Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2014

25072014

 

Omdat ik graag wil deelnemen aan de rouw waarin onze natie dezer dagen gedompeld is, tref ik mijzelf – tegen mijn gewoontes in – dagelijks oog in oog met ‘de buis’. Gisteren gleed ik, na het volgen van de indrukwekkende plechtigheden rond de thuiskomst der lichamen en het nerveuze geharrewar over de politieke kant van dit alles, ongemerkt een aflevering van De Reünie binnen. Na te hebben vernomen dat mijn generatiegenoten gemiddeld vier keer zoveel verdienen als ik (het werd door Kamphuus met een krijtje op het bord geschreven!) en nog weer eens gezien te hebben hoe het verdriet om een jong gestorven vader aan één generatie niet genoeg zal hebben om op te raken, werd ik plotseling getroffen door een belangwekkende statistische waarheid. “De meesten van jullie zien het leven als iets wat je overkomt in plaats van als het resultaat van je eigen keuzes,” zei Kamphuus, “en net als altijd betekent dat dat jullie – gek genoeg – gemiddeld zeer hoog scoren op geluk.”

Met die wijsheid in mijn achterhoofd zat ik vanmiddag aan het bed van een mevrouw, die al meer dan een halfjaar bedlegerig is. Aan het begin van dit ziekbed heeft zij een serieus gesprek over euthanasie gehad. Daaruit was gebleken dat zij weliswaar leed, maar dat haar lijden met een dusdanige frequentie door momenten van vreugde of plezier werd onderbroken, dat men het er uiteindelijk unaniem over eens was dat aan de criteria ‘ondraaglijk en uitzichtloos’ voorlopig niet voldaan was. Een half jaar verder uit zij haar doodswens opnieuw, bijna dagelijks, onder veel tranen. Wij vangen haar woorden op zoals de tissues die tranen: alles wordt genoteerd met het oog op een heropening van het euthanasiegesprek. Vervolgens gaan wij over tot de orde van de dag: wassen, koffie, ontbijtje, sigaretje en ….. al gauw weer tijd voor een lolletje.

Vanmiddag was zij ‘hartstikke zenuwachtig’. “Geef me gauw een sigaretje!” Ze had liggen oefenen, voor hoe dat dan zou gaan met dat ‘flessie‘ waar ze het steeds weer over heeft. Wie er om haar bed zouden zitten. Dat ze allemaal nog een sigaretje zouden roken en dat ze dan ….. “En dan worrik me toch in enen bang.” Tja, denk ik, zelfs als je vindt dat het einde er nu maar eens moet zijn, houd je niet op een mens te zijn en dus angst te voelen voor het ongewisse, vooral als dat het meest zekere ongewisse van een mensenleven is. Al weken zie ik haar gevoelens op deze manier heen en weer schieten als kaatseballen in de handen van een schoolkind.

Daar is onze wet- en regelgeving rond het vrijwillige levenseinde niet op berekend. Eigenlijk zijn wij daar – op een enkele uitzondering na – geen van allen op berekend. Ik geloof eerlijk gezegd dat dit soort dingen zich van nature verzet tegen onze berekeningen. Misschien moeten we wachten tot we ‘transhumans‘ zijn geworden, eer we met een gerust (of rudimentair) hart kunnen zeggen dat een ‘unvoluntary death’ een ‘undesirable and unnecessary aspect of the human condition’ is. Tegen de tijd dat de vrijwillige dood dankzij de technologie niet alleen mogelijk, maar ook wenselijk en zelfs noodzakelijk is, zal van ons geëist worden dat wij van die innerlijke achtbaan een keurige stoep weten te maken, met een treetje of vijf. Zullen wij onszelf nog gelukkig prijzen als dat ons overkomt?

Advertenties

Read Full Post »

Rotwereld

21072014

 

“Eigenlijk vind ik dat we in een rotwereld leven.” Ze zei het voorzichtig en ving haar woorden onmiddellijk op, alsof ze wilde voorkomen dat ze tegen de werkelijkheid uiteen zouden spatten. Op haar heel eigen, beheerste manier was zij volkomen ontdaan. Zelfs haar geloof in God zag ik trillen op zijn grondvesten. Hoe moet je Hem erbij roepen? Iedereen kent wel iemand, schreef de krant. Van Laura was het een zeer gewaardeerde docent. Iemand die met zijn lessen in onze kinderen ‘het vuur wist te ontsteken’.

“Ik merk dat ik hier op een heel kinderlijke manier in sta,” zei ze ook nog. Ze bedoelde: er is iemand uit het leven weggerukt, een mooi mens. De wereld zou in één klap stil moeten staan. Iedereen zou moeten beseffen dat we niet mogen doorgaan met zo te leven dat dit soort tragedies mogelijk zijn. Maar de oorlog die hem noodlottig is geworden, gaat onverminderd verder. Zelfs buiten de plek waar de klappen vallen. Terwijl alles voor haar gevoel zou moeten draaien om de lichamen en de verstoorde levens van de verongelukten en hun nabestaanden, gaat het over het vertoon van spierballen, het politieke geschipper tussen volkswoede en handelsbelangen. De voor haar zo wezenlijke ruimte voor rouw wordt in beslag genomen door geschuif met de schuldvraag.

De verbijstering daarover deel ik met haar, maar ook wij blijken niet immuun voor gevoelens van boosheid en verlangen naar gerechtigheid. In de kerk waar zij naartoe was gegaan voor troost, had de predikant gesproken over het belang van bescheidenheid. We moeten niet meteen gaan wijzen, wieden, oordelen, rechtzetten. Ja, maar: als hier niet duidelijk is wat goed en kwaad is, waar dan wel? Misschien bedoelde de dominee vooral dat we ons verlangen naar wraak uit handen moeten geven, bedenk ik, want daarmee zetten we niets recht en raken we zelf in de ban van het kwaad.

Het ophalen van herinneringen blijkt in dit soort omstandigheden heilzaam. Van de doden niets dan goeds: ook een welkome steun en in dit geval allesbehalve een opgave. Wat deze jongeman, die door zoveel mensen zo gemist zal worden, heeft betekend, biedt een uitweg. Niet uit het verdriet, maar wel uit de vergeldingsdrang. Denkend aan zijn aanstekelijke enthousiasme kun je je laten terugvoeren naar dat vuur. Je kunt je boosheid in die vlammen gooien en zo brandend houden wat hij ontstoken heeft.

We waren met velen samen in de school waar Laurens zijn levenslust had uitgedeeld aan wie maar wilde. Het blijft droevig, die teloorgang van zo’n jong leven vol belofte, maar van vergeefsheid is geen sprake. Hij heeft het leven doorgegeven.

Read Full Post »

Volg je hart

16072014

 

Stel: Jules was geen robot, maar een gewone jongen. Niet autistisch of androgyn, maar gewoon biseksueel. Hij tikt voorzichtig tegen de krant c.q. laptop waarachter moeder Amanda zich heeft verschanst en vertelt haar over zijn verwarrende gevoelens. “Ach joh, dat hebben we allemaal wel eens,” lacht mama, “Maak je niet druk, volg gewoon je hart.” Jules kijkt even naar het wisselgeld in zijn hand en zegt: “Dank je, mama, ik voel me al een stuk beter, maar misschien moeten we het er later nog maar eens over hebben.” Op zijn kamertje duikt hij zwelgend in Die Leiden des jungen Werthers en waagt hij zich misschien zelfs aan Goethe’s  Faust:

Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust,
Die eine will sich von der andern trennen.

“Hmm,” denkt Jules, “misschien had mama toch gelijk: iedereen heeft dat wel eens.” En hij voelt zich werkelijk iets beter. Edoch, al snel komt hij er achter dat het hier niet om een louter filosofisch probleem gaat, maar dat er buitengewoon praktische kanten aan zitten: als je twee harten hebt, welke moet je dan volgen? Kies je een man of kies je een vrouw? Ga je voor de monogamie – levenslang of serieel -, of moet je je misschien tot de polyamorie bekennen? En wat als er nog een derde ziel in je borst huist, die er een sterke kinderwens op na houdt? “Je hart volgen, dat is niet zomaar wat,” denkt Jules, maar hij weet niet meer zo zeker of hij met dat probleem wel bij Amanda terecht kan.

Daarmee zitten we dan toch middenin iets waar we allemaal mee te maken hebben: tegenstrijdige verlangens en ingewikkelde scenario’s. We doen er vaak wel luchthartig over en roepen elkaar toe dat we toch vooral ons hart moeten volgen, maar wat bedoelen we dan? Ik heb wel eens de indruk dat het vaak in de richting gaat van ‘doen waar je zin in hebt’, en je daarbij niet zo laten belemmeren door verstandelijke overwegingen. Iets waar ik veel te bedachtzaam voor ben. Goed, ook ik moet handelen zonder alle consequenties te kunnen overzien en er dus maar op vertrouwen dat ik met de gevolgen zal kunnen leven. Maar ‘gewoon‘ mijn hart volgen? Zou ik mijn hart niet gewoon kunnen opwachten?

Opeens moet ik aan een kinderboek denken. Terwijl ik Rozemarijntje en Rooie Pier las, laafde mijn vriend Peter zich aan De tuinen van Dorr. Toen hij groot geworden was, maakte hij er een zangspel van, zodat ik het verhaal alsnog leerde kennen. Het gaat over een prinsesje, Mijnewel, dat een onmogelijke liefde koestert voor Jouweniet, de zoon van de tuinman. De jongen wordt veranderd in een bloem en voordat de winter hem teniet doet, oogst zij het zaad en bewaart het bij haar hart. Dan volgt zij dat hart en komt in een dorre woestenij vol dorre mensen. Daar neemt zij haar intrek in een hotel, dat gerund wordt door een man, die zich op een nogal vreugdeloze manier lijkt vast te klampen aan overgeleverde gewoontes. (Ah, les choses trop oubliées!) Hij verschoont elke week de bedden, ook al komen er geen gasten. “Men moet dagelijks gezicht, handen en bibben wassen,” heeft zijn vader hem geleerd.

Het verbaast mij niet dat deze sleutelfiguur in het verhaal doorgaans onopgemerkt blijft, want erg tot de verbeelding sprekend is hij niet. “Is de liefde van Mijnewel sterk genoeg om samen met de speelman Jarik de macht van de sluwe Sirdis te breken en de kille ban over de dode stad Dorr op te heffen?” vraagt uitgever Lemniscaat zich af. Bij mij komt een andere vraag op: waar waren deze moedige volgers van het hart zonder die onbeduidende hotelier, die zelfs de tuin bleef verzorgen, terwijl er al jaren niets in groeide? Dankzij zijn zorgzame wachten kon het zaad dat de hartstocht tot zo ver gedragen had tenslotte ontkiemen.

In dit verhaal worden twee zielen over twee lichamen verdeeld, maar gelukkig hebben wij er twee (of meer) voor onszelf. We kunnen volgen, vooruitsnellen, wachten, tegemoetkomen en uitzwaaien, afwisselend en tegelijkertijd. Dat is een rijkdom die we licht vergeten in een tijd waarin we elkaar vooral aanmoedigen ‘ons hart te volgen’, naar nieuw en meer en beter. Het kan geen kwaad, lijkt mij, als we onszelf en elkaar er ook af en toe aan herinneren dat het leven geduldig onderhoud vraagt. In de intieme sfeer, waar vriendschappen en relaties bloeien doordat wij ze trouw cultiveren, maar ook in de maatschappij, waar niet alles van waarde in termen van onmiddellijk profijt beschreven kan worden.

Read Full Post »

Als ik het niet te druk heb met al dat geschuif in mijn leefwereld – iPads in, stervende medemensen uit en mijn meubels op en neer -, dan denk ik nog regelmatig aan robots. Vooral aan één robot: Jules, een geesteskind van Hanson Robotics. En dan met name aan dit filmpje:

 

 

Natuurlijk, ik moet dit niet te serieus nemen, maar laat ik dat vandaag voor de grap eens wél doen. Want ik heb te doen met die arme Jules en zijn gender-issues! En wat is die Amanda toch een ongelooflijk stomme trut! “Oh yes, we all face these issues from time to time. That’s normal.” Ik zou me dood schamen als ik mijn kinderen met zulke suikerkluitjes het riet in had gestuurd. “Don’t worry about it, Jules. When the time comes, you’ll know what to do: just follow your heart.” Ja ja, doet u er nog maar een onsje onzin bij.

“So sexual identity issues are normal,” concludeert Jules onaangedaan en hij laat het er verder bij zitten, want daar was het hem immers helemaal niet om te doen. Dat Amanda er die draai aan geeft, zegt meer over Amanda’s eigen issues. Haar reactie lijkt op een hypercorrectie, ongeveer zoals wanneer iemand je vertelt volstrekt niet homofoob te zijn, terwijl dat helemaal de vraag niet was. Jules wilde Amanda een persoonlijke vraag stellen – bijvoorbeeld “hoe doe jij dat als je je soms mannelijk en soms vrouwelijk voelt, welke rol speelt dat in jouw seksleven” -, maar daar heeft Amanda duidelijk geen zin in. Vandaar ook de volgende dooddoener, als Jules probeert haar alsnog dichter bij de hete brei te halen: “Just follow your heart.”

Wat Amanda zich daarbij voorstelt in het geval van Jules is me een raadsel. In de reacties onder het filmpje op YouTube maakt iemand zich zorgen over het feit dat Jules “no tits, cunt, or dick, no sexual feelings desire or lust” heeft. Nu lijkt me dat in een tijd waarin het seksleven van veel mensen zich vooral on-line voltrekt nog wel overkomelijk, maar kom, Amanda, waar zit je hart als je geen lichaam hebt of het niet weet te vinden? Als ik Jules zo hoor praten, doet hij mij sterk denken aan sommige echte mensen. Echte mensen met echte ‘mind-body problems‘. Voor wie behept is met autisme, transseksualiteit of een dissociatieve identiteitsstoornis is dat opeens geen filosofische kwestie meer, maar een serieuze handicap. Niet iets om je geen zorgen over te maken. Dus, Amanda:

“Straight talk, straight talk — don’t try B.S.-ing me.”

Er valt van robots veel te leren over wat het betekent om mens te zijn. Als we daarbij die rare popie-jopie luchthartigheid van Amanda laten varen, dan zouden we er wellicht nog eens achter komen hoe onhoudbaar een louter materialistisch wereldbeeld (ook wetenschappelijk) is. Zelfs al worden ons bewustzijn en onze intelligentie gedragen door veel H2O en een handjevol andere, ingewikkelder moleculen, dan nog schieten we er niets mee op om onszelf te reduceren tot vochtige robots. Als we niet uitkijken, worden we daar nog eens dorre mensen van.

Read Full Post »

10072014

 

Ik snap niet veel van economie. Daarom ben ik altijd blij als mij daaromtrent iets verhelderd wordt. Blij en verdrietig, want meestal heeft zo’n uitleg trieste implicaties. Zo ook gisteravond. Eigenlijk ging het niet over economie, maar over de weduwen van de mannen die ruim een halve eeuw geleden getraumatiseerd uit Indië terugkwamen. Die mannen leken zich aanvankelijk nog wel te redden, maar met de jaren werden de nachtmerries frequenter en heviger. Tot zij uiteindelijk aan lichamelijke en geestelijke uitputting stierven, dan wel er zelf een eind aan maakten. Hulp of zorg van overheidswege was er voor die mannen niet en op erkenning moeten de vrouwen die hen wel geschraagd hebben nog altijd wachten. Een paar jaar geleden pas kwam er geld vrij voor veteranen met een posttraumatische stress-stoornis. Voor velen kwam dat te laat en hun weduwen vielen buiten de boot.

Die weduwen waren aan het woord in het tv-programma Hollandse Zaken. Bewonderenswaardige vrouwen. Aangrijpend om te horen met welk een liefde en geduld zij hun zwaar beschadigde echtgenoten én een heel gezin jarenlang overeind gehouden hebben. Meestal zonder financiële steun van buiten- of bovenaf. Geen wonder dat deze vrouwen zich tekort gedaan voelden toen zij bij het verdelen van dat ‘potje’ voor de uitgesteld gesneuvelden over het hoofd gezien werden. Minister Hillen, zelf aanwezig in het programma, probeerde hen nog wat stroop om de mond te smeren door te wijzen op hun gebleken kracht. Het was bijna alsof hij zei: “Jullie hebben bewezen dat jullie dat geld niet nodig hebben.”

Een dochter van een inmiddels overleden veteraan bleek niet geïmponeerd. Zij maakte de minister en wie verder de schoen mocht passen voor ‘boeven’ uit en deed een boekje open over de moeite die haar vader destijds had met de diepere – lees ‘economische’ – motieven achter de oorlog die hij moest vechten. Zo wist een van de weduwen ook nog wel iets over economie: “Die mannen hebben voor jullie gevochten en jullie hebben niets voor hen gedaan. Wij hebben een leven lang voor ze gezorgd. Gratis verpleegsters zijn we geweest!” Daarbij ging me een lichtje op.

Ik weet niet hoe lang de kranten er al vol van staan – ik ben in dat opzicht een zij-instromer -, maar soms lijkt het wel of de feuilleton waarin wij leven alleen maar gaat over mannen aan de top, die zich als een kudde vette ganzen van de ene plek naar de andere verplaatst, totdat het gras ook daar weer op is. Dan volgen de bezuinigingen, komen de schandalen boven water en wordt het kaalgevreten gebied aan de ‘eigen verantwoordelijkheid’ overgelaten. En als dat allemaal gelukt is, verjubelen ze de laatste winst met een vette bonus of een gouden handdruk. De kosten voor de aangerichte schade worden, net als in het bovenstaande verhaal, naar achter de voordeur verplaatst, waar vrouwen en mantelzorgers er voor opdraaien. Als je dat creatieve destructie noemt, kun je je rijk blijven rekenen.

Je hoeft er geen vrouw of boerin voor te zijn om te zien dat een economie waarin de leiders zichzelf en elkaar zoveel gunnen niet klopt, maar misschien helpt het wel een beetje. Dan denk ik aan de oude boerin van onze volkstuin met wie ik aan het eind van het jaar samen de overtollige hanen slachtte. Zij wist precies wie dat waren. Een goeie haan was geen vechtersbaas. Dat hij niet vet was, lag niet aan het aantal paringen per uur. “Kijk,” zei ze dan, “die daar, als hij wat lekkers ontdekt heeft, dan eet ie het niet meteen op, maar hij roept z’n toom kippen erbij. Voor hemzelf is het laatste stukje.” Die mocht nog een jaartje blijven, de anderen gingen met een dikke klont reuzel en een gouden Riesling de pan in. Coq au vin Madame Maigret.

Read Full Post »

06072014

 

Als ik terugdenk aan het gezin met acht kinderen waarin ik ben opgegroeid, vallen mij meteen de woorden rommelig en rumoerig in. Mijn vader, die niet heel sterk aanwezig was, verzuchtte zo nu en dan: “Het lijkt hier wel een huishouden van Jan Steen!” Mijn moeder was niet iemand met een duidelijke visie over opvoeding. Zij had haar handen meer dan vol aan het vervullen van onze eerste levensbehoeften. Zolang zij niet het idee had dat de buren reden tot klagen hadden en de hete adem van God niet in haar nek voelde, liet zij ons lekker begaan. Het leek wel een soort participatie-samenleving, bij ons thuis. Pas wanneer zij “Jemie Kremie!” riep, wisten wij dat de grens bereikt was en we beter even uit haar buurt konden blijven.

Eigenlijk was er maar één situatie waarin een opvoedkundige interventie van haar kant zich voordeed. Dat was als wij elkaar zo te na kwamen dat iemands rechtvaardigheidsgevoel of gekwetste eigenwaarde in het geding kwam. Dan wendde de gekrenkte partij zich klagend tot Moeder om Recht. Ter wille van het voorbeeld dat dezer dagen mijn herinnering is binnengestapt, moet ik eerst iets van mijzelf blootgeven. Een gebrek, of eigenlijk: een teveel. Vlak naast mijn rechter oor – ik schuif mijn haar iets opzij, dan kunt u het zien – bevindt zich een minuscule uitwas. Zo’n kleine abnormaliteit is onder kinderen zeer bruikbaar, zodra er behoefte aan belediging ontstaat. In die gevallen werd ik pars pro toto “Oorpuntje!” genoemd.

Op zeker moment liep die pesterij kennelijk zover uit de hand, dat mijn moeder een regel invoerde: schelden was toegestaan, maar daarbij mochten wij geen misbruik maken van een ‘gebrek‘. Nu had degene die de meeste lol beleefde aan het wekken van woede bij de anderen zelf geen enkel minpuntje dat tegen hem gebruikt kon worden, dus de verhoudingen waren hoe dan ook scheef. En dat bleven ze, want ook als er één mogelijkheid wordt weggenomen, vindt men wel andere wegen om elkaar te tergen. Zo kwam het dat ik de plaaggeest, toen die een keer zo hard wegliep dat ik hem niet gewoon een klap kon geven, woedend “Arendsvogel!” achterna riep. Opeens stond hij stil, draaide zich om en sprak oprecht verontwaardigd: “Dat mag niet! Dat is een gebrek!”

Afgelopen week zag ik mijn moeder terug in onze arme burgemeester Eberhard van der Laan. De rechter heeft geoordeeld dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat hij ook dit jaar een vergunning heeft afgegeven voor de intocht van Sinterklaas.

Van der Laan heeft onvoldoende afgewogen of de figuur van Zwarte Piet – een ‘racistisch stereotype’ volgens de rechtbank – een zodanige “inbreuk op het privéleven van zwarte mensen” zou zijn, dat hij voorwaarden over deze figuur in de vergunning had moeten stellen. Bijvoorbeeld dat er ook pieten moeten rondlopen met steil haar, of dat ze rijden op een paard.

NRC van vrijdag 4 juli 2014

De krant meldt verder dat juristen niet onverdeeld gelukkig zijn met deze uitspraak. Zo zou ons staatsbestel aan bestuurders geen ruimte laten om invloed uit te oefenen op de inhoud van evenementen. Ook vreest men dat nu de weg open ligt voor andere gevoeligheden voor wat er in de openbare ruimte aan onwelgevoeglijks gebeurt. “De bevindelijke christen kan zijn pijlen nu richten op opzichtige homo’s in de Gay Pride.” Niettemin stelt onze burgervader zich ten doel van Sinterklaas weer “een feest van alle 820.000 Amsterdammers” te maken. Nu moet ik niet alleen aan het gebrekkige Salomonsoordeel van mijn moeder denken, maar ook aan André van Duin:

Read Full Post »

Opgeschoven

03072014

 

Terwijl ik dit schrijf heb ik een foto in mijn hand, die ik heb opgediept uit een van mijn schoenendozen, teneinde iemand weer even dichterbij te halen. Deze week trof mij bij het doornemen van de overlijdensberichten in de krant de naam van een oude bekende, die ik jaren geleden uit het oog verloren had. Daar staat hij, een veertiger nog, met die verbaasde glimlach waarmee hij zijn leven lang op elke foto plaatsnam. Het is juni 1984, op de kop af dertig jaar geleden, maar het lijkt een beeld uit een ander leven. Meer dan de helft van de mensen die er op staan is dood en ikzelf ben de enige die ik nog regelmatig zie, als ik in de spiegel kijk.

Het kiekje is genomen met een zelfontspanner. Zeven mensen poseren achter een tafel in de Casa Russa in Arnasco, waaraan zij zojuist gezamenlijk de maaltijd hebben genoten. Mijn broertje heeft een half jaar later een eind aan zijn leven gemaakt; het besluit stond op die dag al vast, zo bleek achteraf. Zijn vriend is vorige week dezelfde weg gegaan, begreep ik uit de advertentie in de krant. Onze ‘opa en oma’ zijn al vele jaren eerder the way of all flesh gegaan. Mijn lief en ik zijn uit elkaar. En Graziano, zou die nog leven? *

Bij het herschikken van het meubilair in mijn huis viel mij kort geleden nog een andere verzameling foto’s in handen, dit keer netjes in een album. De weerslag van een bruiloftsfeest, alle gasten staan er op, in wisselende groepsportretten. Ook hier werd ik getroffen door het besef dat veel van de mensen die ik toen kende inmiddels niet meer onder ons zijn. Om maar niet te spreken van de stellen die zijn gescheiden en de vrienden met wie het contact is verwaaid. Dit lijkt een moment om op zoek te gaan naar de tijd die ik kwijt ben geraakt, al denk ik zelf dat ik daar beter nog maar even mee kan wachten.

Vorige week heb ik nog iets opmerkelijks meegemaakt, dat in dit rijtje observaties thuishoort. Tijdens een avonddienst kwam ik bij een dame alleen om voor haar een maaltijd op te warmen en haar medicijnen te geven. Toen ik haar kamer binnenkwam, zat zij zoals gewoonlijk op de bank vanwaar zij alles kon overzien. Zij keek mij aan, vriendelijk als altijd, en zei: “Zo, kom jij afscheid nemen?” Hoewel ik wist dat mevrouw haar dagen doorbracht met wachten op de dood, verbaasde me deze directheid. Ik weet niet meer met wat voor kwinkslag ik hierop heb gereageerd, maar wel dat we erom gelachen hebben, want dat deden we vaak, ondanks de omstandigheden.

Later op de avond bezocht ik haar weer, dit keer om haar ‘nachtklaar te maken‘. Toen ik de voordeur achter me dicht liet vallen, zag ik haar liggen op de drempel tussen de keuken en de gang, pogend overeind te krabbelen. Ik heb haar op de benen geholpen en zo goed en zo kwaad als het ging naar bed gebracht. Er leek geen sprake van letsel, maar ik vertrouwde het niet helemaal, dus belde ik de centrale doktersdienst en haar dochter. Haar eigen huisarts kwam, en ook die kon niets vinden, dus er werd besloten het aan te zien tot de volgende ochtend. Toen ik om half negen die morgen weer bij haar was, bleek zij niet meer in staat om op te staan. Met een zekere voldoening sprak zij: “Het is gedaan met het ouwe mensje, hoor.” Een week later was zij dood.

In de tijd dat zij bij ons in zorg was, heb ik regelmatig met haar over het naderend einde van haar leven gesproken, omdat dat het enige was wat haar nog bezighield. Uit die gesprekken is me vooral bijgebleven dat zij leed onder een eenzaamheid die door geen enkel menselijk contact teniet gedaan kan worden, zelfs niet door het dagelijks bezoek van haar kinderen. “Ik ben de enige die nog over is,” zei ze telkens weer. Wij zijn als sterren in een constellatie, die onzichtbaar traag langs de hemel schuift, tot de laatste ster van ons teken onder de horizon verdwijnt. De afgelopen week voelt het alsof ik met een schokje ben opgeschoven.

  • Update 18-2-2016: Toen ik dit blogbericht vanavond herlas, tikte ik  naam en toenaam van Graziano in Google in, waarop ik vernam dat hij eind april 2015 ergens in zijn dierbare bossen rond Vessalico aan een hartstilstand is overleden.

Read Full Post »