Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2016

21052016

De wind waait wisselend van alle kanten en zo raakte ik in mijn-klein-hoekje bedolven onder een hoop rondkringelende bladeren. Maar kijk, ik steek mijn hoofd er alweer bovenuit, mijn lommerdbriefje heb ik nog in de hand en mijn blik vult zich met het zoete licht dat mij gratis omringt. De duisternis waarin ik was ondergedoken, was niet voor niets: binnenin me begint zachtjes een inzicht te zingen, waarvan ik hoop dat ik het woorden zal kunnen geven. Anders moet ik er in mijn eentje blij mee zijn, en ik ben niet zo goed in binnenpretjes.

Het licht ging bij mij aan, toen ik afgelopen zaterdag in NRC de column van Bas Heijne las over de rol die ‘geschiedenis’ gaat spelen – en vaak al speelt – waar de beoefening van en het onderwijs in Geschiedenis als zelfstandig vak verdwijnt. Hij schrijft hierover zeer behartenswaardige dingen:

(. . .)historische feiten die alleen nog maar gebruikt worden om emoties in het heden van achtergrond te voorzien, waardoor geschiedenis een keuzemenu wordt waaruit iedereen pakt wat hij nodig heeft om zijn identiteit en overtuigingen te harnassen.

Hij dacht daarbij aan Sylvana Simons, maar ik had de dreiging ervan onlangs boven een heel andere discussie zien donkeren. Eind vorig jaar werd in De Rode Hoed gedebatteerd over de mogelijkheid om de ban van Spinoza op te heffen. Geboeid luisterde ik naar een paar zeer goed onderlegde historici, die het probleem van context voorzagen. Ik was onder de indruk van opper-rabbijn Toledano, die zijn rug recht hield tegenover een meerderheid die niet aarzelde het beter te weten dan de 17de-eeuwse chachamiem. Het ‘progressieve‘ standpunt kreeg woorden door mannen als Paul Cliteur en Nathan Lopes Cardozo, en ja, daar stonden eigen identiteit en overtuigingen, verlegen om een geschiedenis die als een maatpak zou passen.

Het voor mij verlossende woord kwam van Yosef Kaplan: “I ask you, with respect for Spinoza, leave this issue to history. What we can do, is explain what happened. We can even condemn what happened (. . .)”. Vervolgens legde hij nog een keer uit dat je niet mee kunt spelen met de orthodoxie en de spelregels eenvoudig naar je eigen hand zetten. Met terugwerkende kracht, bovendien. En dat je zoiets als seculiere jood ook helemaal niet nodig hebt.

Hier zag ik in volle glorie wat Bas Heijne ziet als de vruchten van ‘geschiedenis’:

Maar empathie ontwikkel je alleen wanneer het je lukt om jezelf als deel van iets groters te zien, van een mensheid die ten prooi is aan allerlei impulsen en emoties, die nu eens iets geweldigs voortbrengt en dan weer Auschwitz en de slavernij. Wanneer het je lukt, simpel gezegd, om jezelf als mens in de geschiedenis te zien in plaats van als enkel individu in het heden.

Tja, en wat moet ik hier mee als het mijn lommerdbriefje betreft? Het zou al mooi zijn als ik persoonlijk mijn empathie en burgerzin ontwikkel aan de inspanningen die het kost om het verhaal van Andries en Annie te begrijpen in de context zoals die is beschreven door de verschillende historici die ik er omheen lees. Want ik heb niet de ambitie en het uithoudingsvermogen om te komen tot een vierhonderd pagina’s tellend populair geschiedwerk, dat De halve eeuw van Andries en Annie zou kunnen heten. Dat hoeft ook niet: de vorm die mijn verhaal zal krijgen, de spelregels die mij zullen leiden, kwamen mij diezelfde zaterdag vanuit een heel andere hoek aanwaaien.

(wordt vervolgd)

Read Full Post »

05052016

Frappant: ik eindigde mijn bericht Lommerdbriefje aan de rand van een gat en een paar dagen later was ik aanwezig bij de boekpresentatie van Joodse Huizen 2, waar ik hoorde hoe initiatiefnemer Frits Rijksbaron naar een vergelijkbare metafoor greep. Hij vergeleek het verdwijnen van 102.000 Joden – en daarmee van een ooit duidelijk aanwezig joods leven – uit onze samenleving met een wond. Was het niet een bijzonder toeval, dat juist een joodse geleerde, de hematoloog (en dichter) Leo Vroman, als eerste beschreef hoe op een wond een korstje ontstaat, doordat bloedplaatjes samenklonteren tussen fibrine-draden? Zulk een web van draden zou de door hem beoogde verhalenverzameling moeten vormen en daaronder zou de wond in onze samenleving, die hij en vele anderen ervaren, moeten helen.

Gevuld. Geheeld. Ja ja, maar zover zijn we nog lang niet, denk ik dan. Laat ik eens een andere vergelijking proberen: voor mij ziet dat gat eruit als een krater. En of er nu een bom is ingeslagen of het binnenste van de aarde naar buiten is gebarsten, dat doet er nu even niet toe. Het tertium comparationis is de temperatuur. Zelfs al is de hitte in het midden van dat smeulende gat na zeventig jaar misschien iets gedaald, het is nog altijd bijna onmogelijk om er dichterbij te komen. De overlevenden, degenen die als het ware tussen ons en het verdwijngat in hebben gestaan, zijn op een paar na overleden. Er is niemand meer die Andries of Annie nog gekend heeft en over hen zou kunnen vertellen.

Het is een mooie gedachte, dat verhalen draden zouden kunnen vormen, waaronder wonden kunnen helen. In het leven van de overlevenden heeft het doorgaans niet zo gewerkt. Hun generatie was niet opgevoed in een cultuur van ‘bespreekbaar maken‘ en buiten dat: niemand zat destijds op hun verhalen te wachten. Zelfs thuis – vooropgesteld dat er nog iets dergelijks was – werd er gezwegen, over de oorlogservaringen, maar ook over de tijd ervoor en over de mensen die toen nog leefden en niet waren teruggekomen. Dat is het meest gegeven antwoord op mijn vragen naar herinneringen aan het gezin dat hier heeft gewoond. “Er werd nooit over gesproken.”

Voor een onderzoekje als het mijne bestaat evenwel een mogelijkheid om toch iets dichter bij het levensverhaal van Annie en Andries te komen. Ik kan gebruik maken van getuigenverslagen die in het kader van ‘oral history‘ zijn opgetekend of gefilmd en van memoires van overlevenden, waarvan er vele in boekvorm zijn uitgegeven. Zo lees ik op dit moment het proefschrift van Selma Leydesdorff, Wij hebben als mens geleefd. Daarin probeert zij een beeld te schetsen van het joodse leven in Amsterdam in de eerste helft van de vorige eeuw. Zij slaagt erin uit alle jeugdherinneringen die zij heeft opgerakeld een aantal hoofdlijnen naar voren te halen, waarbij de schaarse gegevens die ik over ‘mijn’ families heb kunnen vinden naadloos aansluiten.

Boeiend, maar ook complicerend, is de rol die nostalgie speelt in de gesprekken die zij heeft gevoerd. Haar respondenten praten over een manier van leven die weliswaar door de oorlog totaal is weggevaagd, maar die gedurende heel hun jeugd reeds bezig was te verdwijnen. De opgetekende verhalen krijgen daardoor een soort museumfunctie en lopen de kans daarbij authenticiteit te verrruilen voor romantiek en exotiek. In de jaren dat Leydesdorff haar onderzoek deed, had die houding tegenover het verleden twee doelen: pijnstilling en een poging grip te krijgen op de eigen identiteit.

Hoe is dat nu? Daarvan heb ik nog geen helder beeld. Voor het verhaal waarmee dit alles begon is dat misschien niet eens onontbeerlijk: ik zou eenvoudig en enthousiast kunnen meeliften met de trend die op dit terrein gaande is. Dat zou kunnen, maar het kan niet. Ik vind het veel te onweerstaanbaar om onderweg naar mijn doel – een afgerond verhaal – veel meer gewaar te worden.

(wordt vervolgd)

Read Full Post »