Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2010

Favoriet

Mijn favoriete sekswerker is een man. Hij noemt zich Buck Angel en don’t get me wrong: het is niet vanwege zijn werk, dat ik die man zo hoog heb zitten. Ik heb ooit een filmpje van hem gezien, waarin hij ‘het’ deed met een ‘she-male’. Dat speelde heel virtuoos met alle stijlregisters van de main-stream porno. Het was een perfecte parodie, die mijn intellect en lachspieren prikkelde, maar alle erogene zones onaangeraakt liet. Aan de rest van zijn oeuvre heb ik slechts even geroken. Leer. Zweet. Geweerolie en staal. Niets voor mij. Geef mij maar zonnewarmte en vers hooi. Of de wind vanuit zee in de zomer.

Vanwege zijn lijf dan? Nee, ook dat niet. Zijn kaalgeschoren schedel, zijn six-pack en zijn tattoo’s hebben wel een zekere esthetiek, maar laten mij uiteindelijk onaangedaan. Vind ik a dude with a pussy dan niet vreselijk hot? Sorry, nee, ook al niet. Als het erop aankomt druist de commercialisering van translichamen zelfs tegen mijn persoonlijk gevoel in. Ook als Buck Angel het zelf doet.

Nee, het is zijn persoon, waar ik een warm gevoel van krijg. Het is die ontwapenende openhartigheid en het volmaakte gebrek aan gêne, waarmee ik hem over zijn (transseksuele) levensgeschiedenis heb horen spreken. Hij werd als meisje geboren, maar wist zich daarmee geen raad. Zo is hij eerst een heel eind afgedwaald op de weg naar zelfvernietiging, de misère van drugsverslaafde prostituée kent hij van binnenuit. Tot hij zich op een dag omdraaide en ging doen wat hij moest doen. Op een heel eigen manier. Niemand laat zó overtuigend zien dat je geen penis nodig hebt om een man te zijn en dat seksualiteit – zeer polymorf, maar beslist niet pervers – ook een positieve kracht in je leven kan zijn.

Zijn stijl hoeft niet bij iedereen in de smaak te vallen, ook bij mij niet. Maar de kracht en het charisma die hij uitstraalt, en niet in de laatste plaats zijn authentieke, hartelijke menselijkheid, laten zien hoe een mens in alle omstandigheden een innerlijk vuur brandend kan houden. Aanstekelijk.

Dit stukje verscheen onlangs in het juninummer van het tijdschrift LOVER.

Read Full Post »

In de marge

Wat voelde ik mij dissident, een week of wat geleden, toen ik het op het LOVER-log opnam voor een Staat die altijd heeft gedoogd dat de SGP uit principe geen vrouwen verkiesbaar stelt, ook al is dat in strijd met de intentie van het VN-Vrouwenverdrag. Of ik nou echt zo’n luis in de pels was en mensen aan het denken heb gezet, weet ik niet. De anderen hebben er netjes – of wijselijk – over gezwegen.

Nu is er opnieuw gelegenheid tot geharrewar over de grenspaaltjes van onze rechtsstaat. Er is eindelijk een echte anti-kraakwet gekomen, die het hele democratische proces heeft doorstaan en waar wij ons nu dus bij neer zullen moeten leggen. Toch? Niks hoor, in Utrecht hebben de linkse partijen al laten weten dat zij de nieuwe wet aan hun laars zullen lappen. Een vrij kras staaltje van burgerlijke ongehoorzaamheid, op bestuurlijk niveau nog wel.

Ik zou natuurlijk kunnen gaan zeuren over hoe politiek links met twee maten meet als het op handhaving van wet en recht aankomt, maar dat doe ik niet. Liever leg ik de nadruk op hoe blij ik ben dat ook mijn vrienden en vriendinnen niet altijd even rechtlijnig blijken. En al zijn onze standpunten wellicht niet op dezelfde wijze tot stand gekomen, in deze kwestie zijn we in elk geval weer medestanders.

Het is met de leefbaarheid van een rechtsstaat misschien wel eender gesteld als met de leesbaarheid van een bladzijde gedrukte of geschreven tekst. Alles hangt af van de breedte van de marge. Dat wist men in de Middeleeuwen al, toen perkament nog heel kostbaar was. Het woord is heilig, maar de marge niet minder. Bovendien is een boek niet iets wat af is en waar je verder niet aan mag komen. Een boek doet iets met de lezer en wellicht wil de lezer iets met het boek doen. Als de marges breed genoeg zijn, nodigt het boek daartoe zelfs uit. Aan de bladranden van oude manuscripten vind je het leven dat de regels niet haalt.

Waar het de ruimtelijke ordening in ons overvolle landje betreft, heb ik altijd heel sterk de noodzaak van marges gevoeld. Als kind al was ik aangewezen op overgeschoten stukjes grond om vrij te kunnen spelen, voorwerpen te vinden die aan de opruimwoede van de volwassenen waren ontsnapt, ruimte te vinden voor het uitleven van mijn verbeelding. Toen ik van het ruime, maar o zo ordelijke dorp waar ik opgroeide naar de grote stad trok om te gaan studeren, was ik meteen gefascineerd door de gedoogplekken voor stadsnomaden, die er toen nog volop waren.

Op de Oostelijke Eilanden stond het vol met woonwagens, ouwe vrachtauto’s en allerlei op tijdelijkheid afgestemde bouwsels. Ook in het westelijk havengebied streken ‘onaangepasten’ neer met hun tentjes en aftandse bestelbusjes. Een eindje buiten de stad lag Ruigoord, Neerlands enige echte hippiedorp. Kraakpanden had je overal. Daar maakten mensen die niet voor het kantoor geboren waren het leven tot een feest. Vegetarische “restaurantjes” floreerden er. Films die binnen de reguliere circuits geen kans hadden kon je er zien. Voor van alles wat overal altijd buiten viel was een plek.

In de dertig jaar dat ik nu in Amsterdam woon heb ik veel van die vrijplaatsen zien verdwijnen. Tot mijn verdriet, want die plekjes waren niet alleen van levensbelang voor degenen die er hun leefruimte vonden, maar ook voor een nutshoen als ik. Ik ben teveel op mijn comfort gesteld om voor een dergelijke leefwijze geschikt te zijn, maar zou niet weten wat ik moest beginnen zonder af en toe te kunnen zien dat het ook anders kan. Hoeveel zondagmiddagen heb ik niet met mijn lief en de kindertjes gewandeld achter Artis langs of rondom Ruigoord? Altijd weer verrukt over de loslopende kippen, de rondslingerende troep, de wild bloeiende struiken, de malle bouwseltjes en kunstwerken, de inventiviteit en het verval!

Natuurlijk, als je met veel mensen op een klein oppervlak in betrekklijke vrede samen moet zien te leven, dan zijn regels onontbeerlijk. Maar alsjeblieft niet tot aan de rand van de bladzijde. En laat de wet niet het laaste woord hebben. Laten we een beetje ruimte overlaten die van niemand is. Daar hebben we allemaal baat bij.

Read Full Post »