Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for december, 2007

Wild, wilder, Wilders

,,Grofheid in woord en daad tast de verdraagzaamheid aan. Discussies ontaarden in verharde verhoudingen. In zo’n sfeer worden mensen al snel als groep over één kam geschoren en worden vooroordelen als waarheid aangenomen. Daarmee erodeert de gemeenschapszin”, waarschuwde de vorstin. Wilders voelt zich erg aangesproken en is diep beledigd.

Hoe komt iemand erbij om zo’n buitengewoon algemene uitspraak meteen op zichzelf te betrekken? Dat Geert Wilders een narcistische man is, wist ik wel, maar dat het zo erg met hem gesteld was, nee. Jazeker, hij presenteert zijn vooroordelen als de waarheid. Ook scheert hij groepen mensen over één kam. Het bewerkstelligen van verharde verhoudingen kun je hem veilig in de schoenen schuiven. Maar grofheid in woord en daad? Als spreekbuis van een achterban die veel luider vanuit de onderbuik reutelt, vind ik hem nog best fatsoenlijk. Misschien luister ik niet vaak of goed genoeg naar hem. Of zegt hij nog niet echt wat hij denkt.

Wat denkt hij wel!? Meneer is in zijn kuif gepikt en meteen moet de Grondwet eraan geloven! De koningin moet gemuilkorfd, omdat haar mening hem niet aanstaat!

Burp. Het begint te rommelen in mijn onderbuik. Ik wil hier even iets over kwijt.

Mensen bereiken elkaar als zij mededeelzaam zijn over wat zij voelen en denken. Gemeenschapszin is niet gebaat bij taboes. Daarom is de vrijheid van meningsuiting een groot goed. Een goed dat bescherming verdient tegen onverlaten, die zich niet realiseren welke verantwoordelijkheden die vrijheid met zich meebrengt.

Mensen zouden niet in heilige huisjes moeten wonen, maar het is toch heel goed mogelijk om met je buren aan de praat te raken zonder de voorgevel eruit te rammen? Ik vind het een veeg teken dat wat bezadigder humanisten beginnen te roepen om paal en perk aan de vrijheid van meningsuiting. Tegen de klippen van Geenstijl.nl en Fok.nl op zou ik toch willen volhouden, dat iedereen die zich beroept op dat grondrecht, mag worden aangesproken op de plicht na te denken over wat hij wil gaan zeggen. En voor wie de klep om te kakken vrijelijk open wil zetten: een beschaafd mens zondert zich daartoe even af.

Of moet iemand een blokje met ze gaan lopen?

Read Full Post »

Water

Hoe oud zou de verkoopster mij geschat hebben? Veertig? Vijfenveertig? Of moet ik de indruk gewekt hebben dat ik Sara al gezien had om in aanmerking te komen voor dat monstertje Dove Pro Age body lotion?

Bij een borrel en een hapje mag ik er graag mee koketteren dat mijn houdbaarheidsdatum al enige jaren is verstreken, maar met dat zakje crème in mijn handen kreeg ik toch eerder iets verbouwereerds over me. Dit gaat niet over hoe geëmancipeerd mijn opvattingen zijn, dit gaat over mijn lijf. Een lijf, dat onherroepelijk ouder wordt. En over hoe weinig ik daarbij in te brengen heb: ik weet echt niet op welke manier het gaat gebeuren en naar welke posities op het grote spelbord van het leven het mij zal verschuiven.

Gemeten aan de zorgen van de jonge vrouwen in de docu van Sunny Bergman sta ik allang buitenspel. Nu sta ik dat op meer dan één manier, dus ik ken het klappen van de zweep inmiddels wel. O ja? Ja, dus ik weet dat geen enkele filosofenpreek mij kan beschermen tegen de gevoelens die de ouderdom en de vergankelijkheid van mijn lijf met zich meebrengen.

Misschien wel een gedicht, dat mij terugbrengt bij de verwondering over mijn bestaan:

Verdampend

 Nou dat ek brosser beginne word,
 weet ek nie meer so mooi
 hoe ek dit het en waar ek hoort.
 Die son die brand mij skouerknoppe
 bruin soos beskuit se ronde korsies.
 Ek was zo’n sappige kind!
 ’n Hele tagtig persent water
 gerangskik om ’n skelet
 noagal met skarniere toegerus
 sodat ek die aarde kan bewandel,
 vol verwondering kan raak aan
 ander saamgestel soos ek: water
 water water water water en.

 Wilma Stockenström

wilmak.jpg

Read Full Post »

Sopdotten

Ooit van gehoord? Sopdotten? Ik ook niet, tot ik vanmorgen in de keuken van een alleenstaande bejaarde man ergens in de Amsterdamse Pijp binnenstapte.

“Hmm, wat ruikt het hier lekker,” zeg ik.
“O, vind jij dat lekker ruike? Dat sijn me sopdotte.”
En als hij de onwetendheid op mijn gezicht gelezen heeft: “Spruitjes.”

Spreekwoordelijk, die spruitjeslucht. Waar de Nederlandse identiteit onze reukzin raakt, maar we halen er wel onze neus voor op. Maxima heb ik er niet over gehoord. Toen Barend Servet in 1972 een look-alike van koninging Juliana met een bak spruitjes op schoot interviewde, werd het een rel tot in de Tweede Kamer.

En toch, ik ben dol op spruitjes. Vroeger thuis al, met een klontje boter en wat nootmuskaat, nu liever op z’n Romeins:

Kook de spruitjes niet te gaar, want dan gaan ze echt stinken. Giet ze af en breng ze op smaak met een dressing van garum, olijfolie, sherry en een beetje komijn. Strooi er wat versgemalen peper over, fijngesneden verse koriander en het binnenste van een preitje, zo fijn gesneden dat je het rauw kunt eten. O ja: koop de prei alsjeblieft biologisch en kies een dunnetje.

Read Full Post »

Pizzadag

“Hmmmmm, ‘t is net alsof ik in geen jaren pizza heb gegeten,” zegt Roos en zij zet haar tanden in de pizzapunt voor een tweede beet.

Een verrukkelijk compliment, vooral omdat het niet waar is: wij eten al zeven jaar elke vrijdag pizza, maar het wonder wil dat het nog altijd niet verveelt. Onze pizza komt namelijk niet met de brommer en ook niet uit de diepvries. Ik maak ‘m helemaal zelf. Al zeven jaar lang, elke vrijdag.

‘s Morgens kneed ik het deeg en dan voel ik al of de pizza ons die avond zal voeden of in vervoering zal brengen. Maar heb ik het in de hand? Nee, allerminst. Met mijn deegbal wordt gespeeld door het weer, door de stand van de maan (de sterren?), door het lawaai of de stilte in mijn huis en door hoe de kat ernaar kijkt.

‘s Middags maak ik de saus, het recept is geheim: als Roos zou weten en proeven dat er ui in gaat, was de lol eraf. Tegen vijven al gaat de oven aan, want die moet laaien van de hitte. En vanaf het moment dat de eerste pizza erin gaat, ga ik op in een ritueel, waarin de week haar vervulling vindt. De mensen van wie ik het meeste houd, zetten zich rond de tafel en eten zich zichtbaar genietend een weg van werk en school naar de ontspanning van het weekeinde. Als ik niet al had gezien dat zij ‘t lekker vonden, dan kreeg ik het nu te horen: “Mmm, heerlijk, je mag weer een weekje blijven.” Ook dat is traditie.

Zeven jaar lang al, en waarom? Omdat Roos als kind zo’n moeilijke eter was. Groente kreeg je er bij haar als voedsel niet in, hooguit als een soort medicijn. Toen zij zeven was en wij vonden dat zij toch echt wat meer ‘grote-mensen-eten’ tot zich moest gaan nemen, heeft zij zelf een ruil voorgesteld: elke dag zou zij tenminste één lepel groente eten, mits zij elke vrijdag pizza zou krijgen. Vandaar.

Pizza is voor haar een passie. Zij schreef er haar eerste werkstuk over. Proef mee, ik citeer:

Als je de geur van pizza ruikt die in de oven staat krijg je meteen trek (als je tenminste van pizza houd), zo lekker ruikt het.
Als de pizza op je bord ligt voel je de warmte en ruik je de tomaat.
De smaak van tomaat is een beetje zuur maar ook pittig. In je mond voeld de tomatensaus aan alsof je het zo naar binnen kan zuigen (dat is ook zo).
De kaas is sappig, vet en zout; het puntje op de i. In je mond voeld het best taai aan.
Het brood heeft een knapperige korst en het natte deel (waar de tomatensaus op zit) voelt het zompig aan maar wel heel heel lekker.

Read Full Post »

Bloot op straat

sintdef.jpg

Hij was er wel, hè, deze Sint, in het Amsterdamse straatbeeld? De humor kon ik er wel van inzien en prikkelend, ach ja, maar ik moest meteen denken aan al die kindertjes, voor wie de goedheiligman nog écht bestaat. Wat moeten die hiermee? Op de dag van het kind vermeldde zo’n gratis krantje al, dat de kids zich erover beklaagden, dat er maar liefst drie Sinterklaasavonturen speelden op drie verschillende tevee-zenders. Hoe moeten zij dit avontuurtje van de Sint een plaats geven? Zouden de makers ervan daar ook gedachten over hebben gehad?

Pas op voor wat er nu gaat gebeuren! Ik zie in deze poster een aanleiding om mijn hart te luchten over iets waar ik me al jaren aan erger: de hoeveelheid bloot op straat in de vorm van reclameborden. Wie boven de 18 is en bang voor wat preutse praat, mag nu afhaken. Doe maar, want ook de geseksualiseerde samenleving krijgt ervan langs!

Word ik misschien oud? Is dat het? Goed, ik ben nét te laat geboren om Phil Bloom bloot op de buis te zien, maar herinner me nog wel de verontwaardiging van onze ouders over Turks Fruit. Een poosje lang werd er “gestreaked”, door mannen en vrouwen. Verder bleef mij van de seksuele revolutie, behalve veel tumult, vooral iets anders bij, treffend verwoord door Anja Meulenbelt:

dat de vraag of seksuele vrijheid ook voor vrouwen bevrijdend is al in het begin van het feminisme gesteld is. Onder andere door mij. Toen de linkse beweging nog zwaar door mannen werd gedomineerd zag ik dat veel van onze kameraden vonden dat de vrouwen die vroeger geen ja mochten zeggen tegen ‘vrije seks’ nu geen nee meer mochten zeggen – als je tenminste niet voor burgerlijke trut uitgemaakt wenste te worden. In een cynische bui omschreef ik de seksuele revolutie van linkse mannen als de poging om meer kut op de markt te krijgen tegen minder kosten.

Markt is een veelzeggend woord in deze context: de commercie probeert elk product erotiserend aan de man te brengen. De laatste jaren is het, alsof het bloot ons – in de publieke ruimte – door de strot wordt geduwd als graan bij eenden in de Périgord.

De seksuele vrijheid waar mijn dochters straks aan onderworpen zullen worden, heeft in mijn ogen ook al zoiets dwangmatigs. Breezerseks en comazuipen. Nieuwe woorden voor de volgende druk van de van Dale, maar voor hen een realiteit waarmee zij zich zullen moeten verhouden. Ploegen en schuren krijgen er ook een betekenis bij.
Afgelopen zaterdag stond er een artikel in Trouw over iemand, die met een theaterproductie (Benzies en Batchies) onder jongeren de discussie over seks op gang wil brengen. Verre van bevrijd, heet het artikel en je weet meteen weer hoe oeroud en extreem macho de moraal is, die binnen de nieuwe “vrijheid” de regels probeert vast te stellen.

Opeens moet ik denken aan een dooddoener die ergens tussen toen en nu in zwang is geraakt:

“MOET KUNNEN!”

Hoor je hoe fraai in deze uitdrukking de verhouding tussen dwang en vrijheid duidelijk gemaakt wordt?

Ik vind helemaal niet dat alles maar “moet kunnen”. Maar ga ik nu pleiten voor regels en verboden? Nee hoor. Ik ben wel heel blij met een open discussie over wat “moet kunnen” en hoe iedereen daarin verantwoordelijkheid kan nemen en respectvol kan zijn waar het gaat om elkaars grenzen en gevoel.

Vrijheid? Blijheid!

Update 15 -12-2007: Het was te vanzelfsprekend om uit te blijven. De kerstman moest er ook aan geloven….

kerstman.jpg

Read Full Post »

Shell shock

Wat mij deze week het meest geraakt heeft, zag ik afgelopen zondagavond op tevee: de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de omvang daarvan in de tijd. Vier jaar heeft de oorlog zelf geduurd, maar voorbij is hij nog steeds niet. Er zijn, geloof ik, nog drie soldaten in leven, die het hebben meegemaakt, maar voor veel meer mensen is het leed nog niet geleden.

Heel tastbaar: nog bijna dagelijks gaan mensen van de explosieven opruimingsdienst er op uit om projectielen met een nog altijd gevaarlijke lading te bergen. De conservator van een museum rond de slag bij Ieperen ervaart hoe zijn leven wordt bepaald door wat mensen op zijn geboortegrond doorleefden, terwijl hijzelf nog niet geboren was.

graven.jpg

Het meest schokkend waren wel de beelden van soldaten die aan “shell shock” leden; nu zouden wij zeggen: die getraumatiseerd waren door wat zij moesten doen en ondergaan. Hoe indrukwekkend dan die vrouw, die drie generaties later het taboe doorbrak en vocht voor eerherstel van haar grootvader, die was geëxecuteerd vanwege “cowardice”. Drieduizend van zijn lotgenoten deelden in deze overwinning!

En dan herinner ik mij weer hoe mijn eigen vader voorlas uit Van het Westelijk front geen nieuws van Erich Maria Remarque, over middelbare scholieren, die van die oorlog een diepe en definitieve illusieloosheid meekregen, waarvoor tussen het nu en de dood geen plaats en nauwelijks woorden waren.

westen.jpg

Die andere oorlog, die mijn ouders zelf hadden meegemaakt, was dichterbij. En al werden mij op school en in de kerk de heldendaden van het verzet opgedist, thuis hoorde ik vooral over het kleine leed, de ontreddering en de ongelooflijke hypocrisie achteraf. Het kaalscheren en publiekelijk vernederen van meisjes die een ‘moffenkind’ hadden.

Ik ben niet echt optimistisch over de vraag of de mensheid zal leren van een geschiedenis die zich telkens op een andere manier herhaalt, maar wel blij dat het verhaal net zo lang wordt verteld, tot het gehalte leugens erin klein genoeg is.

Update 28 maart 2008: In het ‘blogboek’, dat Alex en de kinderen voor mijn verjaardag gemaakt hebben, staat de volgende prachtige illustratie van Roos bij dit bericht.

shellshock.jpg

Read Full Post »