
Er is in Amerika een meisje vermoord. Een meisje van 18 jaar, dat via een dating-site een man had leren kennen, met wie zij een paar dagdelen had doorgebracht, voordat het tot seks kwam. Iets wat zij allebei graag wilden. Het meisje had een grens gesteld: niet lager dan mijn middel. De man overschreed die grens en ontdekte dat zij een penis had, waar hij een vagina verwachtte. Daarop heeft hij een brandblusser gepakt en haar de hersens ingeslagen.
“Transpanic”, claimt zijn advocaat en probeert zo op verminderde toerekeningsvatbaarheid aan te sturen. Dat de moordenaar daarna wél de koelbloedigheid bezat om de auto van zijn slachtoffer te stelen en haar creditcard leeg te plunderen, zal deze verdedigingstruc hopelijk onderuit halen. Hopelijk, want vanzelfsprekend is zoiets niet, in een land dat een juryrechtspraak hanteert. Daar spelen, behalve feiten, ook emoties een rol. En daarover gaat het bij “transpanic”.
Als gevoel of emotie is “transpanic” (een acute aanval van transfobie) niet gemakkelijk te ontmenselijken. Zelfs voor trans mensen is het, hoe bedreigend ook, niet iets wat zich buiten hun voorstellingsvermogen afspeelt. Immers, je hoeft maar te bedenken met wat voor gevoelsschokken je eigen overschrijden van de gendergrenzen gepaard ging, om een soort van begrip te kunnen hebben voor wat iemand doormaakt, die zulke elementaire grenzen onverwacht en ongewild lijkt te zijn gepasseerd. Hoe ver dat begrip gaat, is een andere kwestie.
Want hoezo zijn wij bedriegsters, wanneer wij in onze verhouding tot anderen de vrouw willen zijn, die wij werkelijk zijn, ook al beschikken wij niet over de “bijbehorende” genitaliën?
Het begrip kan ons wel wakker houden voor een werkelijkheid, waarmee wij moeten leren leven, al is hij nog zo lelijk. Wanneer wij pre-, post- of non-op intiem willen zijn met iemand, staan wij noodgedwongen altijd oog in oog met het gevaar dat onze onverwachte lijfelijkheid of ons ongewone verleden met zich meebrengt. Een afwijzing (de zoveelste) of “transpanic”?
Of een emotionele aardbeving, die wij beiden overleven, en die de muur neerhaalt, die ons scheidde van een intimiteit, waarin wij niets meer te verbergen hebben? In die zin heeft de “transpanic” van Fergus in The Crying Game voor mij een rauwe romantiek in zich, die mij kan doen geloven dat deze wereld tóch de echte is. Want voor hen hield het daar niet mee op.
Weet je dat ik een paar jaar geleden ELK weekeinde The Crying Game keek?
Ik had ‘em van televisie opgenomen met mijn krakkemikkige videorecorder. Ik heb dat kijken lang volgehouden.
Dat kan ik me best voorstellen. Heb ‘m maar twee keer gezien en allebei de keren gehuild bij dezelfde gebeurtenissen. Dat waren er nogal wat.