Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2009

Onder dit motto organiseerde Transgender Netwerk Nederland zaterdag 21 november 2009 in Utrecht de vijfde Transgender Gedenkdag in Nederland. Travestieten, transseksuelen, (gender)queers, lesbo’s, feministen, ouders, biseksuelen, homo’s, vrienden en sympathisanten uit vele richtingen kwamen bij elkaar om stil te staan bij de gewelddadige dood van 160 transgenders, die het afgelopen jaar wereldwijd het leven lieten vanwege hun anders-zijn. Daarnaast werd aandacht gevraagd voor de positie van transgenders in eigen land, want daaraan valt nog veel te verbeteren.

Al vroeg in de middag waren vrijwilligers in touw op de Stadhuisbrug om daar een informatiepunt op te bouwen. Een fraai aangeklede marktkraam en drie gracieuze bamboe infozuilen brachten de diversiteit binnen de wereld van transgenders dichter bij de mensen. Het winkelend publiek leek vaak gehaast (nog maar twee weken tot Sinterklaas!), maar stond toch regelmatig stil bij de infozuilen en zo nu en dan kwam iemand voorzichtig dichterbij de kraam vol boeken en brochures van o.a. Transvisie, centrum voor genderdiversiteit. Een aankomende transman was zichtbaar gelaafd door alles wat hij te zien kreeg.

Na drieën begon het middagprogramma in politiek cultureel centrum ACU. Een vijftigtal geïnteresseerden kon getuige zijn van een discussie via Skype met transgender activisten in andere delen van de wereld. Judith Verkerke en Bastiaan Franse van Transgender Netwerk Nederland sprak ondermeer met Revathi in Bengaluru, Zuid-India. Zij werkt voor Sangama, een grass-roots organisatie die zich inzet voor de mensenrechten van een heel scala aan seksuele minderheden: “hijras, kothis, doubledeckers, jogappas, lesbians, bisexuals, homosexuals, gays, female-to-male and male-to-female transsexuals, and other transgenders”.

Rond etenstijd stroomde de bar van ACU langzaam vol. Het rumoer van de muziek en van de gesprekken die daar nog bovenuit probeerden te komen nam gestaag toe. Communicatie verliep veel via lichaamstaal: het was goed te zien dat deze gelegenheid voor velen vooral belangrijk was om vriendschapsbanden te versterken. Als er mededelingen van algemeen belang werden gedaan vertolkte gebarentolk Eveline Kars die in de Nederlandse gebarentaal. Zij was er ook om de toespraken tijdens de herdenking later op de avond te vertalen.

Op een signaal van de organisatie begaf iedereen zich naar buiten. Ballonnen en fakkels werden uitgedeeld en de naar schatting 120 deelnemers begonnen een stille tocht door het centrum van Utrecht naar het Domplein. Deze plek was niet een toevallige keuze: vlak bij de plek waar de herdenking plaatsvond ligt in het plaveisel een steen, die herinnert aan hoe er nog niet eens zo heel lang geleden ook bij ons gehandeld werd met mensen die afweken van de heersende normen rond gender en seksualiteit:

18e eeuw
Sodomie
Barend Blomsaet
en 17 andere mannen werden in
Utrecht veroordeeld en gewurgd
hun daden verzwegen


Die werkelijkheid kennen wij hier niet meer en gelukkig waren er dit jaar geen Nederlandse transgenders te betreuren. Toch lag in de eerste toespraken de nadruk sterk op de zwaarte van het leven van mensen die ‘anders’ zijn. Marka Spit, wethouder diversiteitsbeleid van Utrecht, memoreerde aan een lesbisch stel dat uit hun buurt was weggepest en ook aan de transvrouw in Zuilen, van wie het leven in haar huis door buurtschoffies onmogelijk werd gemaakt.

Monica, bestuurslid van TNN, benadrukte het effect van discriminatie en pesterijen op andere transgenders: uit angst houden velen hun gevoelens voor zichzelf. Zij kunnen zich niet in vrijheid laten zien zoals zijn en komen hierdoor vaak in een beklemmend sociaal isolement terecht. Monica deed een beroep op de politiek om discriminatie tegen te gaan, maar riep ook op tot onderlinge solidariteit.

In het teken van solidariteit stond ook de toespraak van Sophie Schers, vrijwilliger bij Transvisie. In een bijna poëtisch betoog schetste zij vooral de kracht die zij ervaart in het onuitroeibare verlangen om zichzelf te kunnen zijn in deze wereld.

“Waar we van op aan kunnen is elkaar, dat is misschien geen voldongen feit, zoveel verschillen als er zijn. Maar wegkijken wanneer jonge vrouwen als Ebru, Paulina en Juliana uit het leven gerukt worden is als het ontkennen van je eigen wil om te leven en daarbij jezelf te zijn.

Dat maakt geen wapen van mijn lichaam, dat maakt geen wapen van mijn historie. Dat maakt wel een wapen van mijn onverbeten wil om mijzelf te zijn en die wilskracht te delen met zoveel mensen rond deze wereld.”


Ondertussen is het stormachtig en donker. Als de namen van hen die dit jaar zijn omgekomen worden voorgelezen en de ballonnen het luchtruim kiezen of in de takken van de bomen blijven hangen, kijken allen omhoog. Het wit van de ballonnen tekent zich af tegen de inktzwarte lucht. Ik stel mij voor dat die ballonnen naar beneden kunnen kijken, en daar een kring van mensen zien staan, in alle kleuren van de regenboog.

“Hier zijn wij en wij zijn er in vele kleuren!“

 

De foto’s zijn gemaakt door Daphne Channa Horn

De hele reportage is hier te zien.

Transgender Gedenkdag werd georganiseerd door Transgender Netwerk Nederland


Read Full Post »

Oostblok

thought-control

Twintig jaar geleden is het al dat de muur viel! De muur. Het was een donkere winteravond, we vierden de verjaardag van mijn lief in Arnasco, bij mijn Italiaanse Oma. Alex kreeg van huisvriend Graziano een stek van een vijgenboom kado, die inmiddels de hele Kleersloot in de Amsterdamse Nieuwmarktbuuurt overschaduwt. We keken televisie, en zagen dat de Koude Oorlog eindelijk voorbij was. Vanaf het eilandje waarop wij leefden konden we de uitgelatenheid die we van de buis zagen spatten maar flauwtjes meevoelen.

Aan de vooravond van de herdenking van het scheuren van het IJzeren Gordijn begin ik me opeens te realiseren hoe bepalend de Koude Oorlog voor mijn kijk op de wereld is geweest.

Een paar weken geleden, op een zonnige middag, fietste ik met twee tassen naar een stukje ruigte in de buurt van Sloten, waar ik mispels wist te groeien. Ik was vervuld van nostalgie naar twintig jaar geleden, toen ik mijn eerste mispelwijn maakte en vol van verwachting: dat sublieme genot zou zich gaan herhalen. Ik wist het zeker. Maar toen ik bij ‘mijn‘ struiken aankwam zag ik het meteen, ze waren kaalgeplukt. Schrik mee van mijn meest spontane gedachte: natuurlijk weer die verdomde Oostblokkers! Want die weten even goed als ik wat je uit de wilde natuur kunt eten, zo had ik vaker gemerkt.

Hoe bedachtzaam ik ook ben en hoe goed ik mezelf doorgaans naar de beginselmoraal weet te plooien, ook ik heb zo mijn vooroordelen. En al ben ik me daar al zeker twintig jaar van bewust, deze is er nog altijd, hardnekkig als eczeem. Mijn negatieve gevoelens tegen zowat heel Centraal Europa zijn even onloochenbaar als irrationeel. Met enige regelmaat vraag ik me af waar ik ze heb opgedaan. Meestal denk ik dan aan die winter, iets meer dan twintig jaar geleden, dat wij sinaasappels plukten op de Peloponnesos in Griekenland. We waren daar – afgezien van een paar lang geleden gestrande, zwaar alcoholistische hippies – de enige westerlingen temidden van een menigte zigeuners, Joegoslaven en Polen.

Iets aan die mensen stond mij vrijwel direct tegen. Toen ik merkte met welk een kruiperigheid zij de Griekse boeren in de kaart speelden, waardoor de marktprijs voor het seizoenswerk daalde en zag hoe zij er vervolgens de kantjes van af liepen en hoe achterbaks ze zich in de omgang met ons en elkaar betoonden, kreeg mijn antipathie een soort van rationalisatie. Op een dag werkten we samen met een troepje coke-snuivende Joegoslaven, die er prat op gingen dat ze in Amsterdam van inbraken leefden. Dat deed de deur dicht en die ging niet meer open.

Misschien moet ik een keer een echte ontmoeting meemaken met een mens uit die contrijen, denk ik weleens, om mij te genezen van deze weinig fraaie ondertoon in mijn onderbuik. En toen zag ik afgelopen week de film Das Leben der Anderen, waarin een Stasi-ambtenaar zich bijna zijns ondanks ontpopt als een ‘guter Mensch’ en dat in alle eenzaamheid levend houdt. Daarmee redt hij een schrijver, die het Westen voorziet van de waarheid omtrent de gruwel waartoe het communistische ideaal verworden was.

Ja maar wacht even! Opeens zie ik een hele reeks van filmbeelden zelfstandig langs mijn geestesoog flitsen. Troosteloze akkers onder regen en mist, hier en daar een hoopje smeulend aardappelloof. Een nog troostelozer neuk-scène van een paar onverschillige mensen met grauwe, vadsige aardappeleterslijven in een kille jagershut. De woonkazernes, de koolsoep, de kleding zonder kleur, de armoe, uit aardappelen gestookte wodka, alles doortrokken van een depressiviteit die je nauwelijks op afstand kunt houden als je het ziet. Altijd is het daar winter of herfst. Koud en grauw is alles.

Waar dit ooit begon, kan ik niet meer achterhalen, maar ik weet wel dat ik vandaag pas echt begin te beseffen hoezeer al die beelden mijn beeld van ‘het Oostblok’ hebben gevormd. Daarbij hoort dat ik ben opgegroeid met de gedachte dat indoctrinatie iets is wat zich dáár afspeelde. Krabbend aan mijn eigen morele eczeem kom ik er langzamerhand achter dat ‘thought control’, ook al lijken we die soms zelf te willen, zo alomtegenwoordig is als de lucht die wij inademen.

Dit niet om mijzelf te verontschuldigen, misschien wel om te kunnen blijven hopen dat de hersenspoeling er dunner van wordt.

Read Full Post »

Reconstructie

meccano

In de tijd dat ik nog Klassieken studeerde, werd ik geconfronteerd met twee benaderingen van de grammatica, toegespitst op het fenomeen naamvallen. Onverzoenlijke benaderingen, die onze faculteit in twee ‘kampen’ verdeelde. De ene kwam tot mij via de wat oudere professor Griekse taalkunde, de andere via een paar jonge, voortvarende hervormers die de vakgroep Latijnse taalkunde draaiende hielden. Ik zal maar meteen bekennen dat de insteek van de oudere prof mij veel meer aansprak.

De ‘modernen’ haakten aan bij een mode in de wetenschappelijke methodiek, die er de voorkeur aan gaf alles te verklaren als het gevolg van structuren en constructies. Voor hen waren de vijf naamvallen van het Latijn niets anders dan ‘afspraken’, die hielpen de taal zijn stuctuur te geven. In de praktijk leidde dat tot een nogal steriele zucht naar zuivere beschrijvingen.

Waar de oude professor die mij Homerus leerde lezen zijn manier van kijken aan ontleende, weet ik niet. Hij legde ons uit dat de naamvallen gegroeid waren vanuit de collectieve beleving van de ruimtelijkheid (en lichamelijkheid) die menselijke interactie kenmerkte, lang voordat er taal was. Duidelijk herkenbaar in de oude namen ervan: de ‘dativus’ is een gebaar in de richting van een (hopelijk) meewerkend voorwerp, de ‘accusativus’ een éénrichtingsverkeer, waarin een subject iets of iemand anders tot lijdend voorwerp maakt.

Viel ik toen al intuïtief voor het beeldende van de meer organische benadering, na 25 jaar levenservaring en piekeren ben ik misschien nog wel sterker overtuigd van de voorrang die deze visie verdient. Al was het alleen maar vanwege het ongerijmde in de veronderstelling dat je de structuur van een taal kunt ‘afspreken’ vanuit een situatie waarin je nog niet spreken kúnt. De taal moet zijn gegroeid vanuit een drang om de stilte te vullen en de afstand van mensen tot elkaar te verkleinen, ongeveer zoals de aarde elk kaal plekje groen wil hebben.

Waarom ik aan deze wel heel erg academische controverse moet denken? Omdat ik eraan herinnerd word, telkens als ik betogen volg over gender als ‘sociale constructie’. Of het zo bedoeld is, weet ik niet zeker, maar wanneer er vanuit die optiek over gender gesproken wordt, en vooral wanneer het woord ‘deconstrueren’ valt, krijg ik de indruk dat gender op dat moment gezien wordt als een soort bouwpakket. Lego of meccano. Iets wat je, als je maar onverschrokken genoeg bent, naar believen uit elkaar kunt halen om het naar eigen inzicht weer in elkaar te zetten.

Een boeiende gedachte en geheel in de geest van deze tijd: alles moet maakbaar zijn. Maar hoe levensvatbaar is dat wat mensen kunnen maken? In theorieën gaat het moeiteloos alle grenzen voorbij. In performances en binnen subculturen kun je er naar hartelust mee experimenteren en al doende interessante inzichten verwerven. Maar is gender in die situaties ook een ‘sociale constructie’? Soms lijkt het in eerste instantie meer op een hoogstpersoonlijke cognitieve constructie, waarvan moeilijk te zien is of het geheel ooit meer zal worden dan de som van de delen.
Een sociale constructie verlangt namelijk wederkerigheid. Zo heb ik me ooit laten leren dat identiteit gaat over wat je aan anderen over jezelf vertelt, en dat omvat meer dan een verbale mededeling. Maar wat als er niemand is die luistert? Wat als de anderen niet kunnen herkennen of niet willen erkennen wat je probeert duidelijk te maken? Hoe maakbaar is gender nu werkelijk?

Hier neem ik de vrijheid om de academische paden te verlaten en slechts uit te gaan van mijn eigen ervaring. Ik heb mij van het ene gender naar het andere bewogen, zonder wezenlijk te veranderen en toch ben ik daardoor meer ‘mijzelf’ geworden. Maar ging dat middels een deconstructie en een reconstructie? Nee, althans niet in mijn beleving. Was het sociaal? Ja, ik voel mij minder vervreemd van de andere mensen, ook al ben ik er mensen door kwijtgeraakt. Alles wat het was, in ieder geval geen afgesproken werk.

Ik ga nog een stap verder en begeef mij, – hoe politiek incorrect! – op het organische vlak. Ooit heb ik de neiging gehad mijn ervaring te vangen in beelden zoals sjamanisten die gebruiken wanneer zij hun ontwikkeling tot sjamaan beschrijven: zij vertellen vaak hoe zij gekookt worden in een pot en hoe hun beenderen, na te zijn uitgestrooid op de toendra, zich tot een nieuw mens hergroeperen, zichzelf bevlezen om hun roeping gestand te doen. Vandaag blijf ik liever dichter bij huis. In de achtertuin, waar het gender dat ik bij mijn geboorte kreeg toebedeeld door herfstige krachten uiteenviel en zich ontbond tot een soort compost. Als ik mijn academische hoofd even aan haar muizenissen overlaat en mij verplaats naar mijn voeten, dan voel ik mij daar heel voorzichtig, maar ook heel onstuitbaar aarden. Nu wil ik graag uitbotten en gaan bloeien. Want het is ontegenzeggelijk lente.

aarden

Read Full Post »