Das Ewig-Weibliche
april 29, 2008 door janiek

Das Ewig-Weibliche zieht uns hinan.
Johann Wolfgang von Goethe
Wat een wonderlijke paradox! Hoe kan iets wat zozeer ‘beperkt houdbaar‘ is, tegelijkertijd zo’n eeuwigheidswaarde bezitten? En wat hebben wij eigenlijk met dat ‘Ewig-Weibliche‘?
Met vrouw zijn heeft het niet per sé van doen. Vrouw zijn is tijdelijk, al betekent dat voor de meesten van ons levenslang. Een enkeling ontworstelt zich eraan, nature én nurture ten spijt, en er zijn zij-instromers, die deze plek in de wereld op latere leeftijd vrijwillig innemen. (Nou ja, omdat het móét.) Kun je het ook “min of meer” zijn? Of zelfs “af en toe”?
Vrouwelijkheid is eerder een attribuut, een eigenschap, die ieder mens in zekere mate kan bezitten of cultiveren. Vrouwen worden eraan afgemeten, oogsten er waardering mee of zien het als een keurslijf, waar zij graag uit stappen. Zonder daardoor minder vrouw te zijn.
Bij mannen is vrouwelijkheid acceptabel en vaak zelfs gewaardeerd, zolang het beperkt blijft tot de meer innerlijke aspecten, zoals zachtheid en zorgzaamheid. Zodra vrouwelijkheid in een man bepalend wordt voor zijn uiterlijke verschijning, gebeurt er iets heel anders: de man in kwestie wordt vogelvrij. Hij loopt een goede kans geriduculiseerd te worden of zijn hele persoon geseksualiseerd te zien worden, zowel in eigen ogen als in die van andere mannen.
Kijken we naar Cézanne’s interpretatie van Das Ewig-Weibliche, dan valt meteen op dat het uitsluitend een mannenaangelegenheid schijnt te zijn. Vol van een (ewig-männliche?) mengeling van aanbidding en ranzigheid. Obsessie en afstand: een heus niemandsland scheidt hier de seksen. Eén enkele vrouw, ontdaan van alles waarmee zij haar persoonlijkheid kenbaar zou kunnen maken, belichaamt het eeuwig-vrouwelijke, terwijl mannen in alle soorten en maten zich eromheen verdringen. Alle soorten en maten? Ik zie geen arbeiders, bouwvakkers of boeren. Het zijn allemaal leden van de intellectuele elite, die zich aan deze idealisering van het vrouwelijke te buiten gaan.
Want dat is waar het om draait: idealisering, projectie van eigenschappen die een man niet heeft of niet mág hebben op een onwerkelijke vrouw. Een echte kennismaking zou waarschijnlijk ontnuchterend en ontmythologiserend werken en snel een eind maken aan zowel de aanbidding als de ranzigheid. Weg Mutter/Dirne-Komplex. Weg pornoficatie. Tijd voor herademing.
Maar zover is het nog niet. Voorlopig zie ik eerder hoe in de media wordt getracht de afstand tussen de seksen, tegen de stroom van emancipatie in, opnieuw te vergroten of in elk geval te consolideren. Men lijkt onrustig te worden, als de verschillen tussen vrouwen en mannen vervagen. Is men bang dat hiermee het einde van de seksuele aantrekkingskracht dichterbij komt? Of vreest men juist, dat die zou blijven bestaan, ook al verschillen we helemaal niet zoveel van elkaar als we willen geloven? En zouden we zoiets als dit moeten missen?