Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2011

De roep om vrijheid

Een van mijn liefste bezigheden is de zaterdagkrant uitvlooien en dan lekker genieten van koffie met cultuurfilosofische artikelen. Dan voel ik de frisse wind al in mijn haren, wanneer ik mij op de rug van deze of gene gans of albatros installeer en weldra geniet van dat weidse overzicht waarin de deskundige mij wil laten delen. Alsof ook mijn blik zo scherp is, alsof alle zaken die mij bedrukken terwijl ik naar de stoeptegels staar, opeens klein en helder zijn. En doenlijk. Aandoenlijk soms.

Zo kwam ik onlangs te weten dat het ideaal van de multiculturele samenleving in wezen een reactie is op ons collectieve trauma van de Tweede Wereldoorlog: nooit meer uitsluiting en discriminatie. Maar ook dat het vuur daarvan zo’n beetje uit is. Drie Europese roergangers nemen reeds opgelucht afscheid van dit fraaie droombeeld. Het wordt tijd voor een nieuwe koers en die tekent zich al af in het debat over halal en kosjer slachten. Multiculturalisme is uit, secularisme is in. Let maar op!

Maar wat zich ondertussen als een brede rivier dwars door de overzichtelijke akkertjes en weitjes slingert, is de eeuwige roep om vrijheid. Er is zelfs een politieke partij opgericht met die naam. Van alle kanten eist men vrijheid op als was het een grondrecht en begint een getouwtrek om ‘conflicterende grondrechten’: vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting raken slaags en al gauw mengt het gelijkheidsbeginsel zich in de strijd. Vrijheden grenzen niet rustig aan elkaar, zoals Loesje (en ik) zou willen, zij voeren grensoorlogen.

Zich beroepend op hun godsdienstvrijheid menen sommige gemeente-ambtenaren het recht te hebben huwelijken tussen mensen van gelijk geslacht niet te hoeven voltrekken. Wat een gotspe! De vrijheid van meningsuiting wordt te hulp geroepen om het recht op te eisen een ander of (erger nog) een groep anderen te mogen beledigen en daar bovendien iets heldhaftigs in te zien. Beleefdheid is uit, lompe omgangsvormen zijn in, en wie er wat van zegt is een watje. Er lijkt een enorme schroom te bestaan om paal en perk aan De Vrijheid te stellen.

Zelfs een heel beschaafde intellectueel als Rik Torfs roept in een artikel in Trouw om ‘echte, ruwe, ruige vrijheid‘. Wat ik in zijn artikel wel heel mooi vind is zijn beschrijving van de vrijheid van meningsuiting als therapie. Het lijkt mij een goed idee dat degenen die stelselmatig het mikpunt zijn van dit therapeutische afreageren van het eigen ongenoegen daarvoor een gepaste geldelijke beloning ontvangen. Maar nee, allerhande vuilspuiterij krijgt het label ‘publiek debat’ opgeplakt en de deskundigen bakkeleien over de vraag of er nu sprake is van een verharding of juist van toenemende gevoeligheid.

Soms meen ik, gezeten op mijn gans of albatros, een kentering te ontwaren. (Ik zit nog verlegen om een mooie landschappelijke metafoor.) Bijvoorbeeld als Myrthe Hilkens zich in een interview met Arjan Visser de confrontatie tussen Hans Teeuwen en de Meiden van Halal herinnert. Is er misschien een beschavingsoffensief op komst? Na Slow Food en Slow Sex nu ook Slow Freedom? Zou het helpen om in plaats van beperkingen kwaliteitseisen voor vrijheid te formuleren? Zodat vrijheid niet verwordt tot het recht van de sterkste, de grofste, de gebektste, de geleerdste. Maar integendeel gedragen wordt door de nobele plicht rekening te houden met de kwetsbaarheid van andere mensen en minderheden, of die nou seksueel of religieus zijn. Dan wordt het misschien nog eens echt leuk dat onze vrijheden aan elkaar grenzen.

Advertenties

Read Full Post »

Op Bevrijdingsdag zaten mijn lief en ik lekker in de zon op een tribune in Amsterdam West, te wachten tot op het podium de beloofde Arabische vrijheidsliederen zouden gaan klinken. Ondertussen kwam er een groepje Marokkaanse percussionisten voorbij en aten wij een paar Hindoestaanse hapjes. Het podium bleef leeg, maar de zon was er goed, dus wij bleven geduldig wachten. Toen haalde mijn lief een krantje tevoorschijn met op de voorpagina de tekst “1 van de 21662 huizen waar joden woonden die in de 2de Wereldoorlog werden vermoord”. Ons huis stond niet in de lijst, had zij al gezien.

Ik stelde voor eens te kijken naar de adressen van mijn thuiszorg-cliënten. Dat bleek schokkend: op één na alle huizen die ik wekelijks schoonmaak werden in 1941 bewoond door joden die de holocaust niet hebben overleefd. Ik was echt van slag, want die huizen betekenen iets voor mij. Daar gaat telkens een stukje van mijn liefde en zorg naar toe. Ik aai hun vloeren, streel hun deuren en koester hun ruiten. Zal ik nu iedere keer dat ik  mij met die huizen verbind ook de pijn van hun geschiedenissen voelen?

De dagen daarna bleef ik ermee rondlopen. Telkens weer borrelde het in mij op en zou ik het aan iemand willen vertellen. Toch weerhield iets mij ervan mijn cliënten met deze wetenschap omtrent hun huis te confronteren. Als het mij al zo aangreep, wat zou het dan met hen doen? In de FAQ op de site van de initiatiefnemers van het project ‘Joodse Huizen’ geeft men er wel blijk van zich bewust te zijn van de emotionele impact die deze kennis op de huidige bewoners kan hebben, maar men is niet zo terughoudend als ik: “De ontdekking van het verleden van hun huis kan voor hen ook moeilijk en confronterend zijn. Natuurlijk kunt u hen over het verleden van hun huis en de poster vertellen. Zij kunnen dan zelf beslissen wat ze met de informatie willen doen.”

Omdat het mij niet losliet, ging ik de bewuste adressen opzoeken in de database van de website. Daar stonden zelfs de namen van de toenmalige bewoners. Toch nog eens kijken naar onze eigen straat. Nee, nummer 48 staat inderdaad niet in de lijst. Maar wacht even: de nummering was destijds anders. Als ik 12 III omreken, kom ik op …. ja, 48! Op 1 februari 1941 woonde in ons huis een joods gezin met jonge kinderen! Ongeveer net zo oud als onze kinderen waren toen wij hier in 1998 kwamen wonen. En daar staan hun namen, hun verjaardagen en de dag van hun dood! De moeder en de beide meisjes kwamen op 3 september 1943 om in Auschwitz, de vader op 31 maart 1944 op een onbekende plek.

Het is nu precies 13 jaar geleden dat wij hier kwamen wonen. In die jaren ben ik sterk vergroeid geraakt met dit huis. Te beseffen dat hier in de oorlog joodse mensen hebben gewoond die naar Auschwitz zijn gedeporteerd om vergast te worden, maakt me plotseling heel stil. De verbijsterende getallen – 6 miljoen, 21662 – en ook mijn werkhuizen raken op de achtergrond, want heel dichtbij is er dat jonge stel met hun kindjes. Zij hebben namen: Anna en Andries, Anneke en Nanda. Waarschijnlijk zijn de kinderen hier in huis geboren. Ik verwonder me over de gevoelens van verbondenheid die dit alles bij mij teweegbrengt. Hen gedenken zal van nu af vanzelf gaan.

El male rachamim ….

Read Full Post »