Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2008

Gewoon homo

homonota.jpg

Toen mij een poos geleden de homo-emancipatienota van minister Plasterk onder ogen kwam, viel mij direct de eerste voetnoot op:

“Met de term ‘homo’ of ‘homoseksuelen’ wordt in deze nota bedoeld: lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele mannen en vrouwen en transgender personen, tenzij dit anders in de tekst is aangegeven.”

Huh? Homo als ‘stoffer-en-blik-term’ voor al wat queer is? Moet de nota zo leesbaarder worden, misschien? Zijn de kosten van drukinkt en papier in overweging genomen? Goed, het gemak dient de mens, of in dit geval de homo, want die hoeft niet in elke anderhalve zin de vertaalslag te maken naar zijn eigen identiteit. En in het voorbijgaan even te checken of hij inderdaad ook ‘bedoeld’ is. Ver over de helft van het pakket kwam transgender als identiteit voor het eerst ter sprake en bleek, dat het treurig gesteld is met de kennis die daarover op het ministerie voorhanden is.

Gisteren is die nota besproken in de Tweede Kamer. Ik was er niet bij, maar las een verslag in de on-line versie van de GayKrant. Daarin struikelde ik over de volgende ‘kwinkslag’:

“Er zijn homo’s die het al tijdens de geboorte ontdekken, ze kijken over hun schouder en denken: daarin wil ik nooit meer terug.”

Afgezien van de verbijsterende smakeloosheid van deze uitspraak, werd mij ook uit de contekst één ding overduidelijk: als minister Plasterk het over homo-emancipatie heeft, strekt zijn voorstellingsvermogen zich niet uit tot vrouwen en transgenders. Hij voelde zich kennelijk erg op zijn gemak en met mannen onder elkaar. Hoewel ik me niet kan voorstellen, dat iedere homo er blij mee is zijn kijk op seksualiteit gereduceerd te zien tot een ding, waar je al of niet “in terug” wilt. Laat ik zeggen dat ik me slecht op mijn plek voelde, daar achterop zijn janplezier, waar ik voor het gemak ook ‘gewoon homo’ ben en me zwijgend de seksistische grappen en grollen van die man op de bok moet laten welgevallen.

Niet zwijgend, dus.

Er moet heel wat gebeuren, voordat ik mijn emancipatie toevertrouw aan een minister, die mij stelselmatig over het hoofd ziet.

Advertenties

Read Full Post »

Verval

Wie regelmatig een krant leest, zal het niet ontgaan zijn, dat het misbaar over “die jeugd van tegenwoordig” de laatste tijd als een heuse branding golf na golf over het strand van onze meningsvorming rolt. Onze tijd zit met een jeugd die zowel kern als richting mist, die niet kan spellen, zich klem zuipt of suf blowt, die veel te jong en zonder enig moreel besef de wereld van de volwassen seksualiteit betreedt. We gaan duistere tijden tegemoet met zo’n jeugd!

Voordat ik begin met af te geven op de cultuurpessimisten van tegenwoordig, even een stukje uit de tijd dat mensen nog teksten konden schrijven:

Wel Krelis! ook gij hebt anders gekend! Ja, Landheer! bij uwe ouders zaliger zag het er anders uit! Te regt Krelis! thans zijn de ligchamen ziekelijk en zwak. Het opkomend geslacht en levertraan gaan hand aan hand. De aardappelen zijn het hoofdvoedsel. Geest en veerkracht gaan verloren, en in geestrijk vocht wordt herstel gezocht. Luiheid en misdaad nemen toe. Gebreken en kwalen vermeerderen. Geen gehucht of het heeft zijnen genees-, heel- en verloskundigen. De Nijverheid is aan banden gelegd. De Handel gedwarsboomd en verjaagd. Katoen verdringt het linnen. Steenkolen hout en turf. De standen zijn verloren. De jeugd minacht den Ouderdom. Er is Gelijkheid en Verwarring er is ACHTERUITGANG.

Uit welke tijd stamt deze tirade? Wie het raadt, mag bij mij aardappelen komen eten. Mét geestrijk vocht.

aardappels.jpg

Ben ik dan optimistischer gestemd? Welnee, mensen hebben elkaar altijd al vermoord, verguisd, dood gepest, bestolen, verraden en vernederd. En dat zullen zij wel altijd blijven doen. Maar evenzogoed hebben mensen altijd van elkaar gehouden, geprobeerd elkanders leed te verzachten, schoonheid geschapen, met veel geduld hun vaardigheden doorgegeven aan een volgende generatie en vol eerbied hun doden begraven. Zo is de ‘pauvre condition humain‘ nu eenmaal: dweilen met de kraan open. Van mij mag dat zo blijven, want pogingen om een ‘kraan’ aan te wijzen en die voor eens en voor altijd dicht te draaien, hebben het alleen maar erger gemaakt.

De mensheid gaat niet voor- of achteruit, maar schuifelt als een kreeft zijwaarts langs de vloedlijn. Het strand is nagenoeg vlak, dus de hoogte- of dieptepunten van de tocht bestaan toch vooral in die golf, die ons een enkele keer over de kop rolt.

Read Full Post »

Pithiviers

Vandaag is het precies zesentwintig jaar geleden, dat ik de euvele moed had om Alex mijn liefde te verklaren. Een dag met grote gevolgen, die mij zullen vergezellen tot het eind van mijn dagen. Tenminste, dat hoop ik. Misschien is het daarom dat wij deze dag al zeker achttien jaar lang vieren door zelf een pithiviers te bakken en samen met de kinderen op te eten.

pithiviers.jpg

Klop 100g zachte boter luchtig en roer er 100 g suiker door. Voeg goed kloppend stuk voor stuk 6 eierdooiers toe, afgewisseld met 40 g aardappelmeel, 100 g amandelpoeder en 2 eetl. rum. Zorg dat alles goed vermengd is. Rol 200g bladerdeeg uit tot een ronde plak met een doorsnede van ruim 20 cm. Strijk de dikke crème over het midden uit, daarbij langs de rand 2 cm vrij latend. Bestrijk deze rand met met losgeklopt ei. rol 300 g bladerdeeg even groot uit, maar dikker dan de eerste deegplak. Leg deze over de eerste plak en druk de randen stevig op elkaar. Steek de rand fraai gegolfd af, versier de bovenkant hiervan en maak vanuit het midden met een puntig mesje met oppervlakkige inkepingen gebogen lijnen naar de rand toe, of breng een ruitvorm aan. Bestrijk de bovenkant met ei. Bak de pithiviers gedurende 30 minuten in de voorverwarmde oven van 250 ºC. Bestuif hem uit de oven met poedersuiker en zet hem kort onder de grill om te laten glaceren. Dien hem lauwwarm of koud op.

Daarbij drinken we dan, heel traditioneel en een beetje plechtig, een glaasje (of twee) Sauternes. Liefst uit een fles die wij ons eigenlijk nét niet hadden kunnen veroorloven.

Deze combinatie is, culinair gezien, een zogenaamde ‘marriage particulièrement heureux‘. Daarmee is geen woord teveel gezegd. Maar voor ons betekent het nog meer: de taart en de wijn herinneren ons aan samen beleefde avonturen, die staan als een soort telegraafpalen langs de weg die wij samen liepen, om onze levensdraad op te tillen boven de modderige plassen van alledag.

Heel kort: een lichtgrijze wintermiddag, eind november 1989, toen we door Noord-Frankrijk terugreisden naar Holland en onze laatste francs spendeerden aan een tarte Tatin in Lamotte-Beuvron en een pithiviers in, ja, Pithiviers.

Of die zonnige zaterdag in april 1990, toen ik niet aarzelde om 150 gulden uit te geven aan een fles Bastor Lamontagne uit 1947.

bastor.jpg

Read Full Post »

Broekzakbeller

mobiel-in-broekzak.jpg

Getuige de 119 hits in Google, is het al bijna drie jaar een ingeburgerd woord, maar ik had vandaag pas mijn eerste broekzakbeller.

Om 14:25 uur ging de telefoon en ik nam op met een enthousiast “Mét Janiek!”. De andere kant bleef stil, of nee, het ruiste er zachtjes. “Hallo?” riep ik aarzelend. Als respons hoorde ik het gekletter van vaatwerk en een mij onbekende mannenstem, die iets over een kinderbedje zei. “Is daar iemand?” vroeg ik aan een ruimte, waarin zich kennelijk heel alledaagse, huiselijke taferelen afspeelden.

“Ik ga even naar de plee!” hoorde ik een vrouwenstem roepen, die mij wel vaag bekend voorkwam. Met stomheid geslagen, maar wel nieuwsgierig (Is dit een grap?), bleef ik aan de lijn. Het geklater van een plas klonk als het donderend geraas van de Niagara Falls in de hoorn. Vervolgens het geritsel van textiel en een oorverdovend “Zjuuut!”: de rits werd dichtgetrokken.

Op dat moment besefte ik, dat ik in een vrolijke nachtmerrie verzeild was geraakt. Ik was heel klein en zat opgesloten in het mobieltje van iemand, die mijn nummer onder één van haar toetsen had. Nog even heb ik heel hard “Hallo!!!” geroepen, terwijl ik ergens halverwege haar kuiten naast de WC-pot bungelde. Lichtelijk verbijsterd besefte ik, dat ik werd opgehesen tot haar heupen en toen ik haar hoorde zeggen: “Zo Fleur, jij hebt weer een lekker bedje. Ik ga even bij tante Judith langs! Doei!!”, hielp ik mijzelf uit de droom door op te hangen.

Als ik haar weer zie, zullen we er waarschijnlijk smakelijk om lachen. Of laat ik het bij een binnenpretje?

Read Full Post »

Uit de kleren

Terwijl heel Nederland zijn adem inhoudt voor de film van Wilders, die al een hoop stof doet opwaaien, nog voordat-ie te zien is geweest, tonen de regeringspartijen zich verontwaardigd over een andere politieke rolprent. Prentje, want het duurt nog geen twee minuten. De SP vraagt aandacht voor de gevolgen van introductie van marktwerking in de thuiszorg, door een 88-jarige actrice in een looprekje uit de kleren te laten gaan. Het zijn de woorden van een bejaarde vrouw ergens in den lande, die erbij klinken: “Ik kan me net zo goed voor heel Nederland uitkleden.

 

sp_thuiszorg_184.jpg

Die ervaring is verre van uniek. Ik hoor het dagelijks, omdat ik zelf zo’n ‘vreemde’ ben, ingehuurd door een uitzendburo, inzetbaar als invalkracht. In die veertien maanden, dat ik dit werk doe, ben ik nog nooit een oudere tegengekomen die dat voortdurende wisselen van de wacht niet als buitengewoon belastend ervaren. En al vind ik zelf die afwisseling een pluspunt, ook ik ervaar het als een handicap, dat ik niet in de gelegenheid ben om mijn cliënten beter te leren kennen, zodat ik die zo belangrijke signalerende rol zou kunnen spelen bij het afstemmen van de zorg op de werkelijke noden van deze ouderen. Er moet beter nagedacht worden over de vraag of het veranderende beleid werkelijk zoveel geld zal opleveren, dat het dit leed waard is. En of dat geld vervolgens echt een waardevoller besteding zal vinden.

Ik vond het filmpje schokkend. Niet om het bloot dat erin te zien is, want dat is in mijn ogen trots en mooi, maar om het demagogische karakter ervan. Het zou niet nodig moeten zijn om beleidsmakers en de publieke opinie zozeer op het gemoed te werken. Laten we hopen dat de andere partijen er niet in slagen dit argument aan te grijpen om het spotje te ontkrachten en de aandacht te verleggen, want daarmee zou de schrijnende werkelijkheid, die erdoor onthuld wordt, weer toegedekt worden.

Teken de petitie tegen de uitverkoop van de thuiszorg.

Read Full Post »

Imperium

imperium08.jpg

We waren er lyrisch over, niets minder dan dat. Misschien was het al bijzonder genoeg dat wij, na al die jaren samen vooral ouders te zijn geweest, weer precies daar zaten, waar wij elkaar in onze studententijd gevonden hadden. En dat het ballet bovendien de sfeer ademde van wat in die tijd gemaakt werd. Maar nee, er was beslist meer: we ondergingen een schoonheidservaring die ons in elke vezel van lijf en ziel raakte. Zintuiglijke waarnemingen en innerlijke bewegingen vloeiden volkomen in elkaar over. Alles in ons resoneerde mee en bracht ons in een staat van vervoering, die als een wolk van geur om ons heen bleef hangen op weg naar huis, en onze kamer vulde tot we haast bedwelmd raakten.

Wat was het, dat ons zo over de begrenzing van ons povere mens-zijn uit heeft getild? Dansgroep Krisztina de Châtel voerde in de Stadsschouwburg Imperium (1990) opnieuw uit. Aan de voet van een pyramide van opeensgestapelde stoelen, dansten twee vrouwen en vijf mannen binnen een cirkel van transportrails een even barok als minimalistisch ballet op muziek van Henry Purcell.

Anderen weten iets te melden van een verhaal en menselijke emoties. Dat is mij geheel en al ontgaan. Muziek, beweging, de eenvoud van het decor en de weergaloze schoonheid van de kostuums voerden mij ver buiten de grenzen van wat bedacht, verteld of gebeurd kan zijn. In die zin was het eerder een mystieke belevenis, waarin tijd en ruimte hun betekenis reddeloos verloren. De ervaring van een heerlijke paradox: een absolute perfectie, die tegelijkertijd overvol was van leven.

Elke pas was op zijn plaats in het geheel. Van het begin tot het eind wisten de dansers de spanning te bewaren, zonder één moment van verslapping. In samenspraak met de soms bijna zwoele bewegingen gaven de kostuums – molensteenkragen in violet-blauw, op de rug gevolgd door een tot staart samengebonden cape – aan de stijve 17-de eeuwse regenten iets van leeuwen of satyrs mee. Bij de vrouwen harmonieerde de haast dierlijke kracht van de kniebroek volmaakt met de zwier van de lange, open rok. Daarbij was de muziek, met zijn barokke tierlantijnen, toch van een mathematische strakheid, waarin het gevoel niet afwezig was, maar zich had opgelost in een peilloos diepe stilte.

Ik voelde weer waar ik was, toen mijn handen begonnen te tintelen van het daverend applaus, waarin ik deelde. En daarna begonnen wij te praten en raakten niet uitgepraat eer alles drie keer gezegd was. Pas toen verstilde zich onze vervoering tot een intens gevoel van vervulling.

Read Full Post »