Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2012

Wappie, wappie!

Het zal ongeveer een jaar geleden zijn dat iemand die mij tamelijk goed kent, concludeerde dat ik geen ironie ken. Kort daarna zei iemand anders dat ik het, alle schijn ten spijt, beslist wel in me had om vals te zijn. Zelf ben ik hierover al veel langer in de war. Ik snap de ironie en de humor van sommige mensen niet en wanneer ik een keer een grapje maak, lijkt het alsof de anderen daar niet op verdacht zijn en moet ik ze uit de droom helpen door te zeggen dat ik niet altijd serieus ben. Kortom: ik kom er niet uit.

Is het omdat ik diep van binnen een mystica ben, die liever verbrandt dan dat zij zich laat warmen? Die liever verpletterd wordt dan teder beroerd? Of nog het liefst bij volle bewustzijn naar lijf en ziel zou willen exploderen tot aan de verste uiteinden van het heelal? En die tegelijk veel te gevoelig is om haar eigen hevigheid te verdragen? U ziet: hier is nood aan humor en ironie.

Nu ga ik jullie bekennen dat ik het afgelopen jaar, nadat ik al eerder heel serieus had zitten morrelen aan de morele imperatief van eerlijkheid en echtheid, oprecht geprobeerd heb om de stramme leden van mijn eigen ironie en humor wat meer beweging te geven. Uiteindelijk zou ik willen bereiken dat men – zonder ironie – van mij zal kunnen zeggen dat ik tegen zelfspot kan. Dat is nogal wat, daarom is het een heus thema van dit weblog geworden.

Maar alleen kom ik er niet uit. Hoezeer het mij ook intrigeert, die neiging van de mensen om de werkelijkheid die zich aan ons voordoet op te splitsen in een echte werkelijkheid en een schijnwerkelijkheid, en daarmee te gaan spelen, zodra ik er zelf aan mee moet doen, voel ik mij als een pasgeboren kalf dat dansend op een bevroren vijver wakker is geworden. Om mij heen schaatsen de mensen. Kijk, daar komt er eentje langs zwieren en die werpt me een koekje toe:

De vijver blijkt vol goede mensen, die het misschien wel humorvol vinden, zo’n dansend kalf. Daar komt weer een mooi citaat:

De mensen denken vaak dat alles interessant is als zij maar eerlijk zijn. Maar ‘eerlijkheid’ is net zo’n kunstvorm als alle andere. Hoe intelligenter de schrijver is, hoe interessanter zijn eerlijkheid.(Uit: Overgangscursus van Renate Rubinstein)

En nog een:

Charme is niet iets wat er is. Charme is een vorm van medeplichtigheid tussen charmeur en gecharmeerde, de afspraak om te doen alsof. Charme is een meerwaarde die de charmeur graag aan de dingen had gegeven bij wijze van cadeau aan een of andere dame, maar die alleen geste blijft. Wat charmeert zijn de mooie woorden, in de wetenschap dat het alleen maar mooie woorden zijn. Als ze ook nog geloofd zouden worden, heb je niet met charme, maar met bedrog te maken. Essentieel voor charme is dat ze doorzien wordt, en desalniettemin graag geaccepteerd. (Uit: Jacques Brel en de dood: mannen onder elkaar van Herman de Coninck)

Opeens moet ik aan mijn vader denken, die een dichtregel van De Genestet als motto koos voor een verhaal waarin hij, eenvoudige tuindersjongen, zijn Lotharinger konijn zag lachen. Werkelijk, terwijl hij natuurlijk best wist dat hij zijn eigen opluchting over haar geslaagde bevalling rond haar snorharen zag glanzen.

Humor is er overal.
Het is de vraag,
wie hem wel en wie hem niet
en vinden zal.
(Uit het hoofd geciteerd, staat zelfs niet op internet!)

En dan zie ik mijn jongste dochter voor me, tijdens een van haar vroegste experimenten met humor. Als zij tijdens het eten een mop had verteld, en wij lachten niet meteen of niet lang genoeg, dan sprong zij van haar stoel, rende gierend van pret rond de tafel en porde ons één voor één stevig tussen de onderste ribben, en riep: “Wappie, wappie!”

U komt er wel uit, neem ik aan.

Advertenties

Read Full Post »

Zorgmeetlat

De tijd die ik over heb naast zorgen, ziek zijn en slapen, moet ik wijden aan mijn laatste opdrachten voor ‘school’. In het kader van mijn opleiding tot verzorgende C niveau 3 ben ik verplicht een LLB-dossier aan te leggen. Hierin verzamel ik bewijzen, die aantonen in hoeverre (er moet beslist iets te leren overblijven!) ik bepaalde competenties bezit. Dit dossier vormt onderdeel van mijn portfolio. Zo werkt competentiegericht leren. Aangezien ik dus niet aan schrijven toekom, hier maar eens zo’n opdracht.

De vraag
Kies een politiek onderwerp uit dat je belangrijk vindt. Leg uit waarom je voor dit onderwerp hebt gekozen. Inventariseer tenminste twee verschillende standpunten, zet de bron bij het eindresultaat. Beschrijf wat je over dit onderwerp nog meer te weten bent gekomen. Maak duidelijk wat je eigen politieke standpunt is en onderbouw dit met argumenten.

Mijn antwoord
Naast de (nog altijd niet voltooide) vrouwenemancipatie, het streven naar duurzaamheid op het gebied van milieu en het bevorderen van de integratie van verschillende bevolkingsgroepen, gaat de zorg mij natuurlijk erg aan het hart. In de eerste plaats omdat het mijn eigen werkterrein is, maar ook omdat de groeiende vraag naar zorg onze samenleving voor grote uitdagingen stelt. Met name waar het gaat om de kosten die daaraan verbonden zijn.

Helaas is het op dit punt moeilijk om sterk verschillende standpunten tegen te komen. Voor deze opdracht ben ik uitgegaan van de (prachtige!) Zorgmeetlat van onze beroepsvereniging V&VN, die je kunt downloaden op hun website.

V&VN heeft de verkiezingsprogramma’s van 9 partijen beoordeeld op vijf criteria, gericht op de beloftes van de partijen aan verpleegkundigen en verzorgenden. Deze beloftes hebben indirect ook gevolgen voor patiënten. Door het ontbreken van de financiële kaders bij de verkiezingsprogramma’s hebben alle partijen een punt aftrek gekregen, omdat V&VN hierdoor de concrete belofte moeilijk kan toetsen. (Bron: de website van V&VN)

Een onderwerp dat mij persoonlijk sterk aanspreekt is het behoud van motivatie onder verplegenden en verzorgenden. Uit het onderzoek van V&VN blijkt dat alle politieke partijen zich hiervoor sterk willen maken. Je kunt echter wel accentverschillen aanwijzen als je kijkt naar hoe men dit wil bereiken.

Ø    Door te snoeien in regelgeving, management en bureaucratie moeten medewerkers in de zorg zich onbelemmerd op hun eigenlijke taken kunnen richten.

Ø    Door het investeren in scholing en carrièremogelijkheden moet het werken in de zorg aantrekkelijker gemaakt worden.

Volgens de inventarisatie van V&VN kiezen verreweg de meeste partijen voor de eerste strategie. Alleen de VVD en D66 leggen het accent op de tweede mogelijkheid. En GroenLinks lijkt als enige haar aandacht op beide oplossingen te richten.

Ik zelf zou ook kiezen voor de eerste optie en wel hierom: als verzorgende in de thuiszorg werk ik qua scholing ongeveer op het laagste functie-niveau. Mijn ervaring is dat de meeste van mijn collega’s daar gewoon op hun plek zijn. Voor hen zou het werk niet aantrekkelijker worden door grotere uitdaging en carrièremogelijkheden. Maar meer verantwoordelijkheid en meer grip op het werk: nou, graag. Wat voor ons het werk onaantrekkelijk of zelfs zwaar maakt, ligt niet zozeer bij onze taken aan het bed van de zorgvragers, maar wel aan de kant van de organisatie. En dan noem ik taakverzwaring door regels die ergens ver van de dagelijkse praktijk worden bedacht, onrust door ondoorzichtig management, minimaliseren van de zorg voor de medewerkers in het kader van bezuinigingen.

Wat ik verder te weten ben gekomen? Bijvoorbeeld dat vanuit het perspectief van de verpleegkundigen de zgn. taakherschikking erg belangrijk wordt gevonden. En dat er zowel aan de linker- als aan de rechterkant van het politieke spectrum een tendens is om te investeren in preventie. Mijn conclusie is dat de diversiteit aan invalshoeken het moeilijk maakt om de partijen een cijfer te geven voor de aandacht die zij in hun partijprogramma aan de zorg besteden. De V&VN doet dat wel en tilt daarmee D66 hoog boven de andere partijen uit. Ten onrechte, als je het mij vraagt, want het snoeien in management en het verminderen van regeldruk komt in hun programma niet voor. Toch zou dit een mes kunnen zijn dat aan twee kanten snijdt: de motivatie van de medewerkers op de (benedenste) werkvloer wordt bevorderd en er wordt een kostenbesparing gerealiseerd zonder daarmee de kwaliteit van de verleende zorg in gevaar te brengen.

Ik heb overigens GroenLinks gestemd. Omdat zij ‘het ene doen en het andere niet laten’ en omdat de zorg niet het enig belangrijke is.

Read Full Post »

Bootje

*

Ik heb lang een relatie gehad met Madeline – we houden nog steeds veel van elkaar, maar toen we, al heel jong, bespraken of we samen kinderen wilden krijgen, wist ik dat het niet kon: dat er teveel onrust was en ik eerst moest uitvinden of ik toch niet méér van mannen hield. Het was een erg pijnlijke beslissing, heel moeilijk voor ons allebei. Het voelde heel lang niet als een vooruitgang. Ik keek rond in Amsterdam en wat ik zag was, kort samengevat, de Canal Parade: heel uitbundig, veel gedoe. Ik heb daar helemaal niets op tegen, maar voelde mij er ook niet thuis. Als ik nu naar die tocht door de Amsterdamse grachten kijk, denk ik altijd: eigenlijk zou er een bootje voorbij moeten komen waar maar één mannetje in zit. Iemand die onder een schemerlamp een boekje zit te lezen.

(Uit een interview met Sieb Posthuma in Trouw van 22 september 2012)

Dit is mij – mutatis mutandis – uit het hart gegrepen. Voor mij dan een vlot met daarop twee vrouwen, de een de ander voorlezend. Vissoep aan de Boganida van Viktor Astafjev, bijvoorbeeld.

Read Full Post »

Komt het door die discussie van vlak voor mijn vakantie? Of door de film Intouchables, die ik tijdens mijn vakantie samen met mijn dochters zag? Of door de opdrachten die ik in het kader van mijn opleiding maak, en die mij confronteren met het verschijnsel ‘hospitalisatie’ in de zorg. Of misschien juist door die gekke passage over zeelui in Letters to Alice on First Reading Jane Austen van Fay Weldon:

Hard-tack and brackish water were flung at those unfortunates; up in the officers’ mess the same food might, in the end, after a couple of weeks becalmed, be served to their masters, but on porcelain plates, with white napery and polished silver, and perhaps it was the more nourishing for it. There is the spirit, you know, Alice, as well as the flesh. Next time you’re in McDonald’s, remember it.

Inspirerende woorden, beelden en ervaringen genoeg. Daardoor ben ik de laatste tijd van mijn krullen tot mijn voetzolen geïntrigeerd door het doorslaggevende belang dat de Geest lijkt te hebben in de levens van mensen met een lichamelijke handicap. Op momenten dat de prikkeling van die gedachte het grootst is, voel ik mij alsof het vroeg in de zomer is en ik een plekje heb ontdekt waar bosaardbeitjes groeien, zoveel dat ik niet weet waar ik moet beginnen met plukken. En wie ik erbij moet roepen om mijn geluk te delen.

De film: een man, door een ongeval verlamd tot aan zijn kin, kiest welbewust voor een verzorger die het vermogen tot medelijden mist. Hij cultiveert een ‘epistolaire relatie’ met een vrouw, maar ontdekt tegelijkertijd nieuwe erogene zones, in zijn oorschelpen. Als hij samen met zijn verzorger ‘een luchtje gaat scheppen’, betekent dat dat hij de thrill van het parapente vliegen (de passie die hem invalide maakte) nog eens gaat beleven. Aan het eind komen lichaam en geest bij elkaar als hij aan een tafeltje zit met zijn penvriendin. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal, voor het geval je denkt dat zoiets zich uitsluitend binnen het domein van de geest afspeelt.

De discussie, over de mens als dier: hoe stelliger de anderen zich uitspraken, hoe sterker ik doordrongen raakte van de waarde van de Geest, die de mensen dragen (of worden zij er door gedragen?) als was ’t het Licht der Wereld. Iets wat ik in elke mens – ook in de minst begaafde – herken en waardoor ik durf te weten, dat wij tot een ander Rijk behoren dan dat van de dieren. (Mensen kunnen niet ‘beter componeren dan apen’ – de mensheid brengt componisten voort, het dierenrijk niet.)

De zorg, mijn dagelijks werk: daar kom ik alleen maar mensen tegen die lijden aan lichamelijke onvermogens. Vaak zijn dat, vanuit fysiek oogpunt, gelijke stoornissen. Toch pakken ze in elk individueel geval anders uit. Hoe anders? Waar de één in een stoel belandt en er nooit meer uit komt, hoor ik van de ander iedere week een nieuw wapenfeit om de voortgang op de weg naar de grootst mogelijke zelfredzaamheid te staven. Maar nu: waarom of waardoor die verschillen? En daar zie ik dan de Geest, wiens wegen ondoorgrondelijk zijn en die lijkt te waaien waarheen hij wil.

Om te beginnen is daar de geest van de individuele hulpbehoevende. Het is een realiteit, maar daarom niet minder schokkend, dat ik regelmatig mensen meemaak waarvan ik denk: “’t Lijkt waarachtig wel of het jou goed uitkomt, die botbreuk of die ingezakte wervel. Nu mag je eindelijk gaan zitten, en  de gordijnen dicht doen. De wereld draait wel door op de tevee en als ie je niet aanstaat, dan zap je gewoon verder.” Een geest die het isolement lijkt te zoeken.

Maar is de Geest niet ook, en misschien bij uitstek, iets wat mensen gemeenschappelijk hebben, en wat hen met elkaar verbindt? Daar ontkom ik in mijn werk niet aan. Dagelijks houdt het mij bezig, wat daarin mijn rol zou kunnen zijn. Hoe bereik ik een ander mens, die zich uit het leven lijkt terug te trekken, als een anachoreet, een kluizenaar? En moet ik dat wel willen? Een citaat uit mijn laatste verslag, waarin ik eens helemaal ‘los mocht gaan’:

Inmiddels is het pijngedrag van R. weer back to normal en het zou zomaar kunnen dat dit een verder betekenisloze hobbel in het leven van R. is geweest. Maar dan knaagt er iets bij mij. Doordat ik nu al een half jaar lang elke week bij deze eigenheimer over de vloer kom, heb ik een zekere sympathie voor hem opgevat. Ik zie een man die na een aantal schipbreuken in zijn leven uiteindelijk op het onbewoonde eiland van zijn IKEA-bank is aangespoeld en die zijn geestelijke honger stilt door eeuwig op hetzelfde afgekloven bot te bijten: hij schijnt uit een vroegere relatie een zoon in Israel te hebben. Het idee hem ooit te zien houdt hem in leven, zo zegt hij zelf. Een rookpluim aan de horizon?
En wat is die ontsteking aan zijn heup geweest? Een schip dat voorbij kwam en hem ongelukkigerwijze niet gezien heeft? Ik had gehoopt dat dit incident iets open had kunnen breken in het eentonige leven van R.. Natuurlijk is het heel goed mogelijk dat hij zo’n doorbraak psychisch helemaal niet aan had gekund. Maar mogen wij dat voor hem beslissen? Hij is al vaker mans genoeg gebleken om een uitgestoken hand af te slaan.

Hm, ik ga Amélie nog maar eens kijken.

Read Full Post »

Ethische kwesties

Ik geef toe, het was een duivels dilemma. In het kort: een doodzieke vrouw is niet toe aan de eenzaamheid van het sterfkamertje in het verzorgingstehuis. Zij wil graag nog een beetje onder de mensen blijven. Maar op een gegeven moment kunnen de andere bewoners de aanblik van een stervende in hun midden niet meer verdragen en willen zij haar weg hebben uit de algemene ruimte. Wie krijgt zijn zin? En op grond van welke argumenten? Hierover moesten wij als verzorgenden in opleiding op MBO-niveau maar eens van gedachten wisselen.

Veel kwam er niet uit de discussie. Uiteraard hadden wij verzorgenden een sterke neiging het op te nemen voor degene die op het punt stond uitgestoten te worden door haar medemensen. Maar ergens zagen we ook wel in dat het onze taak was de leefbaarheid in het tehuis in meer algemene zin te waarborgen. Het iedereen naar de zin maken lijkt wel aantrekkelijk, maar deze casus liet juist zien dat dat niet altijd tot de mogelijkheden behoort. Hoe breek je zo’n situatie open, of breng je de partijen tot elkaar, zodat er een oplossing komt?

“Het vervelende van dit soort ethische kwesties is dat er nooit één juist antwoord bestaat,” verzuchtte de docent, een psycholoog, en hij schoof het stenciltje naar een uithoek van zijn tafel. Hoewel ik me zijn frustratie wel voor kon stellen, bleef ik geboeid door de mogelijkheden en onmogelijkheden van de dynamiek rond dat sterfbed op wieltjes. En ook al kwam ik in dit geval niet tot een Salomonsoordeel, ik kreeg er wel iets anders van mee: je kunt ook handelen als je je niet van succes verzekerd of door alle goede argumenten geschraagd weet. Meestal moet je wel, in het leven van alledag.

Laat ik het citaat onderaan het vorige bericht nog maar eens herhalen:

Het leven kan alleen achterwaarts worden begrepen, maar het moet voorwaarts worden geleefd.

Søren Kierkegaard

Read Full Post »

Natuurlijk is het een groot goed om taboes te doorbreken. Maar soms is het goed te bedenken dat het niet Het Hoogste Goed is. En niet alleen maar goed. Of altijd goed. Of voor iedereen goed.

Witte Pater Hugo Hinfelaar vandaag in Trouw over de keerzijde van moderniteit:

Je zou kunnen zeggen dat we bepaalde taboes hebben doorbroken in de Zambiaanse cultuur die juist goed werkten. Bijvoorbeeld het taboe dat als een man vreemdging, hij de schuld droeg als de zwangerschap van zijn echtgenote in een miskraam eindigde of er iets mis was met het pasgeboren kind. Wij vertelden de mensen dat dat onwetenschappelijk was. Dat kwam de mannen wel goed uit. Of het geloof dat er kwade geesten in de bossen zaten waardoor je niet mocht kappen. Dat hebben wij bestreden, met als gevolg dat als je nu gaat kijken, veel bossen zijn verdwenen. Dat zijn zaken die ik nu erg betreur.

Ofwel:

Het leven kan alleen achterwaarts worden begrepen, maar het moet voorwaarts worden geleefd.

Søren Kierkegaard

Read Full Post »

Uit vele richtingen zijn wij gekomen
Maar als wij allen samenzijn
En in de ruimte onze stemmen samenstromen
Dan kunnen wij ons voelen opgenomen
In liefdevol verbonden zijn.

Dit zingt mijn jongste dochter nog ieder jaar op haar eerste schooldag. Samen met enkele honderden pubers in een prachtige aula, die de rest van het jaar een sjieke toneelzaal is. De jongsten beduusd door de enorme menigte waarin zij terecht zijn gekomen en de oudsten eerder bezig met de richtingen waarin zij van hieruit zullen vertrekken. En dan al die luidruchtige en beweeglijke ik-jes daar tussenin, voor wie het zo’n moeite kost zichzelf te worden en daarbij ook nog met anderen samen te zijn.

Met de wetenschap dat zij dat moment van liefdevol verbonden zijn – of althans de intentie daartoe – weer heeft meegemaakt, ben ik buitengewoon gelukkig. Want hoeveel ik ook lees over versplinterdheid, toenemende hufterigheid en totale grensverleggende leegte, ik weet van heel nabij dat er onder mensen ook altijd een stemming  van en een streven naar verbondenheid bestaat. Juist bij mensen die hun individualiteit au sérieux nemen en dolgraag zelf iets in de wereld willen zetten. Laura en haar leeftijdgenoten zullen daarbij geholpen worden door ruime aandacht voor koorzang: aan het eind van dit jaar zullen zij het Requiem van Mozart opvoeren.

Zelf ben ik ook opgetogen wanneer ik na de vakantie mijn medestudenten weer zie. Ook al speelt mijn ontwikkeling zich dit jaar af op een heel ander vlak dan waar een academica van mijn leeftijd geacht wordt zich te bewegen, ik ben mij voortdurend bewust van de waarde die het onderwijs dat ik geniet aan mij toevoegt. Samen met anderen getroost ik mij inspanningen die mijn vaardigheden op een hoger plan brengen, waardoor ik iets kan betekenen in deze wereld. Groots en meeslepend vind ik dat.

Zo nu en dan zit ook mijn oudste dochter bij mij thuis op de bank (niet voor lang meer!) en haar moet ik niet teveel storen. Met haar laptop op schoot verdiept zij zich in afbeeldingen van microscopische preparaten van weefsels uit het menselijk lichaam. Ssst, zij studeert geneeskunde! Maar als ik haar tussendoor toch even vraag naar wat de dag haar heeft gebracht, dan vertelt zij me dat zij naar een introductie is geweest van het ‘honours programma’. Dat is een initiatief om de werkelijk ambitieuze studenten tegemoet te komen in hun wens het onderste uit de kan van hun studie te halen. Hen wordt niet voorgehouden dat zij dan het lid op hun neus zullen krijgen, maar er wordt hen ‘intellectuele lol’ in het vooruitzicht gesteld. Iedereen die in die pret wil delen, studenten én docenten, wil er graag een schepje bovenop doen. Voor elkaar.

Ik geloof dat ik mij zomaar voel opgenomen in liefdevol verbonden zijn.

Read Full Post »

Older Posts »