Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2009

Woordenloos

mystiekwit

De zaal loopt vol, met vrouwen die zich voor de gelegenheid op hun welsprekendst hebben gekleed. Tussenruimten worden opgevuld met nogal nietszeggende mannen. Wanneer bijna iedereen is gaan zitten, doven langzaam de lichten en verstomt het geroezemoes. Dwars door een gespannen stilte beent de dirigent naar zijn lessenaar voorin de orkestbak, buigt eerst naar zijn orkest, draait zich dan om naar het publiek, dat vanuit het donker opgelucht losbarst in een te verwachten applaus.

De laatste klap klinkt en gehoorzaam heft de dirigent zijn armen. Zijn muzikanten verstaan de taal van zijn handen en beginnen te antwoorden, hun klanken een nieuwe taal, die bij mij binnenkomt op een plek waar geen woorden wonen. Terwijl de muziek alle hoeken en gaten van het Muziektheater vult, scheidt de ruimte zich in twee werelden: één van een stille, ontvankelijke duisternis en de ander overstromend van klank, kleur, licht en beweging.

Op het podium vertellen de dansers van Het Nationale Ballet een woordenloos verhaal. Hun lichamen bewegen zwijgend door de ruimte, drijvend op de muziek die zonder ophouden schuimend uit de orkestbak golft, alsof iemand champagne inschenkt en plotseling door de liefde geraakt wordt. Over de liefde gaat ook het verhaal, hoe kan het anders! Over ware liefde, die niet kan en niet mag, maar niettemin sterker is dan de dood. Pas wanneer alles teloor is gegaan beleven ‘la bayadère‘ en haar geliefde hun vereniging, in een haast mystiek wit, waaruit oneindigheid wenkt.

Op een avond als deze merk ik hoezeer ikzelf “von Kopf bis Fuß auf Wörter eingestellt” ben. Hoewel ik het verhaal kan volgen en binnen die andere talen niet slechts als een vreemdeling vertoef, voel ik me lichtelijk onwennig en besef ik dat ik gewoon ben in een wereld van woorden te wonen, al heel lang.

Vanaf het moment dat ik kon lopen en praten en mijn schouder de hand van mijn moeder – die één zintuig minder had dan ik – raakte, werd mijn lichaam steeds vaker een deel van het hare. Door haar hand op mijn schouder deelde zij in de zekerheid van mijn ziende voeten. Alles wat mijn ogen zagen, vertaalde ik naar wat zij kon horen, zodat zij deelde in een wereld waar zij anders buitengesloten zou zijn.

Die symbiose heeft de aanzet gegeven tot wie ik nog altijd ben: twee ogen vooral, en heel woordenrijk.

Advertenties

Read Full Post »

Amor vacui

horror

Als ik dominee Gremdaat was – en die ben ik wel een beetje – dan zou ik dit blog beginnen met :

“In mijn vorige gemeente kende ik een vrouw, die wel eens klaagde dat zij zich niet kon ontspannen. Altijd was zij aan het werk en onmiddellijk na het eten werd bij haar thuis de afwas gedaan. En als er tussen de afwas en Onderweg Naar Morgen (ook zoiets moois: zij leek altijd onderweg!) nog een kwartiertje over was, dan boende zij het toilet. Ik dacht bij mijzelve: deze vrouw lijdt aan horror vacui. Horror vacui ….”

Of:

“Laatst ontmoette ik een vrouw, die onafgebroken praatte. Nee, ze praatte niet dwars door anderen heen en zelfs maar zelden voor haar beurt, ze was juist heel bescheiden. Maar als er een stilte dreigde te vallen (je ziet het bijna voor je: als een Delfts-blauwe vaas, die wankelt op de hoek van een kast!), dan greep zij die onmiddellijk aan om iets te berde te brengen. Het maakte geloof ik niet eens uit wát. Horror vacui ….”

Voorzover ik dominee Gremdaat niet ben – want die kan er zelf ook wat van! – is die onrust mij vreemd en verwonder ik mij zeer, als ik hem bij anderen gewaar word.

*

Is het niet juist heerlijk om zo stil te zitten als je enigszins kunt en jezelf langzaam vol te laten lopen met leegte? Zo vol, dat er zelfs geen plekje meer overblijft om hierover na te denken?

*

De rest van dit blad laat ik leeg.

*

Dan stil blijven zitten en zien waarmee het vol loopt.

*

met ogen dicht

wit

Read Full Post »

Een goed gevoel

schuldgevoel

Feelin’ good, feelin’ good,
All the money in the world spent on
Feelin’ good.

Ry Cooder

Een beste poos geleden las ik het mooiste verhaal over schuldgevoel ooit. Aan het slot van Bandoeng/Bandung door F.Springer komt een vooraanstaand, maar uitgerangeerd Nederlands politicus in Indonesië een vroegere klasgenoot tegen. Deze jongen, de halfbloed Otje, was altijd een buitenstaander in de klas geweest en nooit een echte vriend. Toen de hoofdpersoon compleet gedesoriënteerd uit het jappenkamp kwam, had Otje zich een tijdje over hem ontfermd, tot hij door zijn familie naar Nederland werd gehaald.

Bij de hereniging voelt de Hollander zich danig schuldig tegenover zijn vroegere ‘vriend’. Hij had hem zo graag uit zijn povere omstandigheden willen redden, maar was hem, terwijl Nederland herrees, straal vergeten. Op het moment dat deze man bijna letterlijk ineenzakt onder het gewicht van zijn schuldgevoel, merkt hij dat Otje nog altijd even blij is met hem als vriend. Want is híj niet de held die deze gefortuneerde blanke indertijd heeft gered?

Wat ik zo mooi vond aan dit verhaal was dat ik als lezer het idee kreeg, dat het bij de hoofdpersoon áánkwam en dat hij werkelijk bevrijd werd van dat akelige gevoel van tekortgeschoten zijn. Dat is bijzonder, want meestal staan er, als wij geplaagd worden door schuldgevoel, wel mensen klaar om dat besef als onterecht te ontzenuwen, maar even vaak helpt het geen zier. Schuldgevoel lijkt iets te zijn wat zich afspeelt tussen ons en onszelf, de échte mensen spelen vaak nauwelijks een rol.

Het mooiste voorbeeld daarvan trof ik, heel lang geleden, aan in De Gebroeders Karamazow van Dostojewski. Tenminste, zo herinner ik het mij. De oudste van die broers verzucht op een gegeven moment: “Zolang er nog één kind op aarde huilt, kan ik niet gelukkig zijn.” Wat een hooggestemd altruïsme! Maar wat een schuldenlast ook. Niet alleen op de schouders van Iwan Karamazow, maar ook op de nekjes van al die arme kinderen, wier verdriet de schuld krijgt van Iwan’s verbanning uit het paradijs. De boekhouding van het schuldgevoel is een krankzinnige onderneming.

Als ik naar mijn eigen ervaring kijk, dan heb ook ik perioden gekend, die gekleurd werden door intense schuldgevoelens. Achteraf, na jaren pas, blijkt het om zaken te gaan, waarin ik menselijkerwijs gesproken niet gewoon in gebreke ben gebleven, maar mij vertild heb aan iets wat ver boven mijn macht ging. Wat had ik graag mijn broertje gered, toen die langzaam maar zeker wegdreef naar zijn zelfgekozen dood! Voor mijn moeder had ik bij de kerk willen blijven, maar ik viel van mijn geloof, als een appel van de boom. En hoe vaak was ik niet liever als een worm onder de stoeptegels gekropen, dan dat ik mijn lief en mijn kinderen die idiote transitie moest aandoen?

Wat kan het soms godallemachtig moeilijk zijn om te erkennen hoe machteloos je bent of alleen maar minder belangrijk dan je had willen zijn. En wat steken we ons gewillig in de schulden om daar onderuit te komen.

Read Full Post »

Denkraam

raam

Het is misschien niet zo gebruikelijk om je op mijn leeftijd nog af te vragen wat je later wilt gaan worden, maar ik doe het toch, van tijd tot tijd. Afgezien van een aantal praktische wensen op het vlak van gezin, werk en gezondheid, is mijn belangrijkste toekomstdroom: een wijze vrouw te worden. Wat dat precies is, weet ik niet. Ik weet alleen dat ik het nog niet ben, want als ik het al was, dan zou ik het vast hebben geweten. Of juist niet?

Over de weg die ik moet bewandelen om er te geraken, tast ik ook nog in het duister. Wel denk ik er veel over na, overigens vooral om tot de conclusie te komen dat ik er al denkend niet dichterbij kom. Hoe graag ik ook denk (ik doe bijna niet anders!), tegelijkertijd ben ik me heel sterk bewust van de beperkingen die ik mij daardoor opleg. Ik beschik namelijk slechts over een klein denkraam. (Ook over een – nog veel kleiner – piekerraam, maar daar gaat het hier niet over.)

Als ik zo door mijn bovenkamer loop en door dat denkraam naar buiten kijk, stel ik mij dat het liefst voor als een raam in een huis dat ontworpen is door Friedensreich Hundertwasser. Dat geeft mij namelijk “raamrecht”: ik mag mij over de vensterbank naar buiten buigen en de omgeving van mijn raam naar believen beschilderen of betegelen om te benadrukken hoe persoonlijk dat denkraam van mij is. Zoiets lijkt mij om te beginnen heel heilzaam.

Het zal mij hoogstwaarschijnlijk nieuwsgierig maken naar de ramen van mijn buren in de flat. En daarvoor moet ik naar buiten. Ook dat lijkt me bevorderlijk voor het waar worden van mijn dromen. Voorlopig neem ik dan mijn eigen denkraam nog maar even uit de sponningen, haal het glas eruit en hang het als een soort schilderijlijst om mijn nek. Zo kan ik wat mij voor de voeten komt desgewenst altijd nog door mijn eigen denkraam bekijken, door het op armlengte voor mij te houden.

Eenmaal buiten stel ik mij vervolgens voor dat ik zal worden bevangen door een nieuwgierigheid naar hoe de wereld er door iemand anders’ denkraam uitziet. Het moet toch mogelijk zijn om op goed geluk aan te bellen en aan een willekeurige bewoner, of iemand met een aantrekkelijk raamkozijn, te vragen of ik eens door zijn of haar denkraam mag kijken? Hoe anders zal de wereld er dan uitzien?

Nog meer nieuwsgierigheden worden gewekt of verwekken elkaar. Om de hoek van het gebouw zijn weer andere ramen, die over een heel ander stuk wereld uitzien. En wat te denken van twee straten verderop! Voor ik het weet loop ik de stad uit en kuier ik onbekommerd door de velden. Onbekommerd, want mijn denkraam hangt veilig om mijn nek. Maar als de zon schijnt en ik even uitrust onder het lommer van een vrijstaande boom, zet ik mijn raam tegen de stam. Even geniet ik een tot nu toe totaal onbekend uitzicht op de wereld. Word ik hier misschien wijzer van? Geheel gedachtenloos in ieder geval niet, want als ik opsta pak ik – bedachtzaam als ik ben – zonder erbij na te denken mijn denkraam weer op. Ik hang het nu maar eens over mijn rechterschouder. Denk ik.

Read Full Post »