Volgens Thomas Mann zou lektuur voor op reis geenszins “vom Leichtesten und Seichtesten” moeten zijn. Was In het hooi van Hannah Biemold dan wel een goede keus? Een even lichtvoetige als spannende avonturenroman over drie meiden in een oude Volvo op een korte vakantie in Friesland: pure chicklit, op het eerste gezicht. Heel geschikt om de gewenste verstrooiing te brengen aan vier vrouwen in een oude Citroën HY op weg naar het Zwarte Woud. Maar dan ……
Esther, Rinke en Priscilla, drie vriendinnen van rond de dertig, happy singles naar het zich laat aanzien, zijn toe aan een weekje ertussenuit. Met de auto van Rinke’s moeder rijden ze naar Friesland, op zoek naar ontspanning. Mooi weer, raampjes omlaag, wapperende haren en lekkere sing-along zomerhits die klinken uit de cassette-deck. Cafeetjes, koffie, een vluchtige flirt. Een dorpshotelletje dat inspireert tot een kussengevecht. Het zou een vakantie van dertien in een dozijn kunnen worden.
Maar dan raken ze in het schemerdonker de weg kwijt. Rijdend langs een bosrand komt de Volvo in botsing met iets levends – een mens of een dier? – en belandt in een greppel. De meiden zijn gestrand en moeten op zoek naar een plek om te overnachten. Gelukkig vinden zij een boerderij met een hooischuur, waar ze vermoeid en lichtelijk verward in slaap vallen.
De rest lijkt een droom. Het ene mysterieuze voorval leidt tot het volgende en de lezer holt er achteraan, uitziend naar de horizon van een ontknoping. Wie heeft ‘s ochtends die koffie voor hen klaargezet in een keuken die zomaar open staat? Waar zijn de bewoners van de boerderij? En hoe zit dat met die aantrekkelijke Latino, die telkens opduikt en weer verdwijnt om de meiden beurtelings op fantasie-achtige dan wel tamelijk onbeschofte seks te vergasten?
Al die tijd zijn ze, ondanks hun mobieltjes, van de buitenwereld afgesloten en niet in staat om hulp in te roepen. Op zoek naar een telefoon stuiten ze op het nog nasmeulende (foute) oorlogsverleden van de boer. Hierdoor raken zij behoorlijk geïntrigeerd. Als na een paar dagen de Volvo opeens op het erf staat en het wat later zomaar weer blijkt te doen, zouden zij kunnen vertrekken, maar dan zijn ze juist doorgedrongen tot een kleine bibliotheek vol nazistische literatuur en parafernalia. Ze komen tot de conclusie dat de boer “minder onschuldig is dan ze dachten” en “wel eens gevaarlijk kan zijn“.
En dan is opeens de horizon daar. Er volgt echter geen ontknoping, maar een catastrofe. Niet de boer blijkt gevaarlijk, maar Esther. Zij steekt de bibliotheek in brand, waarbij de boer onder hun ogen in de vlammen omkomt. De drie meiden hebben hierop slechts één antwoord: hun koffers pakken en wegwezen. Einde.
Hier tuimelde ik als lezer over de rand van de horizon in een meer dan open einde. Alsof ik vallend wakker was geworden uit een droom die verbijsterend echt was, bleef ik mij nog een paar dagen lang afvragen waarom die meiden geen verantwoordelijkheid leken te willen nemen voor hun daden. Langzaam kwam het besef terug: het is maar een verhaal en ik ben met vakantie.
In het hooi van Hannah Biemold is een uitgave van Uitgeverij Vuurpapier.
