
Trots als een ouder plaats ik hier het verslag dat mijn oudste dochter Roos maakte over haar werkreis naar Ethiopië in augustus van dit jaar.
Wat heb je allemaal beleefd in Ethiopië?
Ik heb zo ongelooflijk veel gezien en meegemaakt. Als ik mijn schrift met aantekeningen doorlees kan ik me van iedere dag weer elk detail herinneren. Dat vind ik zo leuk om te doen, dat ik elke dag mijn schriftje mee naar school neem om me tijdens saaie lessen te vermaken. Dit zijn de drie leukste en indrukwekkendste dingen die ik heb meegemaakt:
Het kleine dorpje in de bergen bij Aregash
Het lopen door de bushbush vond ik helemaal niet leuk. Ik was dan ook tamelijk gefrustreerd toen we in het dorpje aankwamen en ik voelde me helemaal niet goed. Maar toen ik alle lieve kinderen ontmoette was dat nare gevoel gauw op de achtergrond. Alle kindjes stonden om ons heen. Toen we ze een flesje water gaven dronken ze het niet op, maar koesterden ze de fles alsof het een schat was! Dat vond ik zo schattig. Ook was er een jongetje die een beetje engels kon en daar was hij heel trots op. Hij zei de hele tijd ‘hello’ en hij wist ook dat water ‘water’ heette. Het leukste was toen ik iets uit mijn tas pakte: toen zei hij heel triomfantelijk ‘red!’. En inderdaad; mijn tas was rood!
Ik vond het ook heel indrukwekkend om bij een van de huisjes naar binnen te mogen. Ik was heel erg onder de indruk van het feit dat er nog steeds mensen zijn die zo leven. Het huis was heel erg klein en donker en ze leefden er samen met twee koeien. Ik vroeg me af waar de kinderen zouden slapen, want het enige bed dat er stond was maar net groot genoeg voor twee personen. Ik vond het heel leuk dat we te zien kregen hoe de vrouw des huizes eten klaar maakte. Ze deed dat met zo veel behendigheid! Je kon zien dat ze heel veel ervaring had met dit werk. Ze heeft ons ook laten proeven van de zure koek die ze gemaakt had. Ik wil me niet voorstellen dat ik dat elke dag zou moeten eten.
Ik vond het best wel schokkend om het contrast te ervaren tussen mijn situatie en die van hen. Nadat we in het dorpje waren geweest gingen we weer een stukje de berg af, terug naar het lodgepark. Door tien minuutjes te lopen kwam je in een totaal andere wereld. Het hotel had geprobeerd de hutjes na te bootsen, maar het waren eigenlijk gewoon chique bungalows. Het voelde heel gek om direct nadat ik bij de mensen in het dorpje binnen was geweest te gaan eten in zo’n chique omgeving. Waarom krijg ik tegels op de vloer? En een tafelkleed op de tafel? Wat geeft mij het recht lekkere spaghetti te eten terwijl veel andere mensen zure koek van gefermenteerde bananenboom moeten eten? Dat vond ik best wel confronterend.
Ik heb heel veel bewondering voor de mensen die in dat dorpje wonen. Ze hebben zo veel kennis over hoe ze van alles kunnen maken. Van dat soort dingen weet ik helemaal niets af, en dat vind ik eigenlijk best jammer. Ook heb ik bewondering voor hoe hard ze werken. Met heel weinig middelen werken ze keihard om in hun levensbehoeften te voorzien. Als je zozeer voor je eigen leven moet zorgen en ‘overgeleverd bent aan de natuur’, moet je veel doorstaan. Dat lijkt mij aan de ene kant heel naar. Maar de zelfstandigheid die je erdoor krijgt lijkt me heel mooi. Als je zelfvoorzienend leeft, zorg je pas écht voor jezelf!
De weg naar Jimma
Doordat ik ziek was mocht ik voorin de bus zitten. Dat was echt een prachtige plek. De ruit was heel groot dus ik kon alles zien. Eerst zag ik veel mensen die langs de weg liepen. De meesten van hen hadden veel spullen bij zich. Ik ben benieuwd waar ze heen gingen. Ik vermoed dat ze naar de markt gingen of er vandaan kwamen. Ook zag ik heel veel ‘lopende hooibergen’. Die ezels waren echt zo erg bepakt met hooi dat je de ezel amper kon zien.
Daarna reden we door een overstroomd gebied. Dat vond ik heel bijzonder om te zien. Eerst leek het net alsof we over de afsluitdijk reden: aan beide kanten was alleen maar water. Daarna leek het op een soort moeras en waren er ook veel koeien en geiten. Vervolgens waren er ook huisjes te zien. Ik vermoed dat dit gebied vaker overstroomde want veel mensen leken er op voorbereid. Ook al was het hele erf onderwater, toch leek het huis vaak nog droog te staan. Veel mensen hadden ook gammele bruggetjes naar hun huizen gebouwd. Dat was heel leuk om te zien.
Vervolgens reden we door de bergen. En wat voor bergen! Dit is de mooiste natuur die ik ooit gezien heb. Gelukkig duurde de rit heel erg lang zodat ik met volle teugen van de prachtige omgeving kon genieten. Op de mooiste plek zijn we gestopt om van het adembenemende uitzicht te genieten. Echt ongelooflijk!
Het traditionele restaurant waar we de eerste week heen gingen
In dit restaurant hebben we traditioneel Ethiopisch gegeten. En hier vond ik het gelukkig best lekker. Niet zo lekker als op de Overtoom in Amsterdam, maar toch fijn om een keer lékker Ethiopisch te eten in Ethiopië. De aankleding van de ruimte vond ik ook heel leuk. Ik had het idee dat het best wel traditioneel was en dat het een goed beeld gaf van Ethiopische (toegepaste) kunst. Ook de serveersters hadden mooie Ethiopische gewaden aan. Het leukste van alles was dat er een band was en dat er Ethiopische dansen werden opgevoerd. Steeds hadden de dansers weer andere leuke kostuums aan. Er was een dans waarbij de vrouwen op een haast enge manier met hun hoofd gingen draaien. Dat vond ik het indrukwekkendste. Daarnaast was het ook heel erg gezellig met de groep!
Wat waren je verwachtingen van te voren en wat waren de doelen die je voor ogen had met je deelname? Heb je die doelen bereikt? Zo ja op welke manier? Zo nee, waarom niet?
Vooraf verwachte ik al dat ik een geweldige tijd zou hebben, dat ik deze ervaring nooit meer zou vergeten. Of ik het nooit vergeet kan ik nu natuurlijk nog niet weten, maar op dit moment kan ik me in elk geval nog elk detail herinneren. Ik verwachte dat ik erdoor zou veranderen en dat is ook gebeurd (zie de antwoorden op de volgende vragen). Ik verwachtte dat ik het moeilijk zou hebben met het zien van armoede. Dat was ook zo. Meestal kon ik er beter tegen dan ik gedacht had, ook wel omdat ik het meestal van een afstand zag en het dus niet heel hard binnenkwam. Wat ook hielp was dat ook heel arme mensen er vaak nog gewoon gelukkig uitzagen. Dat was voor mij wel een eye-opener: dat ook al leef je in omstandigheden die mij de hel op aarde lijken, er altijd dingen zullen zijn die je blij maken.
Vaak vond ik het wel heel moeilijk met al die bedelende mensen om te gaan. Een keer waren er heel veel kinderen die dicht op me stonden, aan me trokken en schreeuwden. Eerst lukte het me hen te negeren maar toen kwam er een vrouw met een baby op haar arm. Het kindje keek me aan en hield z’n handje op. Het kereltje was nog maar een half jaar oud, schat ik. Toen brak m’n hart en heb ik die vrouw 5 birr gegeven. Dat had ik niet moeten doen want toen kwamen er nog tien keer zo veel mensen op me af. Allemaal vrouwen met baby’s en mensen met littekens; ze schreeuwden en kwamen steeds dichterbij. Ondertussen trokken de kinderen nog steeds aan me. Toen werd het me te veel en liep ik weg, maar ze kwamen achter me aan. Dat was echt de druppel: ik was helemaal overstuur. Gelukkig waren Britt en Stefan er om me te troosten. Toen het weer beter gingen liepen we terug en begon weer iedereen te schreeuwen en ik weer te huilen. Toen zei Stefan boos: “Look! She is crying because of you!” Twee mensen begonnen te lachen. Toen voelde ik me heel erg schuldig: ik raak helemaal overstuur vanwege deze situatie, maar zij zitten elke dag in de ellende. Toen dacht ik: wat egoïstisch van me dat ik hierom moet huilen, daar hebben zij niks aan.
Voor de reis was ik naar een workshop gegaan die heette ‘dromen waarmaken in Ethiopië’. In die workshop moest ik me drie doelen bedenken die ik wilde bereiken op mijn reis en deze rangschikken op hoe graag ik het wilde bereiken.
Op 1. stond: een langdurige vriendschap opbouwen met een van de Ethiopische leerlingen. Dat is helaas niet gelukt. Het kostte me vaak heel erg veel energie om een gesprek met hen te voeren. Ze spraken wel heel goed Engels alleen met een accent dat ik moeilijk te verstaan vond. Dan moest ik heel erg veel moeite doen het goed te verstaan. Daardoor praatte ik liever met de Nederlanders als ik de kans had en heb ik niet genoeg geïnvesteerd in vriendschappen opbouwen met de Ethiopiers. Achteraf heb ik daar best wel spijt van. Ik vond de meesten van hen heel erg aardig. Aan het einde van de reis lukte het steeds beter hen te verstaan en hebben we echt heel erg leuke en interessante gesprekken gehad. Ik vind het jammer dat ik niet tijdens de hele reis mijn best heb gedaan met hen te praten. Aan Maxime en Jegol en Roeland en Tesfaye kan ik zien dat het wel mogelijk was een mooie vriendschap op te bouwen. Ik ben best een beetje jaloers op hen.
Op 2. stond zoveel mogelijk leren van de workshops. Ik denk dat dat zeker gelukt is. Zoals ik in mijn evaluatie ook geschreven heb, heb ik ook veel geleerd buiten de workshops om. Ik weet zeker dat ik heel veel profijt ga hebben van alles wat ik geleerd heb. Ik heb vooral veel zin om alle dingen die ik geleerd heb in mijn leerlingen raad toe te passen.
Op 3. stond genieten van Ethiopië. Dat is dubbel en dwars gelukt. Ik heb de tijd van mijn leven gehad. Ik wil deze drie weken opnieuw doen en daarna nog een keer en dan nog een keer. Daarna wil ik het nog een keer en nog een keer en nog een keer en nog een keer. Maar dan zonder ziek te zijn en ik wil het eten lekker vinden.
Hoe voelt het nu om weer terug in Nederland te zijn? Kijk je anders tegen dingen aan dan voordat je weg ging?
Ik had voor de reis al verwacht dat ik zou veranderen door deze ervaringen. Het voelt nu ook wel echt alsof ik veranderd ben, maar ik vermoed dat dat gevoel versterkt wordt doordat ik erop let en doordat ik verwacht te veranderen. Het voelt heel gek om weer terug te zijn, en eigenlijk voelt het helemaal niet fijn. Ik ben wel bij met het goede eten, de schone wc’s en de geasfalteerde wegen. Ik kan ook elke keer weer dolblij worden van de douche die altijd water geeft, dat bovendien nog warm is ook. Maar verder vind ik het helemaal niet leuk om weer terug te zijn. Het voelt alsof ik continu iets moet doen dat ik niet wil: namelijk hier zíjn.
Ik mis de groep heel erg. Bij praktisch alles moet ik aan hen denken. Al kenden we elkaar nog niet, voelde de groep gek genoeg heel vertrouwd. Normaal gesproken als ik drie weken zo intensief met mensen op moet trekken, zelfs met familie of beste vrienden, wordt ik helemaal gek van ze. Dat gebeurde nu niet. Ik miste ze vanaf het moment dat ik in de trein stapte.
Ik ben ook zeker anders tegen dingen aan gaan kijken. Veel dingen waar mensen om me heen een probleem van maken, lijken in mijn ogen nu heel absurd. Als er ook maar een verpakking van een maandverbandje in een wc op school ligt, wil niemand er nog in. Dat soort dingen snap ik echt niet meer. Ook dingen waar ik me zelf eerst druk om maakte kunnen me nu niet meer boeien. Vandaag bijvoorbeeld had ik een SO en het ging heel erg slecht. Dat ben ik niet gewend en voor de reis zou ik dat ook verschrikkelijk gevonden hebben. Nu kan het me niet meer zo veel schelen. Het is zo’n klein en onbelangrijk probleempje.
Ook kijk ik wel een beetje anders tegen bezit aan. Ik ben tamelijk materialistisch (en dat is beslist nog niet over hoor). Ik kan me nog steeds heel erg verheugen op de glamour-day, waarop ik de hele dag ga shoppen en heel veel geld ga uitgeven, maar het voelt toch anders. Ik voel me nu ook een beetje schuldig. Heb ik wel recht op al die mooie kleren? Ik heb in Ethiopië straatkinderen gezien die een gescheurde broek hadden en geen ondergoed. Zij hebben kleren nodig, voor mij is het alleen maar een wens. Ook als ik door Amsterdam-Zuid fiets, bijvoorbeeld over de Koninginneweg, voel ik me haast boos. Normaal gesproken ben ik altijd heel jaloers op de mensen die in zulke mooie huizen kunnen wonen. Nu vind ik het oneerlijk en denk ik steeds ‘Wat doen die stomme dingen hier? Ze moeten hier helemaal niet staan!’.
Daarnaast ben ik anders over mijn toekomst gaan denken. Daar vertel ik onder de volgende vraag meer over.
Ben je anders over ontwikkelingssamenwerking gaan denken dan voordat je op reis ging?
Ik heb het project niet echt ervaren als ontwikkelingssamenwerking. In mijn ogen is ontwikkelingssamenwerking dat partij A partij B gaat helpen op zo’n manier dat partij B het zelf kan wanneer partij A weer naar huis gaat. Ik zie ons project als een uitwisseling: samen leren/ontwikkelen van van elkaar leren.
Door in een ontwikkelingsland te zijn ben ik wel anders gaan denken over wat ik later voor werk wil gaan doen. Voor de reis wilde ik wel graag een paar jaar als arts in een ontwikkelingsland werken, maar ik twijfelde hierover omdat het niet gunstig schijnt te zijn voor je medische carrière in het westen. Nu wil ik het liefst zo snel mogelijk weer naar Afrika en daar mensen helpen. Als ik in de les zit of huiswerk maak, gaat dat met veel minder plezier dan voorheen. Het voelt zo nutteloos in vergelijking met wat ik eigenlijk wil doen. Dan probeer ik me te bedenken dat ik deze lessen en dat huiswerk nodig heb om m’n examen te doen; dat ik dat examen nodig heb om geneeskunde te studeren; en dat ik die studie nodig heb om als arts naar Afrika te gaan. Die gedachte zorgt ervoor dat ik toch hard blijf werken.