Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2013

30112013

Tot wie richtte Jezus zich eigenlijk, toen hij de parabel van de talenten uitsprak? Had hij wel een boodschap aan de verongelijkten, of wilde hij slechts laten zien wie wel en wie niet ‘geschikt voor het koninkrijk Gods’ zijn? Hoe dan ook heb ik de indruk dat de gelijkenis het niet goed zal doen als vermaning aan hen die aarzelen ja tegen het leven te zeggen. Eerder nog zal het de patstelling bevestigen, ongeveer zoals in het gedicht van Kavafis dat ik een keer eerder citeerde.

Voor mijzelf hebben de connotaties die Jezus’ woorden vanuit mijn calvinistische opvoeding meekreeg ook al niet erg geholpen. Dat de luie dienstknecht in God een hardvochtig heerschap zag was alleszins begrijpelijk. En kreeg hij niet achteraf gelijk, toen hij uitgefoeterd en naar de buitenste duisternis verbannen werd? Dat hij zich met zijn ene talent misdeeld voelde door een God die rechtvaardig heette te zijn was ook voorstelbaar. Met wat voor bange ijver had hij het goed kunnen doen? Had hij het wel goed kunnen doen, of was dit evenzeer vooraf bepaald als zijn geboorte en zijn dood? Tenslotte: waarvoor moest hij ook nog eens gestraft worden? Had hij zijn straf niet reeds gehad in dat onzalige nietsdoen?

Er was een andere exegese nodig, eer ik in dit verhaal een stimulans kon zien. Ik denk dat het Rilke was, die mij uitgeleide deed. Zijn gedicht Gott spricht zu jedem nur kan je zien als een variant op de talentenparabel. Met als verschil dat het gedicht eerder vertrouwen inboezemt dan angst. Aan de ernst van het leven wordt niet afgedaan, maar Rilke’s God biedt bovenal ruimte. Hij legt het talent niet van buitenaf als een taak op, maar ontkluistert het als een verlangen van binnenuit.

Als ik Mattheus 25:14-30 daarna opnieuw lees, kijk ik er van een andere kant naar. De clou is nu dat de dienstknecht meent te weten wie zijn heer is. Door te handelen naar zijn eigen vooroordelen, maakt hij die uiteindelijk tot een waarheid. In mijn ogen is het evangelie er bij uitstek op gericht om ons uit het diensthuis van dergelijke waarheden uit te leiden. Om te zorgen dat we niet te gauw zeggen: heer, ik ken u.

Read Full Post »

Schaduwevangelie

08112013

Na het avondeten zat ik op de bank. Helemaal alleen, nou ja, de kat zat twee meter verderop op de leuning met haar rug naar mij toe. Terwijl ik mijn gedachten de vrije loop liet en er niet eens zozeer op lette waar ze naar toe liepen, veranderde de plek waar ik zat in een strand, zonovergoten. Breed ook, het was kennelijk eb. Maar omdat de wereld nu eenmaal zo in elkaar zit, werd het op een gegeven moment – vraag me niet hoe lang het duurde – vloed. Eerst voelde ik slechts nattigheid, daarna speelden zachte golfjes om mij heen. Toen die zo groot werden dat ze begonnen mij op te tillen (Archimedes, heb dank!), besefte ik dat het golven van dankbaarheid waren.

Te midden van die golven dacht ik terug aan de tijd dat ik de behoefte voelde een evangelie volgens Judas Iskariot te schrijven. Of een roman vanuit het perspectief van Kaïn, de broer van Abel. Ook dacht ik terug aan die keer dat ik een wonderlijke korte film had gezien over de parabel van de talenten. Ik herinnerde mij een wat wantrouwige jongeman, die het kanariegele bestelwagentje dat hij van zijn baas te leen had gekregen krampachtig tegen elk krasje behoedde. Dat was het beste, meende hij. Aan het slot werd hij in het ongelijk gesteld, hoewel dat in zekere zin niet nodig was: hij was al die tijd al verongelijkt.

Daar kon ik inkomen. Sterker nog: daar zat ik destijds gewoon middenin. Vandaar die behoefte aan een schaduwevangelie.

Het is er niet van gekomen, en nu hoeft het niet meer. Wat ik niet kwijt ben geraakt, of wat ik eraan over heb gehouden, is de behoefte een blijde boodschap te brengen aan de verongelijkten. Hoe moet ik dat in godsnaam doen? Misschien moet ik maar beginnen met hen gelijk te geven. Ik weet niet wie je heeft beloofd dat de straten hier met goud geplaveid waren, maar kijk: ze zijn van modder. Zullen we ze eerst maar eens bestraten, samen? Ja ja, het is hier dweilen met de kraan open, maar vele handen maken licht werk.

En als je eenmaal samen aan het werk bent, komen de grappen vaak vanzelf. Goed, dat moet een beetje wennen als je eigenlijk liever zuur of bitter bleef, maar het is te doen. Of het de moeite waard zal zijn? Tja, dat weet je pas achteraf, na het avondeten op de bank.

Read Full Post »

Nettiquette

03112013

Er is de afgelopen jaren veel te doen geweest over de invloed van internet en social media op onze levens. Vooral de verwachte teloorgang van ons gevoel voor privacy heeft ons zorgen gebaard. Sinds gisteren denk ik dat dat een achterhoedegevecht is. De aanstormende generaties zijn ons reeds ver vooruit in het ontwikkelen van passende omgangsvormen.

Omdat ik een website over de Romeinse gastronomie in de lucht houd, krijg ik regelmatig mail van middelbare scholieren, die voor hun ‘onderzoekscompetentie’ iets met Romeinen en eten willen doen. Met veel plezier beantwoord ik hun vragen en vind het ook leuk als ik te zien krijg wat zij er uiteindelijk van hebben gemaakt. Dat ze mij tegen die tijd meestal allang weer vergeten zijn, snap ik wel: ik ben een website, geen persoon.

Gisteren kreeg ik een aantal vragen op mijn bord van iemand die met een paar initialen ondertekende en een nickname als hotmail-adres had. Nadat ik zorgvuldig zijn of haar vragen had beantwoord, schreef ik dat ik het wel aardig zou vinden als de vragensteller zich even zou voorstellen. Daarop kreeg ik het volgende antwoord:

Geachte,

Met alle gekken die op de wereld rondlopen doe ik dat liever niet!

Groet

Ik stond even perplex, daar op mijn virtuele boekenplank. Aan de eerstvolgende die mij uit de kast trekt om te raadplegen, vraag ik toch van tevoren even met wie ik het genoegen heb.

Read Full Post »