Alles is al eens gedaan. Er is al een boek over heldinnen. En er is niets wat ik beleef of het is al eerder en grootser beleefd en meeslepender beschreven. Niets nieuws onder de zon. Toch rijst de zon elke dag opnieuw boven een horizon die nooit dezelfde is. De afgelopen week zag ik haar stralen vallen op een heldendom waar je het niet zou verwachten.
Op het oog was haar huisje een toonbeeld van kleinburgerlijkheid. Wehkamp-meubeltjes in de huiskamer. Zeil uit de zestiger jaren op de keukenvloer. Een foto van een hondje in de hoek van een lijst die een kitscherige reproductie bevatte. Bij de half verdroogde geranium op de venster stop ik, want het beeld is al veel te compleet. Geen slagveld, geen paleis. Geen marmeren trap of hemelbed vol zijde en fluweel. Kortom, geen plek voor heldendom.
Toch heb ik, terwijl de zon ternauwernood een kiertje tussen de blinden wist te vinden, het zuiverste heldendom zien schitteren in haar duistere kamertje. Ik had haar “achteruit” zien gaan, zoals dat heet, tot er geen enkele ruimte meer over kon zijn tussen haar en de afgrond. De laatste week was zij nauwelijks meer wakker en haar schaarse heldere momenten bestonden uit louter pijn en dorst. De pijn die ik haar moest aandoen bij het verschonen en de dorst die ik mocht lessen, met kleine slokjes. Ik had verwacht dat ik misschien bang zou worden wanneer ik de dood van zo dichtbij zou zien of haar lijden door mijn vingertoppen mee zou voelen. Maar nee, daarvoor heeft zij mij zorgvuldig behoed. Door mij haar eigen heldenmoed te tonen.
Een enkele keer moest ik haar achterlaten, terwijl zij oprecht bang was om alleen te zijn. Haar pijn was dikwijls goed te zien en duidelijk te horen. Maar op geen enkel moment heeft zij een klagelijke toon geslagen en geen spoor van verongelijktheid ben ik bij haar gewaar geworden. Er was niets heroïsch in de zin van een heftige strijd met de dood. Hooguit een geduldig volhouden tot hij kwam om haar te verlossen. Heldendom in alle bescheidenheid.
Changement de décor. Het andere toneel waarop ik de afgelopen week een heldenstuk zag spelen, hoef ik niet te beschrijven. Ik heb al duidelijk gemaakt dat zoiets er niet toe doet. Hier wel een beetje voorgeschiedenis. Mijn heldin van vandaag is een 86-jarige, klein van stuk, kort van memorie. Alsof dat laatste niet al angstig genoeg is, moest zij in de loop van een aantal weken een waarheid onder ogen gaan zien die zij liever niet had willen beleven. ’s Morgens vroeg bij de thee en het beschuitje was zij op haar somberst. “Ik hoop dat het allemaal niet zo lang meer duurt,” zei zij dan en schudde het hoofd, waarbij zij strak in de thee bleef turen.
Die harde waarheid was, dat haar kinderen hadden besloten dat op zichzelf wonen voor haar niet langer verantwoord was . (“Maar ik heb hier meer dan vijftig jaar met mijn man gewoond. Mijn jongste zoon is hier nog geboren.”) Zij hadden een verzorgingstehuis voor haar gevonden en opeens stond de verhuizing voor de deur. In de dagen dat die werkelijkheid dichterbij kwam zag ik haar steeds verwarder worden. Banger, en bozer, als zij zich niet zo bewust was geweest van haar afhankelijkheid. Gisteren wist zij niet meer of ze het nou allemaal gedroomd had, of dat het toch niet doorging.
Vandaag was ik voor het laatst bij haar. Ik zette thee en een beschuitje klaar, zocht de medicatie en oogdruppels bij elkaar en wachtte tot zij beneden zou komen. En opeens stond zij daar. Niet in haar badstof ochtendjas als anders, maar in een sportieve outdoor outfit. Niet gebogen, maar rechtop. Ze leek wel tien jaar jonger. En zo merkwaardig helder en vastberaden. “Ik vind het doodeng, maar ik ga het gewoon doen. Het moet nu eenmaal.”
Zo schrijft zich in mijn gedachten een boekje vol miniaturen van kleine heldinnen. In de hoop dat ik dat nog kan lezen als ik niets anders meer kan.

En gelukkig hebben ze een liefdevol observerende verzorgster die ervoor zorgt dat dat heldendom gezien wordt. Want iets bestaat pas als iemand anders het ziet.