Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2009

Fontaan

fontaan

Raafje, groep 3, haar eerste grotemensentanden komen er bijna aan:

– “Ik heb een werkstuk gemaakt. Over een fontaan.”

Ik, een groot mens, een beetje traag van begrip:

– “Een fontaan? Bedoel je misschien een fontein?”

– “Neehee, een fontáán!”

– “Zo’n ding dat water omhoog spuit?”

– “Neeeej, joh, een bérg natuurlijk! Waar allemaal vuur uit komt.”

– “Oh, een vulkaan!”

– “Ja, dat zeg ik toch?! Een fontaan!”

Advertenties

Read Full Post »

Sjakie, de musical

veruca

Twee dochters betekent dit jaar twee toneeluitvoeringen zien. Onze jongste schitterde afgelopen donderdag in een rol die haar duidelijk op het lijf geschreven was. Twee rollen, zelfs.

Op de Vrije School is het traditie dat de zesde klas (groep 8, voor wie de oude telling niet meer kent) aan het slot van hun lagere school-tijd een musical op de planken zetten. Laura’s klas had gekozen voor Sjakie en de chocoladefabriek naar het boek van Roald Dahl. Niets kant en klaars, maar een script dat nog geschreven moest worden, liedjes die gedicht moesten worden, een mise en scène die bedacht moest worden en tenslotte een decor dat pas gaandeweg in de fantasie ontstond. En dan nog gebouwd moest worden.

Dat alles is binnen niet veel meer dan zeven weken gerealiseerd in een prachtig creatief proces, dat veel van leerlingen en ouders en – niet vergeten! – de juf heeft gevraagd. Maar dat hen allemaal ook dichter bij elkaar heeft gebracht en heeft laten genieten van elkaars inzet en talenten. Voordat ik het over het talent van mijn dochter ga hebben, eerst even het verhaal.

Sjakie en de chocoladefabriek is geen luchtig kinderboek. Humor kent het wel: er wordt vooral veel gegrimlacht. Fantasie is er ook, niet in banen geleid door televisie of computergames. Maar bovenal is het een verhaal met een moraal. Roald Dahl heeft een heel duidelijke boodschap. De wereld van Sjakie kent goeien en fouten, of beter: één goeie en veel fouten.

Vijf kinderen vinden de felbegeerde gouden wikkel in een Wonka-reep en winnen daarmee een rondleiding vol verrassingen door de pas heropende chocladefabriek van Willy Wonka. Caspar Slok, een moddervet joch, dat niets anders doet dan snoepen. Violet Beauderest, een meisje dat dwangmatig kauwgom kauwt en daar compleet op gefixeerd is. Veruca Peper, een verwend nest, dat door haar ouders altijd op haar wenken bediend wordt. Joris Tevee, de jongen met vierkante ogen, voor de huidige generatie niet vanwege een teveel aan tevee, maar door zijn game-verslaving. En tenslotte Sjakie Stevens, een armeluiskind, dat zo uit Dickens weggelopen zou kunnen zijn.

Gedurende de sprookjesachtige tocht door de wondere wereld van Willy Wonka blijken de eerste vier zozeer verstrikt in hun eigen obsessies, dat ze zich stuk voor stuk een ramp op de hals halen. Caspar ziet in de chocoladerivier zijn dromen werkelijkkheid worden. Zijn gulzigheid wordt hem de baas, hij tuimelt erin en komt in de vuilkoker terecht. Violet vergrijpt zich aan een stuk 3-gangen kauwgum, dat zich nog in de experimentele fase bevindt en genietend van het toetje (bosbessenpudding), verandert zij in een enorme bosbes: af naar de sapcentrifuge. Veruca moet en zal een Wonka-eekhoorntje hebben. Als haar dat niet gegeven wordt, gaat ze er zelf wel eentje halen. De eekhoorntjes overweldigen haar en houden haar voor een gefloten nootje: af naar het afval. Joris Teevee raakt al te enthousiast over een ander experiment van Wonka en flitst zichzelf over naar een andere plek, waarbij hij ongewild verkleind wordt.

Het mag duidelijk zijn: al deze kinderen hebben hun ongeluk te danken aan hun eigen ondeugd. Zij zijn gefixeerd op hebben en krijgen. Hoe anders is Sjakie! In zijn leven valt naast de dagelijkse koolsoep, de zorg voor bedlegerige grootouders en één jaarlijkse Wonka-reep niet veel te krijgen en te hebben. Hij is dan ook de enige die oog heeft voor de veelheid aan wonderen in de fabriek. Zijn reactie toont dat hij uit heel ander hout gesneden is: “Kan ik hier misschien werken?” Een kind naar Wonka’s hart en de enige die de ultieme verrassing waard is: een tocht met de glazen lift tot hoog in de lucht, vanwaar hij het hele fabrieksterrein kan overzien. En dan krijgt hij te horen, dat hij kan komen werken en zal worden opgeleid tot opvolger en erfgenaam van Willy Wonka.

Mijn dochter, een kind naar mijn hart, speelde de rol van Veruca Peper. En hoe! Zouden wij haar toch teveel verwend hebben? Het was bijna té echt! “Je zult wel blij zijn, dat je niet echt zo’n dochter hebt,” was een opmerking die elk compliment vergezelde. Ik denk dat ik het geheim wel ken, want mij komt die stampvoetende drama-queen helemaal niet zo onbekend voor. De buitenwereld krijgt haar niet vaak te zien en ook thuis houdt ze zichzelf meestal aardig kort aangelijnd, maar hier kreeg die kant van haarzelf heel even de vrije teugel. Je kon haar zien genieten. En iedereen met haar.

Read Full Post »

medea

Gisteravond mocht ik meemaken hoe mijn oudste dochter meespeelde in een door haar en haar medeleerlingen van het Gerrit van der Veen College zelf bewerkte versie van Euripides’ Medea. Ik was diep onder de indruk, niet alleen van het spel, maar zeker ook van de lading die zij aan deze klassieke tragedie wisten mee te geven. Voor wie het niet kent, eerst het verhaal.

Jason, een rücksichtslose social climber, voor wie vrouwen niet veel meer zijn dan sporten op de ladder naar de top, steelt in Kolchis het gulden vlies, daarbij geholpen door Medea, de plaatselijke koningsdochter. Het arme kind is verblind door haar verliefdheid, geeft haar volk en haar eigen identiteit op en volgt hem naar zijn land. Daar schenkt zij hem drie kinderen en gaat ervan uit nog lang en gelukkig met hem te leven. Haar eigen liefde is zo groot, dat zij niet eens lijkt te merken hoe weinig die beantwoord wordt.

Tot Jason uit berekening een tweede verstandshuwelijk sluit met de Griekse koningsdochter Glaukè. Haar moeder Kreon (gespeeld door een meisje en ja: een vrouw met macht kan ook koning zijn!) wil Medea uit de weg hebben en Jason stemt daarin toe, omdat het tenslotte “voor iedereen het beste is”.

Maar Medea, die haar eigen vaderland heeft verraden terwille van Jason, voelt zich tot in het diepst van haar ziel gekwetst door Jason’s verraad. Opeens is zij statenloos en kan geen kant meer uit. Gedreven door wraakzucht en jaloezie brengt zij eerst haar rivale op gruwelijke wijze om het leven. Uit angst dat haar kinderen zullen moeten delen in de straf die haar wacht, doodt zij ook hen. Daarmee is de strijd voorbij en is duidelijk dat een tragedie alleen verliezers kent.

Wat de voorstelling van de leerlingen van het Gerrit van der Veen College zo bijzonder maakt, is dat zij aan het verhaal op indringende wijze het perspectief van het kind hebben toegevoegd. Dat zien wij in alles terug: het sobere decor bestaat uit niets anders dan opgeprikte kindertekeningen. Het stuk opent met het voorlezen van zeer persoonlijke en openhartige brieven, die de leerlingen zelf aan hun ouders hebben geschreven. Daarin laten zij heel simpele wensen horen, zoals die vermoedelijk aan de keukentafel thuis nauwelijks aan bod komen.

Buitengewoon origineel zijn de intermezzo’s van de “gelukkige gezinnen”. Een klassiek “koor” van vier leerlingen geeft op hilarische toon een cynisch commentaar op wat er gebeurt in de vorm van met poppen nagespeelde alternatieve scenario’s voor het drama. Zij putten daarbij uit heel alledaagse en juist daardoor zeer confronterende echtscheidingsverhalen.

Onze eigen wereld komt zo nu en dan huiveringwekkend dichtbij. Het sterkst is dat in de scène waarin Medea en Jason de ruzie beleven die de catastrofe onafwendbaar maakt. De drie kinderen snappen niets van wat zich tussen die grote mensen afspeelt, maar voelen goed dat het niet pluis is. Met hun handen tegen hun oren proberen zij wanhopig aan lekkere dingen te denken, tot ze merken dat de werkelijkheid zo hevig aanwezig is, dat die zich niet langer laat buitensluiten.

Aan het einde van het stuk, als iedereen beseft hoezeer machteloosheid bij machte is alles wat je lief is kapot te maken, rapen de kinderen hun eigen lijkjes – in de vorm van poppetjes – van de grond en vertellen elkaar wat zij van ouders verlangen, mochten zij de kans op nog een leven krijgen. Ondertussen loopt Medea naar een hoek van het toneel en ontvouwt een brief en begint voor te lezen:

“Dit is een brief aan vader en moeders. En ik ben het kind.”

Daarmee zijn wij terug bij het begin van het stuk, middenin de beleving van onze eigen kinderen, waarin onze beperktheid en hún hoop en verlangen elkaar ontmoeten. Zoals elke dag.

Read Full Post »