Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2011

Een beter mens

Heel vaak komen mijn stukjes voort uit een toevallig samenvallen van verschillende indrukken. Zo las ik vorige week op het blog van een vriend de intrigerende uitspraak dat de rede in staat zou zijn de moraliteit op een hoger plan te brengen. En mijn zaterdagkrant bood me een column van Bert Keizer, waarin hij weer eens virtuoos de vloer aan veegt met de idee dat filosofie de mensen of de wereld beter zou kunnen maken. Zou iemand in deze gelijk hebben? Kan een mens eigenlijk wel een beter mens worden? En hoe moet dat dan?

De cartoon en de statement van mijn bevriende blogger zijn te luchthartig en te bondig om veel gewicht in de schaal te leggen. Begrijpelijk, want deze cartoon maakt deel uit van een serie ter meerdere eer en glorie van het atheïsme, waarbij een eenvoudige ‘reductio ad ridiculum‘ op de christelijke religie wordt toegepast. Waardoor de Rede van de weeromstuit (en onbedoeld!) een soort koning Een-oog in een land van blinden wordt: ook humor heeft zo zijn bijwerkingen.

Keizer beziet het vraagstuk vanuit zijn liefde voor de filosofie omwille van de filosofie. Hij heeft een uitgesproken hekel aan moraalfilosofie en haar pretenties. Die voert hij terug op Plato en zijn ideaal van de filosoof als koning. Hij had ook kunnen beginnen bij diens leermeester Socrates, die – o ironie! – ter dood werd gebracht op beschuldiging van het bederven van de jeugd, terwijl hij juist heilig geloofde in het goede van de mens. Als deze door argumenteren overtuigd zou raken van wat moreel goed is, dan zou hij daar ook naar handelen, meende Socrates.

Dat Keizer hier niet veel fiducie in heeft zal te maken hebben met zijn leven als verpleeghuisarts: het dagelijks zien van wat ouderdom en verval aan verwoesting in de menselijke geest aanrichten, is niet erg bevorderlijk voor het handhaven van een hooggestemd intellectueel optimisme. Maar ook zonder die wetenschap is zijn sarcasme over een al te rooskleurig beeld van wat “de Verlichting” de wereld aan moois gebracht heeft gemakkelijk navoelbaar.

De lompheid van dit gehannes met filosofie wordt pas echt duidelijk als je bedenkt dat het liberalisme, het socialisme, het conservatisme, het stalinisme en de Holocaust allemaal meemarcheren in deze dwaze optocht van ‘de gevolgen van de Verlichting’.

Maar waar moet een mens dán terecht om een beter mens te worden? Daar ga ik in ieder geval geen pasklaar antwoord op geven. Wel wil ik er dit over kwijt: hoewel ik ben grootgebracht met de gedachte dat de mens ‘onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’ is, heeft een halve eeuw leven mij uiteindelijk juist overtuigd van de bekwaamheid van mensen. Tot allerlei kwaad, zeker, maar ook tot een indrukwekkende hoeveelheid goeds. En meer nog ben ik gefascineerd geraakt door die onverbeterlijke neiging het goede te zoeken of dat in de wereld te zetten. Mag daarbij voor sommigen hun godsdienst en voor anderen de Rede of de filosofie  een steunpunt vormen, mijn geloof hecht zich vooral aan de inspirerende kracht van echte mensen, liefst in mijn naaste omgeving, die blijven proberen aan de ‘pauvre condition humaine’ te ontstijgen, oftewel een beter mens te worden.

Read Full Post »

Zonder titel

*

Geen commentaar.

Read Full Post »

Dit mooie plaatje bracht mij in gedachten terug bij iets wat me een aantal maanden geleden zomaar overkwam en waarvan ik concludeerde dat het mogelijk een geval van verliefdheid was. Ik moet daarbij voorzichtig zijn, want eigenlijk weet ik niet zo goed wat dat is, verliefd zijn.

Vroeger was verliefd zijn voor mij meer een soort Tantalus-kwelling. Zoals in dat prachtige gedicht van Vasalis:

SOMS, als gij zwijgt en uit het venster schouwt,
grijpt mij uw schoonheid als een wanhoop aan,
een wanhoop door geen troost te blussen,
niet door te spreken, niet door te kussen,
even groot als mijn bestaan, en even oud.

Dat ik u zien moet en u niet kan zijn,
van u gescheiden door mijn eigen ogen,
dat gij daar zit, zo buiten mij geboren,
het doet als een geboorte pijn.

Een kwelling die nu langzaam uit mijn leven verdwijnt, naarmate ik zelf in staat word gesteld te belichamen wat ik toen alleen in de ander kon zien.

Later ben ik misschien wel verliefd geweest zoals anderen dat worden. Wie zal het zeggen? In ieder geval ben ik van iemand gaan houden, maar dat is iets anders dan die plotselinge en pijnlijke inbreuk op je gemoedsrust. Meer een hardnekkig en traag wortelen van de geliefde waar zich een barst in een van de voegen tussen mijn lijf en mijn ziel heeft gevormd. Als een iepenzaailing op een torentrans.

En ergens in het afgelopen jaar dus opeens die verliefdheid. Zelf noemde ik het een “intellectuele verliefdheid” en toen iemand vroeg hoe zoiets kon bestaan, had ik zomaar een antwoord klaar:

Dat is als iemand voortdurend zulke mooie en heldere gedachten denkt, dat je zou willen dat je die met je eigen gedachten zou kunnen omhelzen.

Waarom denk ik hier nu weer aan? O ja, dat plaatje. Of gewoon de lente.

Read Full Post »

Aurora Borealis

*

Eigenlijk is het pas op 7 april officieel: dan krijg ik “groen licht”.

*

Maar de mensen die het kunnen weten, zeggen dat er niets meer tussen kan komen.

*

En ik kan niet meer wachten om het aan “iedereen” te vertellen.

*

Als “iedereen” me nu ook nog feliciteert, dan ben ik “nog blijer dan blij maar blij kan zijn”.

*

Die woorden leen ik van Laura, van toen ze vijf was. En die nam ze weer over van Roos. Volgens haar komen ze uit een prentenboek over een rover. Dat kan ik me niet meer herinneren, maar zij heeft ongetwijfeld gelijk. Gevleugelde woorden, maar trouw als een tamme kauw op je schouder.

Read Full Post »

Isabel van drie heeft het maar druk met zindelijk worden. Dat blijkt weer eens als het even stil is tijdens de wandeling.

“Poep!”
“Ooooh!”
“Grote poep!”
“Oooooooh!”
“Als ik morgen groot ben, ga ik nog véél stouterdere dingen zeggen. Zoals … eh … REUZENPOEP!!!

Dan houd ik mijn adem in, mijn mond valt open en ik zet mijn allergrootste ogen op: jij durft!!

Bewijzen dat het allemaal nog veel groter en véél stouterder kan, is het levenswerk van de kunstenaar die de Complex Shit (2008) op het plaatje hierboven schiep. Hij heet Paul McCarthy en is vooral bekend geworden door zijn

psychosexual events intended to fly in the face of social convention, testing the emotional limits of both artist and viewer. An example of this is his 1976 piece Class Fool, where McCarthy threw himself around a ketchup spattered classroom at the University of California, San Diego until dazed and injured. He then vomited several times and inserted a Barbie doll into his rectum. The piece ended when the audience could no longer stand to watch his performance.

“O, ….”

(Het citaat komt uit Wikipedia. Mooier kan ik het niet zeggen.)

Read Full Post »

Het inhuren van een voedster of min voor het zogen van baby’s is binnen hogere klassen eeuwenlang een vanzelfsprekendheid geweest. Pas door de uitvinding van de rubber speen in 1845 en het op de markt brengen van kunstmatige babyvoeding in 1867, stierf het beroep van voedster uit. In de eeuwen daarvoor hebben de heren doktoren, opvoedkundigen en moralisten de kwaliteiten van de min en haar melk altijd met zorg bekeken. Daarbij lieten zij een schitterend spoor van geleerd bijgeloof en tegenwoordig achterhaalde wetenschappelijkheid achter.

Een hoogtepunt hierin was de waarschuwing van de Nederlandse jurist W.B. Westermann, vlak voordat de min van het toneel verdween, in 1866: ‘De morele eigenschappen der min zijn van het grootste gewigt. Bij het geringe aanwezig zijn van moraliteit bij de klasse, waartoe de minne gewoonlijk behoort, is het te vreezen dat ook de moraliteit van het kind zal lijden, want het is zeker dat de melk zeer op den aard van het kind werkt’.

De aanzet tot deze gedachtegang lag in de late middeleeuwen, toen men aan moedermelk magische eigenschappen begon toe te dichten. Men geloofde dat via borstvoeding lichamelijke en geestelijke afwijkingen werden overgebracht. In de achttiende eeuw was, met name in Franse en Engelse steden, een hardwerkende middenklasse in opkomst en werden – uit praktisch oogpunt – de  baby’s massaal naar de armere plattelandsbevolking gebracht om ze te laten zogen. Daarmee ontstond in pedagogische en medische kringen de angst dat de opgroeiende bourgeoisgeneratie de morele minderwaardigheid van de lagere klasse met de moedermelk naar binnen gegoten zou krijgen.

Niemand minder dan de filosoof Immanuel Kant vond het in 1803 (Ueber Paedagogik) nodig om deze angst als ‘ein bloßes Vorurtheil’ van de hand te wijzen. Toch werd in 1859 in het vooraanstaande Engelse medische tijdschrift Lancet nog serieus gedebatteerd over de vraag of ‘fallen women’ wel geschikt waren als voedster. De heren achtten het zeer waarschijnlijk dat het kind vanuit een ‘morbid cell’ via het bloed en de melk met de morele verdorvenheid van de min besmet zou worden.

Dit soort zorgen zijn vandaag de dag moeilijk invoelbaar. Toch verraden de emotionele reacties van moeders wier kind  onverwacht door een andere vrouw gezoogd is, nog altijd een diepe angst voor ‘vreemde invloed’ door uitwisseling van lichaamsvocht. Nu in rampgebieden als Haïti veel baby’s verweesd zijn geraakt, wordt voedsterschap plotseling weer actueel. Daarbij stuit men vooral op de vrees voor HIV-besmetting. De angst voor vreemde moedermelk blijft rondwaren, zij het in telkens nieuwe vormen.

Dit artikel verscheen eerder als ‘rectificatie’ in het feministisch tijdschrift LOVER.

Read Full Post »

Wanda Sykes

Humor is een spel met normen en de Amerikaanse stand-up comedian Wanda Sykes is de meest virtuoze speler die ik ken. Alleen al door haar weergaloze beweeglijkheid: op het podium staat zij geen moment stil. Maar ook figuurlijk beweegt zij zich zo snel van de ene kant van de lijn naar de andere, dat zij de lach uit alle hoeken tegelijk kan laten klinken.

Neem Wanda’s mooiste performance: ‘The detachable pussy’. Onze vagina, dat speciale plekje waar we zo zuinig op moeten zijn en dat zo hartstochtelijk begeerd wordt, zou het niet ontzettend handig zijn als je dat niet altijd bij je hoefde te hebben? Als je het gewoon thuis zou kunnen laten, wanneer je er toch geen gebruik van denkt te maken? Stel je voor, je loopt in het donker over straat en ineens springt er een verkrachter uit de bosjes. ‘Sorry, maar ik heb geen waardevolle spullen bij me. Ik ben “pussyless”’. Maar wat als je een leuke date hebt, met wie je eigenlijk wel meer wilt beleven en je hebt je ‘pussy’ niet bij je? Dan bel je gewoon je huisgenote: ‘Hé, wil jij iets voor me doen? Breng mijn kut even langs. Die ligt in een schoenendoos boven de kapstok.’ Denk echter niet dat je hiermee uit de problemen bent: wanneer je uitgaat en je kut bij je vriendje thuis laat omdat hij zo’n zin heeft, dan kom je van een koude kermis thuis. Te wrang voor woorden, maar als je ziet hoe Wanda de draad van haar microfoon bij elkaar raapt, alsof het haar totaal verfomfaaide vagina is, moet je toch lachen. Een shockerende en bevrijdende lach.

Minstens zo rauw is het slot van ‘On gay marriage’. Lach gerust, het is om vage projecties van hetero’s over homo’s onderuit te halen. En ondertussen heeft zij al heel wat rake woorden gezegd over de zogenaamde ontheiliging van het huwelijk door huwende homo’s. ‘The only time your race and gender is not questioned, is when you’re a white man’, zegt Wanda Sykes. Zij kan het weten, want zij is een zwarte vrouw en bovendien openlijk lesbienne. Dat zij normafwijkend is, maakt niet automatisch alles wat ze zegt interessant: het is haar eigen verdienste dat zij daaruit die onweerstaanbare humor maakt.

Deze tekst verscheen eerder in het voorjaarsnummer van Tijdschrift LOVER.

Read Full Post »

Older Posts »