Laatst had ik het gevoel dat er een prachtige gedachte rondzwom in de stille diepte waar ik murmelend met mijzelf verkeer. En ik dacht bovendien dat die gedachte nog helderder en schitterender zou zijn als ik haar naar de oppervlakte zou kunnen brengen om haar bloot te stellen aan het licht. Nu is er slechts het licht: ik zit als op een zonovergoten kade, met tussen mijn vingers een schamele kluwen draad. Het fijnmazige net dat ik had uitgeworpen is hopeloos in de tist geraakt. De vis zwemt vrij rond, daar beneden mij.
Ook al weet ik niet zeker of ik het ooit nog eens zal gebruiken, ik kan niet anders dan mij ertoe zetten het net uit de knoop te halen. Dat is het enige wat ik heb. Er zijn duidelijk draden die uit mijn eigen persoonlijke levensgeschiedenis voortkomen. Anderen zijn vanuit de meest uiteenlopende richtingen aangedragen door wat ik zoal lees, zie en hoor. Soms is het niet eens zo gemakkelijk om ze uit elkaar te houden.
Neem deze: toen ik negen jaar geleden nogal wreed met mijn neus op de meest basale levensvragen (wie ben jij eigenlijk? wat doe jij in het leven? heb jij wel een ik?) werd gedrukt, zag ik maar één mogelijkheid om daarop een antwoord te vinden. Ik had het gevoel dat ik uitsluitend van buiten naar binnen leefde (of geleefd werd), dus ik moest mijzelf eerst met moeite alleen zien te maken.
je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld
Hans Lodeizen
Ah, en dan zie ik alweer een bekende draad: die film waarop mijn oudste dochter mij attendeerde. Into the wild heette die en ik herinner mij vooral de laatste ontdekking van de jongeman die zich zo extreem alleen gemaakt had:
Happiness only exists when shared.
Meteen zijn daar alweer andere woorden mee verknoopt in mijn net van associaties:
Von deinen Sinnen hinaus gesandt,
geh bis an deiner Sehnsucht Rand,
gib mir Gewand.
Bemoedigende woorden, die Rilke God hier in de mond legt. Er volgen er nog een paar:
Kein Gefühl ist das fernste.
Vervolgens denk ik weer mijn eigen queeste, die juist ging om een gevoel dat me het meest na stond, of misschien wel mijn diepste mocht heten. En was het al moeilijk om mijzelf met dat gevoel te isoleren, er vervolgens mee voor de dag te komen bleek minstens zo moeilijk. Ik herinner mij twee reacties:
De mens is een sociaal wezen. Dus het kán niet de bedoeling zijn dat jouw gevoelens en verlangens de boventoon gaan voeren.
Maar ook deze:
Als dát is wat jij in de wereld moet zetten, dan kun je daar beter niet voor op de vlucht slaan.
Existeren en een sociaal wezen zijn, het lijkt wel een onverzoenlijke tegenstelling. En opeens lopen er allerlei draden naar mijn eigen calvinistische opvoeding en naar het levensgevoel van de laatste generaties. Want binnen die contekst is deze tegenstelling heel prominent, al kan de waardering voor dat wat “van binnenuit” komt of “vanzelf” gaat erg verschillen. Zoals in deze verzen van J.H.Leopold:
Omgang met menschen, nabuurschap:
een sleepend zeer, een chronisch lijden;
O zegening dan van de koorts
met zieke en met gezonde tijden.Met moeite en zichgeweldaandoen
komt er een luttel goeds tot stand,
De ongerechtigheden doet
hun eigen grondaard aan de hand.
Precies zoals ik leerde mijzelf te zien toen ik nog klein was: onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.
Het existentialisme – en anders wel de geest van deze tijd – schijnt hier een omkering te willen bewerkstelligen. Hoe meer een daad of een streven sociaal acceptabel is, hoe twijfelachtiger de “echtheid” ervan. Is dat niet vreselijk herkenbaar? Maar: hoe waar is het?
Op dit moment lees ik Maaike Meijers biografie van Vasalis. Die heeft een sterke aversie tegen het gedachtengoed van de existentialisten. Misschien vang ik daarmee mijn vis, dacht ik. Hier is de draad, die een groot aantal mazen knoopt:
Dat is ongeveer de wereld van Sartre. Men moet een daad stellen, bij voorkeur een misdaad. Ingrijpen in het lot van een ander. Anders is men een bangbroek, of erger een hypocriet die zijn diepste meest oorspronkelijke mens-verlangen smoort en ontkent.
Het is hem bijna onmogelijk om in te zien, dat iets goeds doen ook een daad kan zijn, en wel een bevrijding, een keus.
De vis is ontsnapt en zwemt nog vrij rond. Dat is ook goed voor dit soort vissen. Maar door de draden van mijn gedachtennet uit de knoop te halen ben ik misschien wel iets dichter bij de vragen gekomen die mij naar die meest heldere gedachte deden verlangen. Ook dat is goed, net zoals op een kade zitten in de zon en iets met je handen doen.

Alweer heel mooi!!!
Dank je
.
Ik dacht eerst, wat zit Janiek nou weer vage dingen te schrijven, maar toen begreep ik dat je iets wil zeggen wat je zelf nog niet helemaal snapt. Maar ik geloof dat ik ongeveer begrijp waar je heen wilt. Namelijk dat we soms net doen alsof hoe meer je afwijkt, hoe authentieker en meer ‘jezelf’ je bent. Terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn. En volgens mij heeft dat weer te maken met dat ene onderwerp dat jou altijd zo bezighoudt
Tja, ik dacht juist dat ik het wel snapte
. Maar dat ik de gedachte of het inzicht tekort zou doen als ik het in woorden zou vastleggen. Dus probeerde ik de woorden te laten zien waarin ik het wilde vangen en het inzicht weer los te laten. Ik kan me voorstellen dat zoiets vaag overkomt. Als het te maken heeft met dat ene onderwerp (?) dan is dat gebeurd zonder dat ik het in de gaten had. Mijn bedoeling was hier “filosofischer” bezig te zijn.
Deze post hoort eigenlijk in dit rijtje thuis:
http://janiek.wordpress.com/2009/01/26/eerlijk-gezegd/
http://janiek.wordpress.com/2011/01/02/de-naakte-waarheid/
http://janiek.wordpress.com/2009/09/23/grond/
http://janiek.wordpress.com/2011/03/28/een-beter-mens/
Oh ik zie nu pas dat je op me had gereageerd, sorry!
“Wees dom genoeg om gelukkig te zijn, en slim genoeg het zo te houden” ( Maarten Spanjer)
Kijk eens aan, die heeft wel een vis gevangen
.