Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2016

Onder de knie

10012016

*

voor drie vriendinnen

*

Ach, hoe verlang ik soms naar de vrijdagavonden van weleer! Wat hield ik van hun rituele karakter. We aten steevast ‘pizza Jannika‘ en als die – steevast – goed smaakte, riepen de anderen dat ik nog een weekje mocht blijven. Nu slaat mijn jongste haar vleugels vrolijk uit in het verre India, de oudste zwaait met verve haar scepter in de top van haar verenigingsleven en mijn geliefde van toen is mijn ex van nu. Alleen ik ben gebleven.

Sinds kort krijgen mijn vrijdagavonden opnieuw een ritueel karakter. Nu zou ik dèr Mouw – mutatis mutandis – na kunnen zingen: “Ik ben ‘shomeret shabbat‘, maar ik zit zonder gezin.” Een enkele keer kan ik ergens buitenshuis aanschuiven, voor ‘kiddush‘ of ‘havdalah‘, maar meestal vervul ik mijn religieuze plicht in mijn eentje. Laatst vroeg ik een vriendin, die zichzelf gekscherend ‘een spekjoodje‘ noemt, of ze niet eens met mij mee wil doen. “Ja, hoor,” zei ze, “zodra je het een beetje onder de knie hebt, kom ik wel.”

Onder de knie! Na enig geworstel met nare herinneringen aan vechtende jongetjes, die de uitdrukking bij me opriep en waarmee ik niet uit de voeten kon, besloot ik dat iets ‘onder de knie hebben‘ hetzelfde is als iets ‘in de vingers hebben‘. En dan niet met een ijzeren greep, maar met een zekere speelsheid. Of een speelse zekerheid. Ik keek eens naar mijn knieën en wat verder naar beneden, waar mijn voeten wonen, ver weg van mijn altijd bezige gedachten. Arme werkezeltjes! Moet ik hen niet wat vaker iets speels of lichtvoetigs te doen geven?

Het toeval wilde dat zeer zeker wel, de afgelopen maanden. Sinds eind september vorig jaar heb ik meer gedanst dan in eeuwen. In de sjoel, met een torah rol in mijn armen. In de armen van een veel te onvergetelijke vriendin. En in een kring van vrouwen om een kring van lichtjes in een kerk. Bij die laatste gelegenheid toonde men mij trots een gedicht van Augustinus:

ik loof de dans
want hij bevrijdt de mens
van de zwaarte der dingen
bindt de afgezonderde
aan de gemeenschap

(. . . .)

ik loof de dans
o mens leer dansen
anders weten de engelen
in de hemel met jou
niets aan te vangen

En al is dat gedicht dan niet van Augustinus zelf, ook ik loof sindsdien de dans. Niet alleen in letterlijke zin: al die voorschriften van God en zijn rabbijnen, waar ik me voortaan in alle ernst toe wil verhouden, dagen mij vooral uit tot lichtvoetigheid. Ze zijn – in de woorden van mijn vriendin Tamar – “een ritme om op te dansen”. Dat zal ik die andere vriendin maar eens vertellen, dan durft ze misschien wat eerder te komen.

Advertenties

Read Full Post »

2016

01012016

Read Full Post »