Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2009

slogan

Vorig weekend raakte ik verstrikt in een discussie met iemand die ik tegenkwam, toen wij beiden liepen te struinen door de comments op een weblog over de nieuwe atheïsme-campagne. We hadden allebei “it skjinne eintsje fan ‘e keutel beet”, dus het leidde tot niets. Toch ging er, zoals je van een echt avontuur mag verwachten, weer eens een wereld voor mij open. De wereld van het nieuwe atheïsme.

Aanleiding was een Engelse reclame-campagne: in London reden onlangs stadsbussen rond met de slogan “There’s probably no god. Now stop worrying and enjoy your life.” Vier vrijdenkers-organisaties, waaronder twee geesteskinderen van initiatiefnemer Floris van den Berg, vonden het een goed plan om deze vrolijke actie naar Nederland te doen overwaaien. In de vertaalslag die de leuze daarbij onderging, raakte evenwel de lucht uit het deeg, zodat we sinds kort vermanend worden toegesproken vanaf een billboard langs de A4, compleet met uitroepteken.

*
“Er is waarschijnlijk geen god.
Durf zelf te denken en geniet van dit leven!”
*

Grasduinend over de websites van zelfbenoemd verlichtingsfundamentalist Floris van den Berg krijg ik de indruk, dat dit verschil in toon met de Britse reclame kenmerkend is voor de man die de goddeloze kar hier te lande trekt: het is één en al ernst. Humor mag je zelf meebrengen: de Kolderfolder, door de creationisten ter gelegenheid van het Darwin-jaar verspreid, weerlegd (sic) van den Berg, en wel puntsgewijs – “en dat is niet zo moeilijk“. Missie en manifest, daar draait het om. How to Get Rid of Religion, and Why. Mijn voor dogmatisme wat overgevoelige huid begint onmiddellijk te pukkelen.

kan er geen humanistische “kerk” of zo gebouwd worden om mensen te mobiliseren wat te doen. alleen dat gepraat en discusseren op internet helpt niet echt veel.

vraagt een zekere Tom in de comments onder een ander artikel op het weblog van de Humanistische Dentank. Niet nodig, denk ik meteen, je zit er middenin. De preek is net afgelopen, maar je mag nog wel een pepermuntje nemen. Zingen doen ze hier waarschijnlijk toch niet. Wel dweept men er met Richard Dawkins, de bioloog die zijn leerstoel een jaar wil laten verstoffen, teneinde een boek voor kinderen te schrijven, waarin hij hen gaat waarschuwen tegen Harry Potter.

Ach, eigenlijk raak ik zowaar vertederd om Floris en zijn missie. Met een zekere weemoed denk ik terug aan mijn eigen jarenlange zoektocht langs alle mogelijke levensbeschouwelijke etalages. Youth for Christ, Domela Nieuwenhuis, Frederik van Eeden, Bakounin en Kropotkin, Erasmus, Nietzsche, Epicurus, Rudolf Steiner en tenslotte “After strange gods” onder leiding van D.H.Lawrence. Maar net als hij bleef ik al die tijd even puriteins, met telkens een ander dogma onder de glazen stolp op mijn schoorsteenmantel. Lood om oud ijzer en van de regen in de drup.

De vrijheid waar ik eigenlijk naar verlangde en die ik nodig had om van mijn leven te genieten, kwam pas toen het écht niet meer uitmaakte. Nooit geweten dat het bestaan zó licht kon zijn.

leuze

Advertenties

Read Full Post »

Scooping bogeys

Deze column is geschreven door mijn jongste dochter Laura.

bogeys1

De ontwikkeling van de baby of peuter staat vol mijlpalen. Iedereen die ooit het genoegen heeft gehad kinderen te krijgen, weet dat. Na zes of zeven weken de eerste herkenning, met die mollige ampjes die zich hoopvol naar je uitstrekken. Ja, dat is uniek. Dan, de eerste keer dat er iets anders dan melk in dat tandeloze bekkie verdwijnt, beslist een mijlpaal. Ook het zitten, dat vervolgens verandert in staan en tenslotte in de eerste stapjes. Het is een prachtig moment als grappige kreetjes in heuse woorden en dan al snel in zinnen veranderen…

Maar wie verwacht van een kind van twee en een half dat zij kan delen? Ik in elk geval niet.

De verkoudheid waar ons oppaskindje last van heeft, heeft als gevolg dat er onsmakelijk uitziende, geelbruine prutjes, die zij ‘bogeys’ noemt, ontstaan. Kennelijk is zij van huis uit gewend dat de ouder die eventjes verwijdert. Tijdens mijn wekelijkse oppasuurtje vroeg ze dit aan mij. Ik wilde graag aan haar verwachtingen voldoen, dus daarom deed ik mijn uiterste best om haar ter wille te zijn. Ik ben echter helaas geen professioneel bogey-verwijderaar en slaagde er niet in het ding uit haar neusje te krijgen. Daarom kwam het er op neer dat ze het zelf maar even moest proberen. Zij beschikt kennelijk over meer ervaring of meer talent, want onze slimme peuter wist er maar liefst twee los te wrikken. Even keek ze naar haar oogst en toen maakte ze een primeur door de uitspraak:

“Hier is er ook één voor jou!”

Read Full Post »

Hondje

huilen

*

voor Lies Müller

*

Als kind van een jaar of zeven had ik een heel sterke hondewens. Mijn vader wilde mij daar wel in tegemoet komen en had een keffertje voor me opgeduikeld, ergens in het heidense deel van ons dorp. Pukkie – of Pucky, ik kon toen nog niet schrijven – was een ‘vullusbakkerassie’. Ernstig getraumatiseerd door een verkeersongeluk; de jongens die haar hadden gered en opgelapt, kregen van mijn vader elk een kwartje, weet ik nog.

Pukkie was geen makkelijke hond. Erg nerveus. Een gevaar op de weg: ze hapte nijdig naar de banden van elke auto, dus het mag een wonder heten, dat ze niet alsnog door overrijden aan haar eind is gekomen. Haar levenseinde was vele malen triester. Ze werd loops en dat was te ruiken tot meer dan drie kilometer in de omtrek. Alle reuen van het dorp liepen haar na en vochten hun pikorde uit ten koste van mijn vaders afrikaantjes en begonia’s. Pukkie moest weg.

We liepen mijn vader achterna naar de dijk, waarachter zich het IJsselmeer uitstrekte. Hij was er eerder. Ik zie hem nog staan daar beneden aan het water, wijdbeens balancerend op de zwerfkeien, op zoek naar stenen om de zak te verzwaren, waarin hij Pukkie ging verdrinken. Gelukkig hoef ik niet te beslissen met wie van ons beiden ik meer meelij moet hebben. Mijn hondje vonden we een paar weken later terug. Opgeblazen als een ballon lag haar kadaver te drogen in de zon op de beschoeiïng, onder een waas van vliegen, de tanden ontbloot in een wrange grimas. Haar ogen waren reeds ten prooi gevallen aan de kauwen.

Ik denk wel eens: het verleden is net een hond. Het kan je met een schuldig smoel achterna lopen, als een zwervertje dat eindelijk een baasje denkt te hebben gevonden. Al vloek je nog zo hard, al gooi je met stenen, al geef je ‘m een rotschop: hij rent even weg met zijn staart tussen zijn benen, maar komt onherroepelijk terug.

Een mens kan ook het omgekeerde doen. Gekoesterde wrok kan evenveel houvast bieden als een onwillige, aangelijnde hond. Met zijn voorpoten gespreid zet hij zich schrap in het grind en je zult het weten, wie hier de baas is. Vooruitkomen doe je niet meer.

Misschien kun je je herinneringen maar het beste los laten lopen, erop vertrouwend dat ze je weten te vinden, wanneer ze een aai over hun droeve kop nodig hebben of een hap van je boterham. Als je dan eens helemaal alleen in slaap moet vallen, krab je ze even achter de oren, voel je hun warme vacht tegen je aan, een blijde staart kwispelt langs je knieën. En als dat hondje dan huilt naar de volle maan, dan mag je best even mee huilen.

Read Full Post »

darwin

Daar stond-ie dan, als een soort verklede Sinterklaas, tweehonderd jaar oud en nog altijd even fit. Een overlevertje! Andries Knevel was twee weken te vroeg met zijn verjaarskado en ik ben maar eens twee dagen te laat. Er zijn meer verschillen tussen mijn eerbetoon en dat van Andries, bijvoorbeeld dat het mijne minder stof zal doen opwaaien, maar het belangrijkste is wel dat ik juist ga vertellen nooit in de evolutie-theorie te hebben geloofd. Trouwe volgers van mijn blog weten dat al, want het is één van de stokpaardjes uit mijn stoeterij.

Dat de natuur geen mededogen heeft met leven dat niet tegen de omstandigheden opgewassen is, zal ik niet ontkennen. Maar om daaruit de Origin of the species te verklaren? Het enige waar dit gegeven voor zou kunnen zorgen, is dat er niet een nog veel grotere soortenrijkdom bestaat. De drang naar diversiteit in de natuur komt niet uit meedogenloosheid voort, maar uit generositeit, speelsheid, het vermogen om mis te kleunen. En zaken waar wij zo weinig weet van hebben, dat we ze net zo goed ‘god’ kunnen blijven noemen.

Wat Darwin al twee eeuwen kado heeft gekregen is de commotie rond zijn werk. De ontdekking van de voortplanting der bijen door Swammerdam is van veel groter praktisch belang geweest en minstens zo poëtisch, maar het heeft de gemoederen veel meer met rust gelaten. Hoe kan een zo theoretische verhandeling over een zo vrijblijvend onderwerp het westerse mensdom zo lang in alle staten brengen?

Als mensen zich op een boek beroepen, dan zoeken zij doorgaans een richtsnoer om hun onzekerheid te hulp te schieten of ondersteuning om iets wat zij toch al willen te legitimeren. Meestal helpt dat niet echt, maar het zorgt wel voor veel gedoe. Zo ook hier. Darwin’s theorie heeft sommige christenen krampachtig naar strohalmen doen grijpen: als God de aarde niet in zes dagen geschapen heeft, wat kan ik dan nog wél geloven? Anderen zagen de dageraad van een wetenschappelijk verantwoord atheïsme gloren, waar zelfs gelovigen niet van terug zouden hebben. Zelfs zaken van gewicht als het recht in de menselijke samenleving en de zorg voor de zwakkeren kwamen na Darwin in een ander licht te staan.

Het is allemaal voorbij en het mag Darwin niet worden aangerekend, dat mensen die – door de zwakkeren aan hun lot over te laten of erger – de natuur een handje wilden helpen bij de verbetering van de menselijke soort, hun ideologie met elementen uit zijn werk hebben geschraagd. Toch zullen we minder virulente brokstukken van het darwinisme nog lang met ons mee dragen. Maar misschien kijken we over een eeuw niet meer vol bewondering naar de ‘alpha male’ op de top van zijn apenrots en stammen wij bij nader inzien van de pinguins af: mannen die in de kou van het harde bestaan knus tegen elkaar aan kruipen, elk met een ei op de verkleumde voeten, een hele poolwinter lang, terwijl hun vrouwen kilometers verderop aan het vissen zijn. Ook dát is ‘survival of the fittest’.

evolutie

Read Full Post »

Meer zwanen

groen3

Groene zwanen, witte zwanen
Wie gaat er mee naar Engeland varen?


In een lange sliert liepen we zingend, hand in hand, in een grote cirkel over het schoolplein. Telkens onder een poortje door, dat twee meisjes met ineengestrengelde vingers, armen in de lucht, vormden. Op het moment dat het laatste woord klonk, daalden de armen resoluut en was degene die er net onderdoor liep gevangen. Fluisterend werd een wachtwoord gevraagd:“Een gouden bord of een zilveren lepel?” Al naar gelang het antwoord moest de gevangene zich achter één van de twee poortwachters aansluiten. Het spel ging door tot de sliert aldus in tweeën gedeeld was. Wat er dan volgde weet ik niet meer. Voor mij was maar één ding van belang: bij Haar horen.

Ik kon haast niet wachten tot ik gevangen zou worden. Haar stem zacht in mijn oor, haar gezicht zo dichtbij, de spanning: zou het lot mij toelachen of versmaden? Nooit zal ik het vergeten: ik koos zilver en won goud. Heeft iemand mij zien stralen, toen ik in Haar rij ging staan? Vanaf dat moment gebeurden er opeens allemaal mooie dingen. Samen met haar werd ik uitgekozen voor karweitjes die serieuze aandacht vroegen. Samen met haar mocht ik een dagje wennen in de eerste klas van de lagere school. Samen speelden we hele woensdagmiddagen in de ruime oude pastorie en keken we naar de televisie. Tot haar vader twee jaar later naar elders ‘beroepen’ werd.

zwaan1

Die jaren geven ook een andere, minder mooie herinnering terug. Op ons dorp waren zwanen een zeldzaamheid en golden zij als ‘gevaarlijk’: met één klap van hun vleugel konden ze de arm van een volwassen man breken, werd ons gezegd. Er zwom een paartje in de vijver van het bejaardencentrum en een enkele keer zagen wij een verweduwd exemplaar door het kroos in de sloot achter ons huis ploeteren. In het eerste jaar dat ik op de Dr. Abraham Kuiperschool doorbracht, broedde een zwanenpaar net achter de elzen aan de Middenweg op slechts één ei. Dat wist ik, want ik had wel eens gezien hoe zij elkaar aflosten, wanneer ik van school naar huis liep.

Op een dag was dat ene ei verdwenen. Nog een paar dagen hingen de zwanen rond bij het lege nest, om tenslotte verdrietig, doch zonder misbaar de sloot uit te zwemmen. De verontwaardiging in het dorp was groot: wie had deze nobele, sprookjesachtige dieren van hun eniggeborene beroofd? Om redenen die ik nooit zal begrijpen werd van het ene moment op het andere door iedereen naar mij gewezen. Ik was de schuldige. En hoe hardnekkiger ik ontkende, hoe vaster men geloofde dat ik het had gedaan. Tot zelfs de bovenmeester op een morgen de klas binnenkwam, mij met een verwarrende vriendelijkheid op zijn arm nam en zei: “Geef nu maar toe, dat je het gedaan hebt, dan komt alles goed.” Toen bleek dat ik te koppig was om hem daarin tegemoet te komen, liet men mij vanaf dat moment merkwaardigerwijs met rust.

Zeven jaar later zat mijn vader op zijn werk in de kantine, toen het gesprek cirkelde rond de bijzondere wisselwerking tussen kinderen en dieren. Iemand vertelde dat dieren een grenzenloos ontzag hebben voor de kwetsbaarheid en onschuld van een kind en daarom alles over hun kant laten gaan wat een kind hen aandoet. Een andere collega herinnerde zich nog goed hoe hij dat een keer – zo goed als voor zijn ogen – had zien gebeuren. Tegenover zijn huis aan de Middenweg nestelde jaren geleden een zwanenpaar. Er lag in dat nest maar één ei. Op een dag kwam er een kind van een jaar of zes, dat het ei zó onder de broedende ouders vandaan pakte en ermee wegliep. Echt gebeurd.

Laat doorgaan,
Laat doorgaan,
Wie achter is, moet voor gaan!

Read Full Post »

Bijlmermeer/Zwanenmeer II

meer

Een ontmoeting tussen twee werelden, hoe doe je dat? Of liever: hoe gebeurt dat? Gisteravond mocht ik het meemaken, ‘en famille‘ op ’t schellinkje in onze eigen Stadsschouwburg. Het Nationale Ballet danste samen met de groep Don’t Hit Mama een Bijlmer versie van Het Zwanenmeer. Van aandoenlijk tot aanstekelijk, wat het moeilijk maakte stil te blijven zitten op het rode pluche.

Het was geen botsing tussen twee culturen, waarbij scherven vielen zonder geluk te maken. Evenmin een bedacht scenario, zoals een idealistische wethouder zich de multi-culturele samenleving zou kunnen dromen. Nee, het gebeurde allemaal zoals het op straat zou kunnen gebeuren. Met blikken op afstand: elitair uit de hoogte aan de ene kant, spotlustig en wat ongemakkelijk aan de andere kant. Maar xenofobie houdt geen stand als de afstand kleiner wordt. De spot in het imiteren van de klassieke danspasjes ging via een milde ironie over in lust om van de ander te leren. Het zien van de eigen vormelijkheid in de spiegel vol mechanische bewegingen maakte als vanzelf het verlangen los om zichzelf los te laten. Men raakte met elkaar besmet.

Zo zorgde het gegeven voor haar eigen verhaal, waarbij het sprookje van Tschaikovsky’s Zwanenmeer eerder een aanzet dan een leidraad was. Het verhaal van een complexe chemische reactie tussen allerlei stijlen van muziek, kleding en dans. Alles mengde zich tot een organisch geheel, niet bruin als humus of compost, maar kleurrijk als de plantenwereld die daaruit opbloeit. Ik waag mij niet aan een taxonomie. Daarvoor was wat ik waarnam veel te kaleidoscopisch.

Beelden die me bij zijn gebleven: een nest, gebouwd door een hippie-achtig meisje, dat over het podium liep te slepen met lange slierten afgedankte spitsen. Niet als een zwaan, meer als een meerkoet. En dan een zwanenpaar, blank van huid, zwart van kleed. Als in haat én liefde leken zij met elkaar verbonden, trouw tot het einde. Een einde dat overigens niets had van een tragische dood: het licht doofde zich als een warme zonsondergang over het zwanennest.

Buiten was het donker en licht tegelijk. Een levendig Leidseplein, met ijsbaan en oliebollenkraam, lichtjes in de bomen en talen te over. Ook dat vloeide naadloos ineen met de beelden van daarnet, die nog over mijn netvlies wervelden. Maar deze wereld buiten was net even anders dan toen ik de schouwburg binnenging. Dat is wat kunst vermag.

Read Full Post »

Woordwarrel

Ruim 30.000 woorden telt dit weblog tot nu toe. En meestal gaat het ook nog ergens over. Maar waarover? Over de gewone dingen des levens, was mijn bedoeling. Of dat gelukt is? Even kijken…

Er bestaat een leuk speelgoedje on-line, waarmee je binnen een paar minuten zichtbaar kunt maken, waar je hart zo vol van is dat je pen ervan gaat vloeien. Ik heb er al mijn 33.890 woorden in gekieperd. Aan de andere kant van de lijn werd even stevig geschud en prompt raakte de hele woordenbrei aan het schiften. Als karnemelk en boter. Die laatste werd als een kleurige klodder op mijn beeldscherm gekwakt, waarna ik er net zo lang in mocht kneden tot er een mooie woordwarrel uit ontstond.

blogwordle

Hm, het gaat dus vooral over ‘mensen‘. En over ‘leven‘, ‘onze‘, ‘eigen‘, ‘kinderen‘, ‘heel‘, ‘misschien‘, ‘even‘, ‘tijd‘ en nog veel meer. Het zijn lichte woorden, voor iemand die van zichzelf denkt dat ze zwaar op de hand is. Alleen ‘moeten‘ en ‘verbieden‘ verbazen me een beetje.

Wat me opvalt, is dat zoveel woorden het zonder hun tegenpool schijnen te kunnen stellen in mijn teksten. Leven zonder dood, goed zonder slecht, liefde zonder haat, echt zonder vals, vrijheid zonder dwang, aarde zonder hemel, licht zonder donker, dag zonder nacht, iedereen zonder niemand. Merkwaardig eenzijdig, voor iemand die van zichzelf denkt dat ze veelzijdig is…

Read Full Post »