Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2014

31032014

 

…. en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja het werk onzer handen, bevestig dat.

Psalm 90:17

Terug naar de robots. Ik zal maar meteen toegeven dat mijn weerzin vooral voortkomt uit de confrontatie met mijn eigen vervangbaarheid, dan hoeven we het daar niet meer over te hebben. Maar daarbij gaat het niet in de eerste plaats over het verlies van inkomen en misschien nog niet eens over de impliciete minachting voor het werk dat ik doe. Het gaat mij erom dat menselijke arbeid meer is dan marktwaar in een kapitalistische economie. Van de wetenschap dat ik het allemaal niet meer mee zal maken gaat een troost uit die met de dag schraler wordt. Ik heb kinderen in deze wereld en bovendien is er een mensheid waarmee ik mij verbonden voel.

Jarenlang hebben we een volkstuintje gehad, een lapje grond waarop wij groenten verbouwden. We huurden dat van een gepensioneerde pionier in de biologisch-dynamische tuinbouw. Bijna tot aan zijn dood heb ik hem nederige werkjes zien doen op die anderhalve hectare waaraan hij zijn leven had gewijd. Soms hielp ik hem daarbij en raakten we aan de praat. Hij was een onverbeterlijke, zeer wereldvreemde idealist. “Een tuinkabouter!” riep de vrouw die het tuintje naast mij bewerkte en die net zo eigenwijs was als hij. Een paar jaar geleden is hij gestorven, maar een van zijn gedachten leeft verder in mijn hoofd.

“De mechanisatie van de landbouw is geen vooruitgang geweest. Men voerde als argument aan dat het gebruik van machines tijd zou besparen. Maar je kunt tijd helemaal niet sparen. De tijd stroomt voortdurend verder, je kunt hem alleen maar gebruiken. Voordat je je werk uit handen geeft aan een machine, mag je eerst wel eens bedenken wat je met die lege handen gaat doen.”

Die gedachte schudde iets in mij wakker, dat sindsdien niet meer wil slapen. Ik was opgegroeid met een veel optimistischer beeld van de zegeningen van de technologie:

Ergens in de jaren vijftig kwam hij in beeld: de spelende, van arbeid bevrijde mens. De vrijetijdsmaatschappij, voorspelden deskundigen, was in de maak. Uit de Verenigde Staten bereikten ons land intrigerende verhalen over robots en automatisering. Alles wees erop dat de wereld van de arbeid het in toenemende mate zonder de mens af zou kunnen.
De Cobra-kunstenaar Constant Nieuwenhuys gaf het land van de toekomst begin jaren zestig ook een naam: Nieuw Babylon. “In Nieuw Babylon zal onze sluimerende kreativiteit ontwaken! De economische voorwaarden zijn er dan aanwezig voor. Wie nu nog de tijd moet doorbrengen met de kost verdienen, zal dan haast genoodzaakt worden kreatief te worden om niet aan verveling ten onder te gaan. Hij zal de homo ludens zijn, hij zal gaan spelen.”

(….)

Vrije tijd bleek voor een aanstormende generatie niet langer een bijproduct van de wereld van de arbeid, niet langer een oase van welverdiende rust, maar een wereld op zichzelf, een wereld waarin je een ander mens kon worden.

Uit: Lage landen, hoge sprongen: Nederland in de twintigste eeuw door Jos van der Lans en Herman Vuijsje

Dit toekomstbeeld sprak mij wel aan. Omdat ik bang was iets te missen als ik een richting insloeg of omdat ik mij graag verloor in contemplatie, dat laat ik in het midden. Door schade en schande ben ik dit kleine beetje wijzer geworden: die oude boer had een punt. Nederig handwerk is van een even onschatbare waarde als welk ander werk dan ook. Het is een rare romantische illusie dat een mens zich mooier zal ontplooien naarmate zijn vrijheid groter wordt. Men moet zich ergens aan kunnen ontwikkelen.

Dat is mijn persoonlijke ervaring, maar ook maatschappelijk hebben we inmiddels voldoende kijk op de kwalijke gevolgen van het uitbesteden van nederig werk aan machines en lagelonenlanden. De ene lost generation na de andere dwaalt doelloos en depressief over de arbeidsmarkt. Bepaalde menstypes zijn al vanaf hun geboorte overbodig of worden gedwongen zich tegen hun natuur in te ontwikkelen. Omdat ‘de economie’ hen niet meer nodig heeft.

Moeten we nu ook nog het werk in de zorg afstaan aan robots? Er zullen wel mensen zijn die er garen bij spinnen, want al jaren worden de geldstromen in de zorgsector hardnekkig omgebogen in de richting van technologie. Al in 1950 formuleerde Isaac Asimov in zijn bundel I, Robot drie ‘wetten van de robotica‘. Interessanter vind ik de zogenaamde ‘Nulde Wet‘:

Een robot mag geen schade toebrengen aan de mensheid, of toelaten dat de mensheid schade toegebracht wordt door zijn nalatigheid.

In plaats van te roepen dat we geen keuze hebben, kunnen we misschien eerst nog wat beter kijken naar alternatieven om onze economie in te richten, voordat we robots toelaten op de arbeidsmarkt. Anders brengen we zelf schade toe aan de mensheid.

*

[Bij het plaatje boven dit blogbericht dacht ik aan mijn oom Arend (1887-1971), die op zijn oude dag vaak verzuchtte: “Wie zal straks nog een zeis kunnen haren?”]

Read Full Post »

Kluizenarij

30032014

 

Eergisteren stond ik heel even stil bij de genealogie van mijn vriendschappen. Uiteindelijk zijn die natuurlijk allemaal geboren uit een mateloos verlangen, maar buitendien bleken twee momenten in mijn leven cruciaal te zijn geweest voor het tot stand komen ervan: de studie Klassieke Talen en het internet. Waar ik zonder die jaren in academia zou zijn geweest kan ik me nauwelijks nog voorstellen, maar zonder internet was ik inmiddels misschien wel veel verder in mijzelf teruggetrokken geraakt dan ik was op het moment dat ik mijn eerste modem kocht. Zeker was mijn vriendenkring een halve cirkel armer geweest.

Via een simpele advertentie betreffende ‘warez‘ voor de Mac kwam ik aan een echte ‘BFF‘. Al surfend stuitte ik op een inzicht waardoor ik over de kop ging en toen ik weer boven water kwam, begon ik voorzichtig van binnen naar buiten te leven in plaats van andersom. Zo ontdekte ik de wondere wereld van de genderdiversiteit, waaruit ik mensen mee naar huis nam. Vandaar belandde ik in kringen van het academisch feminisme en werd ook daar voor mijn bijdragen beloond met warme vriendschappen. Terwijl ik daar nog rondhing, raakte ik verzeild in de blogosfeer, waar ik met mijn eigen blog tegen dat van een ander op botste. We stapten uit, zagen geen schade, en werden vrienden.

Kortom: het internet is voor mij een weg naar bevrijding en verrijking geweest. De sociale media hebben daar gek genoeg geen blijvende rol in gespeeld. Facebook en LinkedIn hadden een soort grenzeloosheid over zich, die aanvankelijk wel aansloot bij het al genoemde mateloze verlangen, maar na verloop van tijd in mij een behoefte aan beperking wekte. Het kostte de nodige moeite om mij ervan te ontdoen (ze willen je niet graag kwijt!), maar een poosje geleden kon ik lachend tegen de vriend van mijn dochter zeggen: “Gedekte tafels zijn mijn sociale media.”

Nu was ik laatst op een symposium over voedselgeschiedenis en daar kreeg ik plots weer trek in netwerken. Hup, LinkedIn account aangemaakt, keurig profiel ingevuld met alleen relevante informatie. Klik, naar het volgende venster. Daarin verschenen als bij toverslag een twintigtal fotootjes van mensen die ik kende, of met wie ik ooit e-mail contact had gehad. Ik hoefde maar een button aan te raken en LinkedIn zou hen allen in één klap uitnodigen om met mij in verbinding te treden. Terwijl ik op de linker button klikte (dat kon gelukkig nog wel), realiseerde ik me dat LinkedIn buiten mijn medeweten over mijn schouder had meegekeken en in een split second mijn hele e-mail database had doorgenomen.

Ik was niet ingenomen met een dergelijke poging voorzienigheid, maar toen na een paar dagen de uitnodigingen van allerlei vage kennissen en vergeten vrienden in mijn mailbox binnenstroomden, was ik allesbehalve amused. Wat een opdringerige brutaliteit! Blijkbaar hadden de lui in nog een paar luttele seconden de databases van al hun leden doorsnuffeld en overal waar ze mijn adres tegenkwamen de suggestie gestuurd om mij aan hun netwerk toe te voegen. Ik heb mijn account gauw weer opgedoekt en de vriendschapsverzoeken maar gewoon via de e-mail beantwoord.

Terwijl ik nog van die schrik aan het bekomen was, leek het alsof het internet sluipenderwijs steeds minder leuk was geworden. Die reclame in de marges van de pagina’s die ik bezoek, daar kijk ik gelukkig gemakkelijk overheen. Ik heb toch geen geld om uit te geven aan iets dat zich niet al zelfstandig als levensbehoefte had aangediend. Maar dat ik overal waar ik kom eerst een venstertje moet wegvegen waarin staat “wij gebruiken cookies om u beter te kunnen helpen“, dat ga ik steeds irritanter vinden. Schiet op, loop me niet voortdurend voor de voeten! Google, eens mijn beste vriend, omdat ik altijd onmiddellijk en letterlijk kreeg waar ik naar zocht, stelt me steeds vaker teleur door mijn ‘spelfouten’ eigenhandig te verbeteren. Soms krijg ik het zo benauwd van al die bemoeienis dat ik verlang naar een kluizenaarsbestaan.

Read Full Post »

Botte seks

26032014

 

Pas op, hier haak ik aan bij het venijnige staartje van mijn vorige bericht. Het jaar onzes Heren 2040 werd door Maarten Steinbuch genoemd als moment waarop de zorgrobots mensen als ik gaan verdringen van de arbeidsmarkt. In 2050, zo menen anderen, zullen ‘sexbots‘ het oudste beroep ter wereld voor zich opeisen. Als dat de handel in vrouwen van vlees en bloed door anderen dan henzelf de wereld uit zal helpen, dan juich ik die ontwikkeling van harte toe. Maar waar het de ultieme emancipatie van de mannelijke seksualiteit gaat bewerkstelligen, slaat bij mij toch de weemoed toe.

Natuurlijk kan ik mij ook hier geruststellen met de gedachte dat ik tegen die tijd hooguit nog voor necrofielen begeerlijk zal zijn, maar laat ik toch even over mijn eigen schaduw heen kijken en me voorstellen hoe de wereld er voor mijn dochters en kleindochters uit zal zien. Hoe overbodig zullen zij zich voelen? Zal de kloof tussen de seksen alleen maar dieper worden en ‘Uncanny Valley‘ gaan heten?

De notie dat de mannelijke seksualiteit nu eenmaal anders is dan de vrouwelijke is een vrij stabiel mengsel van vooroordelen en ervaringsfeiten, waarin wij stilzwijgend berusten of waaraan wij wederzijds plezier beleven. Vrouwen kunnen weliswaar vrolijk dartelend de Dildo Song zingen en ’s werelds bekendste objectofiel is een vrouw, toch bestaat er met reden geen mannelijke tegenhanger van Roxxxy. De heren van TrueCompanion weten veel te goed dat daar geen markt voor is.

SpitsNieuws waagde er ooit een belrondje aan en vroeg ex-prostituée Mariska Majoor naar haar mening:

Een belronde met verschillende vrouwen levert een eenstemmig antwoord op: „Ik zie het niet als vreemdgaan, maar ik zou het direct uitmaken.”

“Mocht ik tegen die tijd zelf weer zo dom zijn om een man te hebben en hij zou opbiechten dat hij seks heeft gehad met een robot… Tja, dan zou ik er klaar mee zijn en hem direct naar de psychiater sturen.”

Gelukkig hebben de mannen van de toekomst hierin wel een keuze. Wanneer de kwade dagen komen, mogen zij misschien een zorgrobot in de sekseneutrale billen knijpen. (Ik vraag me af of die hen een kille tik op de vingers zal geven.) Tot die tijd zullen de meesten van hen toch wel op mensen van vlees en bloed vallen. Met blonde krullen en rode lippenstift. Of met een sixpack en een zorgvuldig getrimd baardje. Of gewoon op iemand die ze heel erg leuk vinden en met wie ze ook nog goeie maatjes kunnen zijn.

Read Full Post »

24032014

Gealarmeerd als ik was door een gesprek over de gevreesde verdringing op de arbeidsmarkt van intellectualiteit door kunstmatige intelligentie, spitsten zich al mijn zintuigen toen mijn oog viel op een artikel in de krant over de toekomstige inzet van robotica in de zorg. Zou ook mijn baan reeds op de tocht staan? Misschien nog wel eerder dan die van de filosofen? Of is het juist de bedoeling die eerst de stad uit te jagen (zoals de Romeinen in 161 voor Christus dat deden) om vrij baan te maken voor de zorgrobot? Ach, denk ik, de managers en directeuren in mijn organisatie zijn nog helemaal in de ban van tablets en smartphones, dus het zal zo’n vaart niet lopen met die innovatie. Aan het slot van het artikel kreeg ik evenwel al een beetje kippenvel:

Maar er klinkt ook andere kritiek op het congres in Nijmegen. Hebben zieke of oude mensen niet een ‘warme hand’ nodig in plaats van een kille robotarm? Hoogleraar Maarten Steinbuch beantwoordt deze vraag met een wedervraag: „Stelt u zich eens voor dat het 2040 is. Dan is 25 procent van de mensen in Nederland ouder dan tachtig. Wat moeten we dan doen? Deze mensen laten vereenzamen, of zorgen dat er in hun huiskamers robots zijn die meelopen en extra zorg en communicatie mogelijk maken? Ik denk dat we geen keuze hebben. We knuffelen straks met aangeklede elektronica.”

Wacht even, in 2040 ben ik 84 jaar oud. Als ik dat haal, dan hoef ik niet meer voor mijn baan te vrezen, maar des te meer voor een oude dag in uiterste vervreemding doorgebracht. Een rondje surfen over het internet is niet erg geruststellend. Integendeel, vier pagina’s met google-hits op ‘zorgrobot’ leveren al een klein dozijn namen van prototypes op: Eva, Amigo, Rose, Florence, Charlie, Giraffe, Alice, Robin, Alfred, Zora en Bobby. Zorgverzekeraar CZ heeft een half miljoen euro geïnvesteerd in zorgrobot Rose. Ik voel nattigheid: Es ist bezahlt, es soll herunter.

Nu is er nog wel discussie over hoe menselijk het gezicht van zorgrobots zou moeten zijn en hoe aaibaar het ‘lijf’, maar aan sociaal-emotionele intelligentie wordt al jarenlang ijverig gesleuteld. Als het om kinderen en dementerende bejaarden gaat, is men er al uit. Voor laatstgenoemden is er het Japanse robotzeehondje Paro, dat al in Oegstgeest is gesignaleerd:

24032014b“Deze therapeutische robotzeehondje maakt een vreugdevol en kirrend geluid en knippert met de ogen wanneer het geaait of geknuffeld wordt.
De knuffelrobot die € 4000 kost, wordt ingezet bij kinderen en ouderen en heeft een rustgevende werking.”

Voor kinderen is er Probo, ontwikkeld door de Vrije Universiteit van Brussel.

24032014c
“De groen beslurfde robot kan met behulp van twintig motoren verschillende emoties tonen, aldus de onderzoekers.”

Afgezien van de gevolgen van dit alles voor de arbeidsmarkt zie ik ook een schaduw vallen over het lot van onze huisdieren. Veiligheidsoverwegingen die zullen leiden tot het ‘uitbannen’ van katten, honden en konijnen liggen direct om de hoek.

Maar goed, nog even terug naar de man die meent dat we geen keus hebben:

En als hij de keuze wel zou hebben? Dan heeft hij natuurlijk liever een mens, bekent de hoogleraar. „Mag ik dan ook kiezen wat voor mens? Dat lijkt me wel belangrijk.” De zaal stemt toe. Steinbuch: „Dan kies ik voor een blonde. Met mooie lippenstift.”

Dit soort kieskeurigheid kom ik in mijn dagelijks werk als verzorgende gelukkig maar zelden tegen. Ik zou meneer beleefd, maar ook een tikje vilein doorverwijzen naar www.TrueCompanion.com.

Read Full Post »

Ongelijk

20032014

 

Als er iets is waar ik vandaag vrolijk over ben, dan is het wel over mijn eigen ongelijk. Maar natuurlijk eerst over het heugelijke feit dat mij in het ongelijk heeft gesteld. In Vlissingen is voor het eerst in de geschiedenis een vrouw raadslid namens de SGP. Liliane Jansen, die ook lijsttrekker was, kwam op de kieslijst nadat de SGP “nog wat namorrend” gehoor had gegeven aan het vonnis van de Hoge Raad, dat de partij dwong om vrouwen binnen hun gelederen passief kiesrecht te verlenen. Tot voor kort was dat in strijd met de statuten van de partij.

Krap vier jaar geleden heb ik zelf, samen met mijn mederedacteur Mariecke van den Berg, op de website van het feministisch tijdschrift LOVER kritische kanttekeningen geplaatst bij de juridische stappen die het Clara Wichmannfonds destijds had ondernomen tegen de SGP. Een van onze argumenten was dat er over de hoofden van reformatorische vrouwen heen werd gehandeld. Dat kon niet de bedoeling van emancipatie zijn. Sterker: het zou het emancipatieproces binnen de reformatorische kringen tegenwerken, omdat de loyaliteit voor de eigen cultuur sterker zou blijken te zijn dan de behoefte aan te haken bij de verworvenheden van de (seculiere) meerderheid.

En zie: ik heb ongelijk gekregen. Lilian Janse zit in de raad van Vlissingen. Ook in Zoeterwoude stond een vrouw op de lijst en Hilligje Kok-Bisschop timmert aan de weg. Het knarst en rammelt nog wel, lees ik tussen de regels door, maar kom, er zit beweging in. Mariet van Klinken, een andere SGP-vrouw zegt:

Het is goed dat vrouwen meepraten in de politiek, met alleen maar mannen krijg je eenzijdigheid. Mannen en vrouwen zijn anders, denken anders. En ik geloof dat mannen en vrouwen aan elkaar gegeven zijn om elkaar te helpen. Er is een groot potentieel aan vrouwen die de politiek in kunnen, het begin is er nu.

Ik ben erg blij met mijn ongelijk.

Read Full Post »

Gorgias

19032014

Ongeveer twee weken geleden deed ik ook al ergens luchtig en lacherig over, terwijl ik er net zo goed – of misschien beter – ernstig en bezorgd over had kunnen doen. Ik hing rond op een virtueel speelplaatsje en het ging net over de angst dat de voortschrijdende digitalisering banen zou doen verdwijnen. Dat is op zich niet nieuws. Computers hebben ons al van veel geestdodend werk verlost. Aan de vraag of dat ons de verwachte vrijheid en vergrote kansen op zelfontplooiing heeft gebracht ga ik hier nu maar even voorbij. Het ging hier echter over heel andere banen: de intellectuele beroepen, het denken als ambacht.

En dan herinner ik mij opeens de man die mij ooit de eerste beginselen van het klassieke Grieks en Latijn heeft bijgebracht. Die dat met zoveel enthousiasme deed, dat ik die oude talen ben gaan studeren, in een tijd dat het belang daarvan voor het eerst openlijk in twijfel getrokken werd: vanwaar al die moeite als er toch goede vertalingen zijn? Destijds had ik niet zo heel veel begrip voor de bezorgde geluiden om mij heen. Ik was zelfs geneigd er de arrogantie van een elite in te zien, die de plaats van haar waarden in de wereld schromelijk overschatte. Van de sociale mobiliteit die mij als het ware had overrompeld hield ik vooral een grenzeloos cultuurrelativisme over. Of de behoefte daaraan.

Terug naar die man: met veel geduld leerde hij ons eerst het Griekse alfabet, daarna de uitspraak, vervolgens de betekenis van woorden, dan nog de manier waarop in die taal woorden tot zinnen worden geweven en zinnen tot tekst. Na ruim een jaar zwoegen bleken wij in staat een dialoog van Plato te lezen, zij het ondersteund door een ‘commentaar’ en zijn persoonlijke begeleiding. Ik weet nog wat we lazen: de Gorgias. Dat gaat over een van de eerste mensen die zich liet betalen voor een puur intellectuele prestatie. Hij was leraar in de ‘retorica’, de kunst van het overreden. Maar dat is niet de reden waarom ik mij juist dit herinner in verband met het verdwijnen van de intellectuele beroepen als gevolg van de digitalisering.

Het gaat mij om die leraar van mij en om wat hij met ons voor had. Binnen de beperkte tijd en binnen de grenzen van onze beperkte vermogens waagde hij het om ons zo dicht mogelijk te doen naderen tot het belang van filosofie voor de mensheid. Aan de hand van die oude tekst maakte hij zichtbaar dat het aanleren van vaardigheden een zaak van groot gewicht is. Maar wat doet iemand met zijn vermogens zodra je hem loslaat? Wat gebeurt er met een samenleving die van alles vermag, maar die zich niet langer ethische vragen stelt op een manier zoals Socrates dat deed? Kan een samenleving zonder mensen die daar een passie voor hebben en de gelegenheid krijgen hun talenten in te zetten?

We kunnen van alles denken en beweren over hoe ook apen morele wezens zijn, hoe we van godsdienst of filosofie niet vanzelf betere mensen worden of hoe computers veel menselijke hersenarbeid overbodig maken, maar ik geloof niet dat we zonder mensen als mijn leraar Grieks en Latijn kunnen. Nu hebben filosofen en andere intellectuelen wel voor hetere vuren gestaan dan bezuinigingen en pogingen tot het ontwikkelen van kunstmatige intelligentie, maar als ik mij probeer voor te stellen hoe het zal gaan als ook zij geheel en al aan de ‘gezonde marktwerking’ zullen worden overgelaten, dan houd ik alvast maar op met luchtig en lacherig doen.

Eén lichtpuntje: op de school van mijn jongste dochter krijgen ze nog les in het herkennen van drogredenen en mijn oudste heeft nog leren onderscheiden tussen feiten, waarnemingen, meningen en vooroordelen. En toen ik een paar jaar geleden een groepje HBO-studenten van wie ik een tekst moest redigeren betrapte op slecht gecamoufleerd knippen en plakken uit Wikipedia zei zij: “Oh, dan heb je bij ons een één.”

Read Full Post »

Gebruiker

18032013

Eigenlijk was het flauw van me, dat ik laatst op dit blog zo lacherig deed over Aldous Huxley en zijn voorspelling dat binnen afzienbare tijd het grootste deel van de wereld zou bestaan uit totalitaire staten. Begrijpelijk was het ook: zoekend naar het juiste midden tussen problematiseren en bagatelliseren heb ik soms een sterke behoefte mijn eigen zorgen weg te lachen. Want soms, of vaak, lijkt het allemaal allesbehalve mee te vallen. Dan is het alsof Huxley’s voorspelling zich elke dag haastiger waar maakt. Niet doordat de Communistische Partij haar macht over de wereld uitbreidt, maar doordat onze eigen regeringen – en niet te vergeten ons eigen bedrijfsleven – steeds duidelijker totalitaire trekken beginnen te vertonen.

Sta me toe dat ik nog niet helemaal bekomen ben van de schrik die mij beving bij de vanzelfsprekendheid waarmee de Amsterdamse kantonrechter de plannen van Stadgenoot met mijn woning boven alle twijfel verhief. Als de overheid, en in het verlengde daarvan de woningcorporaties mij de verantwoordelijkheid voor mijn veiligheid uit handen willen nemen, dan is dat goed, of in ieder geval ‘redelijk’. En als zij daarvoor de inrichting van mijn huis en mijn leven telkens een stukje verder van mij over willen nemen, dan moet ik mij daarbij neerleggen. Anders ben ik onredelijk.

Keer ik mijn kachel de rug toe en kijk ik uit het raam, waar de wereld wemelt, dan word ik er niet bepaald geruster op.

“Als eerste wil ING betaalgegevens van klanten verkopen aan adverteerders.”

“VS wil ambtenaren straks ook thuis kunnen volgen.”

“Websites schenden wetgeving over privacy-gevoelige cookies.”

“EU-geld voor opslag van omstreden reizigersdata.”

“Toezichthouder: inlichtingendiensten overtreden de wet.”

“Doden met ‘onze’ data – mag dat?”

En zo zou ik nog wel een aantal bladzijden kunnen vullen.

Ik ben oud genoeg om mij te herinneren dat er verzet is geweest tegen het invoeren van de postcode. Ook het burger-service nummer (dat heette toen nog sofi-nummer) heeft zich door een – kleine – storm van protest heen de realiteit in bewogen. Het is net alsof elke dag de alarmbellen harder rinkelen, maar de trein gaat door. Filosoof Jos de Mul kwam in Trouw met een artikel onder de titel Geef je maar over aan Big Data, verzet is zinloos. Gewend als ik ben aan het rinkelen van bellen in alle berichtgeving rond dit thema, lijkt het door de rustige en relativerende toon van het stuk bijna alsof de Mul er behagen in schept dat de mensheid zich tot een zwerm twitterende spreeuwen ontwikkelt. In de laatste alinea treft mij één woord dat de deur nog op een kier zet:

Als het aan individualisten als Lanier ligt – die op geen enkel sociaal medium te vinden is – dan komt de zwermgeest er zeker niet. Maar als we zien hoe begerig veel gebruikers van sociale media hun individualiteit met anderen delen, dan kan het niet anders of de ‘verborging van het individu’ is aanstaande. Verzet is zinloos. Ontvrienden kan niet meer.

Dat is het woord ‘gebruikers‘. Als ik daar die meervoudsuitgang even af knip, dan ben ik zelf een ‘gebruiker‘ en kan ik mij gaan bezinnen op mijn gebruik van het internet.

Read Full Post »

Older Posts »