Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for december, 2011

Een barmhartig jaar

Een van degenen die hier meelezen suggereerde mij onlangs dat ik mijn blogposts van het afgelopen jaar wel kon bundelen onder de titel Logboek van een barmhartig jaar. Dat was – zo meende ik – uiteraard naar aanleiding van mijn blog De barmhartige straatveegster. In mijn bijziendheid realiseerde ik mij niet eens dat ik daarmee ook op één lijn werd gezet met een heel andere publicatie.

Maar goed, afgezien van kwesties van intertekstualiteit en wat die allemaal zouden kunnen betekenen, vond ik het een bijzonder rake suggestie. Ik zou dat jaar dan wel zeventien maanden willen laten duren, en het laten beginnen op een verlaten rangeerterrein en eindigen bij het plaatje hierboven, dat ik voor mijn nieuwjaarswens koos. Wat lijken ze eigenlijk veel op elkaar, maar wat een wereld van verschil kan zo’n barmhartig jaar teweeg brengen! De suggestie zette mij ertoe aan mijn zegeningen eens te tellen.

Die zegeningen vormen reeds het licht achter de beschouwelijke plaatjes die ik hier de laatste tijd heb uitgestald, dus ik hoef niet hardop te gaan tellen. Wel wil ik mezelf nog één keer weerspreken, voordat ik (nogmaals) ga vieren dat een einde ook een nieuw begin betekent. (Ook een suggestie van een van mijn echte vrienden.)

In mijn bespiegelingen over barmhartigheid haalde ik een bijbelwoord aan – “het is zaliger te geven dan te ontvangen” – en dat wil ik toch weer even terug leggen waar ik het vandaan haalde. Want vandaag realiseer ik me dat ik het zeer zalig heb gevonden om het afgelopen jaar zo veel van anderen te krijgen. Niet te tellen.

Read Full Post »

Krap dertig jaar geleden was er iemand die mij enige levenswijsheid probeerde bij te brengen.

“Weet je wat er bij jou aan scheelt?” zei ze.

“Nou?”

“Jij accepteert jezelf niet zoals je bent?”

“???”

“Om te beginnen accepteer jij je eigen machteloosheid niet.”

Ik zou niet durven zeggen dat ik in de drie decennia die volgden op deze wijze les ook echt wijzer ben geworden. Maar ik denk wel dat ik iets geleerd heb over machteloosheid.

Bijvoorbeeld dit: er is iets merkwaardig paradoxaals aan het besef van machteloosheid. Het is beangstigend en geruststellend tegelijk. Immers, werkelijk álles kan jou en je geliefden overkomen. Veel erger dan je had kunnen denken, bovendien. En je kunt er helemaal niets tegen doen. Blijf daar maar eens rustig onder. Maar aan de andere kant kan dat besef je ook bevrijden van een enorme schuldenlast. Je hoeft het leven niet te dragen, het leven draagt jou. En laat je vallen, als het zo uitkomt.

En nog iets, waar ik aan moest denken toen ik gisteren in een film over de Watersnoodramp van ’53 zo’n echte Zeeuwse boer hoorde zeggen: “Het is Gods wil.” Dan weet ik opeens weer hoe weinig het bevindelijke calvinisme waarin ik was opgegroeid hielp als het ging om zoiets als “het accepteren van mijn eigen machteloosheid”. Ik was immers het evenbeeld van een Almachtige God, die tegelijk barmhartig en rechtvaardig heette te zijn, liefdevol zelfs, maar die tegelijkertijd dingen deed of duldde, die zich erg moeilijk met dat soort noties laten rijmen. Ik heb dat altijd erg verwarrend gevonden.

Een god die minder persoonlijk is, zoals wellicht Allah, of de onverschillige “deus sive natura” van Spinoza lijkt me al behulpzamer. Die laat in ieder geval wat meer ruimte voor een rouwproces op menselijke maat, denk ik dan. Of zou ik uiteindelijk toch tot de mieren moeten gaan om wijs te worden? Zoals wanneer een mensenvoet achteloos stapt op hun stad van zand – kijk ze radeloos rondrennen! De stervenden kronkelen zich rond hun eigen kleine kern en de levenden brengen de weerloze cocons van hun kinderen in veiligheid. En dan begint het te regenen. Maar ziet: enkele minuten later is er al bijna niets meer te zien van de ontreddering. Het leven gaat door.

Natuurlijk weet ik in de verste verte niet of zij zich ook druk maken om de zin ervan of om de theodicee. Toch waag ik het te betwijfelen dat zij zich een voorstelling maken van de Schoen van God. Maar ook of dat getuigt van een wijsheid die ooit binnen mijn bereik zal komen. En of ik daar iets mee aan zou kunnen vangen. Mijn twijfels en vragen kunnen nog wel dertig jaar mee.

Read Full Post »

Heroides

Alles is al eens gedaan. Er is al een boek over heldinnen. En er is niets wat ik beleef of het is al eerder en grootser beleefd en meeslepender beschreven. Niets nieuws onder de zon. Toch rijst de zon elke dag opnieuw boven een horizon die nooit dezelfde is. De afgelopen week zag ik haar stralen vallen op een heldendom waar je het niet zou verwachten.

Op het oog was haar huisje een toonbeeld van kleinburgerlijkheid. Wehkamp-meubeltjes in de huiskamer. Zeil uit de zestiger jaren op de keukenvloer. Een foto van een hondje in de hoek van een lijst die een kitscherige reproductie bevatte. Bij de half verdroogde geranium op de venster stop ik, want het beeld is al veel te compleet. Geen slagveld, geen paleis. Geen marmeren trap of hemelbed vol zijde en fluweel. Kortom, geen plek voor heldendom.

Toch heb ik, terwijl de zon ternauwernood een kiertje tussen de blinden wist te vinden, het zuiverste heldendom zien schitteren in haar duistere kamertje. Ik had haar “achteruit” zien gaan, zoals dat heet, tot er geen enkele ruimte meer over kon zijn tussen haar en de afgrond. De laatste week was zij nauwelijks meer wakker en haar schaarse heldere momenten bestonden uit louter pijn en dorst. De pijn die ik haar moest aandoen bij het verschonen en de dorst die ik mocht lessen, met kleine slokjes. Ik had verwacht dat ik misschien bang zou worden wanneer ik de dood van zo dichtbij zou zien of haar lijden door mijn vingertoppen mee zou voelen. Maar nee, daarvoor heeft zij mij zorgvuldig behoed. Door mij haar eigen heldenmoed te tonen.

Een enkele keer moest ik haar achterlaten, terwijl zij oprecht bang was om alleen te zijn. Haar pijn was dikwijls goed te zien en duidelijk te horen. Maar op geen enkel moment heeft zij een klagelijke toon geslagen en geen spoor van verongelijktheid ben ik bij haar gewaar geworden. Er was niets heroïsch in de zin van een heftige strijd met de dood. Hooguit een geduldig volhouden tot hij kwam om haar te verlossen. Heldendom in alle bescheidenheid.

Changement de décor. Het andere toneel waarop ik de afgelopen week een heldenstuk zag spelen, hoef ik niet te beschrijven. Ik heb al duidelijk gemaakt dat zoiets er niet toe doet. Hier wel een beetje voorgeschiedenis. Mijn heldin van vandaag is een 86-jarige, klein van stuk, kort van memorie. Alsof dat laatste niet al angstig genoeg is, moest zij in de loop van een aantal weken een waarheid onder ogen gaan zien die zij liever niet had willen beleven. ’s Morgens vroeg bij de thee en het beschuitje was zij op haar somberst. “Ik hoop dat het allemaal niet zo lang meer duurt,” zei zij dan en schudde het hoofd, waarbij zij strak in de thee bleef turen.

Die harde waarheid was, dat haar kinderen hadden besloten dat op zichzelf wonen voor haar niet langer verantwoord was . (“Maar ik heb hier meer dan vijftig jaar met mijn man gewoond. Mijn jongste zoon is hier nog geboren.”) Zij hadden een verzorgingstehuis voor haar gevonden en opeens stond de verhuizing voor de deur. In de dagen dat die werkelijkheid dichterbij kwam zag ik haar steeds verwarder worden. Banger, en bozer, als zij zich niet zo bewust was geweest van haar afhankelijkheid. Gisteren wist zij niet meer of ze het nou allemaal gedroomd had, of dat het toch niet doorging.

Vandaag was ik voor het laatst bij haar. Ik zette thee en een beschuitje klaar, zocht de medicatie en oogdruppels bij elkaar en wachtte tot zij beneden zou komen. En opeens stond zij daar. Niet in haar badstof ochtendjas als anders, maar in een sportieve outdoor outfit. Niet gebogen, maar rechtop. Ze leek wel tien jaar jonger. En zo merkwaardig helder en vastberaden. “Ik vind het doodeng, maar ik ga het gewoon doen. Het moet nu eenmaal.”

Zo schrijft zich in mijn gedachten een boekje vol miniaturen van kleine heldinnen. In de hoop dat ik dat nog kan lezen als ik niets anders meer kan.

Read Full Post »

Zij zit op de rand van haar bed, zoals meestal wanneer ik haar verzorg. Vandaag voer ik haar heel langzaam kleine hapjes soep. We zijn stil, tot zij opeens dieper ademhaalt en vraagt: “Waar woont u?” “Ik woon aan hetzelfde water als u, maar dan aan het andere uiteinde,” zeg ik. “Zijn daar ook ratten?” vraagt zij verder. “Vast wel,” zeg ik, “maar ik zie ze nooit.” “Nou, hier wel,” zegt zij, met iets van trots in haar stem. Dan is het weer een poos stil. Na nog een tiental hapjes soep gaat zij wat rechter op zitten en begint:

“Ik zie ‘m uit het water komen. Als ie op de kant is, schudt ie eerst de druppels van zijn bast. Dan loopt hij naar de overkant van de weg. Naar een huis, waaraan gebouwd wordt. Daar glipt ie gauw naar binnen. Ik denk dat ie d’r nog wel wat te vreten zal vinden.”

Ik probeer haar te zien zoals zij was toen ik haar nog niet kende. Toen ze wel al oud was, maar nog kon zien, en lopen. Het schijnt dat zij toen veel tekende. Zou ze de rat getekend hebben, vraag ik mij af, die zij op de wal zag klimmen vanuit het raam waarvoor zij zat? Misschien waag ik het nog om het haar zelf te vragen. Vandaag voel ik mij rijk genoeg bedeeld door dit moment. Met die paar woorden heeft zij in het landschap van mijn binnenwereld een rat getekend die daar altijd zal blijven.

Update: nog geen twee weken nadat ik dit schreef is mevrouw stilletjes opgehouden met ademhalen.

Read Full Post »