Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2010

Uitroeien

De mortibus nil nisi bene.

Mary Daly is overleden. Op een aantal feministische blogs uit de VS wordt haar erfenis verdeeld, met een hele grote vuilnisbak bij de hand. Wat zal ik aan goeds over haar vertellen? Of zal ik zwijgen, om geen kwade woorden te spreken waar dat niet past? Ik sta niet, zoals veel andere feministen, bij haar in het krijt voor intellectuele of ideologische steun en inspiratie. Onder haar notoire transfobie heb ik nooit noemenswaardig geleden. Toch ben ik de afgelopen week geraakt door deze vrouw, die voor mij pas van gene zijde van het graf zichtbaar is geworden. Laat ik het daar over hebben.

Mary Daly was een groot deel van haar leven een invloedrijk feministisch theologe. Zij werd vooral bekend door haar boek Beyond God the Father: Toward a Philosophy of Women’s Liberation uit 1973, waarin zij het patriarchaat als fundament voor de joods-christelijke religie aan de kaak stelde. Zij is gevierd vanwege haar ludieke pogingen om de taal zodanig te hervormen dat de grond onder de voeten van datzelfde patriarchaat zou verdwijnen: Webster’s First New Intergalactic Wickedary of the English Language (1987). Zij is ook degene geweest die aan de wieg heeft gestaan van Janice Raymond’s proefschrift The Transsexual Empire en blijkt zelf enkele niet mis te verstane uitspraken ten nadele van transvrouwen op haar naam te hebben.

Today the Frankenstein phenomenon is omnipresent not only in religious myth, but in its offspring, phallocratic technology. The insane desire for power, the madness of boundary violation, is the mark of necrophiliacs who sense the lack of soul/spirit/life-loving principle with themselves and therefore try to invade and kill off all spirit, substituting conglomerates of corpses. This necrophilic invasion/elimination takes a variety of forms. Transsexualism is an example of male surgical siring which invades the female world with substitutes.

Hierover zou ik natuurlijk heel boos kunnen worden. Maar daarvoor slaan haar woorden de plank te zeer mis en eigenlijk ben ik eerder nieuwsgierig naar de achtergrond van dit soort uitspraken. Berust de haat die eruit spreekt op een traumatisch gegeven in haar eigen geschiedenis? Ik heb er geen aanwijzingen voor. En wat zou dat opleveren? Een beroerde jeugd is voor een schrijver soms een goudmijn, voor een crimineel een excuus om onder de verantwoordelijkheid voor zijn daden uit te komen, voor een alcoholist om zich dood te drinken, maar uiteindelijk veel minder interessant dan wat het slachtoffer er zelf van maakt.

Waarschijnlijker zijn zij een logisch uitvloeisel van haar manier van denken. Die is om te beginnen sterk dualistisch. Centraal daarin staat de strijd der seksen, waarin onderdrukkers en onderdrukten duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn en Goed en Kwaad netjes over beide seksen verdeeld. Om zo’n denkwijze te beschermen tegen de complexiteit van de werkelijkheid waarin wij leven zijn meestal een paar maatregelen nodig. Een streven naar Zuiverheid is daarbij onontbeerlijk. En de behoefte aan Uitroeien – liefst met wortel en tak! – zal zich onherroepelijk doen gelden.

Hoe dikwijls heb ik mij afgevraagd waarom een dergelijke radicaliteit mij zo blijft intrigeren? Het dichtst bij een antwoord kom ik als ik aan mijzelf durf toe te geven dat een verlangen naar Endlösungen mij niet helemaal vreemd is. Een gedachte die altijd onmiddellijk wordt gevolgd door een zekere huiver, afschuw zelfs. God, wat ben ik eigenlijk blij dat verreweg de meeste radicalen denkers zijn en geen doeners!

Goed, Mary Daly is gevallen, haar woorden achterna, zonder dat er een bijl aan te pas kwam. In de oordelen die anderen vellen over haar erfenis wordt die als het ware fijngehakt, vercomposteerd, verteerd, om als voedingsbodem te dienen voor komende generaties feministen, theologen, activisten. Humus. Zo hoeft er niets uitgeroeid te worden en niets verloren te gaan. De tijd zal haar werk doen en de hatelijkheden die Mary Daly heeft rondgestrooid zullen op een dag niet eens meer herkenbaar zijn.

Read Full Post »

Hoopvol

Met dank aan Alexandra

De eerste dagen van het nieuwe jaar ben ik meestal hoopvol gestemd. Ik mag – hoe illusoir ook – beginnen met een schone lei. Bovenaan staat slechts één goed voornemen, dat nog niet gevolgd wordt door het onvermijdelijke eerste echec. Maar dit jaar is er zowaar meer aan de hand: ik meen echte redenen te hebben om hoopvol te zijn.

Hoe dat komt? Ik heb deze keer de jaarwisseling in Brussel doorgebracht, waar alles mij leek terug te brengen naar de jaren in mijn leven dat er werkelijk nog heel veel te hopen viel. De flat waar wij woonden dateerde uit de seventies, de architectuur van sommige metrostations herinnerde aan de sixties en op Nieuwjaarsdag bezochten we het Atomium, symbool bij uitstek van die verwachtingsvolle jaren. Maar wat mij pas echt deed beseffen dat het koesteren van hoop niet gelijkstaat aan het zich vastklampen aan een illusie, waren die paar hondendrollen op de stoep. Ik wist niet wat ik zag!

De architectuur, ach, die stemde mij eigenlijk eerder treurig: hoe gedateerd en vergankelijk zag zij er inmiddels uit. De tentoonstelling in het Atomium confronteerde mij er juist mee dat mijn jeugd reeds ‘museumfähig’ is. Het tijdperk waarin ik kind was, is een gesloten dossier. Wat het betekende is een cliché, het dient alweer als ijkpunt voor volgende cultuurperioden. Op de tramhaltes vulden wij de wachttijd met gesprekken over wat er van die hoop op de heilzame gevolgen van technologische ontwikkeling is geworden.

Hoe naïef lijkt dat alles achteraf! We zouden meer vrije tijd krijgen en ons persoonlijk vrijer kunnen ontwikkelen, doordat machines onze dagelijkse taken zouden overnemen en automatisering ons leven zou vergemakkelijken. Dat is beslist waarheid geworden, maar tegelijkertijd hebben wij het druk-druk-drukker dan onze ouders, zoal niet met werken, dan wel met het invullen van die vrije tijd. En wat te denken van al die dilemma’s waar de vooruitgang ons voor plaatst? En het veel grotere besef van verantwoordelijkheid, voor niets minder dan het klimaat en ‘onze’ planeet?

Gelukkig was er die enkele, achteloos neergelegde hondendrol. Preciezer: het besef dat die mij zozeer in het oog viel. Opeens realiseerde ik mij dat ik zoiets in mijn eigen buurt al jaren niet meer gezien heb. En tegelijk dat poep op de stoep in de zeventiger jaren doodgewoon was. Zoals wel meer dingen die inmiddels ondenkbaar zijn. Er staan geen autowrakken meer in de straat. Niemand laat nog de carterolie van zijn auto in het rioolputje lopen. We leggen geen gifbelten meer aan en er zit geen lood meer in onze benzine. Bij duurzaamheid denken we meteen aan de aarde en niet aan onze meubels. Afval wordt als vanzelfsprekend gesorteerd en zoveel mogelijk gerecycled.

Allemaal duidelijke vooruitgang, maar heel anders dan men in 1958 voorzag. Al deze voorbeelden laten zien dat anno 2010 het besef redelijk algemeen is, dat vooruitgang en ontwikkeling gepaard moeten gaan met zelfbeperking. En dat mensen daadwerkelijk in staat zijn goede gewoonten aan te leren. Heel gewoon. Ziedaar waarom ik begin januari van dit jaar buitengewoon hoopvol gestemd ben.

Read Full Post »