Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for augustus, 2016

Zelf kersen plukken

28082016

 

Mijn eer-eer-eer-eervorige leidinggevende zei me, ongeveer vijf jaar geleden, al: “Ach, ik werk nu zo lang in de zorg, dat ik het al wel drie keer voorbij heb zien komen: fuseren, centraliseren en dan de-centraliseren.” Opgewarmde soep, dus. Nu maar hopen dat we ‘m deze keer niet al te heet hoeven te eten. De damp slaat er nog aardig van af, als ik de mails van onze kersverse directeur lees. Onze huidige manager zegt, heel geruststellend: “Tja, zelf weet ik ook niet of ik straks deze functie nog heb.” De zorg wordt complexer, heet het, dus onze teams moeten kleiner en wij moeten ieder voor zich meer verantwoordelijkheid nemen. Ter bevordering van deze cultuuromslag zijn de teamondersteuners en de centrale bereikbaarheidsdienst alvast afgeschaft.

Net als de politiek lijkt ook onze bedrijfstop te denken dat in de zorg alles beter zal gaan als je het de mensen zelf laat doen. Ongelukkigerwijs hebben die beiden een lichtend voorbeeld, waarmee nogal eens gezwaaid wordt: de buurtzorg. Kleine teams, die middenin de wijk dicht bij de cliënt staan, organiseren helemaal zelfstandig de zorg, zonder al die dure kantoren en directeuren. Wat heeft dat fenomeen een goeie pers gehad, de laatste jaren! Daarbij is één ding stelselmatig onderbelicht gebleven: men deed al die tijd aan cherry-picking. Care zonder cure werd aan de andere zorgaanbieders overgelaten. Inmiddels wordt de hele voormalige AWBZ-zorg op die leest geschoeid.

Ouderdom is geen ziekte en dus hebben de zorgverzekeraars eigenlijk geen boodschap aan de broze oude dame die drie keer per week “bevend en vaak hakend in de mat” onder de douche geholpen moet worden. Ook de politiek lijkt te denken dat dat meer iets is voor de mantelzorg, of anders voor de gemeenten. Liefst moet ze het zelf blijven doen, totdat ze struikelt en een heup breekt. Dan past ze wel weer in het andere verdienmodel.

Zelf, bij het woord alleen al kruipen mijn nekharen overeind. Vanaf nu zijn wij als zelf zorg organiserend team “steeds meer” zelf verantwoordelijk. Voor het maken van de roosters, voor het opvullen van gaten in de personeelsbezetting, voor een gezonde bedrijfsvoering, voor de besteding van ons budget. Alleen ligt bij dat laatste wel één ding vast: het voortwoekeren van de digitalisering gaat onverminderd door. Koste wat het kost, want elders wordt er goed verdiend aan de angst straks niet mee te kunnen in de vaart der volkeren. Het is allemaal heel erg nodig, dat wel, want zorg nieuwe stijl vereist veel communicatie, via de mail en via andere databanken.

Word ik hier kregelig van? Ja, dat heeft u goed gezien! En dat niet alleen vanwege de privacy van onze cliënten, die ik vaak onvoldoende gewaarborgd zie binnen al die digitale overdracht. Het is ook de vanzelfsprekendheid waarmee voor al dat communiceren nooit expliciet tijd/budget beschikbaar wordt gesteld, zodat ik zie gebeuren dat mijn collega’s – en, godbetert, ikzelf! – in onze vrije tijd de modderstroom van onze werkmail gaan bijhouden. Maar misschien nog het meest dat onbegrijpelijke overboord gooien van een overzichtelijke, stabiele arbeidsverdeling. Daardoor worden wij – in mijn beleving althans – straks allemaal kleine bedrijfjes, waar drie mensen werken: Iemand, Iedereen en Niemand. Kent u ‘m nog? “Iedereen dacht dat Iemand het wel op zou knappen, maar toen bleek dat Niemand het had gedaan.”

Misschien kan ik maar beter zelf kersen leren plukken.

Read Full Post »

Treurspieren

13082016

Ik zie nog zo voor me waar we liepen, toen het gebeurde. De eerste huizen van Bagnac-sur-Célé waren in zicht, aan onze linkerhand stroomde een wat onfris beekje, boven ons ruiste het loof van de abelen. In het hoge gras waar we liepen was het onkruid juist uitgebloeid, maar de appels aan de knoestige boompjes kregen nog geen kleur. Grijs-groen-grauw leek alles om ons heen. Onze wandeling was een beetje uit de hand gelopen, dus we waren moe en hongerig. Gelukkig werd er in de boerenkeuken aan de rue du Couvent doorgaans vrij laat gedineerd, want anders zouden we nog de hond in de pot vinden. Om stil van te worden, al met al, en dat waren we ook. Tot ik opeens onze kleine meid zachtjes hoorde snikken, een paar passen voor mij.

Ik tilde haar op, hield haar tegen me aan en vroeg naar de oorzaak van haar verdriet. “Ik mis Jezus!” sprak zij en keek me met ingehouden wanhoop aan. Meteen daarop welden dikke tranen uit die grote bruine ogen van haar en zette zij het op een huilen. Ik verbeeldde me dat het geklik van de lepels op de borden in de huizen aan de andere kant van de beek van ritme veranderde en verwachtte ieder moment een verschrikt hoofd boven een blauwe schort of boezeroen uit elk raam te zien steken. Wat een hartstocht kan er huizen in zo’n klein kinderlijfje! “Ik mis Jezus! Ik mis hem zo! En hij komt nóóit meer teru-hug!” bleef zij herhalen. Ik meende te zien hoe ook Tonton Rini wat ongemakkelijk begon te worden onder dit wonderlijke, maar luidruchtige verdriet en mijn vruchteloze pogingen om het te sussen. Maar ja, hoe troost je iemand als je zelf niets van haar verdriet begrijpt?

Later heb ik nog vaak nagedacht over wat er in dat kleine hoofdje of hartje is omgegaan, vlak voordat het in een voor mij onnavolgbaar snikken en schreien naar buiten brak. Natuurlijk was ook zij gewoon moe en hongerig van die te lange ochtendwandeling. Bloedsuiker. Natuurlijk wist zij niet goed waar ze aan toe was, toen ze merkte dat wij het hadden opgegeven om de stemming erin te houden door levendig te converseren. Spiegelneuronen. Natuurlijk zijn zulke gevoelens te groot voor zo’n klein mensenlichaam. Zo ontstaat Weltschmerz toch? Maar misschien was het vooral dit: de jonge ziel is nog niet voldoende geoefend om elke smart ‘een plekje te geven’. Mijn dochter trainde haar treurspieren, en dan moet je je ergens aan vast kunnen houden of tegen af kunnen zetten. Daarbij kwam Jezus kennelijk goed van pas.

Wat waren onze chachamiem wijs, bedenk ik me nu, dat zij voor ons gelegenheden hebben geschapen om die treurspieren in conditie te houden. Vandaag is het Tisha b’Av en treuren wij om een hele rij rampen die stuk voor stuk plaatsvonden op de negende van de maand Av. In 1312 v.C. keerden de verspieders terug uit het land Kanaän, met de boodschap dat het mooi maar onbereikbaar was. Het volk morde en koos voor nog veertig jaar in de woestijn. In 586 v.C. wordt de tempel van Koning Salomo verwoest. In 70 n.C. ligt de Tweede Tempel in puin. In het jaar 133 maken de Romeinen een einde aan de opstand van Bar Kochba en daarmee een begin aan de eeuwenlange ballingschap van het joodse volk. In 1290 zet koning Edward I de Joden zijn land uit. In 1492 worden we door Ferdinand en Isabella uit Spanje verdreven. Op Tisha b’Av 1942 begonnen de Duitsers met het deporteren van de Joden uit het ghetto van Warschau naar Treblinka, met 6000 per dag.

Genoeg om over te treuren, nietwaar? Ik mag dubbel treuren, want ik ben te verkouden om bij het gemeenschappelijke treuren aanwezig te zijn. Wat ik wel kan doen: thuis op de grond gaan zitten en Echa (Klaagliederen van Jeremia) lezen. Zo kan ik me alsnog verbonden voelen met een verdriet zo groot, dat mijn persoonlijke verliezen erin verdwijnen als tranen in de zee. Minstens zo onredelijk – ook voor mijzelf, hoor! – als dat verdriet van mijn kind om een Jezus die zij nog nooit gezien had. Maar gek genoeg: het werkt. Alleen maar doordat ik een man verloren heb die ik niet eens had en met een schoonmoeder ben meegegaan, die ik dus ook niet had. Tegen haar beter weten in heb ik besloten dat haar volk mijn volk was en haar God mijn God. (Lees maar na in het boek Ruth.) Die God en dat volk zijn er nog altijd en ze komen vanavond overal samen om de val van de Tempel te betreuren. Dat ik daar niet bij kan zijn, dát zal ik missen.

Read Full Post »

Mijn ei

04082016

Tegenwoordig heb ik dat niet meer, maar vroeger was ik af en toe bang dat ik nog eens gek zou worden. Met die zorg in mijn hart zat ik een keer tegenover een psychologe, die – vergeefs – probeerde mij gerust te stellen. “Er is niet zoveel mis met jou, hoor,” sprak zij, “Alleen: je accepteert je machteloosheid niet.” Het klonk uit haar mond alsof ik in één klap van al mijn neuroses verlost zou zijn, als ik dat ene, kleine dingetje maar als een ei van Columbus op het tafelblad zou weten te zetten. Pats, boem! en ik zou van mijn geluk verzekerd zijn. Misschien was ik te bang dat het een ongekookt ei was, want ik deed het niet.

Zo komt het waarschijnlijk, dat ik dertig jaar na dato nog steeds met dat ei rondloop. Niet meer op een lepel, wees gerust, het past gewoon in mijn handpalm, waar het een bescheiden hinder bij mijn handelen vormt. Ik weet nog steeds niet of het al dan niet gekookt is, dus ik sluit mijn hand er altijd voorzichtig omheen en als ik het even kwijt moet, zoek ik een veilig plekje voor mijn ei. Zie je: mijn ei.

Mijn ei. Misschien is dit wel een teken dat ik mijn machteloosheid heb geaccepteerd: ik verzet me er niet meer tegen dat ik het er zo nu en dan moeilijk mee heb. In mijn werk draag ik haar voortdurend met mij mee. Zoals laatst, toen ik aan de zijlijn stond toe te kijken hoe een verwarde oude dame mijn goede naam en eer dagelijks door het slijk haalde tegenover mijn collega’s. Zoals vorige week, toen een cliënt met psychiatrische problemen ons hele team zo gek wist te maken, dat wij haar niet in zorg konden houden. Zoals straks, wanneer er alweer iemand op wie ik erg gesteld ben gaat sterven. Het komt allemaal goed, maar uiteindelijk gaat alles teloor. Alleen: m’n ei blijft heel.

Tegenwoordig troost het mij, dat ik juist hierin de gelijkenis zie met Hem, die ik elke morgen zegen, omdat hij mij “naar zijn beeld geschapen heeft”. Ook Hij moet Zijn ei maar heel zien te houden, niet alleen in deze moeilijke tijden, maar Altijd. En natuurlijk is Hij Almachtig, maar Hij heeft ervoor gekozen ons de vrijheid te laten mens te zijn. In ruil daarvoor kreeg hij een stuk machteloosheid terug, dat als een ei in zijn hand ligt. Ik ben ervan overtuigd dat de Eeuwige het daar minstens net zo moeilijk mee heeft als ik. Betrokken blijven zonder door ingrijpen de goede afloop naar je hand te zetten, daar heb je heel veel liefde bij nodig.

Zo helpt mijn geworstel met mijn eigen kleine machteloosheid me om in deze wereld vol geweld een gaaf ei te zien. En als ik me soms afvraag waarom God het niet met een klap op tafel zet, dan bedenk ik me dat Hij wellicht ook bang is dat het een ongekookt ei is. Dat er misschien nog een kuiken in zit, dat uitgebroed wil zijn.

Read Full Post »