Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2013

Heilig schrift

29092013

Het gebeurde op de fiets. En het gebeurde zomaar, opeens. Op mijn huid voelde ik wat misschien wel de laatste stralen septemberzon van dit jaar waren. Door mijn haren streelde de wind, lekker onvoorzichtig. Een herinnering werd gewekt: het was eeuwig september en wij waren druivenplukkers in het dal van Tuchan. Maar in plaats van de gebruikelijke en dus goed te behappen nostalgie overkwam mij iets heel anders. Precies zoals men zegt dat iemand die plotseling, heel onverwacht gaat sterven in een flits zijn hele leven voorbij ziet komen, zag ik alles wat ik had beleefd tussen september 1988 en september 2013 ineens. Alsof het één goedgemikte septemberzonnestraal was.

Tegelijk was het alsof al het geluk van de hele wereld zich samenbalde tot een bolbliksem, die woest naar binnen sloeg door een van de ruiten van mijn ziel, met de bedoeling van mijn lijf zijn huis te maken.

Mijn lijf!

Op dat moment begon ik te huilen als een zomeronweersregen, onstuitbaar, warm en zwaar. Ik keek naar beneden en zag hoe de dikke droppels mijn broek donker kleurden. Dat maakte me aan het lachen, en lachend en huilend tegelijk bereikte ik (veilig!) de supermarkt. Daar gaf ik de verkoper van de daklozenkrant al wat ik aan contanten in mijn knip had en deed mijn boodschappen, opgelucht en licht.

Bij het verlaten van de winkel viel mijn oog op een krantenkop: Fietsen in de stad wordt kwelling. (Jawel!) Afgezien van mijn eigen associatie leek mij dat een leuke souvenir voor mijn uitwisselings-puber. Er stond niemand achter de klantenbalie aan wie ik de krant kon betalen, dus besloot ik dat hij vandaag gratis was. Toen ik langs de dakloze krantenverkoper liep, riep zijn buiging “Majesteit!” Toepasselijk, want ik voelde mij de koningin te rijk, en herinnerde me een strofe uit een van mijn lievelingsgedichten:

*

En wat ik heb aanschouwd
in heel mijn heerlijk leven
staat in mijn hart van goud
voor eeuwig opgeschreven.

F.L.Bastet, De mummie Toet

Read Full Post »

26092013

Gisteren waren hier een drietal mensen van AT5 over de vloer, vanwege mijn potkachel. Dat wil zeggen, de strijd die woningcorporatie Stadgenoot aanbindt tegen de huurders die weigeren mee te werken aan hun HR-ketel campagne is nieuwswaardig geworden. Ik was daar blij mee, want ik dacht dat het bij zou dragen aan een breder gevoelde publieke verontwaardiging jegens overheden en instanties die hun machtsgebied willen uitbreiden tot achter onze voordeur. Naïef, naar blijkt, want na het knappe knip- en plakwerk van de Amsterdamse nieuwsgaarders te hebben aanschouwd ben ik weer een illusie armer.

“Ze hebben je ongunstig geframed,” mailde mijn oudste dochter, die politiek bewuster en actiever is dan ik. Wat ben ik blij dat het niet mijn eigen schuld is! Toen ze net vijf minuten de deur uit waren, sloeg ik mijzelf voor het hoofd, omdat ik mij uit had laten glijden over de op verontrustte toon uitgesproken feitelijkheid van de journaliste: “Er sterven in Amsterdam jaarlijks zes mensen door koolmonoxide!” Ik had me nog zo voorgenomen die te pareren door te zeggen dat een koolmonoxidemelder een veel goedkoper en voor mij acceptabeler waarborg van mijn veiligheid is. Zou het geholpen hebben? Hoe je het wendt of keert, nu sta ik daar als een wat naïeve dame die toch zo vreselijk aan haar potkachel gehecht is.

Nog naïever word ik door het (petje af!) fel aangezette contrast tussen mijn ongefundeerde vertrouwen in de rechtspraak en dat van de directeur van Stadgenoot: hij beroept zich – weliswaar zonder iets hard te maken – op eerdere rechtszaken, waarin de verhuurder in het gelijk is gesteld. Het plaatje valt op z’n plek: hier vecht David tegen Goliath, maar ergens heb ik het vermoeden dat het publiek vooral zal concluderen dat het een bij voorbaat verloren strijd is. Maar de werkelijke adder onder het gras was een paar shots eerder al langs komen schuifelen.

Alsof hij reageert op mijn afwijzing, spreekt directeur Franck Storm met grote stelligheid de volgende woorden: “Ik begrijp dat niet helemaal, want als je veiligheid in het het geding is, dan vind ik dat niet onderhandelbaar.” Zo! Breng daar maar eens wat tegenin! Sinds God en nu ook al de Economie dood zijn, en het Milieu op sterven ligt, blijven er nog maar een paar goden over die onze offerbereidheid eisen: onze Gezondheid en onze Veiligheid. Wie daar tegen zondigt, moet voor de hel gaan vrezen. Ik op mijn beurt ben banger voor de plek waar die vrees ons zal brengen, dus kijk ik liever waar mijn kleine kruistocht mij toe leidt.

26092013b

Read Full Post »

Experience

23092013

Tja, dat klonk wellicht wel een tikje ballorig, dood door kolendampvergiftiging aanprijzen, terwijl ik kort daarvoor heel melancholiek had geschreven over het belang van De Dood als vredig eindstation van een zwalkend leven. En dat terwijl ik dit weblog heb gewijd aan Het Leven, ja zelfs aan de ‘gewone dingen’ daarvan. Misschien is het een plotseling gebrek daaraan, dat mij over het einde doet schrijven alsof het in zicht is. Is de tussenruimte die nu voor me ligt dan werkelijk zo leeg dat ik de horizon als het ware dichterbij zie komen?

Nu hebben de afgelopen anderhalf jaar ontegenzeggelijk in het teken gestaan van het afsluiten van hoofdstukken uit mijn leven en eerlijk gezegd staat er nog niet veel op stapel om de resterende lege bladzijden mee te vullen. Terwijl de klap waarmee ik de laatste heb omgeslagen nog na klinkt, merk ik dat er allerlei geluiden opstijgen vanaf de pagina’s die nu open liggen. Aan het leven hoef ik slechts mee te schrijven. Hoe kon ik dat vergeten zijn?

Mijn jongste dochter is voor drie maanden naar Zuid Afrika vertrokken en heeft in ruil voor haar afwezigheid een tegenvoeter onder mijn dak gebracht. Een antipode, ook in overdrachtelijke zin. Terwijl Laura ergens ver weg de bloemetjes buiten lijkt te zetten, zie ik hier heel dichtbij een tiener worstelen met haar heimwee en met de beperkingen die het leven in den vreemde met zich meebrengt. Haar verwachtingen waren even abstract als ambitieus: “finding me” en “experiencing different cultures” waren de namen die zij eraan gaf. En natuurlijk zou het allemaal ‘fun’ zijn.

Hoe anders was de werkelijkheid. Het eerste dat zij tegenkwam was haar heimwee. Vervolgens kwamen de cultuurverschillen aan bod. Wij Hollanders zijn nogal ‘op onszelf’, heel anders dan wat zij van huis uit gewend is. Nogal ‘direct’ ook, op het botte af. Na een dag of tien vroegen haar medeleerlingen haar openlijk wat zij hier eigenlijk deed, als ze de taal van het land niet verstond en niet van plan was die te gaan leren. En waar was de zon, die zij tot nu toe haar hele leven bij zich had gehad? Thuis had zij zich nog voorstellingen gemaakt over hoe zij los zou gaan in een stad waarvan de faam van vrijheid en blijheid tot in alle hoeken van de wereld is doorgedrongen. Maar eenmaal hier bleek de kracht van haar opvoeding sterker dan haar vrijheidsdrang.

Aan de andere kant van onze eettafel kom ook ik mijzelf tegen. Hoe kan het dat opeens die hinderlijke zorgzaamheid – die ik meende te hebben overwonnen – weer de kop opsteekt? Waarom wil ik haar telkens uit haar lethargie halen of haar angsten kalmeren? Ben ik misschien zelf degene die teleurgesteld zal zijn over haar ‘journey’ als zij de deur niet uitkomt? Hoe onbevooroordeeld kan ik de krachten van haar cultuur, die zij in mijn huis binnenbrengt, ondergaan? Terwijl ik dit schrijf vliegt er een soort reclamevliegtuigje om mijn hoofd, met achter zich aan de woorden waarmee Mini zichzelf – en mij erbij – gerust wil stellen:

“It is all part of the experience!”

Read Full Post »

08092013

Binnen afzienbare tijd zal ik voor de rechter worden gedaagd. Niet omdat ik iets verkeerds gedaan heb, maar omdat ik iets niet wil doen. Stadgenoot, van wie ik mijn woning huur, wil in mijn huis een hoogrendementsketel, een expansievat en één of meer radiatoren met bijbehorend buizenstelsel plaatsen. Ik ben van plan die hele rotzooi uit mijn huis te weren. Zij anticiperen daarop door mij in een brief, die een folder vol veiligheids-blah-blah-blah vergezelt, alvast te dreigen met de sterke arm van de rechter. Waarom liggen dit soort brieven altijd op vrijdag in de brievenbus? Omdat geadresseerden dan een heel weekend hebben om net zo vaak tot tien te tellen dat ze wat minder boos aan de telefoon hangen.

Gelukkig koop ik elke zaterdag een krant en daar staat elke week wel iets troostrijks in. Dit keer was dat een interview met hoogleraar Paul Frissen, onder de titel Je kunt altijd nog niets doen. Heerlijk! Weer eens iemand die een frisse wind laat waaien in bestuurlijk Nederland, om te voorkomen dat mijn wereld aan protocollen (hij wijst op het stapelzotte potvis protocol – dank voor de associatie) ten onder gaat. Als die wind tenminste tot de muffe zoldervertekken van de beleidsmakers bij mijn verhuurder en mijn werkgever doordringt. Ik ben gematigd optimistisch en meen in ieder geval dat ik die wind in de zeilen heb, wanneer ik binnenkort voor de rechter moet verschijnen.

Op gewetensbezwaren kan ik mij waarschijnlijk niet beroepen, maar toch zal ik daar staan omdat ik niet anders kan. Ik zal de rechter recht in de ogen kijken en haar vertellen hoezeer ik gehecht ben aan mijn gezellige replica van een Gelderse potkachel. (Een foto van Sinterklaasavond zal ik als bewijsstuk overhandigen aan de griffier.) Dat moet haar beslist vermurwen. Vervolgens zal ik breed uitweiden over de verloedering van mijn knusse leefomgeving door lelijke radiatoren en gegalvaniseerde buizen langs het plafond. (Ik zal de rechter niet met foto’s overvoeren, deze gruwel kent zij wel.) Dan zal ik vertellen hoezeer mijn gevoelige luchtwegen gebaat zijn bij een huis zonder centrale verwarming. (Ik ben immers ervaringsdeskundige.) In een fraaie praeteritio zal ik de cultuurkritiek van Paul Frissen en anderen aanroeren. (Wij zijn tenslotte intellectuelen onder elkaar, nietwaar?) Misschien zal ik nog even met statistieken wapperen, maar daarmee begeef ik mij wellicht op glad ijs.

Mijn peroratio zal zich beperken tot het o zo pragmatische voorstel om een koolmonoxide-melder in mijn huis te plaatsen. Dan weten we tenminste waar we over praten. Ik zal maar niet vertellen dat een koolmonoxidevergiftiging mij best een zalig uiteinde lijkt, in vergelijking met de andere opties die onze door veiligheidsdenken geobsedeerde samenleving voor ons over laat. Nee, ik zal mij van harte bereid verklaren een chip in mijn hersenen te laten plaatsen, die mij – direct gekoppeld aan de koolmonoxide-melder – programmeert om onmiddellijk alle ramen open te gooien en Stadgenoot te bellen.

 

Update: op 25 september ben ik door AT5 geïnterviewd:

Ik hoop dat deze link werkt!

Read Full Post »

Bedoelingen

07092013

Als het stil is om mij heen en ik naar mijn gedachten luister, dan hoor ik hoe zij proberen de lijnen van mijn vorige blogberichten te volgen, tot in diepere gronden. Ze denken door over het dalen van het verstandelijk begrip naar de zetel der wijsheid, over gedenken en zich herinneren, en over het kwaad dat soms nog zo kwaad niet is. Ik prijs mij gelukkig met hun stille en trage gemaal, maar ben evenzeer blij als de geluiden van het leven of het lezen dat weer overstemmen. Laat ik het nu over het lezen hebben, want het is tenslotte vakantie.

Geheel toevallig las ik vorige week een vergeten boek: De geluiden van de eerste dag van Anton Koolhaas. Dat overstemde niet alleen de gedachten die hun eigen gang gingen, maar bracht ze alle drie tezamen naar een hoger of dieper – of alleen maar volgend – plan. Ongeveer zo: een inzicht kan weliswaar op de zetel der wijsheid hebben plaatsgenomen, maar een dergelijk zitten behoeft als het ware onderhoud, omdat wijsheden graag aan de wandel gaan en je ze dan uit het oog verliest. Boeken zijn een gereedschap bij uitstek om onderhoud aan je overtuigingen te plegen. Zeker dit boek, dat niet alleen herinnert aan een hele koorbank vol wijsheden, maar ook nog eens raakt aan de derde gedachte, en die optilt naar een volgende: dat wij de keten van oorzaak en gevolg slechts heel beperkt kunnen overzien en dus nauwelijks voor onze goede of kwade bedoelingen aan kunnen wenden.

Een vrouw, een ezel en een zevenslaper zijn het die in Koolhaas’ roman de elementen vormen van een evenwicht in een klein gebied bestaande uit een boerderij, een weiland en een notenbos, dat zo volmaakt is dat de geluiden die er te horen zijn. Niet of nauwelijks verschillen van die de vrouw op de eerste dag van haar leven kon vernemen.
Op een middag valt de vrouw voor het open raam in slaap, vervuld van die geluiden die voor haar, in een leven vol opofferingen, de vrede en de verzoening met haar bestaan betekenen. Het gevolg is dat de ezel te laat zijn dagelijkse wortels krijgt, oversteekt naar het bos en daar, door zijn kop tegen een boom te rammen een zevenslaper laat vallen, zò ongelukkig, dat het dier dood is.
Op dat ogenblik is een evenwicht verbroken en dit verbroken evenwicht heeft een reeks van zeer dramatische gevolgen.

flaptekst

Wie hier vaker leest zal het niet ontgaan zijn, dat ik gefascineerd ben door “de weg die ten leven leidt”. Naar het goede leven, bovendien. Veel van mijn gedachten zijn gewijd aan de kunst daarbij koers te houden en – ware het mogelijk – die weg zelfs uit te stippelen. Misschien is dat wel de beste manier om erachter te komen dat die mogelijkheid zelden verder reikt dan de eerste stip. Elke volgende wordt bepaald door de stippen die andere mensen zetten en door de ruimte die natuurlijke omstandigheden je laten. Hoezeer dat mijn behoefte aan een vaste koers ook lijkt te doorkruisen, bij een herhaald nader inzien kom ik graag tot de slotsom dat ik daar eigenlijk juist blij mee ben. Een boek als De geluiden van de eerste dag herinnert mij daar weer eens aan.

Die tegenstrijdigheid is niet zonder belang, zonder een eigen wijsheid. Zonder doel, zonder de wens ergens uit te komen, is het misschien wel onmogelijk om een eerste stip of stap te zetten. Maar zodra je aldus over de drempel bent en op weg, wordt het steeds moeilijker om je doel in het oog te houden en is het zelden mogelijk om er regelrecht op af te stevenen. En als je ergens bent aangeland, waar je even kunt terugkijken op de afgelegde weg, dan wint die doorgaans sterk aan belang, vergeleken met het vertrekpunt en het oorspronkelijke doel.

De vrouw waar mijn boek over ging had geen duidelijke bedoeling met haar leven en daarin kan ik mijzelf moeiteloos herkennen. Net als zij heb ik niettemin mijn leven geleefd tot waar ik nu ben en daarmee van alles en nog wat veroorzaakt in de levens van andere mensen, dieren en dingen. Alles bij elkaar laat zich dat moeilijk onder een eigentijdse noemer als ‘succes’ scharen. God mag er een oordeel over vellen, ik zou zelf niet weten hoe. Zelfs wanneer ik, zoals nu, een door mijzelf gewenste bestemming heb bereikt, blijkt dat niet meer (en niet minder) dan een overstapstation te zijn. Waarnaartoe?

Ach, natuurlijk! Waar het verhaal van Koolhaas mij tenslotte aan herinnert, is aan het belang van de dood, het belang van een doodsverlangen zelfs. De laatste stip stond er tegelijk met de eerste en dat ik daar ooit uit zal komen, staat vast als een huis. Raar misschien, maar ik vind dat een vredige, geruststellende gedachte.

Read Full Post »