Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2009

Eerlijk gezegd

eerlijk

I like a look of Agony

I like a look of Agony,
Because I know it’s true—
Men do not sham Convulsion,
Nor simulate, a Throe—

The Eyes glaze once—and that is Death—
Impossible to feign
The Beads upon the Forehead
By homely Anguish strung.

Emily Dickinson

Er wandelt een spin over mijn rug bij het lezen van dit gedicht. Een paar zinnen, die uit hun voegen barsten van de paradoxen. De grootste paradox is misschien wel die tussen het gedicht en zijn auteur. Emily Dickinson staat bekend als iemand die zich aan weinig mensen heeft leren kennen. Zij leidde een geïsoleerd bestaan, naar men zegt omdat haar extreme gevoeligheid haar belemmerde in de omgang met haar medemensen. En dat in een omgeving en een tijdsgewricht, waarin vormelijkheid in het menselijk verkeer haar absolute hoogtepunt had bereikt. Was het wellicht eerder een mateloos verlangen naar waarachtigheid, dat haar mensenschuw heeft gemaakt?

Nu is een zekere nostalgie naar puurheid en echtheid in onze interactie iets wat altijd op gespannen voet heeft gestaan met ons streven naar wellevendheid. Wat zich werkelijk afspeelt in het diepst van onze gedachten is immers lang niet altijd even zinnestrelend. Van elkanders onverdunde emoties zouden we snel doof en blind worden. Daarom liegen we dat het een lieve lust is en hebben wij een heel arsenaal aan eufemismen en beleefdheidsfrasen tot onze beschikking. Wat niet wegneemt dat we elkaar tegelijkertijd met onze lichaamstaal haarfijn duidelijk kunnen maken waar het op staat. Heel subtiel, zonder parelend zweet op het voorhoofd.

Eerlijkheid is een deugd, die net als alle andere het midden houdt tussen twee ondeugden, in dit geval botheid en hypocrisie. Voortdurend maken wij keuzes: is het goed om ‘de’ waarheid te zeggen of kan ik nu beter de gevoelens van een ander ontzien? Zo hanteren wij onze vrijheid van meningsuiting. Toch?

Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.

Pim Fortuyn

Sinds twee publieke figuren die uit principe geen blad voor de mond namen door twee rechtlijnige narcisten tot martelaren voor de vrijheid van meningsuiting werden gemaakt, is de neiging groter om die vrijheid zozeer te verabsoluteren, dat het bijna iets dwangmatigs heeft. Terwijl aan de ene kant extreme – zelfs gewelddadige – reacties op ‘beledigingen’ steeds vaker lijken voor te komen, stijgt zeker ook het aantal van hen die zich door andermans ‘lange tenen’ ernstig in hun vrijheid beknot voelen. Men laat zich het recht om te kwetsen om de drommel niet ontnemen! En ja,  je kunt van de deugd ook een nood maken.

Een hond kan niet veinzen, schijnt Wittgenstein te hebben gezegd, maar evenmin kan hij oprecht zijn. Eerlijk gezegd hoop ik, dat wij mensen het liegen niet zullen verleren, want anders zullen wij ook niet meer weten de waarheid te spreken wanneer dat nodig is.

Advertenties

Read Full Post »

IJspret

ijspret

“Oude tijden herleven” koppen sommige kranten de laatste weken. En dan doelen ze op de ijspret. Eindelijk hebben we weer een winter die bijna ‘echt’ genoemd mag worden.

De laatste twintig (of is het alweer dertig?) jaar lijken de winters stelselmatig zachter dan vroeger. Of dat ook werkelijk zo is, weet ik niet. Maar dat strenge winters met vroeger en ijspret met oude tijden verbonden worden is een oud vertrouwde gemeenplaats. En gemeenplaatsen wekken bij mij al gauw enige argwaan. Deze hoort voor mij thuis in het rijtje “toen was geluk heel gewoon”.

Moeten we dan de statistieken van weerprofeten of – erger nog – klimaatwichelaars erbij halen? Laat maar: met een beetje handigheid in het selecteren en presenteren van weerkundige gegevens zijn zeer verschillende plaatjes te construeren. En zodra we ons aan extrapolaties gaan wagen stijgt en daalt de zeespiegel de komende eeuw als een kind op een trampoline.

In de volksweerkunde bezigde men vroeger weerspreuken, die hun eeuwen van geloofwaardigheid dankten aan de neiging van mensen om waarnemingen die hun geloof bevestigen voorrang te verlenen boven waarnemingen die dat geloof aan het wankelen zouden kunnen brengen.

Is het werkelijk zoveel anders met ‘global warming’ of een nieuwe ijstijd, eventueel veroorzaakt door diezelfde klimaatopwarming? Een kwestie, die de geleerden in twee kampen verdeelt, elk met voldoende bewijzen om hun tegengestelde standpunten te staven. Daarbij kunnen de emoties hoog oplopen, want uiteindelijk staat het voortbestaan van de mensheid – of zelfs onze planeet – op het spel. Angsten daaromtrent zijn overigens niet alleen van deze tijd. Het einde der tijden is altijd al nabij geweest. Met eenzelfde vanzelfsprekendheid als dat vroeger alles beter was. En de winters strenger.

Ja, maar het poolijs is toch echt aan het smelten? Misschien, al spreken sommige wetenschappers dat tegen en weet niemand of het écht iets met onze broeikasgassen van doen heeft. Al in 1817 meende men een klimaatverandering in die richting te constateren, met een optimisme dat ons voorgoed lijkt te zijn ontvallen:

It will without doubt have come to your Lordship’s knowledge that a considerable change of climate, inexplicable at present to us, must have taken place in the Circumpolar Regions, by which the severity of the cold that has for centuries past enclosed the seas in the high northern latitudes in an impenetrable barrier of ice has been during the last two years, greatly abated. This affords ample proof that new sources of warmth have been opened and give us leave to hope that the Arctic Seas may at this time be more accessible than they have been for centuries past, and that discoveries may now be made in them not only interesting to the advancement of science but also to the future intercourse of mankind and the commerce of distant nations.

(Citaat uit: Royal Society, London. Nov. 20, 1817. Minutes of Council, Vol. 8. pp.149-153.)

Een televisie-documentaire in 1975 over de mogelijkheid van een nieuwe ijstijd, waarbij geleerden elkaar in de haren vlogen en geen enkele conclusie mogelijk bleek, was niettemin voldoende om mensen met de angst voor die catastrophe te laten zitten. Wie herinnert zich dat nog? En hoe kijken onze kindskinderen over honderd jaar naar films als The day after tomorrow en An inconvenient truth?

Behalve mijn beeldscherm brandt hier alleen een spaarlamp en de kachel snort op twee. Morgen schijnt de zon en is er weer ijspret. Hmmm, koek en zopie! Wat zullen we eten: boerenkool met worst of toch liever snert?

Update volgende dag: Niks hoor! Het dooit alweer. Snertwintertje! Nee, vroeger etc.

Read Full Post »

driekoningen

Wat een vondst! Dit plaatje* van de Wijzen uit het Oosten is zoveel levendiger dan wanneer zij gewoon elk op hun kameel hadden gezeten! Maar met welk een verontrustende vanzelfsprekendheid is Balthasar degene die loopt. Ik schrik van mezelf als ik mij probeer voor te stellen hoe het zou voelen als het andersom was geweest: twee zwarte koningen op de kamelen en een blanke op de grond.

Afgelopen vrijdag bezochten wij de tentoonstelling Luxe en decadentie, Leven aan de Romeinse goudkust in Museum het Valkhof te Nijmegen, waar ik een lezing gaf over de Romeinse gastronomie. Wat mij daar trof, behalve de schoonheid van die luxe en de holle rhetoriek van de teksten aan de wanden, was vooral een kaart van het Romeinse Rijk op het toppunt van haar macht. Net buiten de grenzen van het imperium waren woorden geplaatst om aan te duiden welke grondstoffen van buiten werden aangevoerd. Het meest gebruikte woord: slaven.

Dat de Romeinse elite haar luxe aan een slaveneconomie dankte, speelde geen rol in de kritiek van de zedenprekers uit die tijd. Zo vanzelfsprekend was dat dus. Hoe zit dat met ónze economie? Wat zou er gebeuren met onze eigen levensstijl, wanneer de macht in de wereld anders verdeeld raakte? Of zodra de aardolie, ónze slavenvoorraad, op is? Hoe zouden wij ons redden buiten de geprivilegeerde positie waarin we ons bevinden?

* Uit: Mary’s Baby van Jane Chapman

Read Full Post »