Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2015

Meer niet

30052015

 

Och, arme Bas, dacht ik, toen ik dit las:

Waar is mijn ziel gebleven? Wie ben ik? Of liever gezegd, wie ben ik nog? Volgens de Duitse filosoof Thomas Metzinger, vanavond te zien in De Volmaakte Mens, is ons idee van onszelf gebaseerd op een illusie. Waar ons bewustzijn ons een ik voorschotelt, een idee van een persoonlijke kern, een ziel kortom, daar zijn slechts neurologische processen aan het werk. Ik mag dan denken dat ik in de kern dezelfde ben als de driejarige Bas, maar dat is een trucje van de hersenen, meer niet. Een harde waarheid, vind ik.

Een harde waarheid? Ach nee, Bas, een heel zachte klont ‘nothingbuttery‘ – dat ik juist jou daar zo in moet zien uitglijden. Je had er met gemak overheen kunnen stappen, desnoods met een zwierig boogje omheen kunnen lopen. Je bewustzijn houdt je niet voor de gek: al hangt het nog zozeer samen met “neurologische processen”, al kan het er met geen mogelijkheid buiten, dan nog is er geen enkele noodzaak om het daartoe te reduceren. Waarom zou je jezelf tekort doen? Bij erotiek komt ongetwijfeld een heleboel biochemie kijken, maar dat is voer voor moleculair-biologen, meer niet. De liefde ligt een stukje verderop.

Voor mij is het vooral een kwestie van verbazing, te moeten zien hoe zoveel mensen met een goed stel hersens zich vrijwillig laten opsluiten in een materialistisch wereldbeeld. Terwijl het voor mij heel vanzelfsprekend quatsch is, humbug, bijziendheid. Je hoeft niet eens een clairvoyant als Rudolf Steiner te zijn om dat te zien. Die heeft ook maar gezien wat Aristoteles al zag: er is wel materie zonder leven, maar niet andersom. Er is wel leven zonder ‘gevoel’, maar niet andersom. En tenslotte is er geen bewustzijn los van die andere andere drie, maar er komt wel meer bij kijken. Meer, ook al zien we het – liever – niet.

We hebben veel gemeen met de materie: als we van de trap af vallen, zijn we net zo gauw beneden als onze koffer. We hebben veel gemeen met de planten: zonder water gaan we dood. Ook op de dieren lijken we, in onze angst en begeerte schreeuwen we het uit, om het hardst. Maar wij kunnen meer: dichten, denken, dromen. Zeker, we kunnen – door de omstandigheden of door onszelf te verzaken – beperkt raken tot deze ‘onderlagen’ van het menselijk bestaan. Maar dan heeft dat toch altijd iets verdrietigs in zich. Net als dat zich blind staren op processen die zich in ons lichaam afspelen op het moment dat wij leven, voelen, denken. Iets verdrietigs, meer niet.

Read Full Post »

21052015

De managers en coaches van deze wereld willen ons niet alleen allemaal boven de lijn hebben, maar ook nog met ons hoofd in de wolken – pardon: de ‘cloud‘. Op mijn werk wordt enorm geïnvesteerd in digitalisering van de zorg, waarschijnlijk mede op instigatie van de zorgverzekeraars, die voortaan de langdurige zorg moeten financiëren en dus willen controleren. En die kunnen niet zoveel met de zorg die wij leveren, maar des te meer met een soort spiegelbeeld ervan dat wij moeten creëren in het digitale universum. Arts-filosoof Bert Keijzer mopperde daar al eens over in Trouw:

Die controleneiging werd geloof ik in gang gezet om kosten te besparen en het resultaat was een kostenexplosie die elke gezondheidswerker had kunnen voorzien.

Vergeefs gemopper, vrees ik, want het eind van deze onzin lijkt nog lang niet in zicht. Niettemin citeer ik hem nog maar eens, uit dezelfde – mij uit het hart gegrepen – column:

(. . .) Het terzijde schuiven van de man of vrouw in kwestie om je te kunnen storten op de essentie van de zaak: formulieren, indicatiecodes, urenregistratie, behandelplannen, zorgplannen, leefplannen, valprotocollen, risico-analyse. De ICT-shit waar je doorheen moet baggeren om bij een patiënt te komen wordt almaar dikker en stroperiger.

Deze registratiewoede is niet ontstaan omdat we inzagen dat patiënten ernstig tekort kwamen op het gebied van medicijnen en ingrepen. Inspecteurs, politici, zorgverzekeraars, bestuurders, managers, beleidsmakers, consultants, routeplanners, wethouders, raadsleden en computerfreaks hebben over de afgelopen twintig jaar een web rond ons werk gespannen dat almaar dichter wordt en waardoor we ons steeds moeizamer kunnen bewegen. Het gaat om mensen die nog geen gezondheidsprobleem in de gaten zouden hebben al zou het in de vorm van een nijlpaard op hun gezicht plaatsnemen.

Met een wat zorgelijk gemoed zie ik onze wijkverpleegkundigen hierin rondploeteren, waarbij me opvalt dat het enthousiasme meestal omgekeerd evenredig is aan het aantal dienstjaren. Zou het ook bij mij aan de leeftijd liggen, dat ik zo mijn bedenkingen heb bij deze ontwikkeling? Of is het vooral de vrees overprikkeld te raken door de overvloed aan informatie die dit allemaal met zich mee brengt? Laat ik eens proberen mijn bezwaren onder woorden te brengen.

Dan is daar eerst de werkdruk die op onze wijkverpleegkundigen rust. Zij moeten alle cliënten ‘herindiceren‘ volgens ingewikkelde protocollen in ingewikkelde formulieren en ondertussen proberen het aandeel ‘bureauwerkzaamheden‘ onder de 30 % te houden. Resultaat: men holt eerst dapper en later steeds wanhopiger achter de feiten aan. Vaak blijven dingen liggen, bij wijze van tijdgebrek, of ze worden in het rond gestrooid, in de hoop dat iemand het oppikt.

Daar ligt mijn volgende bezwaar: het zogeheten “op de mail zetten” leidt tot een constante stroom van informatie, die ronddraait als een bagageband op een vliegveld. We hopen dat de juiste informatie door de juiste mensen wordt opgepikt, maar in de praktijk gaan zelfs belangrijke dingen gemakkelijk ten onder en worden niet meer opgemerkt. Persoonlijk merk ik dat de druk op ons allen toeneemt om die bagageband voortdurend in de gaten te houden, opdat iedereen van alles op de hoogte zal zijn. Resultaat: Iedereen denkt dan dat Iemand het wel zal doen, met als gevolg dat Niemand het doet. Waar structuur ontbreekt, modderen en ploeteren we straks maar wat aan en weet alleen de zoekfunctie van de computers er nog raad mee. En de data-boeren.

Wat me echter het meest verontrust is hoe die druk – of is het een zuigkracht? – van het ‘second life‘ dat onze werkzaamheden moet vergezellen, zich naar onze vrije tijd dreigt te verplaatsen. De spreadsheetboys hebben ooit ons werk opgedeeld in ‘producten‘, om grip te houden op de besteding van tijd en geld binnen de organisatie. Wij verzorgenden krijgen dagelijks 15 minuten per dag voor overleg (= onvoldoende), 15 minuten per dag om van cliënt naar cliënt te fietsen (= onvoldoende) en verder de tijd die gekoppeld is aan de indicatie van de cliënten op ons rooster (= meestal niet ruim bemeten). Bureauwerkzaamheden mogen wij niet declareren. Op mijn vraag waar dan de tijd vandaan moet komen om “de mail” bij te houden, heb ik nog nooit een helder antwoord gekregen.

Binnen een ‘zelfregulerend team‘ mogen we dat zelf uitzoeken en de wijkverpleegkundigen, die ook managementtaken hebben gekregen, zijn best soepel in het gesjoemel om te zorgen dat we toch een beetje geld voor ons werk krijgen. Toch zie ik het gebeuren dat collega’s de troebele gletsjer van de werkmail sluipenderwijs over hun vrije tijd laten schuiven. En zie, ook ik neem mijn werk mee naar huis, want vandaag ben ik eigenlijk vrij en het is nog prachtig weer ook, maar ik breek mijn hoofd over wat ik kan doen om weer wat eenvoud en structuur in onze overdracht te krijgen. Voor mezelf, om me tegen overprikkeling en onbetaald werken te beschermen, en voor mijn cliënten, om te zorgen dat de noodzakelijke dingen gedaan worden in hún leven, in plaats van dat ze blijven rondzweven in het online leven dat de organisatie ons opdringt.

Read Full Post »

Op naar de webshop

09052015

Eigenlijk vond ik het om te huilen, maar gelukkig bezit ik wel enig talent voor leedvermaak. Daarom kon ik met instemming deelnemen aan het schampere hoongelach, dat gisteren klonk aan menige keukentafel waar ik beroepshalve regelmatig aanschuif. Wat was het geval? De spreadsheetboys van de gemeente en van de grote ‘zorgaanbieders‘ hadden een ei van Columbus uitgebroed en al mijn cliënten kregen een foldertje met brief in de bus, met de volgende wervende tekst.

Een nieuwe dienst vanuit de vertrouwde naam Cordaan

Tegen een gesubsidieerd tarief kunnen inwoners van Amsterdam vanaf 1 april Dienst Thuis aanschaffen. Dienst Thuis wordt aangeboden door Cordaan Thuisdiensten. U kunt met deze dienst gebruik maken van hulp in en om het huis, ontspanning, gezelschap en nog veel meer.

Voor u zijn de kosten slechts 10 euro per uur. De gemeente betaalt de resterende 12.50 euro. Het pakket diensten is er op gericht het dagelijks leven thuis te verlichten. via de webshop van Cordaan Thuisdiensten, www.dienstthuis.nl, is de Dienst Thuis te koop en leest u alles over de voorwaarden die door de gemeente Amsterdam gesteld zijn.

Eerst dacht ik dat het een verlate 1 april-grap was, vanwege de datum die in de flyer wordt genoemd. Mijn cliënten draaiden het velletje en de begeleidende brief, waarin directeur H. Gerard hetzelfde nog een keer schrijft, drie keer om en vroegen zich vervolgens af wie ze hierover zouden kunnen bellen. Er stond namelijk nergens een telefoonnummer.

Tja, dat staat op internet . . . .   Daar kun je ook het vereiste ‘account‘ aanmaken, zodat je de Dienst Thuis in je ‘winkelwagentje‘ kunt doen, om vervolgens door te klikken naar je vertrouwde en veilige ‘iDeal-omgeving‘, alwaar je precies zoveel uren betaalt als je wilt ‘inkopen‘. Maar wat als je geen internet hebt, zoals de meeste van mijn cliënten? Ook daarin is voorzien: dan ga je gewoon naar een van de Cordaan Thuiswinkels, waar men je kan helpen de Dienst Thuis te bestellen. Dat staat ook op internet . . . . Maar wat als je geen internet hebt? Oh nee, die hadden we al . . . . Maar hoe kom je daar als je niet mobiel bent, zoals de meeste van mijn cliënten? Tja, daar is zelfs in de verlichte ‘omgeving‘ van de hoogopgeleide en goedbetaalde bedenkers van deze nieuwe marketingtruc niet over gedacht.

Wat me zo goed deed in dit hilarische hoogtepunt van de marktwerking in de zorg, was niet het geld dat weer over de balk gesmeten is en merkwaardig genoeg precies in de zakken van de spreadsheetboys en ICT-jongens terecht is gekomen. Nee, ik werd blij van het vermogen van mijn bejaarde dames en heren om te lachen. Dat heb je wel nodig als je je laatste dagen slijt in een wereld die achteloos iedereen aan de kant schuift die niet web-savy is of niet kan lopen. Maar dat een grote zorgaanbieder kennelijk zo weinig benul heeft van wie hun ‘doelgroep’ uitmaken, dat vind ik eigenlijk om te huilen.

Read Full Post »