Feeds:
Berichten
Reacties

In herfstnachten

*

In herfstnachten
valt in de bossen een blad 
– ongezien –
en blijft liggen op de aarde.

In de beken
springt een vis op uit het water.
De echo van een natte pets
antwoordt in het donker.

In de inktzwarte verte 
wordt de hoefslag van paarden gezaaid
– ongezien –
en versmelt en verdwijnt.

Dat alles hoort
de moede wandelaar
en een rilling trekt over zijn rug.

*

Uit het Hebreeuws van David Vogel (1891 – 1944)

Verdorde kalveren

Het ligt niet alleen aan de corona. De mensheid is van nature harm avoidant, en dat is maar goed ook. “Voorkomen is beter dan genezen,” zeggen wij al eeuwen lang Erasmus na. Nee, het ligt beslist niet alleen aan de corona. Maar het is wel een aspect van de tijdgeest, die hang naar preventieve gezondheidszorg.

Of is ook dat niet waar? Gisteren las ik in een verhaal van Carry van Bruggen (uit de bundel Vier jaargetijden) over de ijzeren ring van Jaap Halberstadt. Een ijzeren ring? Ja, maar niet zomaar een ijzeren ring. Hij was gesmeed door een smid, uit een schroef van een doodkist, die honderd jaar onder de grond had gelegen op de oude Oosterbegraafplaats. En hij vrijwaarde de drager van reumatiek. Japie Halberstadt was het levende bewijs: ver in de tachtig en nog nooit reumatiek gehad.

De kans dat hij zonder die ring wel reumatiek had gehad is misschien niet verwaarloosbaar, maar wel heel klein. Die wetenschap zal Japie er niet van weerhouden hebben geloof aan die ring te hechten. Hij zou hem liefst mee in zijn graf nemen, iets waar de Grootvader in het verhaal, die immers rebbe was, meteen een stokje voor wilde steken. Een stuk ijzer van een heidense begraafplaats zou beslist de heilige rust van een joodse dodenakker – Huis der Levenden! – verstoren. Maar ach, het was toch allemaal maar gekheid van Japie?

Gekheid van alle tijden. Nog harder dan Het Virus woedt onder ons de politieke strijd om de verplichting van het mondkapje. (Kopvoddenplicht!) Het resultaat van dit moment is dat de burgemeesters de ruimte krijgen om er mee “te experimenteren”. “Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en tevens voorzitter van het Veiligheidsberaad, zei dat dit niet gebeurt op „medische gronden, maar om op specifieke plekken het gedrag van het publiek te beïnvloeden”.”

Medische gronden zijn er dus niet, wetenschappelijk bewijs dat het helpt evenmin. Misschien het tegendeel daarvan? „Ongeveer 200.000 mensen zouden ten minste een week een mondkapje moeten dragen om één besmetting te voorkomen. Ze hebben een buitengewoon klein effect,” aldus Van Dissel. Een dure remedie, zou ik zeggen. Maar uiteraard zijn er mensen, die dat geld als hun verdienste zien, in plaats van als een kostenpost. 

Mij schiet in dit verband een ander oud spreekwoord te binnen, nog ouder dan Erasmus: “Als het kalf verdronken is, dempt men de put.” Ook een irrationaliteit waar blijkbaar moeilijk aan te ontsnappen is. Nu mijn persoonlijke angst: in onze drang om zoveel mogelijk narigheid te voorkomen, dempen we alvast de putten. Er zal door onze schuld geen kalf meer verdrinken! Kunsjt, voortaan komen ze om van dorst. Verdorde kalveren.

Een week of wat geleden liep ik met een nieuwe vriend door het Amstelpark. Het regende zacht, de rododendrons bloeiden (“Kijk eens, dat heeft Kodesj Borchoe hier zomaar voor jou neergezet!”) en de eekhoorntjes volgden nieuwsgierig onze stappen. We hadden het over geschiedschrijving, Joodse Geschiedschrijving wel te verstaan. Op een zeker moment gaf ik een opsomming van alle activiteiten die mijn onderzoek naar de joodse gebedenboeken in het gedrang zouden kunnen brengen. Ik bekende dat ik me had laten verleiden hulp te bieden aan een niet nader te benoemen project, waarvoor ik grafschriften in het Hebreeuws (en Jiddisch!) zou ontcijferen. “Zo, dus toen was jij de l…..,” sprak mijn metgezel, terwijl hij in zijn koffie blies. De conversatie was ondertussen dermate kameraadschappelijk, dat hij de genderrollen even uit het oog verloren was. Maar hij hernam zich: “…. toen was jij de sjaak.”

Ja, dat was ik, en dat heb ik geweten. Van een leuk nieuw stukje aan mijn netwerk ontwikkelde de omgeving waarin ik beland was zich binnen korte tijd tot een hoogst verwarrend en vervreemdend mijnenveld van Allzumenschlichkeit. Voorzichtig als ik ben in de menselijke interactie, was het bijna nieuw, of in ieder geval zeer lang geleden, dat ik in zo’n ingewikkelde kluwen van krommunicatie was beland. Die speelde zich af tussen mij en de – zelfverklaarde – ‘spin-in-het-web’ van het project. Ik bespaar u de details en volsta met de mededeling dat ik mij, in lijn met de zich opdringende metafoor, een noodlottig verstrikte vette vlieg voelde.

Iedereen die wel eens heeft deelgenomen aan een organisatie die draait op de inzet van vrijwilligers, weet dat het onvermijdelijk is, dat er een krachtenspel van ambities en karakters ontstaat, waarbij mensen als biljartballen over een pool table schieten en één voor één in de verschillende zakjes belanden. Au, dat botsen! Niks voor mij!

Het leukste van het hele avontuur beleefde ik gisteravond. Ik had net een kant-en-klaar maaltijd van AH opgewarmd voor een zeer demente cliënt en bleef even zitten kletsen, terwijl meneer zijn vork in de boerenkool stak. Toen het mijn beurt was om een stukje dagelijks lief en leed ter tafel te brengen, begon ik mijn verhaal over het vrijwilligerswerk. “Het begon als een heel leuk en uitdagend contact …..,” zei ik. “Maar op een gegeven moment kwam je op haar terrein ….., ” vulde mijn meneer aan. “Hoe weet u dat?” schrok ik. “Tja, zo gaat dat,” antwoordde hij, en nam een half gehaktballetje. “Wil jij er ook één?” Ik weer: “Nee, dank u. Maar, op een gegeven moment begon ze ……” “En toen dacht jij: nou moet ik weg wezen.”

Ik stond perplex. Deze meneer stond bekend als zijnde cognitief zo ver achteruit gegaan, dat hij zo ongeveer tegen de muur of aan de rand van de afgrond stond. Zijn emotionele intelligentie deed het echter nog altijd een stuk beter dan de mijne. Een week van gepieker en innerlijke worsteling wist hij binnen twee minuten te omzeilen. Misschien is het daarom dat wij, met een ruwweg gelijk IQ, zulke verschillende loopbanen hebben gelopen. Hij een succesvol chemicus, die na zijn pensionering is gepromoveerd op een onderwerp uit de religieuze architectuur. Ik cum laude afgestudeerd in de Griekse en Latijnse Taal en Cultuur, maar uiteindelijk (naar tevredenheid, dat wel) werkzaam in de thuiszorg.

Met zijn fiat voel ik mij vandaag een vrolijke, vrije vette vlieg. Ik snor ins Blaue hinein,  terwijl achter mij de spin geduldig haar web repareert.

Vergankelijk

Met de afdruk van onze lichamen


Met de afdruk van onze lichamen
verdwijnt elk teken dat wij hier lagen.
De wereld sluit zich achter ons,
het zand wordt weer vlak.


De datums komen al in zicht,
waarop jij er niet meer bent,
reeds waait de wind,
die wolken brengt, 
die regenen, maar niet op ons.


Je naam staat al op de passagierslijst
van schepen en in gastenboeken
van hotels, waarvan de klank
van hun namen alleen al
het hart in doodsgreep houdt.


Alledrie de talen, die ik ken,
alle kleuren, die ik zie en droom,


ze zullen mij niet helpen.

Yehuda Amichai

Zonder niks

18062020

*

in memoriam Sylvester

*

En dan opeens is het licht uit

daar zit je in het donker

zonder stoel

zonder licht

zelfs zonder donker

zonder niks –

en  elk verlies

is opnieuw een oud verlies

elk verdriet

alle verdriet

Schijnveiligheid

04052020

 

Begrijp me niet verkeerd: ook nu nog voel ik me een gezegend mens, met mijn cruciale beroep en de bewegingsvrijheid die ik daardoor geniet. Maar er verschuiven bijna dagelijks dingen en hier en daar verschijnen barstjes. In het begin was er een soort euforie, daarna vooral de directe machteloosheid, in de afgelopen weken kwam daar nog iets anders bij. Volgens sommigen ligt de keuze voor leven of dood van mijn kwetsbare cliënten in mijn handen. Het volle gewicht van al hun persoonlijke en plaatsvervangende angsten leggen zij daarmee op mijn schouders. Soms ongegeneerd, soms met de nodige smeekbeden om begrip voor een bezorgdheid die zij zelf ook nauwelijks kunnen torsen, maar altijd even dwingend.

Daar waren de kinderen en de mantelzorger van de mevrouw in mijn eerdere bericht, die zich in het uiterste van hun nood in de steek gelaten voelden door mijn werkgever. En terecht.

Een bezorgde dochter stuurde ons een berichtje met een persoonlijke aanscherping van regels voor het verlenen van zorg aan haar moeder, vergezeld van het volgende dreigement: “Mijn moeder zal het virus niet overleven, zoals jullie weten.”

Dagelijks word ik bestookt met vragen over het beleid ten aanzien van mondkapjes in de thuiszorg. Een kennis van me heeft er zelf jaren geleden een grote hoeveelheid van gehamsterd en staat klaar om ze bij mij langs te brengen. Telkens oefent zij een beetje meer druk uit en als ik ten slotte duidelijk probeer te maken dat ik er geen heil in zie de richtlijnen op mijn werk te negeren door haar mondkapjes te gaan dragen, komt Nederland in oorlogstijd ter tafel.

In de krant woedt de discussie over de mondkapjes verder. Het beoogde nut ervan schommelt mee op de conjunctuur van hun beschikbaarheid. Aan de ene kant mompelt men iets over “schijnveiligheid”, aan de andere kant schittert de schijnheiligheid van iedereen die zich schaart in het koor dat schreeuwt om mondkapjes. Mondkapjes, mondkapjes, ik kan het woord zo langzamerhand niet meer zien, niet meer horen, niet meer ruiken. Maar het heeft zich onder mijn schedeldak genesteld. Voor de besmettelijkheid van angst en verwarring helpt de anderhalve meter afstand die we houden niet. Oorkapjes ook niet meer.

 

Update: een dag nadat ik dit schreef, kwam de krant met het eerste bericht dat de regering begint te zwichten voor de druk vanuit bedrijven en samenleving om mondkapjes verplicht te stellen in de openbare ruimte.

De zegeningen van zoom.us

21042020

*

vrij naar één van de traditionele onderdelen van de Hagada van Pesach

*

 

Ma niesjtana ha-leila hazè? Wat maakte deze “Zeider” anders dan andere seiders?

  • Meestal is het een enorme logistieke operatie, of je het nu thuis doet of in sjoel.

Dit keer zat iedereen rustig thuis in eigen sfeer – en toch waren we allemaal bij elkaar. Best of both worlds!

  • Meestal is het een chaotisch gerumoer uit vele kelen in een akoestisch overdadige ruimte.

Dit keer werd iedereen op tijd “gemute”, zodat de rabbijn en de zingende leden zonder moeite (van hen en van ons) verstaanbaar en dus genietbaar waren.

  • Meestal duurt het eigenlijk te lang en gaat het te traag, vanwege al die logistieke en akoestische hobbels.

Dit keer nodigde het medium (zoom.us) blijkbaar uit tot een strakkere planning en vlotter verloop.

  • Meestal zit je de hele avond in een en dezelfde hoek naast dezelfde persoon en leidt een praatje maken onvermijdelijk tot akoestische problemen.

Dit keer kon je desgewenst met iedereen chatten, zonder dat iemand er last van had. En ondertussen genieten van al die persoonlijke sferen, die je vanuit al die huiskamers tegemoet straalden.

Tot volgend jaar in Zeroesjalajiem!

 

Spookhuisrit

08042020

 

Amper drie weken zijn verstreken sinds mijn vorige bericht. Natuurlijk heeft u net als ik het nieuws gevolgd en waarschijnlijk was dat voor u ook een rollercoaster ride. De lieve geluiden over dolfijnen in de grachten van Venetië en een herademende planeet zijn verstomd. Op het toneel speelt zich een tragedie af, die door politiek en media (bewust?) wordt geregisseerd als een dramatisch gevecht op leven en dood met dat schattige, maar o zo venijnige kleine beestje. Dramatis personae zijn de bewindslieden, hun oppositie, de zorghelden en heldinnen op de IC, de morbide obese tachtigers, de adolescenten en jong volwassen, de ZZPers, de deskundigen en verder een enorm leger van figuranten, elk met een mening. De frontlinie.

Vanuit mijn eigen – vooral machteloze – positie heb ik uitzicht op een heel andere frontlinie. Vanuit de eerste hand – wij Joden zijn al gauw “familie” van elkaar – hoor ik de verschrikkelijke berichten vanuit Beth Shalom, hier in Buitenveldert. Volgens de laatste update zijn daar al vijftien mensen aan Corona overleden. Van het Rabbinaat heb ik de afgelopen tien dagen zeven overlijdensberichten ontvangen. “De lewaja zal vanwege de corona maatregelen vandaag in besloten kring plaatsvinden op Gan Hasjalom Amstelveen.”

Een buurman die werkzaam is in een verpleegtehuis in Amstelveen, vertelde mij – op veilige afstand – dat daar al de helft van het personeel ziek thuis zit. Op de werkvloer heerst vooral chaos. Niemand weet meer waar hij moet beginnen. Als ik me van die berichten niet machteloos ging voelen, dan wel van mijn eigen situatie.

Update: ongeveer een uur nadat ik dit bericht had geschreven, verscheen een stukje op NRC.nl, waarin deze “stille ramp” aandacht kreeg.

Precies twee weken geleden kwam ik in de avond bij een cliënt om haar steunkousen uit te trekken. Er was een zeer bezorgde mantelzorger aanwezig, die zelf ook al liep te hoesten en die me gebood om mevrouw maar te helpen waar ze zat. Toen ik haar hoorde hoesten, had ik onmiddellijk een “niet-pluis-gevoel”. Ik heb dat gemeld, buiten de gewone overdracht om, teneinde niet teveel mensen nodeloos te alarmeren. Omdat zij die nacht opeens 39º koorst had, werd de volgende dag meteen het hele circus in werking gesteld. Mij werd via de telefoon opdracht gegeven mezelf twee keer daags te temperaturen en bij het geringste vermoeden van klachten aan de bel te trekken. Wat dacht je wat! Het ergste wat nu zou kunnen gebeuren is dat ik een van mijn andere cliënten zou besmetten!

Maar wat gebeurde er vervolgens met mijn hoestende mevrouw, die – zoals ik had vermoed – heel snel zieker werd? Die kreeg van het ene op het andere moment geen zorg meer. Volgens het zorgplan was het “product” hulp bij het aan- en uittrekken van steunkousen. Dat is iets wat wel even kan wachten, dus mochten wij tot het moment waarop zij positief dan wel negatief getest zou worden, niet naar haar toe. “Maar zij is nu toch ziek? Iemand moet er toch op toe zien dat zij blijft eten en drinken en naar de WC kan gaan? Waarom kunnen we geen beschermende maatregelen inzetten, om voor haar te blijven zorgen?” Van mijn leidinggevenden kreeg ik geen bevredigend antwoord op mijn vragen. Gelukkig kende ik de mantelzorger en de zoons van mevrouw ook via een ander netwerk, dus ik kon hen in ieder geval moreel blijven steunen en hulp aanbieden binnen de volgende grenzen: ik kon en wilde niet het risico nemen dat ik een van mijn andere cliënten zou besmetten.

Niettemin had ik het zeer te kwaad met die machteloosheid en mijn eigen onbegrip over de keuzes van mijn werkgever en het onbegrip bij mijn leidinggevenden over mijn onbegrip. Het werd een spookhuisrit. Drie dagen later was zij positief getest.De mantelzorger raakte uitgeput, want zelf ziek, een van de zoons kwam hals over kop uit het buitenland, maar wist zich geen raad met de situatie. De huisarts heeft haar een dag later naar een ziekenhuis ergens ver weg gestuurd. In de tussentijd begon ik zelf te hoesten, net een paar dagen voordat Rutte een ruimhartiger testbeleid beloofde. Mijn werkgever had al besloten dat ik maar beter thuis kon blijven en uitzieken, temeer daar ik de week erop toch al vakantie had. “Ga je ook ergens naartoe tijdens je vakantie?” vroeg de verzuimcoach nog. Waarnaartoe?

Niemand weet echt waar we naartoe gaan. Er is geen helder beeld van de toekomst, waaraan we een gevolgen-ethiek zouden kunnen ontlenen. Misschien kunnen we, als het nog donkerder wordt in het spookhuis, proberen een beetje warmte en licht te verspreiden. Straks steek ik de kaarsen aan voor Pesach, we komen samen via Zoom, en vertellen elkaar een verhaal van bevrijding uit het land van Benauwdheid.

לשנה הבאה בני חורין

tot volgend jaar, dan zijn wij vrije mensen

Coronacrisiskansen

19032020a

 

Ach, het was natuurlijk heel schattig, dat dinsdagavond opeens iedereen stond te klappen voor mensen als ik. Ik stond net iemands ogen te druppelen, toen de Beethovenstraat los ging. Eerlijk gezegd dacht ik eerst nog dat een stelletje balorige millennials stiekem met elkaar op een zolderkamer was gekropen om hun plicht tot sociale onthouding te ontduiken. Zonder tevee en social media is een mens nu eenmaal niet overal van op de hoogte.

De dag erna las ik in een column in NRC dat ik er ook cynisch op had kunnen reageren: ze staan huichelachtig voor me te klappen, maar als ik straks van mijn werk kom, loop ik langs de lege schappen in de supermarkt, die zij hebben geplunderd. Dat kwam in mij niet op. Ik genoot met volle teugen van mijn luxepositie: vier keer per week mag ik twintig mensen bezoeken. In de avond nog wel, als de straten uitgestorven zijn, op een paar stellen na, die hand in hand een wandelingetje maken. En o ja, jonge gezinnen spelen op straat, na het avondeten. Ik verbeeld me dat de stadslucht nu al zuiverder is dan ik gewend ben.

Genietend van plots gelegitimeerde kluizenarij volg ik alle reacties op deze crisis met ongekende gretigheid. Mijn krant brengt een buitengewoon kleurrijk beeld van wat er leeft onder de mensen bij mij binnen. Het hamsteren, de hulpvaardigheid, het populistisch geroeptoeter, de inventiviteit, de nuchterheid, de slagvaardigheid, en niet te vergeten: de pogingen tot betekenisgeving. Een van mijn cliënten, een krasse oude dame (94), met doorgaans zeer uitgesproken politieke standpunten, liet me dit knipseltje uit De Telegraaf zien. Hier zei iemand wat zij al jaren had gedacht:

19032020b

Tja, God of de natuur, wie zou er anders achter zitten? In de Bible Belt weerklonken al boetepreken van de kansels. Marianne Thieme had een maand geleden al triomfantelijk het doodvonnis van de globalisering getekend, en Willem Schinkel zag gisteren het einde der tijden voor het kapitalisme reeds gloren. Ook nog veel dubieuzere denkers verkneukelen zich bij de gedachte dat er straks een nieuwe wereld valt op te bouwen op de puinhopen van die van eergisteren. Als het kaartenhuis instort, kunnen de kaarten opnieuw geschud worden. Nu moet ik bekennen, daar begon ook bij mij een snaar mee te trillen ergens diep in mijn ziel!

Had niet mijn dochter pas ontdekt – bij een onderzoekje dat zij zelf deed naar het verschil in statistieken met de SARS-uitbraak van 2003 – dat het aantal vluchten wereldwijd zich in 17 jaar tijd had verdriedubbeld? En hoorde ik virus-deskundige Marion Koopmans niet vanmorgen nog zeggen dat het vliegverkeer binnen China zich in diezelfde periode had vertienvoudigd? In dat licht vond ik het opeens bijzonder zuur dat het geld, dat de overheid (volgens sommigen) in de afgelopen jaren op zorg en onderwijs had beknibbeld, nu opeens met een royaal gebaar aan de luchtvaartsector kon worden beloofd.

Nu droom ik van vliegreizen-op-de-bon. Ik weet nu al dat ik mijn bonnen zal bewaren. Voor als het wc-papier weer op is bij Albert Heijn.

Raaf

09032020

*

 

Op een tak

Een kale tak
daarop een raaf
Hamlet zwartgerokt

eraf of niet eraf?

zijn zwarte ravenhart
krast smachtend, vraagt:
ga ik eraf, waar
dan op aan?
misschien naar waar . . .
(hij wacht)
maar waar is zij? ach waar!

zo zit de raaf
nog op z’n tak
(en wacht)

 

על ענף

על ענף
עורב ישב
– המלט שחור כנף

לעיף או לא

מעמק לבו העורבי
–  צרח צריחותיו
ואם לעוף אז לאן
.אולי לאנשה
(חשו)
אך איפה היא עכקיו

וישב
על אותו ענף
(וחשב)

 

Een gedicht van Avraham Chalfi. Een onvertaalbaar gedicht. Daarom heb ik het niet vertaald, maar herdicht.

Het gaat – natuurlijk – over eenzaamheid. Over een gefrustreerd verlangen naar intimiteit. Dit keer niet vanwege een lotsbestemming, zoals in het gedicht over de papegaai Yossi, maar door eigen besluiteloosheid.

Het scharniert in het midden, op de woorden “tsarach ts’richotaw“: hij kraste zijn noden (uit). De spelling in het Hebreeuws is twijfelachtig, verwarrend. Een en al woordspel en onomatopee. Daarom heb ik mij grote vrijheden veroorloofd in woordkeus en werkwoordstijden. Alles om de klank van die centrale woorden te ondersteunen.