Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for april, 2010

Privilege

We stonden met ons drieën in het morsige keukentje, mijn lief, mijn oma en ik. Oma had gekookt, dus wij deden de afwas. Die zij – haar nooit gemiste bon-mot na een diner-tje – “het liefst gewoon uit het raam zou gooien”. Mijn oma was een bohémienne, avontuurlijk, excentriek en met het bijbehorende dédain voor werk dat je met je handen doet. Daar had zij haar leven lang personeel voor gehad. Zij bleef zich er dan ook over verbazen dat zij op haar oude dag het huishoudelijk werk grotendeels (zij had een werkster voor één dag in de week) zelf deed, zo goed en vooral zo kwaad als dat ging.

“Ja, vroeger had iedereen een dienstmeisje,” placht zij dan te zeggen, “en als zo’n meisje kwam solliciteren, dan vroeg ze meestal ‘Heeft u een meisje voor het zware werk?’” “En had het dienstmeisje zelf ook een dienstmeisje?” vroeg Alexandra op een dag. Daar had oma niet van terug. Zo had zij het nog nooit bekeken. Ik zag dat zij werkelijk aangedaan was door de ontdekking dat haar ‘iedereen’ blijkbaar niet iedereen inhield. Zij was een idealiste, voor wie alle mensen gelijk waren. Jaren later kwam zij er nog zo nu en dan op terug.

Zo gaat dat als je geprivilegeerd bent: je hebt er niets van in de gaten, totdat iemand je uit de droom helpt. Meestal heeft die ervaring iets pijnlijks over zich. Je raakt een stuk van je onschuld kwijt en al sukkel je nog wel eens in slaap, ongehinderd dromen is er niet meer bij.

In het feministische vertoog speelt het begrip ‘privilege’ een centrale rol. Daarbij gaat het om de ongelijkheid in de positie van vrouwen ten opzichte van mannen als gevolg van (ongeschreven) voorrechten van mannen die aan vrouwen onthouden worden. De strijd om die ongelijkheid recht te trekken was in het begin vooral een zaak van welgestelde blanke vrouwen, die er gemakshalve vanuit gingen dat zij voor ‘alle vrouwen’ spraken. Toen ook zwarte vrouwen en vrouwen uit andere lagen van de bevolking een stem begonnen te krijgen, bleek dat ‘privilege’ niet slechts tussen de seksen bestond, maar dat ook onder vrouwen bepaalde groepen bevoorrecht waren boven andere.

Ik denk dat Peggy McIntosh – in: White privilege : Unpacking the invisible knapsack (1988) – de eer toekomt als eerste haar eigen geprivilegeerde positie als blanke vrouw te erkennen. En bovendien op een manier die niet schuldbewust pronkt met de ‘white (wo)man’s burden’, maar wel de weg probeert te openen naar een beter begrip van de ervaringswereld en de positie van mensen die de voorrechten van het witzijn niet genieten. Een begrip dat het maken van andere keuzes, bijvoorbeeld bij het vormen van beleid of het willen oplossen van problemen, mogelijk maakt.

De lijst van McIntosh heeft in de Verenigde Staten recentelijk veel navolging gevonden. Maar in plaats van het helder onder ogen zien van eigen ‘unearned assets’ hebben die tweede generatie ‘privilege checklists’ toch eerder iets pijnlijks over zich. Iets dat men aantrekt als een boetekleed of op zak heeft om het bij een geprivilegeerde onder de neus te wrijven. Als speelde er een wedstrijd in slachtofferschap en zelfkastijding, waarbij elk onverdiend voordeel een prijskaartje krijgt in een sfeer van schuld en schaamte.

Elk voordeel hep s’n nadeel, en andersom.

Advertenties

Read Full Post »

The Hoerengracht

Vorig weekend bezocht ik  de tijdelijke tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum, dat het omvangrijke kunstwerk The Hoerengracht van Edward Kienholz en Nancy Reddin Kienholz naar Amsterdam heeft gehaald. Voor het LOVER weblog schreef ik daarover een recensie, die ik mijn lezers hier niet wil onthouden.

Laat ik beginnen met te zeggen dat de driedimensionale schilderijen van Ed en Nancy Kienholz mij vrijwel zonder uitzondering aanspreken. Het lijkt eerder een kunstje dan ‘Kunst’: je raapt een hoop afgedankte gebruiksvoorwerpen bij elkaar, leent de lichaamsvorm van een zo gewoon mogelijk mens en vormt daarvan een stilleven, alledaags maar met een twist. Overgiet het rijkelijk met kunsthars en het dagelijks leven lijkt als een insect in amber te zijn gevangen. De tijd wordt tijdloos.

In dit geval mijn eigen tijd en leefomgeving, want ik woonde in de jaren ’80, toen de Kienholzen dit kunstwerk maakten, vlak naast de Amsterdamse Wallen. Een feest van herkenning dus: de fietswrakken, het straatvuil, stutten tegen vervallen gevels. En dan de gebruiksvoorwerpen die de kunstenaars op het Waterlooplein bij elkaar gescharreld hadden. Zo vertrouwd en tegelijkertijd zo gedateerd! De sfeer van het Red Light District was ook heel natuurgetrouw weergegeven. Alleen de schichtig rondstappende mannen ontbraken en de hoeren toonden niet de gebruikelijke ergernis jegens de kosteloos vermaak zoekende toeristenblikken.

Ik voel me een beetje als liep ik door een dierentuin, zo sterk is het zien hier een kwestie van eenrichtingsverkeer. Maar raakt dat niet ook de kern van waar het in sekwerk om gaat, vraag ik mij af? Is er een situatie denkbaar waarin de asymmmetrie tussen vrouwen en mannen scherper tot uitdrukking komt? En hoezeer blijft alles aan de buitenkant? Een wonderlijke mix van intimiteit en afstandelijkheid?

Aan het eind van het rosse straatje krijg ik een gefilmd interview met Nancy Reddin Kienholz te zien, afgewisseld met oude beelden van de ‘making of’. De kunstenares geeft daarin een glashelder inzicht in hoe groot de afstand was tussen henzelf en het motief voor hun kunstwerk. Als vrouw werd zij in eerste instantie zeer vijandig bekeken door de werkende meisjes. Toen bleek dat zij bereid was voor een paar foto’s van hun peeskamertjes het gangbare bedrag voor een ‘nummertje’ te betalen, werden zij ‘erg aardig’, vertelt Kienholz.

Heel openhartig vertelt Nancy Kienholz over haar pogingen tot empathie met de prostituees tijdens het werken aan The Hoerengracht: zij erkent dat de afstand groot blijft, dat zij gevangen blijft in haar eigen fantasieën en projecties. Anders dan sommige modellen die voor de afgietsels poseerden haar hadden bekend, was het voor haar nooit een optie geweest dat zij zelf ooit als prostituee zou werken. Ik betwijfel of Marina Abramovic verder kwam toen zij in 1975 voor het project Body Art bij wijze van performance vier uur lang van plek ruilde met een prostituee. De verfilming daarvan is ook op de tentoonstelling te zien.

Wat ik toch wel mis in deze tentoonstelling is aandacht voor de aspecten van de realiteit van sekswerk die zich niet lenen voor romantisering of het stofferen van de ‘stoute’ gedachten van mensen wier leven zich op veilige afstand van die realiteit voltrekt. Maar daarvoor hadden we de expositie Bought and Sold: Voices of Human Trafficking van de Amerikaanse fotografe Kay Chernush, die de afgelopen weken rond de Amsterdamse Stopera te zien was.

Weer buiten op de binnenplaats zie ik een keurige Duitse dame van middelbare leeftijd in een bontjas plaatsnemen op de stoel achter het raam van een als peeskamertje ingerichte container, terwijl haar man een foto van haar neemt. Sekstoerisme voor nette mensen.

Voor de tentoonstelling en de eraan gekoppelde activiteiten is een speciale website in het leven geroepen.

De expositie Bought and Sold is nog te zien op de website van BLinN, een Nederlandse Organisatie die hulp biedt aan slachtoffers van mensenhandel.


Read Full Post »

Queeristan 2010

In Google Maps zul je het niet vinden en ook een ouderwets rondje googelen brengt je niet meteen op een concreet spoor, maar Queeristan betaat wel degelijk. Afgelopen weekend paste het binnen de muren van een Amsterdams kraakpand en werd het omschreven als een weekend vol discussie over ‘queer politics’, een Queer Pride March en een ‘queer party’. LOVER was er ook: één redacteur was panellid in een van de workshops, haar alter ego gaf ’s avonds een performance, een LOVER-ambassadeur presenteerde een workshop en LOVER’s webredacteur was er een middag lang om indrukken te verzamelen voor deze impressie.

Hebben we Queeristan tot op zekere hoogte kunnen localiseren, de grenzen bepalen van wat ‘queer’ is zal ons niet lukken. Misschien wel het sterkste punt van ‘queer’ als concept is dat het weigert zich te laten definiëren. Het lijkt alles in zich op te kunnen nemen en is op één punt het helderst: allerlei vormen van uitsluiting worden aan de kaak gesteld. Dat weerspiegelde zich meteen al in de rijke diversiteit van de ruim honderd bezoekers. Ja, de autonomen in hun klassieke punk-outfit vielen meteen in het oog, maar zij mengden zich vlekkeloos met de academici, kunstenaars, journalisten, werksters en wat niet al.

Het had bijna iets paradoxaals om vanuit zo’n perspectief de wereld te gaan bespreken als een samenstel van –ismen, -fobieën en –normativiteiten. Maar getuige de plakkaten waarop het programma was geafficheerd was dat wel waar het om ging. Ik woonde de workshop ‘Sexism and Transphobia’ bij. Onze redacteur Sanne Koevoets gaf een aanzet met haar statement, waaruit ik niet kan nalaten te citeren:

Onder seksisme versta ik het gevolg van de manier waarop gender wordt geconstrueerd als een systeem van twee tegengestelde polen, mannelijk en vrouwelijk, waarbij één van de twee wordt voorgesteld als inferieur aan de andere.
Het feminisme als beweging heeft zich ingezet om die ongelijkheid tot op zekere hoogte te niet te doen en heeft daarbij veel vragen opgeworpen om te achterhalen waar die ongelijkheid door wordt veroorzaakt.

Zij ging verder met te signaleren hoe de strijd van het feminisme haar solidariteit meestal heeft ontleend de tegenstellingen die het concept patriarchaat impliceert en stelde de vraag:

Maar hoe moeten wij dan vrouwen zien, die niet alleen verschillen van mannen, maar ook van andere vrouwen? En hoe kijken we aan tegen mannen die niet geboren zijn binnen het privilege van heteronormatieve mannelijkheid? Of tegen mensen die hun gender heel anders beleven, buiten de grenzen van een binair gendersysteem?
Hier schuilt het gevaar van transfobie: in onze pogingen om een sterk gevoel van solidariteit te creëren, moeten we ervoor waken andere normsystemen te hulp te roepen. De uitdaging voor het feminisme is open te blijven, zonder tot relativisme te vervallen.

In kleinere groepen werd verder gediscussiëerd over transfobie in eigen kring. Wat mij daarbij het meeste opviel, was de verwachting die er bleek te bestaan, dat transmensen een soort voorhoede zouden vormen in het streven de traditionele verwachtingen en normen rond gender te ‘ondermijnen’. Mijn vraag hoe een heteroseksuele transvrouw in dat plaatje zou passen, zorgde even voor verwarring: waar viel zo iemand dan op? Nou, op… eh, …. mannen misschien?

Ondertussen zag ikzelf daar vooral mensen die mij hebben geleerd dat je op 10.001 manieren vrouw, man of anders én solidair kunt zijn. Dat is mijn souvenir uit Queeristan. Het beste queer feest in jaren heb ik gemist en ook toen de ‘queeristani’ aan het slot van het weekend vrolijk uitwaaierden over de Amsterdamse grachten en dansten op de Dam was ik er niet bij.

There is an English version of this blog at the LOVER website.

Read Full Post »