Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2012

Be a good animal

Be a good animal, true to your instincts.

David Herbert Lawrence

De adhortativus in deze zin zegt het al: degene die deze schoen past, die moet haar nog aantrekken. Het gaat om een toestand die er niet is en niet vanzelf zal komen. D.H.Lawrence legt deze woorden in de mond van een schijnbaar betekenisloze jachtopziener in zijn eerste roman The White Peacock, achteraf bezien een vooruitwijzing naar Mellors in Lady Chatterley’s Lover, zijn laatste roman. Ze zijn gericht aan Cyril Beardsall, een jongeman met een artistieke en intellectuele natuur. Uit alles wat ik aan het eind van de tachtiger jaren van en over D.H.Lawrence heb gelezen kreeg ik de indruk dat deze one-liner voor hem heel lang een baken is geweest in zijn exodus uit de emotionele verstrengelingen van zijn jeugd.

Er werd in de tweede helft van de vorige eeuw naar hartelust gepsychologiseerd over de voedingsbodem van Lawrence’s geweldige oeuvre. Ook wel met recht, denk ik. In ieder geval school er een sterke overtuigingskracht in. Hij was de zoon van een ongeschoolde mijnwerker, zijn moeder had wel enige scholing gehad en stimuleerde het talent van haar zoon van harte. Het was geen gelukkig huwelijk en David koos partij voor zijn moeder, met als gevolg dat zijn vader voor hem een vage, negatief geladen figuur moet zijn geweest, met wie hij zich later langs een omweg alsnog probeerde te identificeren. Een familiedrama dat leidde tot een levenslange onvrede met zichzelf en met de wereld.

Zo kwam hij nooit helemaal in het reine met wat mannelijkheid voor hem betekende en hoe hij zich moest verhouden tot mannelijke rolmodellen. Zijn seksualiteit en zijn relaties met vrouwen waren blijvend problematisch. Ook met zijn eigen neiging het leven intellectualiserend tegemoet te treden stond hij op gespannen voet. Om van zijn puriteinse levenshouding nog maar te zwijgen. Dat alles leek hij te zien als een belemmering, een beknotting van zijn vitaliteit. Als hij zich op het laatst van zijn leven wil wijden aan “the regeneration of England through sex”, dan is het bijna té duidelijk dat hij daarin zijn eigen innerlijke dramatiek op de buitenwereld projecteert.

Wat maakt dan toch dat een dergelijke quote zo’n blijvende populariteit geniet? Kennelijk raken de woorden ook iets in mensen die niet in vergelijkbare verhoudingen zijn opgegroeid. Of zijn we allemaal in zekere zin onderhevig aan de dialectiek die in Lawrence’s levensvragen doorklinkt?  Misschien is het simpelweg eigen aan onze cultuur om onze plek in het leven af te bakenen met antithesen als menselijk/dierlijk, vrouwelijk/mannelijk, intellectueel/vitaal en praktisch, individueel/sociaal: een reeks die zich ad libitum laat uitbreiden. Ergens in de verte zie ik een wagenmenner stuntelen met twee paarden, die elk een andere kant uit lijken te willen.

Het merkwaardigste aan dit hele verhaal vind ik de misogynie die eraan kleeft. Waarom legt D.H.Lawrence het beperkende principe bij de vrouwen in zijn leven neer en niet bij zijn eigen angsten of geneigdheden? Was het niet gewoon zijn eigen instinct dat hem naar zijn moeder deed trekken in plaats van naar zijn vader? Ergens in de verte zie ik een man, die net een appel heeft gegeten, stuntelen met de gevolgen daarvan. Misschien was die Plato zo gek nog niet met zijn paarden: zwart en wit, dat wel, maar allebei paarden. En als je goed voor die beestjes zorgt, in plaats van er eentje te verguizen ten gunste van de andere, dan zijn ze vast ook goed voor jou. Dat zou een hoop gestuntel schelen.

Advertenties

Read Full Post »

« Newer Posts