Feed on
Berichten
Reacties

Embryo

De trein van het nieuws dendert al weer dagen verder, door heel andere landschappen, maar als ik door het raam staar, zie ik, als een schimmenspel over het huidige tableau-passant geprojecteerd, nog steeds de commotie rond de embryo-selectie met me mee reizen. Alsof ik er iets over moet zeggen, voordat ik het kan laten verwaaien. Tegelijk voel ik een grote aarzeling.

Ben ik er voor of ben ik er tegen? Wat zou ik zelf doen, als ik een erfelijke aandoening had én een kinderwens? En moet ik blij zijn met de technische vooruitgang die embryo-selectie mogelijk maakt? Of blij met politici die mij de dilemma’s willen besparen.

Wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart.

Prediker 1:18

Meer macht betekent een grotere verantwoordelijkheid voor wat je ermee doet. Beslissen over leven of dood van een medemens is iets wat ik ook liever aan het bovenaardse over laat. Beslissen over wat voor leven een nog ongeboren of alleen maar gewenste medemens zal krijgen, vind ik minstens zo hachelijk. Een grote aarzeling is het belangrijkste wat ik voel.

Maar er is nog iets aan deze discussie wat mij raakt. Eugenetica is een antwoord op het leed in de wereld, voorzover dat veroorzaakt wordt door erfelijke aandoeningen. Wie reeds geboren is met een afwijking of aandoening, die men zou willen voorkomen door technisch kunnen in te zetten, ervaart dat waarschijnlijk als een slag in het gezicht. Immers, bovenop het lichamelijke of psychische lijden weet je weer eens hoe men over je denkt, hoeveel moeite jouw bestaan waard is in andere ogen en hoe angstig je medemensen worden bij de gedachte in jouw schoenen te staan. Een vruchtbare voedingsbodem voor een negatief zelfbeeld. En bestaat niet juist daarin het grootste deel van het leed dat men de toekomstige boreling zou willen besparen? Besparen door haar of hem het leven te onthouden?

Is er dan geen andere manier om met onze angst voor leed om te gaan, vraag ik mij af. Ik weet -net als de meesten van ons- goed wat leed en pijn is. Toch voel ik mij slecht op mijn gemak bij mensen, die het vooral willen voorkomen of de wereld uit helpen. Of er een zin aan willen geven. Geef mij maar mensen, die er heil in zien om te helpen het bestaande leed dragelijk te maken of te houden.

Paradise lost

Zoals er nog altijd mensen zijn die zoeken naar de graal, de ark des verbonds, de ark van Noach, het verdronken Atlantis, het graf van Jezus en andere mysterieuze voorwerpen of plaatsen, zijn er ook die zoeken naar de exacte locatie van het paradijs, de oorspronkelijke hof van Eden. Ene Michael Sanders en een zekere David Rohl zijn ervan overtuigd de plek te hebben gevonden, met behulp van satellietfoto’s. Wetenschappelijke erkenning laat uiteraard op zich wachten.

Ik weet nog goed, waar het paradijs op aarde zich wél heeft bevonden, tenminste één avond lang. Daar heeft Hugh Johnson met zijn Standaardwerk van de wijnen van de wereld ons heen geleid. Op een zonnige middag in oktober kroop onze HY traag over een smalle bergweg naar de plek, hoog in de Spaanse Pyreneëen, waar het dorpje Scala Dei ligt. Bij een oude dame met een takje munt tussen haar borsten kochten we een doosje Priorato en daarna zochten wij een plekje om te kamperen. Niet ver van het dorp vonden we een plat stukje grond naast de weg, vanwaar we over zeven bergketens uitkeken naar het westen. De zon ging juist onder. Het rook er naar wilde munt en tijm en alleen een doodenkele hommel verbrak zo nu en dan de volmaakte stilte. Eten hadden we bijna niet; alleen wat brood en een stukje llomo. En daarbij maakten wij de eerste fles Priorato open.
Diep, donker, krachtig (14,5%), maar volkomen in evenwicht door zacht fruitige smaken. Allemaal waar, maar het voornaamste, waar Hugh Johnson niet over schreef, is moeilijk onder woorden te brengen. Laat ik er dit over zeggen: toen de fles half leeg was, had ik het gevoel dat we op die plek de hemel zozeer nabij waren, dat een laddertje tegen de wolken zou volstaan om er binnen te gaan. Ik vroeg Alexandra om de kurk terug op de fles te doen. Eén druppel meer had de betovering kunnen verbreken.

Een paar jaar later waren we weer in de buurt. Dit keer om te leren dat je nooit moet proberen de gelukkigste momenten van je leven te herhalen. Men was bezig een snelweg langs het dorpje aan te leggen. De oude dame was er nog wel, maar de 1976-er Priorato was op. Zij wees ons met onverholen trots het nieuwe paradepaard: daar was behalve de traditionele garnacha en cariñena 30% cabernet sauvignon in verwerkt.

God

Si Dieu n’existait pas, il faudrait l’inventer.

Voltaire

Mijn grootvader kende destijds, in het oude Sint-Petersburg, een man die godsdiensten ontwierp. Stechler heette hij, Alexander Sergejevitsj Stechler.

Toon Tellegen

Op een avond, onder het eten, vertelde mijn jongste dochter Laura , dat zij de god in wie zij tot dan toe geloofde, had afgeschaft en had vervangen door een andere, die haar beter beviel. Toen ik haar vroeg, waarom die eerste god in ongenade was geraakt, legde zij me uit, dat hij te veeleisend was geweest: ze kon geen goed bij hem doen. Later kon zij zich vooral het uiterlijk van beide opperwezens herinneren. De eerste was grauw en gerimpeld, de tweede glanzend bruin en goedlachs. Geen slechte ruil, dus.

Die van mijn oudste dochter speelde met de wereld als met een poppenhuis vol mensjes en diertjes. Net als zijzelf destijds.

En dat allemaal ondanks - of dankzij - mijn oprechte pogingen hen niet met een duidelijk omschreven godsbeeld te laten opgroeien. Want dat was mijzelf niet goed bevallen en omdat ik het mijne deelde met een calvinistische traditie, kostte het mij veel meer moeite dan Laura om ervan los te komen. Na een half leven is dat wel gelukt, maar ik kan me nog wel het een en ander voorstellen bij de behoefte aan een god.

Als je God weglaat, gaapt er een gat in de bodem van je ziel, een immense afgrond onder je bestaan. En daar was ik als kind al heel bang voor, want ik geloofde heilig in een soort geestelijke zwaartekracht. De god van mijn ouders voelde als een dun vliesje, waar je maar beter niet op kon lopen.

De puber die ik was, verlangde naar een god, die begrijpelijk zou maken wat onbegrijpelijk was. Iedere god die ik daarnaar vroeg, liet mij met nieuwe onbegrijpelijkheden achter.

Soms zocht ik er één, die tegen de machteloosheid hielp. Of tegen de zinloosheid van het bestaan. Of tegen eenzaamheid. Tevergeefs.

Ergens - ik begrijp niet hoe, waar of wanneer - is dat verlangen van mij af gevallen. Uit het zicht verdwenen in een peilloze diepte. Die zie ik wel, als ik naar beneden kijk, maar ik val niet. Daar ben ik te licht voor, te nietig. Het heeft ook geen zin, want er is niets om naartoe te vallen.

Aanleiding voor deze overpeinzingen was bovenstaand plaatje. Er zijn nog altijd mensen die godsdiensten ontwerpen. Een melige Amerikaanse student en zijn Pastafarians kunnen zich met hun Flying Spaghetti Monster vrolijk maken over de pretenties van hun fundamentalistische landgenoten. Wie de bloeddorstige hate-mail op hun site leest, ziet overal de afgrond gapen, met daaroverheen een vliesje, waar je met een sliertje gare spaghetti doorheen kunt prikken.

Oxytocine

Ik wist het zelf nog niet, maar ik ben al bijna twee jaar aan de hormonen. (Even voor de insiders: nee, niet van het VUmc en ook niet via internet.) Een zekere vermindering van stress en een bescheiden toename van geluksgevoel had ik wel bemerkt, maar ik was geneigd dat toe te schrijven aan het meer op mijn plek raken in het genderspectrum. Nu weet ik beter: het ligt aan de oxytocine!

Wondermiddelen hebben altijd tot onze verbeelding gesproken. Haarlemmerolie, haargroeimiddel, spaanse vlieg, het levenselixer, wie gelooft er nog in? Maar sinds de ontdekking van des mensen lichaamseigen hormonen - en niet te vergeten Viagra ® - hebben wij een heel nieuw assortiment magische substanties tot onze beschikking, waaraan wij van alles toe kunnen dichten.

Laten we het houden bij de bekendste. Testosteron, de trots van elke echte man, is, net als alle hormonen, in minieme hoeveelheden traceerbaar in het bloed van mannen én vrouwen. Maar wat een kracht! Eén druppel lijkt genoeg om een oceaan te kleuren. (Rood, naar alle waarschijnlijkheid.) De mannelijke huid is ervan doordrenkt, beweert een reclame die anti-rimpelcrème voor mannen aan de man moet brengen. In de puberteit stroomt het bij de jongens door de aderen. (Je ziet het al kolken en schuimen.) Zien zij op enige afstand lange blonde haren of een kort rokje wapperen, dan wordt het door hun hele lijf rond gepompt. Het niveau stijgt als kwik in een thermometer. Alle spieren spannen zich reeds voor de sprong. Wetenschappers hebben nog geen verklaring gevonden voor de abrupte daling van de testosteronspiegel, die optreedt als die blonde lokken onverwacht tot een exemplaar van het eigen geslacht blijken te behoren.

Vrouwen hebben ook hormonen. Die regelen hun cyclus en krijgen de schuld, wanneer een vrouw eens niet zo geduldig is als van haar verwacht wordt. Of moeten verklaren waarom vrouwen vaker huilen dan mannen. Ze zitten - als phyto-oestrogenen - in het bier, waardoor mannen wat meer in balans komen.

Maar het hormoon waar ik het nu over wil hebben heet oxytocine, ook wel het ‘knuffel-hormoon’ genoemd. Het is ontdekt als regelaar van lichaamsprocessen die een rol spelen bij bevalling en borstvoeding, maar het schijnt de laatste tijd ook meer algemeen op te treden in situaties waarbij vertrouwen, verbondenheid en generositeit van belang zijn. Het menselijk lichaam maakt het aan bij vormen van lijfelijk contact, waarbij verhoogde testosteron- en adrenalinespiegels geen rol spelen. Maar het kan ook synthetisch vervaardigd worden en is zelfs als neusspray op de markt. Boze tongen beweren, dat het misbruikt zou kunnen worden om mensen tot meer koopgedrag aan te zetten.

Inmiddels heeft het ook al voor een ander gat in de markt gezorgd, dat snel is opgevuld door handige boeren, die het ‘koe knuffelen’ aanbieden bij wijze van team-buildingsactiviteit. Veertig euro per persoon.

Ik heb die koe en die spray niet nodig. Ik heb al een oppaskindje. Ze is te groot voor mijn handtas, maar past nog precies op mijn arm. En als ze dan moe is en haar hoofdje op mijn schouder vleit, en de moeders op het schoolplein van die aanblik alleen al in koor beginnen te kirren, dan moet ik gauw naar huis. Anders klotst de oxytocine over de rand van mijn schoenen. Hmmmmm…..

Rêverie

One clover,
and a bee,
And revery,

The revery alone
will do,
If bees are few.

Emily Dickinson

Wereld

ognuno sta solo sul cuor della terra -
trafitto da un raggio di sole:
ed è subito sera
*

Salvatore Quasimodo

Het is een heel menselijke behoefte om vanuit dat hart die wereld in kaart te brengen. Bij mijn kinderen, op de Vrije School, heet aardrijkskunde ‘heemkunde‘ en de eerste landkaart die zij tekenen neemt het tafeltje waaraan zij zitten als middelpunt. In mijn tijd moesten we eerst de provincies leren en rijtjes namen van plaatsen, die wij nog nooit gezien hadden, opdreunen. Maar ik tekende al gauw mijn eigen landkaart: die van de vuilnisbelt, waarop ik speelde en mijn eerste ontdekkingsreizen maakte, langs een autowrak met een nestje wilde katten op de achterbank en de mummie van een aangespoelde, verdronken hond.

In wat wij aan gecanoniseerde kennis krijgen ingeprent, staan andere zaken en andere mensen centraal. De geschiedenis is er een van ‘grote’ mannen en hun oorlogen, en daarin is het Middellandse Zee-gebied heel lang de navel van de aarde. Zo zien de kaarten van de wereld er ook uit. En degene die de geschiedenis schrijft, plaatst zichzelf op de kaart bovenaan in het midden. Macht visualiseert zich op de top van een pyramide, van waar uit alles te controleren valt. Op de wereldkaart die wij allemaal het beste kennen, staat Europa in het midden en het noordelijk halfrond bovenaan.

Dat kan ook heel anders. Zoals in deze Marokkaanse wereldkaart uit 1154.

Hoe voelt dat, zo zichtbaar naar beneden verplaatst te zijn?

Naar de rand mag ook: kijk maar eens naar deze prachtige Chinese kaart uit de 15e eeuw. In China worden de kaarten overigens nog altijd op deze manier vorm gegeven.

Ik heb een zwak voor dit soort kaarten, misschien wel omdat mijn plek in het leven vanuit het meest gangbare perspectief altijd dichter bij de rand dan bij het midden heeft gelegen. Daardoor heb je nu eenmaal een andere kijk op de wereld dan iemand die niet op die manier ‘geprivilegeerd’ is. De gevestigde orde hoeft van mij niet persé omver, maar ik zie de wereld wel graag op z’n kop staan.

* een ieder staat alleen op het hart van de aarde -
doorboord door een zonnestraal:
en opeens is het avond

Naakt

Weet u wat het meest gelezen bericht van dit weblog is?

Bloot op straat.

En waarom dan wel? Omdat mensen daar via nogal ranzige zoektermen door Google naar toe worden geleid. Waarschijnlijk zijn ze snel weer weg, zodra ze het naakte torso van Hans Kersting zien, want ze zijn op zoek naar blote vrouwen. Losse onderdelen mag ook. Op straat, wel te verstaan.

Als ik in deze zin nu nog een keer bloot en naakt en vrouwen schrijf, genereer ik weer veel bezoek. Met dit plaatje zijn ze misschien meer in hun sas. En ongewild attent gemaakt op een zeer scheve verhouding in de wereld van kunst en cultuur. Met dank aan de Guerilla Girls.

Lola

Misschien hoef je daar niet eens transgender voor te zijn en misschien was ik dat toen nog niet of juist al wel: geen raad weten met je middelbare schooljaren, die vermaledijde puber-tijd, de tijd dat je je in je eigen leven en in je eigen lijf als een kat in een vreemd pakhuis voelt. Meisje of jongen zijn of andersom of allebei: het krijgt allemaal niet eerder vermoede betekenissen, waar je goed tussen kunt verdwalen.

In mijn tijd ging alles op de schop: meisjes gingen zich emanciperen en jongens mochten lange haren, droegen kettingen en fleurige kleren. Toch kreeg ik het voor elkaar om er net iets te meisjesachtig bij te lopen of was ik een nichtje, zonder dat ik het wist? “Hij is er niet, hoor!” riepen een paar meiden aan de bar, als ik een kroeg binnenstapte en net iets te opvallend naar het houvast van een bekend gezicht tastte.

Ja, het was beslist een “mixed up, mumbled up, shook up world” zoals The Kinks in die jaren zongen. Later, veel later pas, raakte alles echt “shook up” in mijn wereld, maar nu voel ik me daar eerder een vis, in zondoorschoten water.

Das Ewig-Weibliche

Das Ewig-Weibliche zieht uns hinan.

Johann Wolfgang von Goethe

Wat een wonderlijke paradox! Hoe kan iets wat zozeer ‘beperkt houdbaar‘ is, tegelijkertijd zo’n eeuwigheidswaarde bezitten? En wat hebben wij eigenlijk met dat ‘Ewig-Weibliche‘?

Met vrouw zijn heeft het niet per sé van doen. Vrouw zijn is tijdelijk, al betekent dat voor de meesten van ons levenslang. Een enkeling ontworstelt zich eraan, nature én nurture ten spijt, en er zijn zij-instromers, die deze plek in de wereld op latere leeftijd vrijwillig innemen. (Nou ja, omdat het móét.) Kun je het ook “min of meer” zijn? Of zelfs “af en toe”?

Vrouwelijkheid is eerder een attribuut, een eigenschap, die ieder mens in zekere mate kan bezitten of cultiveren. Vrouwen worden eraan afgemeten, oogsten er waardering mee of zien het als een keurslijf, waar zij graag uit stappen. Zonder daardoor minder vrouw te zijn.

Bij mannen is vrouwelijkheid acceptabel en vaak zelfs gewaardeerd, zolang het beperkt blijft tot de meer innerlijke aspecten, zoals zachtheid en zorgzaamheid. Zodra vrouwelijkheid in een man bepalend wordt voor zijn uiterlijke verschijning, gebeurt er iets heel anders: de man in kwestie wordt vogelvrij. Hij loopt een goede kans geriduculiseerd te worden of zijn hele persoon geseksualiseerd te zien worden, zowel in eigen ogen als in die van andere mannen.

Kijken we naar Cézanne’s interpretatie van Das Ewig-Weibliche, dan valt meteen op dat het uitsluitend een mannenaangelegenheid schijnt te zijn. Vol van een (ewig-männliche?) mengeling van aanbidding en ranzigheid. Obsessie en afstand: een heus niemandsland scheidt hier de seksen. Eén enkele vrouw, ontdaan van alles waarmee zij haar persoonlijkheid kenbaar zou kunnen maken, belichaamt het eeuwig-vrouwelijke, terwijl mannen in alle soorten en maten zich eromheen verdringen. Alle soorten en maten? Ik zie geen arbeiders, bouwvakkers of boeren. Het zijn allemaal leden van de intellectuele elite, die zich aan deze idealisering van het vrouwelijke te buiten gaan.

Want dat is waar het om draait: idealisering, projectie van eigenschappen die een man niet heeft of niet mág hebben op een onwerkelijke vrouw. Een echte kennismaking zou waarschijnlijk ontnuchterend en ontmythologiserend werken en snel een eind maken aan zowel de aanbidding als de ranzigheid. Weg Mutter/Dirne-Komplex. Weg pornoficatie. Tijd voor herademing.

Maar zover is het nog niet. Voorlopig zie ik eerder hoe in de media wordt getracht de afstand tussen de seksen, tegen de stroom van emancipatie in, opnieuw te vergroten of in elk geval te consolideren. Men lijkt onrustig te worden, als de verschillen tussen vrouwen en mannen vervagen. Is men bang dat hiermee het einde van de seksuele aantrekkingskracht dichterbij komt? Of vreest men juist, dat die zou blijven bestaan, ook al verschillen we helemaal niet zoveel van elkaar als we willen geloven? En zouden we zoiets als dit moeten missen?

Verbieden!

Eigenlijk is het geen nieuws. De discussie erover is al een paar jaar gaande, maar toch stond het op de voorpagina van zo’n gratis dagblaadje: Frankrijk wil ‘pro-ana‘ (professional anorectics) websites gaan verbieden en zouden wij dat niet ook moeten doen? De pro’s en con’s zijn precies hetzelfde als in elke andere discussie over dwang en censuur, en ook hier zullen zij niemand overtuigen. De wens om iets te verbieden komt voort uit angst en angst laat zich moeilijk bepraten.

En bovendien: je kunt wel aan de gang blijven, want de roep om verboden is niet te stuiten.

Geert Wilders wil de koran verbieden.
Oud-minister Hans van den Broek wil Fitna verbieden.
De Tweede Kamer wil seks met dieren verbieden.
SGP wil ‘Tweede Kamer’ verbieden.
Een kamermeerderheid wil growshops verbieden.
Justitie wil Hell’s Angels verbieden.
De Kinderconsument wil het chatten verbieden.
De Kamer wil paddo’s verbieden.
Minister Klink wil de electronische sigaret verbieden.
De Britse regering wil stand-by knoppen verbieden.
Groen Links wil barbecueën (helemaal niet) verbieden.
André Rouvoet wil Deep Throat verbieden.
Minister Donner wil de pedagogische tik verbieden.
63% van de Nederlanders wil de hoofddoek verbieden.
Een aantal scholen wil Lonsdale kleding verbieden.
Milieudefensie wil de bio-industrie verbieden.
De horeca wil jumpen verbieden.
De Partij voor de Dieren wil de vissenkom verbieden.
Etcetera (820.000 hits).

En ik wil het verbieden verbieden!

Oudere Berichten »