Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for april, 2008

Das Ewig-Weibliche

Das Ewig-Weibliche zieht uns hinan.

Johann Wolfgang von Goethe

Wat een wonderlijke paradox! Hoe kan iets wat zozeer ‘beperkt houdbaar‘ is, tegelijkertijd zo’n eeuwigheidswaarde bezitten? En wat hebben wij eigenlijk met dat ‘Ewig-Weibliche‘?

Met vrouw zijn heeft het niet per sé van doen. Vrouw zijn is tijdelijk, al betekent dat voor de meesten van ons levenslang. Een enkeling ontworstelt zich eraan, nature én nurture ten spijt, en er zijn zij-instromers, die deze plek in de wereld op latere leeftijd vrijwillig innemen. (Nou ja, omdat het móét.) Kun je het ook “min of meer” zijn? Of zelfs “af en toe”?

Vrouwelijkheid is eerder een attribuut, een eigenschap, die ieder mens in zekere mate kan bezitten of cultiveren. Vrouwen worden eraan afgemeten, oogsten er waardering mee of zien het als een keurslijf, waar zij graag uit stappen. Zonder daardoor minder vrouw te zijn.

Bij mannen is vrouwelijkheid acceptabel en vaak zelfs gewaardeerd, zolang het beperkt blijft tot de meer innerlijke aspecten, zoals zachtheid en zorgzaamheid. Zodra vrouwelijkheid in een man bepalend wordt voor zijn uiterlijke verschijning, gebeurt er iets heel anders: de man in kwestie wordt vogelvrij. Hij loopt een goede kans geriduculiseerd te worden of zijn hele persoon geseksualiseerd te zien worden, zowel in eigen ogen als in die van andere mannen.

Kijken we naar Cézanne’s interpretatie van Das Ewig-Weibliche, dan valt meteen op dat het uitsluitend een mannenaangelegenheid schijnt te zijn. Vol van een (ewig-männliche?) mengeling van aanbidding en ranzigheid. Obsessie en afstand: een heus niemandsland scheidt hier de seksen. Eén enkele vrouw, ontdaan van alles waarmee zij haar persoonlijkheid kenbaar zou kunnen maken, belichaamt het eeuwig-vrouwelijke, terwijl mannen in alle soorten en maten zich eromheen verdringen. Alle soorten en maten? Ik zie geen arbeiders, bouwvakkers of boeren. Het zijn allemaal leden van de intellectuele elite, die zich aan deze idealisering van het vrouwelijke te buiten gaan.

Want dat is waar het om draait: idealisering, projectie van eigenschappen die een man niet heeft of niet mág hebben op een onwerkelijke vrouw. Een echte kennismaking zou waarschijnlijk ontnuchterend en ontmythologiserend werken en snel een eind maken aan zowel de aanbidding als de ranzigheid. Weg Mutter/Dirne-Komplex. Weg pornoficatie. Tijd voor herademing.

Maar zover is het nog niet. Voorlopig zie ik eerder hoe in de media wordt getracht de afstand tussen de seksen, tegen de stroom van emancipatie in, opnieuw te vergroten of in elk geval te consolideren. Men lijkt onrustig te worden, als de verschillen tussen vrouwen en mannen vervagen. Is men bang dat hiermee het einde van de seksuele aantrekkingskracht dichterbij komt? Of vreest men juist, dat die zou blijven bestaan, ook al verschillen we helemaal niet zoveel van elkaar als we willen geloven? En zouden we zoiets als dit moeten missen?

Advertenties

Read Full Post »

Verbieden!

Eigenlijk is het geen nieuws. De discussie erover is al een paar jaar gaande, maar toch stond het op de voorpagina van zo’n gratis dagblaadje: Frankrijk wil ‘pro-ana‘ (professional anorectics) websites gaan verbieden en zouden wij dat niet ook moeten doen? De pro’s en con’s zijn precies hetzelfde als in elke andere discussie over dwang en censuur, en ook hier zullen zij niemand overtuigen. De wens om iets te verbieden komt voort uit angst en angst laat zich moeilijk bepraten.

En bovendien: je kunt wel aan de gang blijven, want de roep om verboden is niet te stuiten.

Geert Wilders wil de koran verbieden.
Oud-minister Hans van den Broek wil Fitna verbieden.
De Tweede Kamer wil seks met dieren verbieden.
SGP wil ‘Tweede Kamer’ verbieden.
Een kamermeerderheid wil growshops verbieden.
Justitie wil Hell’s Angels verbieden.
De Kinderconsument wil het chatten verbieden.
De Kamer wil paddo’s verbieden.
Minister Klink wil de electronische sigaret verbieden.
De Britse regering wil stand-by knoppen verbieden.
Groen Links wil barbecueën (helemaal niet) verbieden.
André Rouvoet wil Deep Throat verbieden.
Minister Donner wil de pedagogische tik verbieden.
63% van de Nederlanders wil de hoofddoek verbieden.
Een aantal scholen wil Lonsdale kleding verbieden.
Milieudefensie wil de bio-industrie verbieden.
De horeca wil jumpen verbieden.
De Partij voor de Dieren wil de vissenkom verbieden.
Etcetera (820.000 hits).

En ik wil het verbieden verbieden!

Read Full Post »

Così è (se vi pare)

Così è (se vi pare) is een toneelstuk van de Siciliaanse schrijver Luigi Pirandello, dat voor het eerst werd opgevoerd in 1917 en is herschreven door de auteur in 1925. Het centrale thema van het stuk is er één die hem zeer dierbaar was: de onkenbaarheid van de werkelijkheid, waarvan iedereen zich wel een voorstelling kan maken, die echter nooit helemaal samenvalt met wat anderen erin zien. Hieruit volgt een fundamenteel relativisme van alle verschijningsvormen, van alle conventies en van de hele uiterlijke realiteit, waardoor het onmogelijk is iets als een Waarheid op het spoor te komen. Frappant is, dat deze gedachte in het drama wordt verpersoonlijkt door een vrouw, die zich hult in het mysterie van haar lijfspreuk “ik ben wie u denkt dat ik ben”.

Nooit gedacht dat dit thema ook mij nog eens ‘zeer dierbaar’ zou worden.

Toen ik nog maar heel klein was, droomde mij heel vaak een droom, waarin ik voelde, hoe ik viel in een diepe put. Zo diep, dat ik op een gegeven moment zeker wist, dat er geen bodem in zat. Ik zou voor altijd blijven vallen, want van een einde aan de tijd of zelfs maar mijn eigen tijd, had ik nog geen besef. Die droom maakte mij zo bang, dat ik er wakker van werd en mezelf in slaap moest sussen, door mij aan de wanden van de put schappen met levensmiddelen voor te stellen.

Wat later kwamen de eerste verhalen over astronauten, die zich waagden in een wereld zonder zwaartekracht, ja, zonder onder of boven. Een soort navelstreng verbond hen nog wel met het ruimteschip, maar wat als die per ongeluk brak? Stof voor nieuwe nachtelijke angsten.

Verder was er nog het verhaal van de zondvloed, waarin mij letterlijk de grond onder de voeten weggespoeld kon worden. Een stevige regenbui was genoeg om dat Godsoordeel heel dicht bij te laten komen.

Later vergeestelijkte diezelfde angst zich langzamerhand, zonder daardoor minder hardnekkig te worden. Integendeel. Tot ver in mijn volwassen leven heb ik gewroet en gegraven in religies, filosofieën en ideologieën, op zoek naar iets om te ontkomen aan de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Want die viel mij veel te zwaar.

Nu weet ik achteraf wel ongeveer, hoe dat allemaal zo is gekomen. Toen ik zo klein was, had ik echte redenen om mij minder veilig te voelen in mijn directe leefomgeving dan voor een kind doenlijk is. Ook begrijp ik nu beter waarom ik de wereld beleefde als iets compleet onbegrijpelijks: de meest basale ordening van die wereld, waar geen enkel zinnig mens aan twijfelt, voelde voor mij niet vanzelfsprekend. In ieder geval mijn plek daarin niet. En vaak was mijn beleving van wat er in en om mij gebeurde zo zwaar, dat ik alleen nog maar kon verlangen naar een vast punt daarbuiten, een waarheid die mijn eigen gevoel onwaar kon maken. Om net als Archimedes de wereld uit haar vervloekte voegen te kunnen lichten.

Ergens – ik weet niet zo goed meer waar of wanneer – is er een omslag in dat gevoel gekomen. Nu kan ik zomaar heel goed leven zonder waarheid, met niet meer bagage dan mijn eigen beleving van de wereld. Gewichtloos als een meeuw op de thermiek of een vis in helder water. Wat ik wel prettig vind, is dat mijn beleving soms lijkt op die van andere mensen. Altijd maar voor een deel. Precies genoeg om mij niet eenzaam te voelen, maar toch voldoende alleen om Janiek te kunnen zijn.

Read Full Post »

Gedachten

Ik denk, dus ik ben.

Descartes

Maar daarmee zijn we er nog niet. De meeste mensen denken, dat wij in woorden denken, hoewel er ook ‘beelddenkers‘ schijnen te zijn. Maar hoe denkt een baby dan? Wanneer begint het denken? Leert een kind eerst praten en dan denken, of andersom? Kun je wel praten zonder eerst iets gedacht te hebben? Hoeveel woorden heb je nodig voor je eerste gedachte? En waar huist die gedachte? In je hoofd? Of juist er omheen, als een zwerm insecten? Zijn onze gedachten slechts chemische processen in onze hersencellen? Kunnen wij dan over enige tijd ook reageerbuisgedachten verwachten? En wanneer houden iemands gedachten op? Bij de dood? Of leven ze nog verder, zoals in ‘het gedachtengoed van Pim Fortuyn‘? Daarvoor moet je je gedachten natuurlijk wel opschrijven, maar zijn het dan nog wel echte gedachten? Of eerder ‘bedachte gedachten‘? Ophouden met denken, en er toch nog zijn, kan dat wel? Kun je besluiten iets niet te denken? Als je zegt, dat iets ‘ondenkbaar‘ is, heb je het dan niet toch al gedacht? En dieren, denken dieren ook? O ja, en hoe zit het eigenlijk met de gedachten van een paddestoel? Nog ééntje: als je heel diep naar beneden wroet in de berg van al je reeds gedachte gedachten, waar kom je dan terecht? Op de bodem? Bij God? En is dat dan dezelfde God als die in ’t diepst van Willem Kloos’ gedachten?

Wat denkt u ervan?

Bent u er nog?

Read Full Post »

Slow sex

Hoewel geen echte discipel – dat ligt niet in mijn aard -, sympathiseer ik al lang met de slow food-beweging. Voor een ander aspect van mijn leven kan ik vanaf morgen terecht bij een heel nieuwe beweging: die voor ‘slow sex’.

Brechtje Paardekooper en Dylan van Rijsbergen presenteren vanavond in Paradiso hun manifest Slow sex. Een erotisch beschavingsoffensief. Deze mensen achter de ‘links-progressieve denktank’ Waterland profileren zich als “noch preuts, noch libertijns”. Zij uiten in de eerste plaats kritiek:

Het is een kritiek op de wijze waarop onze samenleving, de media en de reclame steeds meer worden doordrongen van de meest fantasieloze en respectloze beelden uit de pornowereld. Het is ook een kritiek op porno zelf, op de manier waarop het meest persoonlijke – onze seksualiteit – wordt geïnstrumentaliseerd door de industrie. Op de eenzijdigheid, de leegheid, de eenzaamheid en de neppigheid van de pornografische verbeelding, die zo’n karikatuur maakt van de volheid en schoonheid en de intimiteit van wat seksualiteit werkelijk kan zijn.

Maar stellen daar ook iets tegenover:

eerlijke seksualiteit, uitgaande van de gelijkwaardigheid van de partners, met aandacht en respect voor elkaar en met de bedoeling om deze seksualiteit te verfijnen en te ontwikkelen.

Wie mijn eerdere berichtje Bloot op straat hier gelezen heeft, ziet het er al van komen dat ik misschien ook wel met ‘slow sex‘ ga sympathiseren.

Al is het geroezemoes rond de huidige zedenverwildering vooral een elitaire en intellectuele aangelegenheid, toch heb ik het met enige interesse gevolgd. Persoonlijk vind ik seks (of geen seks) een privé-kwestie en ben ik er niet voor te vinden om elkaar daarover te moraliseren. Ik ben ook niet een feministe die haar eigen politieke agenda over (bijvoorbeeld) iemand anders’ S/M-liefhebberijen heen projecteert, maar wil wel graag laten horen, dat de misogyne grondtoon van wat er aan pornografische beelden door de openbare ruimte dwarrelt me niet aanstaat.

In de term ‘slachtofferfeministe’ herken ik me ook niet. Mensen die dat woord in deze discussie gebruiken, kunnen bij mij op enige argwaan rekenen. Dan ga ik vermoeden dat zij wellicht hun eigen gerief zo belangrijk vinden, dat de gedachte dat seks voor iemand ook wel eens niet ‘cool’ zou kunnen zijn er zomaar niet in wil. Of dat het mensen zijn, die van huis uit zo geprivilegeerd zijn, dat zij zich niet meer kunnen voorstellen, dat er ook (jonge) mensen bestaan, die met een minder vanzelfsprekend gevoel van eigenwaarde de wereld van liefde en seks binnenstappen.

Daarom: ik mis iets heel wezenlijks in dat hele tumult over seks en hoe ‘het’ moet. Dat is het besef, dat er een basis nodig is die op zich niets met seks te maken heeft en die in een heel andere sfeer wordt gevormd. Het verschil kunnen voelen tussen prettig en niet-prettig. Kunnen vertrouwen op je vermogen om eigen grenzen te stellen. Weten dat je recht hebt op erkenning. Oog en oor hebben voor de verbale en non-verbale uitingen van anderen.

Vanzelfsprekend allemaal? Was het maar waar! Zolang het daaraan schort, is de kans groot, dat seks helemaal niet ‘cool’ of ‘hot’ is, maar meer kapot maakt dan je lief is. Als die basis van wederzijds respect tussen mensen er wel is, dan kunnen we seks verder gewoon over laten aan degenen die het doen.

Read Full Post »

Zaterdag-gisterdag

dood.jpg
”Papa, zaterdag-gisterdag ga jij dood.”

We zaten aan een campingtafeltje. Het grijsgroene loof van de olijfboom boven ons beschermde ons ternauwernood tegen de verzengende hitte van de mediterrane middagzon. Toch liepen mij de rillingen over de rug. En Alex ook. We keken elkaar aan en hoefden niets te zeggen om van elkaar te weten wat we dachten: wij weten niet wat zij bedoelt, maar wél dat het iets moet betekenen.

De maan stond helder aan de hemel en de eerste sterren begonnen te fonkelen, toen we er allebei – tegelijk – op terugkwamen. Zodra de kinderen sliepen. Koelte daalde, we genoten een laatste glas. En kwamen tot de conclusie, dat ‘zaterdag-gisterdag’ niets anders dan ‘vrijdag’ kon betekenen. Maar welke vrijdag?

Alweer een flink stuk gevorderd op onze terugreis naar het Noorden, maakten we een tussenstop ergens in een bos, ik weet niet meer waar. Het was nog steeds warm, broeierig bovendien. Om het geraas van de rit kwijt te raken, maakten we – nog voor het middageten – een stevige wandeling. Mestkevers kruisten ons pad. Opeens klonk door het stille bos:

”Papa, morgen ga jij dood.”

Wat voor dag is het vandaag, flitste door mijn hoofd? Donderdag! Dus morgen zou het ‘zaterdag-gisterdag’ zijn….

Lusteloos speelde ik met de kiezels op de parkeerplek, terwijl Alex de lunch klaarmaakte. Ik had me de dag voor mijn dood heel anders voorgesteld, heftiger vooral. Moest ik per sé zo moe en neerslachtig deze wereld verlaten? Kon ik wel tevreden zijn over mijn leven?

De dag erna was al even bedrukt en mijn stemming navenant. Inmiddels waren we in België en bezochten we de druipsteengrotten van Han. (Onder de grond en weer naar boven. Wedergeboorte.) Vermoeidheid en de gebruikelijke droefenis van de laatste vakantiedag lieten zich gelden. En tijdens het avondeten begon het te regenen. Een zegen, na die zwaarte.

In het donker zouden we terugrijden tot bij de Maagdentoren van Zichem. De kinderen gingen slapen, achterin de HY, en Alex bleef nog een hele poos bij hen. In het donker, de regen stroomde gestaag, het zicht was slecht en het wegdek nog slechter, zag ik het voor mij: de Dood zou mij halen, middenin een banaal verkeersongeluk. Alex en de kinderen zouden – gelukkig! – gespaard blijven. Zo moest het kennelijk zijn.

Mijn angstige verwachting vooraf en mijn berusting van het moment zelf bleken volkomen ongegrond: we bereikten veilig de Maagdentoren en ik leef nog steeds.

Ik?

Het duurde nog een aantal jaren, eer zich een even markant moment van leven en dood voordeed. Welke dag het was, weet ik niet meer. Maar geloof me: het was een ‘zaterdag-gisterdag’.

Read Full Post »