Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2015

Nachtmerrie

28072015

De laatste tijd gebeurt het me nogal eens dat een cliënt in de thuiszorg mij ’s morgens tijdens de Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen vertelt dat ze van mij gedroomd heeft. Dan zet ik mij al schrap voor wat er komt, want je weet maar nooit wat je uitspookt in andermans dromen. Terwijl je denkt dat je rustig in je eigen bed ligt, kan het gebeuren dat je ergens in dromenland met een schaamteloos smoel een arme bejaarde een klap geeft. Vandaag viel het mee: ik had stralend gekeken bij het in ontvangst nemen van een doos moorkoppen. “Waren ze lekker?” vroeg mevrouw lachend.

Zelf droom ik nooit van mijn zorgvragers en ook anderszins neem ik mijn werk niet mee de nacht in. Tot eergisteren.

Ik droomde dat ik door de wijk liep, waar ik woon en werk, op weg naar onze uitvalsbasis, ruim op tijd voor het ochtendoverleg. Hm, koffie en kwinkslagen! Maar ik kon het kantoortje nergens vinden. Mijn tas voelde raar zwaar en op de tast vond ik een apparaat dat het midden hield tussen een smartphone, een iPad en een barcodescanner. Er stond iets op de omlijsting, maar ik ben vergeten wat: iCare, of MyC@re, of W€Car€, ik weet het echt niet meer. Na een druk op de knop verscheen een profielfoto van mijzelf, maar dan tien jaar ouder. “Gefeliciteerd, Janiek!” stond er in een feestelijk lettertype naast. Ik klikte door naar datum en tijd en het was 28 maart 2026, dus ik was 70 jaar geworden en blijkbaar nog aan het werk. Zonder al teveel moeite vond ik mijn rooster voor die dag.

Het eerste adres was van een mevrouw die in 2012 is overleden. Woonde daar nu iemand anders? Toen ik ter plekke aankwam en vergeefs in mijn jaszak naar de sleutel zocht, viel mijn oog op een barcode naast haar naambordje. Ik richtte het apparaat erop, klikte en de deur ging open. Alsof er geen tijd verstreken was tussen 2012 en 2026 liep ik, vrolijk goedemorgenroepend, naar de slaapkamer. Daar lag de mevrouw van wie ik wist dat zij dood moest zijn op een hoog-laagbed met aangebouwde wastafel, echt design. Het was even zoeken, maar ik vond zowaar een item ‘zorgplan’ op het schermpje van mijn iCare. Ik klikte erop en meteen spoog het ding een strookje papier uit met daarop een rijtje barcodes.

Al dromend verbaasde ik mij, niet in de laatste plaats doordat ik telkens toch weer leek te weten wat de volgende stap zou zijn. De gebruiksvriendelijkheid van onze omgeving blijft toenemen. Ik scande de eerste barcode en de wastafel vulde zich automatisch met warm water. Een wegwerpwashandje schoof heel elegant uit een sleufje opzij van de spiegel. Zeep hoefde ik niet te zoeken, want het washandje schuimde vanzelf, zodra ik het in het water dompelde. Mevrouw en ik begonnen rustig keuvelend aan de wasbeurt, waarbij ik echter angstvallig probeerde te zwijgen over het feit dat zij bij mijn weten al 14 jaar dood was. Toen ik met het van urine verzadigde luierbroekje in mijn hand in het rond stond te kijken, wees mevrouw mij op een barcode ergens rechts onder de wastafel. Scannen maar weer: een luikje opende zich, waarin ik braaf de natte inco mikte.

Weer keek ik om mij heen en nu begon mevrouw zich over mijn onhandigheid te verbazen. “Gewoon de volgende code!” riep ze, al lichtelijk geïrriteerd. Klik, en daar opende zich een ander luikje, waaruit een nieuw luierbroekje zich geheel zelfstandig naar buiten werkte. “Het lijkt Modern Times wel!” probeerde ik te grappen, maar mevrouw werd nu duidelijk ongeduldig, dus ik zette al mijn zeilen bij om haar, met behulp van de rest van de barcodes, aangekleed en al met behulp van de tillift (die zich angstwekkend snel uit het plafond omlaag liet zakken) in haar sta-opstoel te zetten. Toen ik daar juist in geslaagd was, liet een stem, die me aan de Sprinter naar Utrecht deed denken, mij weten dat het zorgmoment voorbij was en dat elke minuut die ik langer bleef als vrijwilligerswerk zou worden geboekt.

Ergens diep binnenin mij echode het: “Door de zorg betaalbaar te houden, willen wij waarborgen dat onze ouderen de zorg krijgen die zij nodig hebben.” “En vooral niet meer!” mopperde ik daar, net als in 2015, cynisch achteraan. Al het overige was inmiddels facultatief geworden, begreep ik in mijn droom. Ik trok mijn jas aan en stak de iCare in mijn tas, maar toen ik mevrouw een hand wilde geven, zat zij zich juist met een air de circonstance te ontlasten. Een vluchtige blik vertelde me dat het flink raak was ook. Nee, de details zal ik u besparen. En nog eens nee, dit was niet de nachtmerrie, want een ‘ongelukje’ op het moment dat je eigenlijk al bij de volgende cliënt had moeten zijn hoort bij het gewone werk. Kom, dacht ik, we leven in 2026, dus ik scande de barcode die me eerder een schone inco had toegeschoven. Er gebeurde niets. Het apparaat meldde iets in de geest van “inco reeds verstrekt” en de zorg-unit gaf geen respons. Ik zocht wanhopig naar een mes, een schaar of desnoods een hamer, maar eigenlijk wist ik wel dat ook dat geen zin had. De software was onverbiddelijk en de hardware volkomen hufterproof. Dit was dus 2026 en ik had me in al mijn zeventig levensjaren nog nooit zo gefrustreerd gevoeld.

Op dat moment begon mevrouw te krijsen, met een schel, rinkelend geluid. Ik haalde uit om haar een klap te geven, maar net voordat ik haar raakte, werd ik wakker van het geluid van mijn trouwe HEMA-wekker. Die had ik blijkbaar van mijn nachtkastje gemaaid. Na wat gebrom en een droevige snik op de houten vloer kwam het ding tot zwijgen. Het duurde maar een paar seconden eer ik besefte dat het dinsdag 28 juli 2015 was en half zeven in de morgen. Tijd voor mijn eigen ADL, mijn eigen ontbijt en een vrolijke werkdag in de thuiszorg, die nog thuiszorg is.

Advertenties

Read Full Post »

22072015a

Een poosje geleden kwam Kairos weer eens langs. Ik greep hem bij zijn haarlok en toen hij uit het zicht verdwenen was, keek ik naar mijn hand. Die had een schoffel vast en voor mijn voeten lag een vijftig vierkante meter stugge zeeklei verwachtingsvol naar mij op te kijken. Doe iets met mij! Dat kwam goed uit, want ik had voor mezelf besloten dat het goed zou zijn mijn online leven in te dammen, voordat het helemaal geen oevers meer zou hebben om buiten te treden. Voltaire – Il faut cultiver son jardin! – keek instemmend over mijn schouder mee en ik ging aan de slag. Hierboven ziet u het resultaat van zeven weken wisselwerking tussen de natuur en mijn wil en inspanningen.

Ondertussen had mijn jongste dochter het VWO met goed gevolg afgerond en zat ik te luisteren naar de liefdevolle toespraken waarmee de docenten afscheid namen van twintig jongvolwassenen, met wie zij zes jaar waren opgetrokken. Bijzondere jonge mensen, we gaan nog van ze horen. Van die avond is één zinnetje bij mij blijven hangen: “Om je te kunnen ontwikkelen heb je privacy nodig,” citeerde een leraar uit het eindwerkstuk, dat een wat stille jongen had gemaakt over Big Data. Als die jongen terug is van zijn zomervakantie wil ik hem toch eens vragen of ik zijn scriptie mag lezen, om beter te begrijpen wat ontwikkeling en privacy met elkaar te maken hebben.

Overigens zou het niet slecht zijn om hier eerst een tijd lang in mijn eigen binnenwereld mee bezig te zijn. Niet slecht, wel ongemakkelijk: ik voel heel sterk mijn beperking, waar het gaat om het tot stand brengen van originele gedachten. Is alles wat ik hier schrijf eigenlijk een antwoord op wat er bij mij binnenkomt? Is de noodzaak die ik voel om op dit blog iets te maken van wat mij bezighoudt misschien louter het gevolg van een grote ontvankelijkheid? Is de tuin, die mij nu een omhulling geeft, verantwoordelijk voor de stilte op mijn schrijfplek? Was ik zozeer afhankelijk geworden van dat online leven voor het levendig houden van mijn gedachtenstroom?

Als dat zo was, dan ben ik waarschijnlijk niet de enige, en is het wellicht geen slecht idee om eens kritisch te kijken naar wat dat internet met ons doet. Een paar dagen geleden schoof Google me een moeilijk te negeren pop-up venster onder mijn neus, om mij te herinneren aan wat zij allemaal kunnen en willen doen met de data die ik met mijn surfgedrag genereer. Voor mijn bestwil, natuurlijk. Daarbij gaan zij ervan uit dat ik “relevantere zoekresultaten” van node heb, terwijl ik misschien wel zoek om iets te vinden waar ik nu juist niet op uit was. Scharrelmens die ik ben.

Laatst vroeg iemand mij – ze wist het antwoord wel – of ik ook het idee had dat gehurkt poepen momenteel een big thing was. Zij had op Facebook per ongeluk of uit nieuwsgierigheid een artikel over de ‘squatty potty‘ aangeklikt en kreeg nu al twee maanden regelmatig aanverwante artikelen toegeschoven in de suggesties waarmee de site je zo graag op weg wil helpen. En natuurlijk advertenties over andere ergonomisch verantwoorde toiletpotten. Is dat erg? Of alleen maar irritant? Waar het in ieder geval toe lijkt te leiden, is dat je in je online leven niet op weg geholpen wordt, maar in kringetjes rond geleid. Of in een fuik gelokt.

Zou hier misschien uit blijken dat het internet een obstakel kan zijn als je je wilt ontwikkelen? Lukt het de datareuzen steeds beter om ons gedrag te voorspellen doordát zij het onverwachte en ongerijmde uit onze levens verwijderen, tot wij alleen nog maar relevant zijn? Opeens maakt mijn rare associatieve brein een wilde sprong: in de wereld van Big Data ontwikkelen wij ons niet, wij accumuleren er slechts en elke gelaagdheid verdwijnt eruit. Daarbij ontstaat geen ‘profiel‘, maar bizar fossiel van een en face platgeslagen kop. Zoiets als het ding dat Johann Jakob Scheuchzer in 1725 ergens in Duitsland vond en aanzag voor een “homo diluvii testis en theoscopos“.

Misschien zijn wij straks allemaal reuzensalamanders, tenzij wij onze tuin onderhouden.

22072015b

 Voetnoot: het Latijn hierboven betekent “een mens die getuige is geweest van de zondvloed en die God heeft gezien“.

Read Full Post »