Teder en jong, als werd het voorjaar,
maar lichter nog, want zonder vruchtbegin,
met dunne mist tussen de gele blâren
zet stil het herfstgetijde in.
Maria Vasalis
Zo zag deze morgen eruit, toen ik aan de kassa van de natuurwinkel in stilte mijn boodschapjes inpakte. “Ha, Janiek, hoe gaat het met jou?” “Met mij wel goed. Met jou?” “Jaaa, met mij gaat het goed.” Dat verbaasde mij niet echt. “Ik ben vooral heel blij.” Dat verbaasde mij ook niet, want mijn buurvrouw is altijd blij. Of nog blijer.
“Omdat je hier je boodschappen mag doen?” probeert de jongen achter de kassa, met lichte ironie. “Omdat ik jou mag zien. En omdat ik Janiek mag zien.” Haar gezichtsuitdrukking versmelt tot een uiterst gelukzalige glimlach. “En omdat we léven. Dat vind ik nog steeds een groot mysterie.”
Binnenin mijn eigen stilte vind ik de blijheid van mijn buurvrouw een nog groter mysterie. Want al is dit misschien wel de “best of all possible worlds”, vaak heeft ‘t meer iets weg van een tranendal. En toch leeft daar, op een armlengte bij mij vandaan iemand in het paradijs, altijd, al zolang onze wegen elkaar kruisen.
Ik kijk even voorzichtig in de kloof die tussen onze belevingswerelden gaapt en kom tot de geruststellende ontdekking dat het mijn eigen boodschappentas is en dat al mijn boodschapjes er keurig in zitten. “En het is nog prachtig herfstweer bovendien,” besluit ik de conversatie en stap naar buiten, waar de herfst -niet meer zo jong, nog wel heel teder- een bescheiden pad naar de winter baant.
Zo fijn dat sommige mensen zo blij kunnen zijn, wat is hun geheim, vraag ik me vaak af. Maar altijd zonnig weer hoef ik nu ook weer niet, laat het buiten en in mijn gedachten maar af en toe eens flink herfstig zijn, met veel kleuren en mooie luchten, dat dan weer wel. Ik ben benieuwd hoe vaak je gaat bloggen hier.
Bij iemand die altijd blij is en dat ook altijd bij name noemt, bekruipt mij een soort argwaan. Ik krijg het niet voor elkaar in de echtheid van die blijdschap te geloven, vind het zelfs een beetje afstotend. Iemand die altijd alleen maar blij is, klinkt in mijn oren als een orkest, waarvan de helft van de musici ziek thuis zit. In mijn stukje probeerde ik mijn gevoel van vervreemding bij die ontmoeting te schilderen. Je hebt gelijk: als het altijd zonning is, wordt de wereld een woestijn.
Hm, variërend op een usenet-sig die ook zag: “grimlachend door het leven”. Dat vind ik nou een mooie uitspraak.
Dat laat ruimte voor herfste en lente, zomer en winter.
Als ik zulke verhalen lees van vreselijk blije mensen, moet ik onherroepelijk aan onze buurvrouw in Haarlem denken toen ik daar nog bij mijn ouders woonde. Die waren (hoe kon het anders) in de Here. Die waren gerede dus altijd blij. Sindsdien wantrouw ik iedereen die Onbekommerd Blij is.
Niets tegen blijdschap natuurlijk. Maar ook niets tegen winterse stormen. Ik loop en fiets graag afentoe tegen de storm in
)
De buurvrouw in mijn verhaaltje is ook in de Heer, maar dan op een New Age-manier, bereid om alle lief en leed met dezelfde glimlach als “divine play” te aanvaarden. Dat is iets waar ik op emotioneel niveau (en daar speelt mijn lief en leed zich af) niet bij kan. Leed is leed en pijn is pijn. En shit happens. Ik heb liever dat daar ook woorden voor zijn.
[...] de kassa van de natuurwinkel, tegelijk met de buurvrouw die mij een jaar geleden inspireerde tot mijn eerste blogje. Nu wilde zij het feit dat zij engelen kon ervaren graag met andere mensen delen. Daartoe had zij [...]