Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2011

Uitgehuwelijkt

Telkens wanneer het gearrangeerde huwelijk, zoals dat in sommige culturen nog in zwang is, ter sprake komt, kan ik er op rekenen dat mijn lief daarvoor op de bres springt. Heel kordaat, want zij is zich er wel van bewust dat haar mening hier te lande als niet erg politiek correct over zou kunnen komen. Maar ook heel overtuigend, want ik weet van nabij hoe zij er toe is gekomen om zo’n verbintenis even hoog te waarderen als het bij ons gebruikelijke romantische huwelijk.

Ikzelf ben een heel ander soort mens: meer eentje die muntjes in fonteinen werpt om haar wens samen met die ander gelukkig oud te worden kracht bij te zetten. Toch is er iets dat ons dicht bij elkaar brengt: beiden lijken wij steun te zoeken. Zij in een onontkoombare lotsbestemming, ik in een bijna religieus ritueel. Omdat wij het verlangen delen een leven lang met elkaar te zijn. En tegelijk voelen dat iets als ‘een persoonlijke keuze’ te nietig is voor een dergelijk doel.

Daarmee is ons huwelijk iets heel anders dan al die andere banden en verbintenissen die wij tijdens ons leven aangaan. Hoeveel daarvan zijn er niet verwaterd, verbroken, vergeten of verlaten? Of we er ‘helemaal klaar mee’ waren of niet. Met haar zal ik nooit klaar zijn. Met haar gaat de reis altijd verder. Geen tuinhek uit, geen wereld in, maar naar de kern.

De tijdgeest wil – althans zo ervaar ik het – dat je bestemming synoniem is met ontplooiing, met vrijheid en ruimte. En dat die in de richting van de horizon gezocht moeten worden, steeds verder weg. Niet dicht bij huis, zoals in die oude legende waarin de schat die je zocht uiteindelijk in je eigen akker begraven lag. Volgens mij loont het de moeite je eigenzinnig te betonen tegenover die tijdgeest. En de kunst na te streven je zegeningen te tellen. Want niet alles is terug te voeren op keuzevrijheid en eigen verdienste.

Natuurlijk, voor ontwikkeling is ruimte nodig, maar evenzeer weerstand. Uitdaging, in de taal van vandaag. En die hoef je nooit ver te zoeken: iedereen is al uitgehuwelijkt. Aan buren. Aan familie. Aan kinderen. Aan ‘de vreemdeling die in uw steden woont’. Of aan elkaar, zoals wij. Kortom, aan al die mensen waar je niet zomaar bij weg kunt lopen, maar tot wie je je moet zien te verhouden. Relaties waarin van alles te veroveren valt, op die anderen of op jezelf. Daarbinnen ligt een oneindige ruimte voor ontwikkeling.

Update: dit blogbericht schreef ik vlak voor de vakantie waarin duidelijk werd dat ons huwelijk toch niet eeuwigdurend zou zijn. Het is er niet minder waar om.

Advertenties

Read Full Post »

In 1673 publiceerde de Amsterdamse natuurwetenschapper Jan Swammerdam een belangrijke ontdekking: die ene grote bij in elke kolonie honingbijen bleek de moeder van alle andere bijen in de korf. Tot die tijd had men haar vanzelfsprekend als een mannetjesbij gezien en dus ‘koning’ genoemd. Of ‘paus’, zoals in Den byencorf der H. roomsche kercke (1600). Hierna volgde de ene ontdekking op de andere: behalve de koningin zijn ook alle bijen die we op de bloemetjes tegenkomen vrouwtjes, zij het met onvolledig ontwikkelde eierstokken. Wel bevinden zich in de korf een aantal maanden per jaar een paar honderd dikke bijen met een stomp achterlijf en zonder angel, die geen duidelijke taak in het anders zo arbeidzame bijenleven lijken te vervullen. Bij nader inzien blijken dat de mannetjes (darren) te zijn. Nou ja, mannetjes: eigenlijk zijn het slechts halve bijen, want zij worden geboren uit met opzet niet bevruchte eicellen van de koningin-moeder.

Het wordt nog erger met die darren. Zij dienen enkel tot het bevruchten van de jonge koninginnen, die aan het begin van de zomer worden geboren om nieuwe kolonies te starten. Als zo’n koningin drie weken oud is, kiest zij op een dag het luchtruim om daar op grote hoogte te paren met meerdere darren van haar keuze. Daarbij rukt ze de zaadblaas ruw uit het lijf van haar uitverkorenen, die hierna stervend ter aarde tuimelen. De jonge koningin draagt de blazen als een vaak zichtbare buit mee terug de korf in en put hieruit voldoende sperma om drie jaar lang duizenden eicellen te bevruchten. Als in augustus het paarseizoen voorbij is, worden de overgebleven darren door hun zusjes zonder pardon de korf uitgewerkt om in de koude nacht te verkleumen.

Heeft dit beeld van een volmaakt matriarchaat in het dierenrijk op de mensen enige emanciperende uitwerking gehad? Helaas niet: de imkers – meestal hardwerkende mannen – lijken geen last te hebben van de onttroning van hun koning. Zij spreken met een mengsel van neerbuigendheid en ontzag over hun ‘meisjes’ en kijken vol jaloerse vertedering en herkenning naar die dikke nietsnutten, voor wie seks het enige is wat telt in het leven.

Met de bijenkoningin als rolmodel voor vrouwen is het merkwaardigerwijs treurig gesteld. In Engelstalige landen is een queen bee het meisje op het schoolplein dat bepaalt wie er wel en niet bij de clique hoort. En – erger nog – in het door mannen gedomineerde bedrijfsleven is zij die eenzame vrouw aan de top, die zonder een spoor van vrouwelijke solidariteit haar seksegenoten tegenwerkt uit angst dat zij ooit hogerop zouden komen. Er valt nog heel wat recht te zetten.

Deze column werd eerder gepubliceerd als ‘Rectificatie’ in het zomernummer van tijdschrift LOVER.

Read Full Post »

Tolerantie

Al jaren vraag ik me af waarom we het over tolerantie hebben als het gaat om de seksualiteit of godsdienst van een ander. Ik bedoel: wat is er zo lastig aan als iemand in zijn of haar uiterlijke verschijning blijk geeft van seksuele of religieuze gevoelens? Of als iemand haar leven overeenkomstig de eigen waarden of voorkeuren probeert in te richten? Gisteren hoorde ik opeens twee anekdotes die me alle opheldering brachten die ik zou kunnen wensen.

De eerste ging over minister Donner. Het schijnt dat hij ooit voor een klas vmbo-ers heeft uitgelegd wat die beroemde Nederlandse tolerantie is. Dat ging ongeveer zo: wij Nederlanders zijn mensen die heel goed weten hoe het moet. Daardoor weegt het ons zwaar als we mensen tegen komen die het toch anders doen dan wij denken dat het moet. Als wij  niettemin ons best doen om die mensen in hun waarde te laten, dan noemen we dat ‘tolerantie’.

Een andere las ik onderaan een blog op de site van Aletta, Instituut voor Vrouwengeschiedenis:

As a white non Dutch European woman living in The Netherlands, my perception of what Philomena Essed defines as “unacceptable humiliation” is: you are always expected to be ‘tolerant’ in The Netherlands. ‘Tolerant’, in Dutch, also implies that when you are insulted, by means of the use of “freedom of speech”, you are supposed to deal with the insult with grace.

Zo, nu weet ik hoe het zit. Eh…., moet. Eh, …..

Read Full Post »