vermogen met een klap aan diggelen op de harde bodem van de realiteit. Misschien had ik het te hoog opgetild en wilde ik stiekem dat mijn spel nog echter dan echt zou zijn. Vier of vijf jaar zal ik zijn geweest, meer niet.

Het verhaal begint eerder: op zekere dag was ik met mijn buurmeisje en mijn jongere broertjes ver van huis gedwaald, langs de dijk waaraan wij woonden. Het was zomer en toen we langs de slagerij liepen, stond daar de deur van de schuur waarin geslacht werd wagenwijd open. Een koe, meer zwart dan wit, liep gewillig achter een touw aan naar binnen. Terwijl wij in de deuropening stonden toe te kijken, hield de slager een donker ding tegen de kop van het beest, er klonk een gedempt metaalachtig geluid en de koe zakte in één keer door alle vier haar knieën. Daar lag zij, stuiptrekkend nog, op de vochtige betonnen vloer. De slager nam rustig een lang mes en sneed haar de keel af, waarop het bloed als een brede rivier naar een putje in de hoek stroomde.

Vanaf dat moment verdwijnen mijn vriendinnetje en mijn broertjes uit mijn herinnering en wat vervolgens gebeurde heb ik helemaal alleen beleefd, of liever: meebeleefd. Niets deed ertoe dan de koe en ik, ik, die als vanzelfsprekend probeerde te zijn wat ik zag. De koe werd op haar rug gelegd en van haar kop en poten ontdaan, terwijl haar vel vochtig en bloederig van haar flanken gleed en als een kleed onder haar bleef liggen. Haar uier werd weggenomen (melk mengde zich met haar bloed) en zorgvuldig gewassen naast kop en poten aan de muur gehangen. Uit haar buik kwam een indrukwekkende hoeveelheid ingewanden tevoorschijn, die in een grote zwarte kuip verdwenen.

Toen werd zij aan haar achterbenen opgehesen en aan de nokbalk gehangen. Een vlugge snede van het lange mes en haar huid viel op de grond, een gevoel van naaktheid deed mij rillen. Met eerbiedige wreedheid hakte de slager de koe overlangs in twee gelijke helften, daarna overdwars in kwarten. In mijn herinnering is er al die tijd geen geluid meer en geen bekende emotie. Alleen het overweldigende gevoel van heel dicht bij iets heiligs te zijn. Daar houdt de herinnering op en wordt het stil om mij heen.

Tot op die avond dat ik mijn broertje vroeg om deze gebeurtenis met mij na te spelen. De rollen had ik al verdeeld: hij moest de slager zijn, want natuurlijk was ik de koe. Ergens midden in het vuur van het spel kwam er een vraag aan suizen, uit het donkere niets. Een meteoor sloeg een gat in de grond van mijn ziel: “Als ik dood ben, merk ik dan eigenlijk wel wat er met mij gebeurt?” Hardop herhaalde ik die vraag en opeens stonden de inzichten die ik inmiddels al had aangehoord (maar niet had willen weten) hoofdschuddend om mij heen en ik verloor al mijn warmte in een gevoel van diepe teleurstelling. Ik had hartstochtelijk gewild dat het kon: de dood beleven.

Von deinen Sinnen hinausgesandt,
geh bis an deiner Sehnsucht Rand;

Rainer Maria Rilke

Voetnoot: deze tekst heb ik geschreven in juli 2012, hij is gepubliceerd 4 september 2016 in de bundel  Langszij de tijd – opgaan in vergetelheid –, door Simon Buschman en 87 medeauteurs.

12092016

Read Full Post »

10092016

 

Depersonalisatie

Het schijnt verleden week te Amersfoort.
Een middag voor een ander; van opzij.
De zakenlui. Gewinkel zonder mij.
Het zet zich binnen stadsgezichten voort.

Een bakkersjongen in de Koppelpoort.
Iets aan de hand, is hij van de partij
en brengt een tweede bakkersjongen voort,
het fietsje echter in de kiem gesmoord.
Zo zal het zijn als ik hier niet meer rij.
Belichtingstijd. De klik wordt nooit gehoord.

Woorden buiten het mondeling op ruiten.
Mijn naam en ik gescheiden van elkaar.
Er zit al speling tussen hier en nu.

Agenten wenken dat ik moet besluiten.
Vrachtwagens met inboedel ronken zwaar.
Ik stuur u nog vanavond het reçu.

Gerrit Achterberg

 

Ergens in de afgelopen week diepte mijn rare associatieve brein dit gedicht weer eens op uit de kelders van mijn geheugen. Meestal ben ik daar niet zo blij mee. De vage, voorzichtige, voor anderen onzichtbare angst die het ademt, zijn me zo vaak en zo lang zó vertrouwd geweest, dat ik het bijna niet kan lezen zonder zelf weer op zo’n kruispunt te staan. Maar ja, dan zou ik niets meer kunnen lezen, want zodra ik lees, ontstaat er in mijn altijd bezige gedachten intertekstualiteit. Geen ontkomen aan, of ik moet mezelf kwijt zien te raken.

Wat las ik deze week? Een tekst over privacy in een zich steeds verder digitaliserende wereld. Daarbinnen stuitte ik op het begrip social physics, een piepjonge wetenschap die – meer nog dan de psychologie en de sociologie al jaren doen – de menselijke interactie benadert zoals de natuurkunde de fysieke werkelijkheid. Dankzij de recente ontwikkelingen op het gebied van data-analyse ligt deze overtreffende trap van mensenkennis binnen ons bereik, zo lijkt het. Ons gedrag is net zo wetmatig als de wet van Buys Ballot en zodra we over iemand voldoende data hebben verzameld, is hij net zo voorspelbaar als het weer.

Daar hebben we nog eens wat aan! De wikipedia pagina over Alex Pentland roept heel enthousiast, dat het “helps people better understand the ‘physics’ of their social environment, and helps individuals, companies and communities to reinvent themselves to be safer, more productive, and more creative.” Ja ja, zo verkoop je een pastoor een tweepersoons bed. En dan zul je zien: het ligt nog lekker ook, want – zo werd mij duidelijk uit wat ik las – zodra je die kennis gaat toepassen, werkt het als een selffulfilling prophecy. Het menselijk aanpassingsvermogen is groot, dus hoe klein is de kans dat we ons gaandeweg laten reduceren tot de laag van bestaan waarin wij inderdaad sociale natuurkunde zijn?

The best minds of my generation are thinking about how to make people click ads. That sucks.

Jeffrey Hammerbacher

Terwijl mijn brein me naar de boekenkast hier achter mij wil hebben om Allen Ginsberg te herlezen, blijf ik braaf zitten schrijven. “Die jongen heeft een punt,” denk ik. Dit is allemaal treurig en gevaarlijk bovendien. Sleepten die knappe koppen zich nog maar “through the negro streets at dawn looking for an angry fix, (…)” Maar dat is niet veilig, niet productief en in de meeste gevallen ook niet bijster creatief. Kunnen ze niet iets anders gaan doen? There must be more to life. In ieder geval behelst het menselijk leven meer dan de natuurkunde van onze omgang met elkaar en de werkelijkheid.

Nu zit dat “meer” hem volgens mij precies in wat het lyrisch ik van bovenstaand gedicht ontbeert: zijn persoon. Zonder die spelen wij in de wereld geen enkele rol van betekenis. Dat mag dan misschien veilig en productief zijn, maar creatief? We zijn vaak geneigd te denken dat een “persoon” een soort kern is, die vast ligt en die we dan ook door middel van sociale natuurkunde in kaart zouden kunnen brengen. Dat komt doordat we de oorspronkelijke betekenis van het woord aan het vergeten zijn. Het Latijnse woord persona gaat terug op het Etruskische phersu, dat masker betekent. Een masker was ooit van groot belang in het toneel, want daardoor kon je met een paar acteurs vele rollen spelen. Aan een geestelijk gezond mens is de persoon het meest creatieve, minst wetmatige dat er is.

Dat neem je een mens niet af. Of toch? We geven het en masse uit handen. Aan de achterkant van ons online leven, die zich aan onze waarneming onttrekt, hebben wij geen enkele agency. Daar staan we ieder voor zich en met ons allen op kruispunten waar we niets meer van snappen. Als ik dromerig ben, voorspel ik dat die hele data-hype een bubble zal blijken en dat we op zeker moment vanzelf minder zullen gaan clicken. Weer praten, spelen, zingen, zwemmen, dansen, lachen, bidden, fluisteren, luisteren. En nooit meer het vermogen verliezen om iemand te zijn. Als ik optimistisch ben, hoop ik dat de “best minds of my generation” (liever nog die van mijn kinderen) een manier vinden om weer zelf zeggenschap te krijgen over wie we zijn in ons online leven.

Read Full Post »