Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2013

Comfort zone

25022013

Onlangs werd mij op het werk de les gelezen over mijn omgang met cliënten. Eigenlijk over één speciale cliënt en door één collega, die haar eigen beroepshouding zo nu en dan graag als norm wil stellen. Ik zou mij ten onrechte een te persoonlijke of vertrouwelijke omgang met zorgvragers permitteren.

Sinds enige tijd ben ik zo ongeveer de vaste verzorgster van een vrouw die liefst alle zorg af zou houden. Zij is op bed gaan liggen, meteen nadat zij te horen had gekregen dat zij aan een zeldzame neurologische aandoening lijdt. Hoewel zij inmiddels daadwerkelijk in haar mobiliteit beperkt is, is die bedlegerigheid niet vanzelfsprekend: met de nodige hulp en hulpmiddelen kunnen mensen in haar situatie doorgaans nog lang hun zelfstandigheid bewaren. Haar probleem is dan ook van andere aard. Zij is bevangen geraakt door een extreme angst.

Zij kan niet voor- of achteruit. Haar comfort zone is zo klein dat je je met recht kunt afvragen of zij er überhaupt een heeft. Nu heb ik haar met heel veel geduld zover gekregen dat zij zich in ieder geval – stijf van de zenuwen – één keer per week door mij laat douchen. Naar eigen zeggen omdat ik haar “op haar gemak weet te stellen”, hoe klein dat beetje gemak dan ook is. Dat heb ik gedaan door haar, zonder in details te treden, te vertellen dat ik uit eigen ervaring weet hoe die angst voelt. Ik ben er namelijk van overtuigd dat een dergelijke zelfonthulling de ander kan bevrijden van overbodige schaamte en uitzicht kan bieden op betere tijden. Ik zit daar immers rustig en opgewekt aan de rand van haar bed?

En ondertussen ga ik met hetzelfde geduld op zoek naar haar kracht en blaas elk vonkje voorzichtig aan. Ik probeer haar vertrouwen in mij te verzilveren door haar over zichzelf en haar beleving te laten praten. Hoe kan haar angst woorden krijgen om mee weg te lopen? Waar liggen haar interesses? En welke daarvan kan zij inschakelen om de angst terug te doen wijken? Of het lukt, dat weet ik ook niet, maar zolang ik het probeer is er hoop en beiden wij de tijd. Dat moeten we toch, drie uur per week.

Let wel: dit mag allemaal niet. Je praat niet over je eigen privé-leven en ook niet over dat van de cliënt. Ja, maar ….  Niks maar, je doet ’t gewoon niet. Dat is niet professioneel. Punt uit.

Nu heb ik, behalve de ervaring met extreme angst, nog een andere ervaring die me motiveert om te doen wat ik doe. Ik ken de hulpverlening ook van de andere kant. Toen het gezin waarin ik ben opgegroeid ontwricht raakte door de plotselinge dood van mijn vader, werden wij regelmatig bezocht door een maatschappelijk werkster van Pro Juventute. Waar was ik nu geweest als zij zich zo krampachtig aan de eis van professionele distantie had vastgehouden? Zij nodigde ons zomaar uit in haar grachtenpandje in het oude Hoorn, waar zij samenleefde met haar vriendin, een paar katten en zoveel boeken dat de muren geen behang behoefden. Zij leerde ons eten zoals men dat in Frankrijk deed: drie gangen met een stevig glas wijn. Zij toonde ons hun foto-albums, zodat ik wist hoe een kampeervakantie in Frankrijk eruit zag. En als wij de deur uit gingen, dan nooit zonder een arm vol boeken.

Ik heb veel aan haar te danken en daarom prakkiseer ik er niet over om die dankbaarheid “in te slikken”, nu ik op mijn beurt hulp verleen.

Advertenties

Read Full Post »

1001 vrouwen

24022013

Afgelopen week bezocht ik, samen met mijn jongste dochter, de tentoonstelling 1001 vrouwen, verzorgd door de afdeling Bijzondere Collecties van de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. “Toen ik die poster zag, dacht ik meteen: dát is iets voor jou,” zei mijn dochter.  Zelf vond zij het maar onzin, een tentoonstelling speciaal over vrouwen. “Ik zou willen dat het om je verdienste ging, en niet om je vrouw-zijn.” Ja, het heeft iets genants, dat het kennelijk nodig is om vrouwen collectief in het volle licht van de geschiedenis te zetten. Maar is geschiedenis niet heel lang zo geschreven dat bij gelijke geschiktheid de voorkeur uitging naar een man? Ik bedoel: iedereen heeft wel eens gehoord van Isaac da Costa  of Nicolaas Beets, maar wie kent Ida Oyens?

Je kunt je afvragen of het de taak is van de geschiedschrijving om aan iedereen een podium of identificatiemogelijkheden te verschaffen. Ik heb overigens altijd gedacht dat kwaliteiten die mensen hun plek in Het Verhaal gaven in wezen universeel zijn: moed, toewijding, creativiteit zijn immers niet aan sekse gebonden? Ondertussen had ik er soms toch moeite mee dat de “kleine luiden”, waartoe mijn voorouders behoorden, vaak slechts als decor in de geschiedenis aanwezig waren. Zichtbaarheid van mensen die je op de een of andere manier na staan geeft warmte af.

In dat opzicht had de tentoonstelling ons al snel voor zich gewonnen. De diversiteit onder die 1001 vrouwen was onvoorstelbaar groot. Wat zij gemeen hadden was dat ze niet meer leefden, maar tijdens hun leven als individu een zekere bekendheid hadden genoten. (Verrassend te merken hoeveel van hen wij bleken te kennen.) Heerlijk om te zien dat je in ‘every walk of life’ iemand kunt zijn! Het lexicon dat met de tentoonstelling verbonden is doet daar nog een schepje bovenop. De levensbeschrijvingen geven een boeiend inzicht in de complexiteit van de persoonlijkheden en persoonlijke omstandigheden van de uitverkoren vrouwen.

De opzet van de tentoonstelling zelf viel mij wat tegen. De vitrines met voorwerpen (de tas van van Lizzy van Dorp, alsof die zo van de vergadertafel op de grond gevallen was!) hadden op mij de gebruikelijke meeslepende uitwerking, maar van de wanden er tegenover met hun rommeltje aan tekst, beeld en boekbladen gereduceerd tot postzegelformaat, begreep ik werkelijk niets. Dus zeulde ik het boek mee naar huis en daar sleep ik het regelmatig van de salontafel naar het nachtkastje. Heerlijke lectuur voor de “verloren momenten”, waarop een ander zapt of in facebook duikt.

Zo zie ik geschiedschrijving graag: als een zomers landschap, bespeeld door de zon en voorbij snellende wolken. Ik hoef niet eens te wandelen om het beeld voortdurend te zien wisselen. Achterovergeleund denk ik nog eens aan die woorden van Renate Rubinstein (zij staat ook in het boek):

Wat de geschiedenis ervan zeggen zal, moet ons eerlijk gezegd koud laten.

Read Full Post »

20022013

De mooiste preek die ik ooit heb gehoord, klonk niet vanaf een kansel. Die werd niet uitgesproken door een predikant of priester en die ging over een bijbeltekst die achteraf helemaal niet bleek te bestaan. Maar ze raakte wel de kern, of in ieder geval mijn kern.

Ik bevond mij op een receptie ter ere van de promotie van een kennis die ik inmiddels al weer jaren uit het oog verloren ben. Daar klom na drie biertjes een oom van de promovendus op een tafel om de nieuwbakken doctor toe te spreken. U kent dat wel, zo’n oom die op elke familiebijeenkomst speecht, terwijl de toehoorders die hem kennen de tenen krommen. Mij werd van terzijde ingefluisterd dat hij zo’n beetje het zwarte schaap in de familie was, de enige namelijk die het nooit tot een promotie had gebracht. “Eigenlijk is-ie best briljant, maar hij blijft altijd steken in de fase van het materiaal verzamelen.”

Mij had hij snel voor zich ingenomen. Ik zag een joviale kerel op die tafel staan. Zo een die het liefste duizend bloemen ziet bloeien en oprecht gelooft dat humor de brug is die alle mensen met elkaar kan verbinden. De kwinkslagen klonken luid, zodat je moeite moest doen om te horen waar het hem werkelijk om ging. Maar de wijsheid die ik van die avond meenam was die moeite zeker waard.

Hij begon zijn verhaal met een bijbelvers, dat hij uit zijn hoofd citeerde: “De Heere wil dat wij als kinderen zijn en niet als huurlingen.” O ja, huurlingen hebben geen hart voor de zaak en die lopen de kantjes eraf, vulde ik in gedachten reeds aan. Maar nee, zijn verhaal ging een heel andere kant op. “Wat is het kenmerk van huurlingen?” vroeg de oom retorisch. “Dat ze precies doen wat je ze opdraagt,” antwoordde hij zelf. “Niet meer en niet minder. Ze gaan nooit buiten hun boekje, ze kleuren niet buiten de lijntjes.”  Tja, en wat doet een kind dan, vroeg ik mij reeds af.

“Maar wat doet een kind?” echoode het vanaf de tafel. En hier laste de oom een retorische stilte in, zodat wij ons konden afvragen of een kind nu gehoorzaam of misschien juist rebels was. “Een kind, dat speelt,” sprak de oom en daarmee waren de tegenstellingen meteen overstegen. “Een kind speelt,” zei hij nog eens. “Dat is wat God van ons wil: dat wij spelen voor zijn aangezicht.” Volgde een toepassing van het bijbelwoord op de academische praktijk, waarin voldoende van de pijn die hij daar had opgedaan doorklonk om zijn woorden doorleefd te laten zijn. Voor de jonge promovendus werd het tuinhek van het intellectuele leven met een zwaai opengegooid. “Jongen, ga spelen!”

Ik weet nog net genoeg van de carrière van die verloren kennis dat ik kan zeggen dat zijn oom zich over hem geen zorgen hoefde te maken.

Read Full Post »

Vrijheid (3)

16022013

Even terug naar de Nexus-conferentie uit het voorlaatste bericht. Trouw-columnist Bert Keizer was er kennelijk ook en hij concludeerde uit het verhaal van Badiou dat vrijheid een kwestie van hard werken is. Dat wilde ik onmiddellijk geloven, zeker nu wij vrijheid zozeer als iets van het individu zijn gaan zien. Daarna moest ik denken aan een interview met Christien Brinkgreve over haar boek Het Verlangen naar Gezag, dat een paar weken eerder in dezelfde krant verscheen. Een van de streamers luidde immers:

Er wordt te makkelijk gedacht dat vrijheid een groot goed is en dat iedereen dat wel aankan.

Voorbij deze sweeping statement gaat het over het zoeken naar een nieuw evenwicht in de eeuwigdurende dialectiek tussen vrijheidsdrang en de even menselijke behoefte aan  houvast. Dat schijnt zomaar te gebeuren, want een socioloog schrijft niet voor, maar beschrijft. Het zal mij benieuwen hoeveel ik daarvan nog ga meemaken, want bij dergelijke bewegingen moet je in termen van decennia rekenen. Decennia, ach!

Jaren geleden – but I was so much older then, I’m younger than that now – las ik De Grootinquisiteur van Dostojewski. Voor wie het niet kent: een oude rot binnen de inquisitie krijgt op een dag iemand voorgeleid om te verhoren en hij weet onmiddellijk dat het Jezus zelf is. Jezus zwijgt tijdens het verhoor, maar de oude man tegenover hem brandt los in een uitgebreide apologie van de kerkelijke praktijk, die via biecht, boet en absolutie het menselijk schuldgevoel in goede banen probeert te leiden. Qui s’excuse, s’accuse. Uiteindelijk gaat hij daarin zo ver dat hij meent voor de Satan te hebben gekozen.  De pointe van zijn verhaal is dat de mensen niet toegerust zijn voor een ideaal van vrijheid en verantwoordelijkheid zoals Jezus dat had bedoeld.

U komt met een vage belofte van vrijheid. Niets is ooit voor de mens en de menselijke samenleving zo onverdraaglijk geweest als juist de vrijheid! De mens zoekt met de meeste spoed degene aan wie hij die gave van de vrijheid kan overdragen.

Jezus geeft hem gelijk noch ongelijk, maar staat op en kust de oude man.

Zo blijft het innerlijke conflict van de kerkdienaar onopgelost en zet het de lezer aan het denken. Mij in ieder geval wel. En dat denken houdt nooit op, zolang het gereedschap nog niet stomp en versleten is. Vooral de laatste tijd is er telkens weer iets dat mij bij dit verhaal terugbrengt.

De afgelopen twee weken las ik voor het slapengaan Het licht van Torgny Lindgren. Dat gaat over een rustig bergdorpje waar plotseling de pest uitbreekt. De een na de ander legt het loodje en als de pest zich tenslotte terugtrekt, zijn er nog maar zeven dorpelingen over. Te weinig om elkaar op de rails te houden, zo blijkt. De mensen raken in een soort droomtoestand waarin grenzen die voordien altijd houvast boden opeens niet meer lijken te bestaan. Een vrouw berijdt de dienaar des konings die zij onderdak biedt in zijn slaap en vergeet daardoor het varken te voeren, dat vervolgens losbreekt en een nog laat op straat spelende peuter opeet. Het varken wordt berecht en opgehangen, maar ook dat kan aan de stuurloosheid van de inwoners van Kadis geen einde maken. Pas als de gerechtsdienaar probeert het begrip van mijn en dijn te herstellen door met alle kostbaarheden op zijn rug het dorp te verlaten, worden de dorpsbewoners wakker. Ze hebben hun gevoel van saamhorigheid  terug en het lijkt alsof daarmee ook de innerlijke grond voor moraal weer betreden kan worden. Het recht herstelt zichzelf, met een juiste mate van vrijheid en vanzelfsprekendheid.

Echt een aanrader, dat boek.

Read Full Post »

De Steen der Wijzen

05022013

Er zijn vast verschillende manieren om van het thema van mijn vorige bericht terug te springen naar een andere gedachte (natuur en ‘tegennatuur’) die me de laatste tijd bezighoudt. Eens kijken of het lukt als ik aanhaak bij de verborgen wens en het onmogelijk geachte uit het betoog van Badiou. Och God, nu sta ik te bibberen op het puntje van de hoge duikplank: het uitspreken van een verborgen wens is een sprong in het diepe. Je weet nooit wat er daarna mee gebeurt. Daarom spreek ik mezelf eerst maar even moed in door mij eraan te herinneren dat ik het hier ook al eens over mijn mystieke verlangens heb gehad.

Lang geleden –soms nu nog wel – heb ik het verlangen gekoesterd om het klooster in te gaan. Maar ik ben claustrofobisch, en tussen droom en daad stonden nog een paar andere zaken in de weg, waar ik het nu niet over wil hebben. Een gemiste roeping? Dat hoor ik waarschijnlijk pas bij Het Laatste Oordeel. Ondertussen is het zoals het is en troost ik mij met een verhaal dat ik ooit las in Vluchtige Begroetingen van Aart van der Leeuw.

Dat verhaal gaat over een alchemist, die zijn leven heeft gewijd aan het zoeken naar de Steen der Wijzen. Als hij de helft van zijn leven met zijn neus in de boeken heeft gezeten, komt hij tot de ontdekking dat hij de wereld in zal moeten om aan het laatste ingrediënt voor de bereiding van het Levenselixer te komen. Hij besluit er een maand voor uit te trekken.

Eerst ging de oven uit in het keldervertrek, dan, als er zich na een maand niemand meldde, legde zich de eerste stoflaag over het huisraad en de gereedschappen, en ontelbare lagen werden daar over heen gespreid. De spinnekoppen weefden hun grauwe webben der vergetelheid. De vloeistoffen verdroogden in de fiolen. De retorten verweerden.

Na dertig jaar komt de man terug in zijn laboratorium, pakt ”het oude manuscript, dat met een Rooden Leeuw was bestempeld” op en kust het. Blijkbaar heeft hij in de tussenliggende tijd een heel ander leven geleid, het verhaal zinspeelt vluchtig op een ‘gezinsleven’. Een leven dat weliswaar heel alledaags is, maar kennelijk voldoende was om de steen der wijzen te laten waar die was.

Vorige week vroeg een collega mij of ik in mijn huidige werk niet een uitdaging miste. Die vraag kwam voort uit zijn veronderstelling dat mijn academsiche opleiding mij eigenlijk voorbestemd zou hebben voor het leiden van een leven als intellectueel. Maar er bestaat een verschil tussen roeping en neiging. Soms voel ik mij net als die alchemist uit het verhaal van Aart van der Leeuw: er op uit gestuurd  om iets anders te vinden dan wat ik zocht. Ik heb werk gevonden dat ik alleen maar met mijn hoofd, hart én handen kan doen. Dat daagt me dagelijks uit mijn eigen eenzijdigheid te overstijgen.

Read Full Post »

Vrijheid (2)

04022013

Dat vrijheid baat heeft bij beperking is iets wat ik ook mee heb gekregen van de in december te Amsterdam gehouden Nexus-conferentie. Uit de derde hand, weliswaar, maar voldoende om me aan het denken te houden. De Franse filosoof Alain Badiou heeft in zijn lezing op die dag over vrijheid gezegd dat het beslist iets anders moest zijn dat “doen wat je wilt”. Immers, wat je wilt wordt je in hoge mate aangereikt door de jou omringende wereld. Vrijheid is daarom te vinden in het concreet maken van het onvermoede, de verborgen wens, dat wat onmogelijk geacht wordt.

Wat mij hier meteen opvalt is dat hij als vanzelfsprekend lijkt uit te gaan van een gegeven dat bij uitstek door onze cultuur wordt aangereikt, namelijk dat een eigenschap, een daad, een verlangen uniek moet zijn om als authentiek gezien te worden. Vrijheid staat dan ook haaks op het bestaande en bestaat in het streven naar verandering. Ik heb daar in dit blog al vaker vraagtekens bij gesteld en ook nu weer zie ik niets onverenigbaars tussen vrijheid en de keuze om je inspanningen te wijden aan het behoud van iets waaraan je waarde toekent. Ook in het toekennen van waarde is een mens – in mijn ogen – namelijk vrij, niet gebonden aan de eis uniek te zijn.

Niettemin omarm ik graag zijn gedachte dat vrijheid zich goed verdraagt met discipline, in zijn visie de discipline die nodig is om creatief bezig te zijn. In wat ik van anderen hoor over zijn betoog komt creatief zijn dicht bij scheppen in Bijbelse zin: het tot stand brengen van orde, structuur. Een andere orde, als het er om gaat de wereld te veranderen, en dat was tenslotte het thema van de conferentie. Die ging overigens niet alleen over vrijheid, maar ook over geluk:

Nexus conf takeaway: Happiness is to be found in individual, real & local engagement with the world, while accepting its imperfections.

een “tweet”

Read Full Post »

Vrijheid (1)

03022013

De laatste tijd wordt er om mij heen druk gefilosofeerd over vrijheid. Misschien gebeurt dat altijd wel, maar nu zo dat het me opvalt. Zo zat ik vorige week met mijn beide dochters aan tafel, toen de jongste vrij plotseling over haar verlangen naar vrijheid begon. Wat ze daar dan mee bedoelde, wilde de oudste weten. Er volgde een dromerig tasten naar van alles wat zij met haar leven wilde doen, maar al gauw bleek het vooral een hunkeren naar ongebondenheid, naar oneindigheid, onmetelijkheid te zijn. Ach zo, dacht ik, want ik wist dat zij juist heel ernstig overwoog zich aan te melden voor een zeer idealistisch onderwijsproject, dat bovendien een levenslang engagement veronderstelde.

Precies het goede moment om overspoeld te worden door een ‘vague de passions’ en je onweerstaanbaar aangetrokken te voelen door het blauwen van de verten. Weggaan en misschien wel nooit meer terugkomen, dat wilde ze, en ik meende dat zij vanuit een ooghoek probeerde te peilen hoe het met mijn verlatingsangst zat. Ik was vooral ontroerd door die hartstocht van haar. Toch moedigde ik haar aan om zich aan concretere verlangens te wagen, maar nee, het bleef de eeuwig blauwe verte. Lente, ruimte, lucht, licht, verte, alsmaar verder.

Haar oudere zus hoorde het nog even aan en opperde toen dat een dergelijke vrijheid zich onmogelijk laat realiseren en beleven. Vrijheid voel je pas als je weet dat er een einde aan komt. Grenzeloze vrijheid werkt eerder verlammend of belastend. Zij sprak uit ervaring, want zij had zichzelf de vrijheid van een half jaar zwerven door India gegund, zij had daar de aanvechtingen om te blijven doorgemaakt, maar was teruggekeerd om aan een studie te beginnen die minstens tien jaar zal duren. Voor haar verjaardag vroeg zij een reisgids: Make the most of your time on earth.

Misschien is het met vrijheid inderdaad net als met ‘tijd’ en met ‘leven’: zonder eindigheid is er niets aan. Maar het helpt niet zoveel als een ander je dat vertelt. Toen ik jong was kwam ik er niet ver in, maar nu zou ik Tous les hommes sont mortels van Simone de Beauvoir wellicht wel kunnen lezen.

Read Full Post »