Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2008

Paglierina

Tussen de souvenirs van mijn vakantie bevindt zich een beduimeld, want stukgelezen, kaartje met de volgende tekst*:

Nella paglierina fresca gli aromi sono equilibrati e piacevoli di latte appena munto, la pasta tende a fondere in bocca ed il sapore é fresco e delicato.
Con l’aumentare della stagionatura, il prodotto acquisisce naturalmente aromi pieni ed intensi con sentori di nocciola e talvolta di fungo.
Prodotta fin dai tempi antichi dai pastori nelle nostre montagne cuneesi.
La stagionatura avviene in grotte naturali sui graticci di paglia, i quali lasciano sulla crosta tipiche striature ricoperte di muffe biancastre.

Het hing aan een kaasje, dat we kochten op de Col de Larche, toen we vanuit Italië de Alpen over trokken. ‘t Kaasje was snel op en smaakte weinig spectaculair: een eenvoudige brie van geitenmelk. Maar die tekst, daar heb ik nog avonden lang van genoten. Hardop voorlezend, met een bedachtzaamheid, die net iets meer dan een enkele spatie tussen de woorden liet, proefde ik in deze aanprijzing oneindig veel meer dan welke kaas dan ook ooit waar zou kunnen maken.

Alleen al de muziek van het Italiaans! Klank en ritme roepen, op poëtische wijze, heel die kleine, weidse wereld op, waarin de paglierina wordt geboren. Luister: de galm van de klok om de nek van de belhamel verheft zich boven het geklingel van de geitenbelletjes. Een hommel zoemt in de blauwe campanula. In de sparren hoger op de helling fluit zachtjes de koele bergwind. ’s Avonds striemen straaltjes melk in de emmer, eerst zingend tegen het blanke metaal, dan ritmisch brommend in een witte baard van schuim. Terwijl in de stal de kudde zich zuchtend aan het herkauwen zet, stremt de herder de melk. Van de nog korrelige wrongel vormen zijn vingers de kaasjes, die hij vol liefde op een bedje van stro in een grot te rijpen legt. En dat doet hij elke dag weer, ‘dai tempi antichi’.

Gastronomie is meer dan alleen lekker eten. Meer ook dan de kunst van het bereiden van een voortreffelijke maaltijd. Zij omvat alle zorg die wordt besteed aan de aarde, de planten en de dieren, die ons voedsel voortbrengen. Alle eerbiedwaardige tradities: de Liefde, die leidt naar vervoering. Tenslotte is gastronomie het spreken en schrijven over eten, waarin alles samen komt. Als dat goed gaat, zoals in de tekst bij het kaasje, dan worden daardoor al onze zinnen gestreeld en diepe herinneringen naar boven gehaald. Misschien worden wij zelfs geraakt door die Liefde voor het leven dat ons voedt.

* Probeer het eens hardop te lezen: de ‘u’ is een ‘oe’, de ‘gl’ een ‘lj’, de ‘sc’ een ‘sj’ en de ‘ch’ een ‘k’.
Van een vertaling zie ik af: die zou hooguit naar kaaspapier smaken, niet naar kaas.

Advertenties

Read Full Post »

Remancipeer!

Over vijf dagen is het zover: dan start de Realmanconference in de Amsterdamse RAI. Wat die echte mannen daar doen? Vrouwen versieren, …eh…., leren vrouwen te versieren. Nou, er komen ook “heel veel mannen die al behoorlijk goed zijn in vrouwen versieren”. En de sprekers geven graag toe dat zij “zelf getransformeerd zijn van sukkel tot meesterversierder”.

Eén van die sprekers is Tijn van Ewijk, de “succesvolle ondernemer, schrijver, filantroop en levensgenieter” achter Masterflirt. En als hij daar niet is, vind je hem bij Remancipeer.nl. Booming business dus, maar waarom?

Mannen van nu zijn hun hele leven ‘ondergedompeld’ geweest in het publieke debat over vrouwelijke normen en waarden en zijn daardoor, ongemerkt, het contact met hun mannelijke kern verloren.

Waren ze dat niet al veel eerder? Al in 1990 schreef Robert Bly zijn Iron John: A Book About Men en een jaar later kwam Sam Keen met Fire in the Belly: On Being a Man. Maar wacht eens even, onze eigen Harry Jekkers beschreef de tragedie al in 1983 in het vermakelijke Tejo, de Lotgevallen van een Geëmancipeerde Man. Al zeker een kwart eeuw worden mannen geacht de kluts kwijt te zijn en schiet er iedere herfst wel een heksenkring aan cursussen uit de grond, die belooft hen te helpen om terug te keren tot de Oerman, de Wildeman, de Bavariaman.

Ook de stroom boeken met als doel het cultiveren van echte mannelijkheid kabbelt rustig verder. In 2006 verscheen The Dangerous Book for Boys, bedoeld voor jongens “van 8 tot 80”, dat in Amerika bijna zo goed verkoopt als Harry Potter. Voor de intellectuele elite is er Manliness van Harvey C. Mansfield, erg in trek bij reactionaire heren als Bart-Jan Spruyt en Theodore Dalrymple. In een messcherpe analyse in Trouw legt Julie Philips de onderstroom ervan netjes bloot:

Mansfield kiest voor de helderheid van zijn fantasieën. Maar gelijkheid mag dan een hoop gedoe zijn, het voelt reëler en meer passend bij deze tijd dan de mooie fictie van Mansfield. (…) In plaats daarvan wil hij mannen, en een enkele vrouw (Margaret Thatcher) toestaan om mannelijk te zijn, terwijl hij van vrouwen vraagt de verantwoordelijkheid voor deze mannelijkheid op zich te nemen. Vrouwen zouden deze moeten waarderen, zichzelf moeten toestaan om erdoor beschermd te worden en ze zouden op subtiele wijze de uitwassen ervan moeten corrigeren.

Vooral dat laatste is erg raak, want of de jongens nou groot of klein zijn, braaf of stout: het houdt allemaal een hoog “mama kijk!”-gehalte. In hun onzekerheid lijken mannen toch verdraaid veel op vrouwen. Ook zij spiegelen zich graag aan onwerkelijke ideaalbeelden en vormen zo een willige prooi voor succesvolle ondernemers. Het wachten is op de mannelijke equivalent van Sunny Bergman.

Of zullen mannen misschien nog eens echt emanciperen? Dat wil zeggen bij hun eigen kern te rade gaan in plaats van houvast te zoeken bij goeroe’s of ‘echte’ mannen, die alleen in onze verbeelding bestaan.

Read Full Post »

Hooglied

Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
bij de gazellen of bij de hinden des velds:
wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet,
vóórdat het haar behaagt.

Hooglied 2:7

Toen ik twaalf jaar oud was, en bij mijn opa en oma op de boerderij woonde, vlocht ik van hooibalentouwtjes heel lange, mooie touwen. Steevast met één rood en twee wit. Daar moest ik aan denken, toen zich deze week zo’n touw in mijn gedachten leek te vlechten. Drie verhalen omstrengelden elkaar daarin.

Het begon met het verhaal van een 5-jarig meisje, dat ik van tamelijk nabij meemaakte. Zij was door een paar adolescente halfbroers overgehaald om samen met hen porno te bekijken en vervolgens betrokken in seksuele handelingen, die als doel hadden hen aan hun gerief te helpen. Het meisje leek zelf niet geschokt, maar haar leven kreeg wel een heel andere wending. Al heel gauw bleek zij door die ervaring als het ware een geur te verspreiden, die andere puberende jongens deed denken dat ook zij met haar hun gang wel konden gaan. Wat zij als vanzelfsprekend liet gebeuren.

Het tweede touwtje trof ik op internet, in de vorm van een interview met Gert Hekma, voor het pedofielenblad Martijn. Daarin brengt Hekma zijn deskundigheid als docent homo- en lesbostudies in het geweer om pedofielen een ideologische legitimering te geven voor het in praktijk brengen van hun fantasieën. Tussen andere, nogal vuige en ranzige praatjes over kinderen, trof mij vooral hoe hij – aan de hand van de verbeeldingen van markies de Sade – betoogde dat het goed voor kinderen zou zijn om tot seks gedwongen te worden.

Bij Sade is het zo van je moet een beetje gedwongen worden om te leren wat je lekker vindt. Wij accepteren dat op heel veel terreinen. Je wordt gedwongen om naar school te gaan. Je wordt gedwongen om als kind je bordje leeg te eten. Je wordt gedwongen om op bepaalde tijden netjes te poepen en te plassen. Het kind wordt eindeloos gedwongen maar bij seks mag het opeens niet meer. Sade geeft aan: met een beetje dwang leer je nu juist hoe lekker seks is.

De derde – rode – draad was er al veel langer, want die loopt door mijn eigen leven. Ik weet uit ondervinding, wat je wordt afgenomen, als de beelden van hoe anderen het doen en de ervaring van wat anderen met je willen doen, voorafgaan aan het ontwaken van je eigen verlangen. Daarom raken die twee andere verhalen mij zo. Zal dat kind erin slagen om haar eigen grenzen te hervinden en een seksueel autonome vrouw te worden? En wat bezielt iemand als Hekma, om met zo’n samenraapsel van drogredenen de seksuele grenzenloosheid van volwassenen te willen bevechten ten koste van kinderen?

Soms zou ik wel willen dat dit touw een keer klaar was en ik het af kon hechten, maar ik weet dat die rode draad pas eindigt, als ik ophoud te bestaan. Van tijd tot tijd komen daar twee witte draden bij en vlecht zich in mijn gedachten een touw, tot de witte draadjes weer even op zijn.

Read Full Post »

Da Puppo

Deze zomer keerden wij na 16 jaar voor het eerst terug naar Arnasco en Albenga. Overlopend van nostalgie naar de tijd die wij er eind 80-er jaren hebben doorgebracht, probeerden wij te kiezen wat we de kinderen beslist wilden laten beleven in de twee dagen die ons hier gegund waren. Over één ding waren we het eens: pizza en farinata eten bij Puppo.

Zo kuierden wij door de stille, zondagse straten van Albenga en vroegen ons af waar ons favoriete restaurant zich ook al weer bevond. Onze voeten leken zelf de weg te kennen, want voor we het wisten, stonden we bij Puppo voor de deur. Pas toen bedachten wij, dat het geen moment bij ons op was gekomen, dat de pizzeria misschien niet eens meer zou bestaan. Maar nee, ze was er nog en alles zag er nog eender uit, alleen: tussen de middag was men gesloten.

De farinata aan de overkant was lekker, maar bracht ons niet terug naar onze jaren van lanterfanten. Dat vroeg om herstel, dus na een middag aan het strand togen wij ‘s avonds opnieuw naar de via Torlaro. Een kwartier na de aangekondigde openingstijd kwamen wij er aan. Tot onze verbazing zat het restaurant toen al afgeladen vol, maar de serveerster nam onze naam op en stelde voor dat wij buiten zouden wachten tot zij ons zou roepen. Ah, dus daarom hingen er zoveel mensen rond in het straatje!

Wij sloten ons aan bij de wachtenden, weerstonden de uitnodigende gebaren van de serveerster in de deuropening van het vrijwel lege restaurant aan de overkant, en na zeker een uur werden wij binnengelaten en naar een krap bemeten tafeltje geleid. Vanwege al dit uitstel waren onze verwachtingen uiteraard hoog gespannen. Zou Puppo ze nog waar kunnen maken? Waar was Puppo? Waar waren zijn dochters? Er stond wel een kleine man van midden dertig als een Vulcanus gebogen voor de twee laaiende houtovens, waarin de farinata bereid werd, maar dat kon hooguit de zoon des huizes zijn, die wij ons als een slungelige zestienjarige herinnerden.

Voor we het wisten hadden wij onze portie farinata (de kinderen toch maar pizza) voor ons. Hmmm, die geur van Ligurische olijfolie, het romige beslag van kikkererwtenmeel, gebakken tot een knapperig korstje zich als een gebarsten kleigrond erop aftekende. En het Geheim. Waar bevond zich dat? In de farinata? Er omheen? In onze eigen inmiddels volgroeide vervoering? Het blijft een raadsel, maar het wonder was geschied: wij waren Thuis. Ruimte en tijd verloren even hun dwingende kracht, om plaats te laten voor een culinaire ervaring die om religieuze bewoordingen lijkt te vragen.

De desserts, specialiteiten van het huis, waren eenvoudig en zuiver. We smulden ervan als kinderen van hun eerste toetje en net toen we dachten, dat oma ons in onze nachtpon zou hijsen en de trap op naar bed zou bonjouren, kwam de werkelijkheid onze droom binnen in de vorm van de rekening. Er stond nog altijd een rij mensen voor de deur, toen wij met een verzaligde glimlach op de donkere avondlucht in stapten.

Ci vediamo? Ci vediamo!

Read Full Post »