*
Als niet komt tot iet, kent iet zichzelve niet.
Die wijsheid kreeg ik op het hart gedrukt, toen ik het dorp waar ik geboren ben verliet om “in de grote stad” te gaan studeren. Ik hoopte ooit terug te keren om in onze kerk de kansel te betreden, degene die mij zag gaan hoopte dat ik mijn eenvoudige komaf nooit zou verloochenen. Het eerste is er nooit van gekomen, aan het tweede heb ik mij, geloof ik, wel kunnen houden. Maar dat ik de sociale mobiliteit die zo kenmerkend was voor de tweede helft van de vorige eeuw gemakkelijk heb gevonden, kan ik niet zeggen. Heel lang heb ik gedacht dat het daar aan lag dat ik mij altijd en overal een vreemde eend in de bijt heb gevoeld.
Misschien vond ik het daarom zo leuk om een andere vreemde vogel – Meindert Fennema, scheidend hoogleraar politicologie – in het zonnetje te zien staan. De interviews die ik de afgelopen tijd las boden een wonderlijk feest van herkenning! Klassenhaat, sympathiseren met extreem links, en dan toch weer die bewondering voor de oude elite. De behoefte ergens bij te horen, tót het daarvoor benodigde conformisme als een te hoge prijs wordt gevoeld. Een instinctieve afkeer van het dédain dat de huidige (linkse) elite koestert voor “gewone mensen”. Grote woorden, dat wel, maar telkens toch voldoende herkenbaar.
Wat ik zeker ook herken is zijn constatering dat de elite van de vorige eeuw het hele zootje ongeregeld, dat in de zeventiger jaren dankzij de aardgasbel bij Slochteren opeens de collegebanken overspoelde, van harte in haar gelederen heeft willen opnemen. Ook op persoonlijk niveau heb ik dat mogen ervaren. Nooit heeft mijn afkomst of de onvanzelfsprekendheid van mijn omgangsvormen en opvattingen hen ervan weerhouden mij te laten delen in de kennis, ervaring, boeken, muziek, culinaire genoegens, vrijetijdscultuur, vakantiehuisjes, kortom alles wat binnen hun klasse generaties lang was gecultiveerd. Ik snap wel dat Fennema het woord “zorgzaam” verbindt aan die oude elite.
Tegelijk was ik een kind van mijn tijd, een tijd die een enorme nivelleringsdrang over de samenleving bracht. De hele sociale beweging en ook het feminisme voedden een sterk wantrouwen tegen “geprivilegeerdheid”. Ondertussen zag ik hoe mensen uit de elite hun privilege als een opdracht zagen. Ik weet nog goed hoe dat het voor mij ingewikkeld maakte om wat ik beleefde te plaatsen en te bepalen waar mijn loyaliteiten lagen. Ook het dragen van een dubbel paspoort kun je als een opdracht zien. Noblesse oblige, zou de oude elite zeggen.
Ik vind het mooi om te zien hoe Meindert Fennema aan die opdracht vorm heeft gegeven. Hij is overtuigend als hij de morele kwaliteiten van de oude elite nar waarde schat en ten voorbeeld stelt aan de elites die zich nu vormen. Hij is de politieke correctheid ruim voorbij als hij de populisten en hun achterban met een open geest in plaats van met dédain beziet. Hij toont een constructieve betrokkenheid, maar zal zich nooit zonder reserve met één groep in de samenleving identificeren. Vandaag over een week ga ik naar De Balie, om te horen wat zijn idee voor Nederland is.






