Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2013

Radicaliseren (vervolg)

31102013

Toleration … is the greatest gift of the mind; it requires the same effort of the brain that it takes to balance oneself on a bicycle.

Helen Keller

Nadat de verbinding tussen mij en mijn kleine vriend op zolder was verbroken, bleef ik nog lang nadenken over radicaliseren. Ik gebruikte dat woord voor iets dat hij in mijn ogen deed: het ondernemen van een zoektocht naar de wortel van een zaak, doorgaans een zaak die voor onvrede zorgde. Daarom ging die zoektocht  meestal vergezeld van het verlangen die wortel uit te rukken en daarmee de wereld te bevrijden van een kwaad. Ik herken dat verlangen in mijzelf, maar tegelijkertijd ben ik er huiverig voor en hoop ik dat het nooit in vervulling zal gaan.

Ook dacht ik aan die andere betekenis van radicaliseren, waarbij mensen zich terugtrekken in het fort van hun eigen overtuigingen en elkaar van daaruit met argumenten bevechten. Daar heb ik een uitgebreide geschiedenis mee, vooral door mijn betrokkenheid bij verschillende idealistische bewegingen. En ben ik niet al heel lang gefascineerd door het vaderlandse integratievraagstuk? Ondertussen liet ik mij meeslepen door een boeiend boek: Help, ik ben blank geworden van Bram Vermeulen, journalist in Afrika.

Plotsklaps werd ik opgeschrikt uit mijn gemijmer door een verontrustte mail van het andere einde van de wereld. Het zag er naar uit dat de cultuurstrijd die ik in een eerder bericht noemde een kritiek punt had bereikt. Mij werd om raad gevraagd. De mater familias van het gastgezin waar mijn jongste onbedoeld en herhaaldelijk ‘ins Fettnäpfchen getreten’ had, wilde mijn kind zo graag begrijpen. Maar misschien wilde zij nog wel meer dat ik haar begreep. Van zo’n afstand is dat gemakkelijk en buitengewoon moeilijk tegelijk.

Ik moest mijzelf bedwingen, want graag was ik tussenbeide gekomen en bij elk van beide partijen begrip gewekt voor het gezichtspunt van de ander. Maar daarmee zou ik olie op het vuur gegoten hebben. Ik kon mijn olie beter op de golven gooien. Met troostende woorden probeerde ik de butsen en builen aan beide kanten te zalven en vervolgens stelde ik een praktische oplossing voor: een week lang niet meer proberen elkaar te begrijpen. Gewoon zeggen wat je wel of niet wilt, zonder dat nader te verantwoorden. Tot nog toe leek dat de gemoederen te kalmeren.

Helen Keller zag het goed: het wezen van tolerantie is balans. En dat het net zo makkelijk of moeilijk is als fietsen wil ik van haar wel geloven, aangezien zij doof en blind was. De meesten van ons hebben makkelijk praten. Ga maar eens als pubermeid met een nog nauwelijks bevleesde identiteit naar een vreemd land, of ruim eens plek in aan de tafel in je warme, hechte gezin voor iemand die zegt wat ze denkt. Dan wil je alleen maar voorkomen dat die vreemde omgeving jou verandert, maar van de overkant van de tafel ziet het eruit alsof die ander haar ‘normen aan anderen wilt opleggen’.

Read Full Post »

Radicaliseren

22102013

Toen ik een week geleden in mijn binnenwereld met een flesje wijn naar boven ging om het gezelschap van mijn filosoofje op te zoeken, schoot mij halverwege de ladder al iets te binnen om het glas op te heffen. Ik dacht aan het citaat van D.H.Lawrence, aan hoe verrukkelijk het is om “alive and in the flesh” te zijn en vond het wel wat om daar op te drinken. Maar toen dacht ik aan de laatste regel van dat citaat, waar “the life of the mind” werd gedevalueerd tot iets zo oppervlakkigs (of prachtigs?) als de schittering van de zon op het water. (D.H.Lawrence hield overigens meer van het donker en van de maan.) Nee, dat moest ik maar niet doen, dat leek me niet zo aardig.

Mijn kleine kluizenaar had andere dingen aan zijn hoofd, dus die kwam zelf niet met een toast, en toen onze glazen elkaar raakten spraken wij als uit één mond: “Op de wijn zelf dan maar!” Zo zijn wij dat gewend. Voor we het wisten waren we echter alsnog op een punt aangeland waar de harmonie die ik zo graag nastreef gevaar begon te lopen. Dat ging ongeveer zo: de alcohol, die de wijn zo zalig doet smaken en onze hoofden zo licht en onze harten zo warm kan maken, die gloedvolle substantie, is die niet in wezen een alchemistisch amalgaam van zon en regen – en wat lucht -, gevangen in het doorschijnende donker van de fles? Het tweede glas hieven wij op de alchemie van de natuur.

Op dat moment waren we het nog hartgrondig met elkaar eens. Wij beiden wisten de schoonheid ervan te waarderen en ons melancholiek te verwonderen over de onomkeerbaarheid van alle processen in het rijk van de organische chemie. Maar toen maakte mijn springerige geest een ondoordachte beweging en stond ik opeens met die duivelse hoefjes van mij in zijn paradijselijke tuintje: ik meende namelijk daarin een parallel te zien met de filosofie en haar onmogelijkheden en bracht daarmee een verlangen van de filosoof in het gedrang. Hoe mooi en poetisch het ook was dat wij de gloed van de wijn in ons glas konden herleiden tot haar bron, de elementen, verder konden we daar niets mee. De natuur – of het leven, ik kijk niet zo nauw – gaat haar eigen gang en wijn wordt wel azijn, maar nooit andersom.

Zo kunnen wij het gewarrel van deze wereld, ging ik voort, wel op filosofische wijze bij de wortel te grijpen, en daarmee een zeker licht over de verschijnselen uitstrooien, maar meer dan dat zit er niet in. Verdikke, daar had je dan toch die schittering van de zon op het water van D.H.Lawrence! Ik zag mijn filosoofje al stil worden en naar het trapgat kijken. Zonder het te willen had ik hem toch in het hart van zijn passie geraakt: hij is namelijk niet een denker die tevreden is met een beter begrip van de wereld, nee, liefst zou hij vanuit dat begrip die wereld veranderen. Meer dan alles wenste hij dat het mogelijk zou zijn om al denkend tot het wezen der dingen door te dringen en dan de omgekeerde weg te volgen. Dat zou er als vanzelf toe leiden dat de rust en vrede die heerste bij de bron zich mee zou delen aan de hotsende en botsende kleine dingen van alledag. En met die macht, of dat geschenk, zou hij eindelijk trots de trap afdalen.

Ach, hoe graag had ik gewild dat ons gesprek die wending niet had genomen, of dat ik het alsnog in goede banen zou kunnen leiden! Maar de blik van mijn zolderbewoner dwaalde van het trapgat naar zijn eigen binnenwereld, waar ik vermoedelijk ophield te bestaan of in ieder geval niet langer zo’n weerbarstig eigen leven leidde. Een tikje teleurgesteld, maar niet mismoedig daalde ik de ladder af. Zo was het vaker gegaan en het kwam altijd weer goed, want de kleine denker leek het toch op prijs te stellen dat ik hem af en toe lastig kwam vallen.

Read Full Post »

17102013

Eerder zal zout tot honing worden voor een mens een mens begrijpt, laat staan een volk een volk.

Uit: A. den Doolaard, Het leven van een landloper

Ik denk dat het toch nog goed gaat komen met de cultuurschok van mijn uitwisselings-jongere. Vandaag heeft zij een soort afscheidsfeestje gehad op haar gast-school, want na de herfstvakantie gaat zij met haar oudere broer een reis door Europa maken. Vroeg in de morgen hebben we samen cup-cakes gebakken om uit te delen en zij was vastbesloten om haar evaluatie van de ‘experience’, getiteld My Journey aan de klas voor te lezen. Natuurlijk was ze heel zenuwachtig en natuurlijk ging het allemaal goed.

Dat mag ook wel, want het was een indrukwekkende tekst. Zij stelde zich daarin weliswaar kwetsbaar op, maar op een manier die respect zou afdwingen, want niet bedoeld om bij voorbaat meelij te wekken. Nee, voor zover mogelijk in amper twee maanden tijd, had zij zichzelf leren kennen, haar aspiraties en wat daarvan terecht was gekomen mild én genadeloos tegen het licht van de werkelijkheid gehouden en er een afgewogen oordeel aan verbonden. Hier en daar herkende ik mijn eigen inbreng (we hebben wat af gepraat!), maar het was geen lesje dat ze opzei. Ze had werkelijk iets meegemaakt en bleek in staat om wat aanvankelijk een zware teleurstelling leek, op te vatten als een open deur naar de toekomst, haar toekomst. Bovendien had zij zichtbaar een stap gemaakt in de richting van culturele verschillen te zien zonder daarover in termen van ‘right or wrong’ te spreken.

Tegelijkertijd bereikten mij een paar nogal fragmentarische berichten uit Zuid Afrika, waaruit ik net kon opmaken dat zich in het gastgezin van mijn uitwisselings-dochter gedurende de afgelopen twee weken een heuse cultuurstrijd moet hebben afgespeeld. Haar moeder en mijn dochter waren elkaar kennelijk meermalen in de haren gevlogen. Mijn eigen dochter sprak erover als over iets dat zij “achter zich gelaten” had, maar in de toon van de gastmoeder leek de storm nog maar nauwelijks bedaard.

Hoe moeilijk het ook is om je op zo’n afstand en zonder ooggetuige te zijn geweest een beeld te vormen van wat zich binnen dat gezin heeft afgespeeld, in mijn ogen waren de woorden die zij aan mijn kind vuil maakte zowel begrijpelijk als onterecht. Verdrietig, dus. Met een kleine vertaalslag zijn al haar ‘ondeugden’ gemakkelijk te herkennen als wat wij ‘verworvenheden’ plegen te noemen. De verworvenheden van de seksuele revolutie en van ons streven naar een ‘open samenleving’ in de zin van Karl Popper. Ze gedraagt zich perfect naar de idealen van onze opvoeding, maar bedreigt daarmee de idealen van haar gastmoeder.

Er zijn nog vijf weken te gaan. Ik heb er een hard hoofd in, want ik vermoed dat er twee stijfkoppen aan die tafel in Durban zitten, maar met dat harde hoofd blijf ik hopen dat zij zullen blijven proberen elkaar te begrijpen en het gesprek gaande te houden. Alsof ik daarmee dat (mijn!) ideaal dichterbij kan brengen, kook ik vanavond voor Ruhini een van Laura’s lievelingsgerechten: Turkse pilav.  Rijst met rul gebakken gehakt (Quorn, om de cultuurkloof te overbruggen), rozijnen en pijnboompitten, gekruid met zout, peper, komijn, kaneel en een paar druppels honing.

Zout hoeft geen honing te worden om samen een klein feestje te maken.

Update: het combineren van hartig en zoet is waarschijnlijk voorbehouden aan sommige mediterrane culinaire tradities en misschien wel Perzisch van origine, maar mijn uitwisselings-jongere, die in een Indiase cultuur is opgegroeid, fronste haar neusvleugels en concludeerde dat het toch maar beter was om zoetigheid voor het dessert te bewaren.

Read Full Post »

Safari

14102013

Qui serait assez insensé pour mourir sans avoir fait au moins le tour de sa prison ?

Marguerite Yourcenar

In mijn hoofd huist al heel lang een kleine kluizenaar. Als een smalgeschouderd filosoofje zit hij op de volgepropte zolder aan een tafeltje, dat hij achteruitgeschoven heeft, om toch vooral niet te dicht bij het raam (mijn ogen!) te zitten. Op de hoek van het tafeltje ligt een papiertje met daarop Das Gassenfenster van Kafka. Dat is zijn lijfspreuk, die hij dagelijks aan zichzelf voorleest. Denk echter niet dat kluizenaars zich uit de wereld terugtrekken omdat die hen te groots of te meeslepend is. Nee, het is eerder omdat die wereld te vol is met kleine dingen, die hen ‘te inghe’ zijn.

Terwijl ikzelf eindelijk rustig speel met de gedachte dat ik “ought to dance with rapture”, omdat ik “alive and in the flesh” ben, denkt deze kleine medebewoner de laatste tijd juist veel na over veiligheid. Dat komt natuurlijk door die brieven van de woningcorporatie, waarover op de verdieping beneden hem druk gepraat wordt. Maar misschien is het nog wel meer te danken aan het kleine donkere wezen, dat hij ziet bewegen als hij uit het raam kijkt, nu eens stil, dan weer luidruchtig. Hij probeert haar te beschrijven in termen van teruggetrokkenheid en van groots en meeslepend leven, maar krijgt er voorlopig onvoldoende hoogte van. Net terwijl hij besluit een zucht te slaken, hoort hij dat het wezen daarbuiten hem voor is. Zucht!!

Het zit haar dwars – zoveel is duidelijk – dat zij, aangeland op die plek ver weg waar zij de vrijheid en zichzelf dacht te vinden, juist zo pijnlijk naar het oude nest verlangt. Ze begrijpt er niks van dat zij zichzelf nauwelijks in beweging kan krijgen. De kleine filosoof raakt met ontferming bewogen en probeert in haar plaats na te denken, ijsberend over de paar planken tussen het raam en zijn tafeltje waar nog geen rommel ligt. “Als je de bron vindt, weet je alles,” mompelt hij in zichzelf. “Pas op voor de kleine dingen, filosoof!” roep ik naar boven. Immers: de bron waar dit kind uit is opgesprongen, zal – net als bij ieder ander mens – blijken niet meer dan een snijpunt te zijn van een hele wirwar aan lijnen, die wijzen naar andere bronnen, anderen snijpunten, die …. enz.  Zucht!!

Is dan niet één ding zonneklaar? Het ligt aan haar moeder, meent de een, die haar tot nu toe klein gehouden heeft, zodat zij als een Parcival in totale verbijstering op een teugelloos paard door de wereld dwaalt. (Zij probeert haar paard juist stevig in bedwang te houden.) Volgens mij is het juist omdat zij nog te weinig geworteld was om de boompaal weg te halen, vindt een ander. Nee, oppert weer een ander, het ligt aan het land dat haar heeft grootgebracht. Daar is het zo onveilig dat je je kinderen tot hun achttiende overal met de auto naartoe moet brengen. Pas wanneer ze zelf hun rijbewijs hebben, kunnen ze zelfstandig de deur uit. Geen wonder dat ze zich geen raad weet met onze veilige vrijheid.

En dan zie ik opeens de voorpagina van een krant: een bos bloemen in het water van de zee, omdat er weer een schip met vluchtelingen is vergaan, op weg naar Fort Europa. Ook wij hier zitten met ons allen veilig in een auto, mijmer ik, en het leven is een safari. Ik voel me klein worden, zo klein dat ik nauwelijks buiten het schermpje van mijn camera om naar de wereld kan kijken. Met een flesje rode wijn in mijn rechterhand beklim ik het trappetje naar de zolder, om te zien of mijn kleine heremiet nog iets weet om het glas op te heffen.

Read Full Post »

Het geding

09102013

Mijn veiligheid is in het geding, zo was te lezen in mijn vorige blogbericht, dat Stadgenoot mij aanleverde. Nu denk ik zelf dat dat wel meevalt, of liever: dat daar andere, goedkopere, en voor mij acceptabele oplossingen voor zijn. Mijn kachel en geiser worden jaarlijks onderhouden door een erkende gasfitter. Ik houd mijn ventilatierooster goed schoon. De schoorsteen wordt geveegd, ook al vormt een gaskachel geen of weinig roet. Vanaf morgen hangt er een koolmonoxide-melder in mijn woning. Dat lijkt me afdoende. Of niet?

Het Wijksteunpunt Wonen meldt het volgende:

Stadgenoot is van mening dat zij huurders via de rechter kunnen dwingen om mee te werken. Geraadpleegde huurrechtadvocaten hebben inmiddels aangegeven hiervan niet overtuigd te zijn. Huurders die niet willen meewerken, doen er wel verstandig aan aantoonbaar te maken dat zij zelf zorgen voor een veilige situatie in huis.

Dat klinkt hoopvol, maar de dreigementen van Stadgenoot maken mij onzeker. Moet ik de kosten van de rechtszaak die zij willen betalen? Als ik de zaak verlies, of ook als ik win? Hoe hoog kunnen die kosten oplopen? Opeens is er voor mij iets heel anders in het geding. Over mijn gezondheid en welbevinden heb ik het al gehad, maar nu gaat mijn financiële positie een rol spelen. De tijd van koketteren is voorbij, het wordt menens. Eerlijk gezegd kan ik mij een dergelijk risico niet eens permitteren.

Wie weet raad? Kan ik ergens op terugvallen, of staat het recht in dit geval bij voorbaat aan de zijde van degene die dankzij de dikke portefeuille de strijd wel aan kan gaan? Ik voel me opeens veel minder uitgedaagd en veel meer geïntimideerd.

Read Full Post »

08102013

*

U moet meewerken
Let op: we hebben u al meerdere keren een aanbieding gedaan. Toen hebt u niet gereageerd. Wij wijzen u erop dat u verplicht bent om mee te doen, omdat uw huidige verwarming veiligheidsrisico’s oplevert. Er kan koolmonoxide ontsnappen en dat kan dodelijk zijn. Als u niet meewerkt, dient u dit schriftelijk te melden en zijn we helaas genoodzaakt juridische stappen te zetten. De ervaring leert dat de kantonrechter u zal dwingen mee te werken omdat uw veiligheid in het geding is. Het gaat hier formeel om dringend noodzakelijke werkzaamheden in de zin van artikel 7:220, lid1, uit het Burgerlijk Wetboek. De kosten van een juridische procedure zullen bij u in rekening gebracht worden.

Stuur de verklaring terug
Wij verzoeken u, voor zover noodzakelijk sommeren wij u, bijgevoegde verklaring in te vullen, te ondertekenen en aan ons terug te sturen met bijgevoegde antwoordenvelop.

Uit: een brief van woningcorporatie Stadgenoot d.d. 30 september 2013 (door mij ontvangen op 5 oktober 2013 j.l.), betreffende meewerken aan nieuwe centrale verwarming.

Read Full Post »

07102013

Terwijl ik afgelopen zomer mijzelf als werkende arme heel koket op de hak nam, is armoe stilletjes een gestiegenes Kulturgut geworden. Deze maand barst het feest los: oktober is tot Buy Nothing New-maand uitgeroepen. Een ‘husseltje enthousiastelingen‘ dat vermoedelijk in straten woont waar de armoe nog nooit is langs gewandeld gaat een gezellige krachtmeting aan met haar eigen kooplust. Terwijl steeds meer mensen in Nederland de ceintuur morrend aantrekken, nemen zij zich jubelend voor er deze maand geen nieuwe te kopen. Ik doe mee, dames!

Eigenlijk heb ik al een valse start gemaakt. Het fietszadel, dat ik in augustus kocht, is het laatste nieuwe artikel dat ik heb aangeschaft. Voor het eerstvolgende item (ondergoed) moet ik een half jaar terug in de tijd en voor schoenen nog een jaar erbij. Verder koop ik al jaren alles tweedehands en balpennen vinden zelf hun weg naar mijn handtas. Je zou denken dat bij mij de lol er onderhand wel af zou zijn, maar nee hoor: scharrelend door het leven gaan is een joy for ever. Dat maakt dat ik er heel goed tegen kan wanneer het weer eens Buy Something New-maand is.

En het verhoogt mijn genot als ik de zaterdagkrant lees. (Is een krant eigenlijk iets nieuws, of hoort het bij de gewone boodschappen?) Dit weekeinde was het weer smullen, vooral in het katern dat momenteel ‘tijd – leven en doen‘ heet. Ik heb me sinds de jaren negentig niet meer zo trendy gevoeld. Er staat een stuk in over het verschijnsel foodwalk: fijn te weten dat wat ik al dertig jaar vanzelf doe zo’n deftige naam heeft gekregen en zo hip is. Een kookrubriek meldt dat wij onze neus optrekken voor een blik witte bonen in tomatensaus: daar bid ik – vermoedelijk omdat wij dat thuis te vaak aten – al heel lang niet meer voor. En dan het verslag van iemand die een voorproefje nam op de Buy Nothing New-maand.

Ik word moe van mijn eigen perfectionisme. Waarom kan ik niet een béétje duurzaam zijn? Wat is er mis met een mooie vette lippenstift van Lancome? In mijn hoofd groeit zelfs een wensenlijstje voor ná deze maand: winterlaarsjes met hoge hakken, een zwart Hema-vestje en een hippe spijkerbroek. En eens lekker uit eten bij de Thai.

De krant kan ik veilig kopen, deze maand. Want welbeschouwd staat er weinig nieuws in, om de eenvoudige reden dat er daarvan niet zoveel is, onder de zon. Dat modieuze flirten met armoe of zelfs maar zuinigheid deden we in de oudheid ook al. Tenminste, als we daar het geld voor hadden. Rijke Romeinen hadden een cella pauperis in hun achtertuin, waarin zij zich af en toe met een geitenharen mantel en een mandje wilde appelen terugtrokken om zich een beetje filosoof te kunnen voelen. Het zet je immers aan het denken over de weelde waarin je de rest van de tijd moet zien door te komen? En anders brengt het je misschien wel in contact met het echte leven, zolang het maar niet te echt wordt. Want het verlangen is je grootste bezit, mits het op tijd in vervulling gaat.

Read Full Post »

Older Posts »