Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2010

Toen ik voor het eerst hoorde van de grotvergelijking van Plato, had ik meteen het gevoel dat de filosoof het paard achter de wagen spande, of de wereld ondersteboven zag. Een grot vol mensen, die merkwaardige overeenkomsten met een moderne bioscoop vertoonde. Toeschouwers die de projecties op de achterwand voor de werkelijkheid hielden en boos werden als iemand hen wijs wilde maken dat de werkelijkheid zich juist buiten de grot bevond. Dat meende ik te begrijpen. Maar zodra bleek dat voor Plato het schimmenspel gelijk stond aan wat wij de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid noemen en de wereld daarbuiten aan de voor ons niet waarneembare wereld van de “ideeën”, verloor het beeld alle overtuigingskracht. Ik beleefde dat namelijk precies andersom. En ik kon het weten, want ik zat al jaren in zo’n grot, de weg naar buiten kwijt.

Ik moest daaraan denken toen ik deze week in het tijdschrift Historica het verhaal las van een jonge vrouw, die in de zeventiger jaren gegrepen was door de feministische ideologie zoals die toen in zwang was. Die deed haar geen goed. Haar beschrijving van het moment waarop zij zich ervan ontdeed is voor mij op een aangrijpende manier herkenbaar.

Het was een grote warboel in mijn hoofd. Ik wist niet zo goed wat ik allemaal wilde. Ik reed op de fiets naar de Amstel en ik dacht ik spring er in. Maar het was bevroren. Ik voelde me gewoon hartstikke beroerd en naar en eenzaam. Op dat moment heb ik al mijn ideeën die ik ook maar had losgelaten, dat was echt een heel speciaal moment. Alle ideeën over mannen en vrouwen en hoe de wereld in elkaar zat, heb ik gewoon over boord gegooid. Ik ben gaan kijken wat de wereld me te bieden had. En toen leerde ik leuke mannen kennen, en leuke vrouwen die met mannen omgingen. Al die meningen, die had ik toen niet meer.

Zij was toen beslist niet de enige op wie een sterke ideologie een haast dodelijke aantrekkingskracht had. Ik herinner me een vriend uit die tijd die somber naar de grond voor zijn voeten staarde en zei: “Soms denk ik dat ik niets meer ben dan de som van al mijn opvattingen.” Politieke opvattingen in zijn geval. Het was zeker ook iets van de tijdgeest om de wereld te zien in het licht van hoe die had moeten zijn. Zoals Plato onze wereld zag als een gebrekkige afspiegeling van zuivere, onveranderlijke ideeën, zo zagen veel van mijn leeftijdgenoten haar als een perversie van een ideale, rechtvaardige wereld. Het spanningsveld dat zo ontstond inspireerde sommigen tot somberheid of verwarring, anderen tot een radicaliteit die zich doorgaans tot het verbale beperkte en enkelen tot een ideologisch gerechtvaardigde gewelddadigheid.

Wat lijkt dat allemaal lang geleden! Ik weet niet eens meer hoe ik de weg uit die grot gevonden heb, en ook niet wanneer. Wel merk ik soms zomaar opeens dat ik de weg naar binnen weer heb teruggevonden. En dat daar dan nog steeds hetzelfde schimmenspel wordt vertoond. Dat klopt, want de wereld van de ideeën is zuiver en onveranderlijk. Maar hij staat wel ondersteboven, als in een camera obscura. De uitgang van de grot is nu vlakbij, daar waar mijn lijf en mijn zintuigen hun dagelijks werk verrichten. Een restje etensgeur dat nog even aarzelt boven het aanrecht. Warm afwaswater aan mijn handen. De stemmen van mijn kinderen in de huiskamer. Het strijken van de lucht langs mijn huid, wanneer mijn lief naar het balkon loopt om de plantjes water te geven. Het levenslicht rondom.

Advertenties

Read Full Post »

Eigenlijk is dit weblog er om mij ervan te weerhouden opgesloten te raken in de al te kleine behuizing van mijn persoonlijke omstandigheden en beleving. Om verder te kijken en daarvan kond te doen. Een persoonlijk relaas, dat wel, maar met de blik naar buiten. Deze keer ga ik daarvan afwijken, want ik zie de wereld alleen nog maar als de kippigste mens op aarde en mijn bril ligt bij de opticiën.

Nauwelijks meer dan een jaar geleden zag alles er heel anders uit. Ik zat op mijn balkon, het was zonnig en ik werd overgoten door het besef: dit wat ik nu voel is hoe zorgeloosheid moet voelen. Long time no see! Ik had mij juist aangemeld voor ‘het traject’. Eindelijk durfde ik te vertrouwen op mijn draagkracht. Kome wat komen moest, ik zou het aankunnen. De toen al te voorziene traagheid van het proces zou gelijke tred houden met mijn eigen traagheid in het verwerken van ingrijpende ervaringen, dacht ik.

Ik voelde me als was ik in een trein gestapt naar een verre bestemming. Een soort Trans-Whatever Express. Geen overstappen te regelen, plaatsbewijs tot het eindstation betaald. Alles wat mij te doen stond was achterover leunen, dat goede boek pakken waar ik nu eindelijk tijd voor had, of simpelweg uit het raam kijken naar landschappen die ik al eens gedroomd heb.

Kijk ik nu uit dat raam, dan zie ik anders niet dan een onafzienbaar en troosteloos spoorwegemplacement. Roest en stoffigheid onder een blakerende middagzon. Niets wat beweegt, zover als ik kan zien. De trein staat stil. Hoe lang al? Hoe lang nóg? Er is niemand om me dat te zeggen. Ergens in een treinstel verderop wordt luidruchtig geruzied. Ik durf niet te gaan kijken. Zal de trein weer gaan rijden? Of is men vergeten mij te melden dat deze trein is weggerangeerd en dus in het geheel niet meer naar mijn reisdoel zal gaan?

Ik draai een raam open, maar doe het gauw weer dicht, om de hitte buiten te houden. Wat voor zin heeft het ook? Ik heb het al honderd keer gedaan. Mijn boek heb ik uit. Drie keer? Vier keer? Hoe kan het dat ik geen honger voel of dorst? Ik loop de gang van mijn wagon en die van de volgende op en neer. Verder durf ik niet. Dan tuur ik uit het raam naar de trillende lucht boven de kromgetrokken spoorrails. En ik bedenk me: dit wat ik nu voel is hoe verlatenheid voelt.

Read Full Post »